Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 587

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 587

4 minuten leestijd

AD VALVAS 25 MEI 2000

PAGINA 7

alledaagse kwaad'

Het jury-oordeel De jury die de inzendingen beoordeelde bestond uit IVlargreet Onrust, docente taalbeheersing aan de VU, schrijver/journalist Theodor Holman en de hoofdredacteur van Ad Valvas, Sylvia Verhulst. Wie denkt dat zo'n minuscuul gezelschap er wel snel uit komt, heeft het mis. Waar een goede column aan moet voldoen, daarover was de jury het wel eens: het onderwerp moet aanspreken, hij moet een opinie bevatten, persoonlijk zijn, snel terzake komen, hij mag overdrijven en als er een onverwachte en leuke wending in zit, is dat meegenomen. Dit alles natuurlijk in de goede verhouding en in niet al te bombastische taal. Maar al deze criteria ten spijt, liet ieder zich uiteindelijk leiden door de vraag: word ik vermaakt en leest het lekker door. T o t zover geen problemen. T o c h lagen de meningen over de ingestuurde columns soms mijlenver uiteen. Zo stond Holmans nummer één nummer vier bij Onrust en kwam hij niet eens voor in de topvijf van Verhulst. Waarmee ook maar weer eens duidelijk wordt hoezeer het beoordelen van teksten ook een kwestie van smaak is. D e uiteindelijke uitkomst is een combinatie van krachtig over en weer argumenten en de songfestivalmethode: punten geven en optellen. Met als opmerkelijk resultaat dat de bijdrage die bij niemand van de jury helemaal bovenaan stond, toch de nummer één van deze wedstrijd werd.

De winnaars N u m m e r 1: 'Bord voor je kop' van Beitske Bouwman. De jury vond deze bijdrage een aardig voorbeeld van 'alledaags kwaad'. De terreur van verkeersborden en waarschuwingen van overheidswege had ook bombastisch uitgewerkt kunnen worden, maar de schrijfster heeft het klein gehouden en in die subtiliteit ligt de kracht van deze column. N u m m e r 2: 'Alle dagen Maxima' van Robert Mosch. Mosch was een van de slimmerds die meerdere (drie) columns instuurden. Alledrie vrij goed geschreven vond de jury, hoewel

m^

Holman de inhoud wat clichématig vond. Het leukst zijn de vragen aan het eind, die de auteur stelt voor het geval 'we' met Maxima trouwen. N u m m e r 3: 'Heil door heling' van Mayke Kaag. Een echte column, omdat hij persoonlijk is met een gedachte erin. De schrijfster twijfelt over de eigen zondigheid, maar dan neemt het verhaal een wending, die een mooie woordspeling bevat: "Soms is kwaad zo kwaad nog niet." Mayke Kaag was een van de weinige inzenders die het 'eigen' kwaad aan een nader onderzoek onderwierpen. Het eind is verrassend. Voor de gedeelde vierde plaats hadden winnaars Gerben Bierman en Sander Turnhout precies evenveel punten gekregen. Inzender Gerben Bierman zal niet lang gezocht hebben naar onderwerp voor zijn column. Het artikel dat in Ad Valvas boven de oproep voor deze wedstrijd stond bood hem genoeg ergernis over rare beleidsplannen. De introductie van het thema is wat beleidsnota-achtig en lijdt ook in de rest van de eerste alinea aan een gebrekkige snelheid. De uitwerking is geheel volgens de spelregels van de column: één detail wordt uit het gewraakte voorstel gelicht en flink dik aangezet. Turnhout geeft met zijn verhaal 'Alle dagen kwaad' een mooie wending aan het thema. Wel is het eerste deel wat clichématig en duurt het vrij lang voordat de schrijver aan zijn eigenlijke punt toekomt. Maar als hij zich eenmaal echt kwaad gaat maken over 'boosaardige organisatievijftigers' die allerlei zingevingsactiviteiten op 'nietsvermoedende studenten' afvuren, wordt het leuk. Althans, dat vonden Margreet Onrust en Sylvia Verhulst. Jurylid Theodor Holman vond dit alles te veel van het goede.

Illustratie: Berend Vonk

KMtPiMyi^Ch' geven waren. Van de weeromstuit heb ik een dwarse houding ontwikkeld (waarschijnlijk het ultieme bewijs van mijn slechte natuur). Zondig, so what? Ja, ik rijd soms door het rode licht. En wat, als 'k daarmee wel op tijd kom? Ja, ik zeg een halve waarheid omdat ik iemand met wil kwetsen en soms ook gewoon omdat het me beter uitkomt. Ja, ik scheld soms iemand uit, maar stel dat IK hem anders een klap voor zijn hersens zou verkopen? Al dit kwaad is kwalijk, dat ontken ik niet, maar zeg nu zelf zonder zou het een saaie boel Worden, En soms is kwaad helemaal zo kwaad nog niet. Mijn geliefde doet aan een moderne vorm van heling: hij downloadt gecrackte software van het internet, spul waar je eigenlijk voor moet o<:talen. Maar iemand biedt het gratis aan, dus waarom zou je niet op dat aanbod ingaan? Hij bouwt er een website mee. Daarop staat te lezen dat hij van me houdt. Ik voel me happy: heil door heling. ,.!^yke Kaag, onderzoeker in opleiding V ae vakgroep culturele antropologie/ "'^-westerse sociologie

'Plannenmakerij' is een vorm van alledaags kwaad die wellicht nooit zal verdwijnen. De ene helft van de wereld zit voortdurend plannen te maken, waarvan ik altijd maar hoop dat de andere helft van de wereld ze tijdig afserveert. Om eens een voorbeeld te noemen: in Ad Valvas van 20 april lees ik dat 'affiniteit met de multiculturele samenleving' een selectiecriterium wordt voor aankomende studenten geneeskunde. Een speciale commissie met daarin rector-magnificus Taede Sminia heeft dit vreemde plan verzonnen. Tien procent van de plaatsen (25 stuks) zal op deze manier worden verdeeld. Het was ook wel te verwachten. 'Multicultureel' is een modewoord en je telt niet mee als je daar niet op inspeelt. Bovendien is de discussie rond het inloten ,van studenten sinds de 'affaireMeike' nooit meer helemaal verstomd. Maar een beetje eigenaardig is dit plan natuurlijk wel. Ik dacht dat we mensen niet mochten discrimineren om hun multiculturaliteit. Blijkbaar mogen we wél discrimineren om een gebrek eraan. Weet u trouwens hoe de commissie dat gaat meten: afniteit met de multi-culturele samenleving? Door de aankomende studenten een 'motiverend essay' te laten schrijven! Ik ben benieuwd wat ik, als eindexamenkandidaat, in dat essay zou schrijven. Het zal

wel een oprecht, maar te dik aangezet verhaal worden over hoe dol ik ben op 'al mijn buitenlandse landgenoten'. Een verhaal dat iedereen kan schrijven. Of zou ik het aandurven om eerlijk te vertellen dat ik uit een polderdorp kom, nauwelijks buitenlandse vrienden heb, en helemaal gek word van al die toeristen in Amsterdam? Dat het enige goede aan China en Italië het eten is? Zou ik het aandurven om kritische noten bij de multiculturele samenleving te zenen? Zou ik het woord 'multiculmreel drama' in de mond durven nemen als het om mijn droomsmdie gaat? Als ik die prijsvraag wil winnen? Namurlijk niet. Als nadenkende vwoleerling zie ik die kortzichtige commissieleden al in vergadering: "Nee, deze is niet positief genoeg" en "Ja kijk, deze heeft twee buitenlandse ouders!". Ik vind het een vreemde manier om een plek op een wetenschappelijke instelling te verdienen: schrijf een verhaal dat mooi klinkt, maar niet verifieerbaar is (zoniet: leugenachtig en schijnheilig is). Wij zullen het op een niet-objectieve en niet-controleerbare manier nakijken. Ik vrees dat de minst wetenschappelijke verhalen winnen. Misschien moet er een nieuw plan worden bedacht? Gerben Biermann (20), student politicologie bestuurskunde

/\cM^^/i^ Ik maak mij graag dagelijks kwaad. Niet overdreven, ik ben niet agressief van aard, maar kwaadheid is mensen' eigen. En niets menselijks is mij vreemd. Kwaad is onuitroeibaar en ik bestrijd dat met een oerhollands pragmatisme: kun je er niet van winnen, dan kun je het altijd nog reguleren. Met elke dag vijf minuten oprechte boosheid heb ik mijn kwaadheid prima onder controle. En ik probeer origineel te zijn bij het ventileren van mijn dagelijkse ongenoegen: de creatieve mens staat het dichtst bij God. Ik heb geen televisie, dus ik zal mij niet verlagen tot uit ergemisarmoede schelden op tv-reclames of infantiele televisiequizen. Mijn alledaags kwaad is niet zomaar te bestrijden met wat schelden op slechte smaak. Ik zal het dus niet hebben over ganzen voor de ramen, iKEA-meubulair of dertigers met rzüeery-stropdassen. Ik ben Youp van 't Hek niet. Zelfs mensen die het kwaad personifiëren, zoals Willem Knijpers, zal ik niet behandelen. Hoewel hij wel een hinderwetvergunning zou moeten hebben om te mogen publiceren. Ik zoek voor mijn kwaadheid een echte uitdaging. Deze wedstrijd bijvoorbeeld. Of Hoofddorp. Deze wedstrijd roept bij mij een zeldzaam stukje irritatie op. De goede bedoelingen waar boosaardige organisatievijftigers zich achter verschuilen lenen zich uitstekend voor een agressieve oprisping, oranjevereniging Noord-Scharwoude

tot het centrum voor dyslectische hinkelaars, zitten grijsgedraaide beroepssukkelaars wanhopig zingevende activiteiten uit te broeden. Zelfs op universiteiten laten allerhande commités zich leiden door het aloude adagium: 'Heb je geen zin? Dan moet je maar zin maken!' Het ene forum nog saaier dan het andere, en het wordt allemaal op de nietsvermoedende student afgevuurd. De zingevingsproductie draait op volle toeren en in de zingeefsector kunt u genieten van baanbrekend saaie lezingen, regenwouden aan gekleurd papier en krampachtig gezellige groepsgesprekken in lege aula's. Het studiumgenerale arsenaal blijft geld dat voor studenten bedoeld is, pompen in zin die zij graag zouden willen geven. Verspilling van geld en goodwill. De collegezaal blijft leeg. Het zeskoppig organisatieteam kijk elkaar aan: "Elf man?! Begrijp jij dat?" "We hebben nog wel posters opgehangen" "En een mooie, dure kleurenfolder uitgedeeld!" "Die smdenten tegenwoordig: geen interesses meer!" "Precies. Zelfs die essaywedstrijd..." "Eén inzending! Eén!" Ik laat ze maar modderen, het kan geen kwaad. Morgen weer een dag, morgen Hoofddorp? Sander Turnhout, student Nederlands

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 587

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's