Ad Valvas 1999-2000 - pagina 498
AD VALVAS 13 APRIL 2000
PAGINA 6
'De poeha over de academische teloorgang is misplaatsf Zestig wetenschappers hebben zich opgeworpen als het geweten van academisch Nederland. Het is tijd voor een universitair reveil, schrijven ze, want er is sprake van een heuse crisis. Vreemd, want gaat het niet juist de goede kant op? Een analyse van het universitaire klimaat. Hanne Obbink/HOP
De academische waarden staan onder druk. Het onderwijs aan de universiteiten is te schools en te massaal. Het onderzoek is te veel gericht op maatschappelijk nut en wordt belemmerd door een enorme bureaucratie. Dat zijn de klachten van zo'n zestig wetenschappers die de afgelopen weken het manifest Naar een universitair reveil ondertekenden. Oude klachten, geven de manifestschrijvers toe. "Maar", zei één van hen, de Rotterdamse economie-hoogleraar Arjo Klamer, tegen het Hoger Onderwijs Persbureau, "het werd tijd om weer eens aan de bel te trekken." Waarom? Omdat universiteitsbestuurders niet inhoudelijk op het "diffuus onbehagen" reageren. En dat is vreemd, want juist de laatste tijd lijkt het tegendeel het geval. Neem de klachten over het onderwijs. Die bestaan al sinds de universiteit in de jaren zeventig en tachtig haar elitekarakter kwijtraakte en grote aantallen 'gewone mensen' doorstroomden naar een universitaire opleiding. Met de gevolgen daarvan worstelen de universiteiten al een kwart eeuw, en de vraag was al die tijd: hoe kunnen kwaliteit en massaliteit samengaan? Dat kan niet, is een veelgehoord antwoord, en daarom moeten aspirant-studenten streng geselecteerd worden. Maar dat heeft de politiek nooit willen toestaan. Universitaire beleidsmakers moesten dus op zoek naar andere methoden om de studentenstroom in goede banen te leiden. Vijfjarige studies werden in vier jaar gepropt, vooral door vakken die als franje werden
beschouwd te schrappen. Toen de studieprogramma's desondanks overvol bleken, vonden beleidsmakers de term 'studeerbaarheid' uit. Een studie van vier jaar moet ook echt in vier jaar te doen zijn, bedacht men, en daarom werden struikelblokken verwijderd. Maar, zeggen critici al jaren, juist die franje verbreedde de academische blik. En een struikelblok is ook een intellectuele uitdaging. Studenten in massale hoorcolleges hapklare brokken kennis voorschotelen en die vervolgens toetsen met standaardmeerkeuzetoetsen, heeft weinig met academisch onderwijs te maken.
Goed bedoeld De manifestschrijvers zeggen het nu allemaal nog maar een keer. Merkwaardig genoeg zien zij echter over het hoofd dat zij inmiddels in feite gelijk hebben gekregen van veel bestuurders en beleidsmakers. Het ritselt de laatste jaren namelijk van plannen die het academisch niveau moeten terugbrengen. Sommige universiteiten (Amsterdam, Twente) bieden studenten bijvoorbeeld de gelegenheid een minor te volgen, een groot bijvak buiten hun eigen vak. Andere (Utrecht en straks ook Maastricht) zetten speciale opleidingen op voor studenten die zich flink willen inspannen. En in heel Nederland zijn opleidingen overgestapt op probleemgestuurd onderwijs, waarin studenten in kleine groepen zelfstandig aan het werk gezet worden. Studenten zelf vinden dat ze zo leren hun eigen hersens te gebruiken.
Zo is er wel meer te noemen. Een grote stroom studenten, vooral in de grote gammarichtingen, moet het vaak nog met standaardonderwijs doen. Maar studenten die willen, kunnen 'echt' academisch onderwijs krijgen. Dat de meeste studenten waarschijnlijk niet echt willen, is een gegeven waar de manifestschrijvers weinig oog voor hebben. Zij geven vooral de bestuurders de schuld, die "goedbedoelde initiatieven van onderop" niet op waarde weten te schatten. Dat verwijt was een jaar of tien geleden nog wel te begrijpen, maar klinkt inmiddels enigszins onwaarachtig.
Keurslijf Een soortgelijk verhaal geldt het onderzoek. Volgens het manifest wordt 'zuivere' wetenschap meer en meer ondergeschikt gemaakt aan maatschappelijk nut en is er ook nog eens sprake van een enorme bureau-
cratie - alweer de schuld van die vermaledijde bestuurders. Maar ook hier geldt: de door het manifest gesuggereerde kloof tussen de onderzoekers en hun bestuurders is in werkelijkheid niet zo diep. Juist de laatste paar jaar wordt alom het belang van fundamenteel onderzoek weer erkend. Dankzij de zogeheten 'vernieuwingsimpuls' van minister Hermans is daar nu ook weer een heel klein beetje extra geld voor. Ook de bureaucratie staat dankzij de vemieuwingsimpuls op de agenda. Dat die is uitgegroeid tot een "keurslijf van regels en oekazes" - om met het manifest te spreken - is inmiddels voor iedereen duidelijk. Daarom is dan ook besloten dat jonge onderzoekers die bureaucratie via de vemieuwingsimpuls kunnen omzeilen. T o e gegeven, het is maar één zwaluwtje en het is nog geen zomer. Maar het gaat de goede kant op.
Rector Wagenaar (Universiteit Leiden) betitelde het manifest als een "dolkstoot in de rug". Het gaat niet slecht met de universiteiten, ondanks dat zij te weinig geld krijgen, zei hi) m het Leidse universiteitsblad Mare. "Er zijn veel mensen die daar hard h u n best doen, en dan krijgen die opeens in het openbaar een sneer." Die reactie is te begrijpen. Want het grootste probleem van de universiteiten is niet dat bestuurders een andere kant op willen dan wetenschappers: bestuurders proberen al een tijdje te bewerkstelligen wat het manifest bepleit. Het grootste probleem is dat het geld daarvoor ontbreekt. Dat zien de bestuurders zelf uiteraard heel goed, en minister Hermans ziet het ook. N u de manifestschrijvers nog. De poeha waarmee zij zich opwerpen als het geweten van academisch Nederland is al met al volstrekt misplaatst.
Sminia schamper over manifest D e klachten in het manifest Naar een universitair reveil staan al jaren op de bestuursagenda, zegt rector Taede S m i nia. Hij vindt de kritiek b o v e n dien slecht gefundeerd. "Het is goed dat hoogleraren m e t het manifest de kat weer eens de bel h e b b e n o m g e b o n d e n . Maar het d o c u m e n t is veel te globaal en oppervlakkig." D e kritiek klopt m a a r deels, stelt S m i n i a . " D e universiteit heeft het heel moeilijk o m talentvolle wetenschappers en docenten te b e h o u d e n . D o o r de jarenlange loonbezuinigingen kunnen wij ze niet genoeg perspectief b i e d e n . D a t beseffen we al veel langer." Verder laat de rector weinig van het d o c u m e n t heel. Hij bestrijdt
dat het a c a d e m i s c h e niveau a l s m a a r verder verschraalt. "Op de VU is naast het eigen vak wijsgerige v o r m i n g verplicht. Ook geschiedenis en v o r m i n g van de wetenschap en ethiek vakethiek zijn extra's. Studenten krijgen een zo breed mogelijke academische vorming." Bij de 'grote' studies, vooral in de g a m m a r i c h t i n g e n , is zeker sprake van massaliteit, geeft de rector t o e . Maar hij is er niet van overtuigd dat studenten echt anders willen. "Hebben de schrijvers van het manifest de studenten geïnterviewd ofzo? Waar halen ze de wijsheid v a n daan. D e m e e s t e ondertekenaars zijn oudere hoogleraren, vooral afkomstig uit de alfa- en g a m -
m a h o e k . Ik denk dat zij niet echt helder inzicht in de gang van zaken op de universiteit h e b b e n " , s c h a m p e r t hij. Ook de kritiek op de bureaucratie aan de universiteiten wijst S m i n i a van de h a n d . "Het prob l e e m van de bureaucratie is verschrikkelijk aangezet door de ondertekenaars. O p jaarbasis besteden wij op de vu 650 miljoen gulden. D e universiteit is een verschrikkelijk groot bedrijf geworden. D a a r is richtinggevend beleid nodig." Hij sluit af; "Natuurlijk luisteren we naar elk signaal dat op ons afkomt. Maar dit zijn alleen m a a r oneliners. D a a r erger ik m e a a n . " (LW)
E-mail uit Ghana
Afrikaanse kunstenaars doen meer dan marktvrouwen schilderen Rhoda Woets is vierdejaars culturele antropologie. Ze doet in Ghana onderzoek naar moderne kunstenaars in dat land. Hoe ontwikkelen die kunstenaars zich in relatie tot politieke en sociale vraagstukken, is haar onderzoeksvraag. In Ad Valvas doet Rhoda elke drie weken verslag van haar ervaringen.
Rhoda Woets Toen ik mij voor vertrek voorbereidde op mijn onderzoek merkte ik dat veel mensen in mijn omgeving verbaasd waren dat er in Afrika zoiets bestaat als moderne kunst. N u is dat ook niet verwonderlijk gezien het feit dat deze kunstenaars in het Westen weinig aandacht krijgen. Zo is hun werk ondanks het eigentijdse karakter - niet terug te vinden in musea voor moderne kunst. Hoewel veel van deze kunstenaars zeggen internationale kunst te maken wordt hun werk in het Westen in een hokje geplaatst door het slechts tentoon te stellen in etnografische musea of centra voor niet-Westerse cultuur. Op dergelijke tentoonstellingen ontbreekt het vaak aan werk van academisch geschoolde kunstenaars. De kunstvormen uit Ghana die populair zijn in het Westen worden in het land zelf geclassificeerd als commerciële kunst of gebruiksvoorwerp. Zo zi)n handbeschilderde kappersborden en
kleurige doodskisten in de vorm van bijvoorbeeld een bierfles, een bijbel of een mobiele telefoon bekend geworden. In de ogen van academisch geschoolde kunstenaars zijn de makers van dergelijke werken geen kunstenaars maar ambachtslieden. Door slechts aandacht te besteden aan kunstvormen die het stereotiepe beeld van Afrika als een primitief continent bevestigen, wordt de positie van kunstenaars die in Ghana zelf in hoog aanzien staan in het buitenland ondermijnd. De kunstenaars die ik hier spreek hebben bij verblijf in het buitenland dan ook te maken met veel vooroordelen. Een kunstenaar vertelt dat Engelse galeriehouders hem aan de telefoon vriendelijk te woord staan om vervolgens te verstrakken wanneer er een Afrikaan de galerie binnenwandelt. Door het gebruik van felle kleuren wordt zijn werk vaak bestempeld als naief, tot men verneemt dat hij een Mastersdegree in kunst heeft en dat hij diverse tentoonstellingen in New York en Toronto op zijn naam heeft staan.
In New York vertelde een galeriehouder aan kunstenaar Kofi Setordji niet geïnteresseerd te zijn in diens werk, aangezien hij al Afrikaanse kunst in zijn collectie had. Dat de antieke
zien. Kofi Setordji is een van de Afrikaanse kunstenaars die weigeren aan de lopende band marktvrouwen en chiefs te schilderen en die in hun werk een universele boodschap willen
'Een groot deel van het cultureel erfgoed gaat gewoonweg verloren' Ashanti-goedgewichten waar de galeriehouder mee aankwam weinig van doen hebben met het eigentijdse karakter van Kofi's werk kon de man niet weten, aangezien hij de kunstenaar niet de kans gaf iets te laten
uitdragen. Zo werkte Kofi anderhalf jaar aan een project dat gebaseerd was op de genocide in Rwanda. In een serie beelden en schilderijen verplaatste hij zich in de diverse partijen die deel uit maakten van de massa-
moorden. Met deze installatie verwijst Kofi tegelijkertijd naar alle genocides die plaats hebben gevonden in Afrika en de rest van de wereld. Nat Nano-Armarteifio, een bijzonder vrolijk persoon met een enorme kunstcollectie wordt op slag mismoedig wanneer ik Kofi's project ter sprake breng. Hij heeft zelf twee werken van de installatie opgekocht in de wetenschap dat de rest naar het buitenland zal verdwijnen. De grootste groep kunstkopers wordt immers gevormd door buitenlanders die de kunstwerken vroeg of laat meenemen naar hun land van herkomst. Het ontbreekt Ghana aan een museum voor moderne kunst dat de installatie m zijn geheel zou kunnen aankopen. Hierdoor gaat een groot deel van het cultureel erfgoed gewoonweg verioren. "A cultural heritage is very important to give future generations a scent of what it felt like. Just like literature and music, visual artworks can preserve evidence of our history. However, when Ghanian children will question their parents in the future about the wars now taking place on the Afncan continent, there will be nothing left to show them", verzucht Nat. Een bijkomend probleem is het gebrek aan goede kunsthistorici en critici die de ontwikkelingen in de kunstwereld kunnen relateren a^n maatschappelijke ontwikkelingen. Nat Nano-Armarteifio weet niet of hi) moet wanhopen over de toekomt van Ghanese moderne kunstenaars. Ik moet hem het antwoord ook schuldig blijven. Ik weet echter wel dat ik grote bewondering heb voor de kunstenaars hier die ondanks alle moeilijkheden die ze ondervinden in binnen- en bui tenland een verrassend eigen dynamiek laten zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's