Ad Valvas 1999-2000 - pagina 178
AD VALVAS 4 NOVEMBER I999
PAGINA 10
Kranten geven vertekend beeld van wetenschap Wetenschapskaternen van Nederlandse dagbladen berichten vooral over bèta- en medisch onderzoek. Met name alfawetenschappers komen er bekaaid van af. Promovenda Adriana Esmeijer onderzocht waarom. "Toen ik nog wetenschapsvoorlichter aan de vu was, viel me op dat journalisten veel meer aandacht besteden aan persbenchten over natuurwetenschappen en medische onderwerpen dan over zaken die bij de Letterenfaculteit vandaan komen. Ik vroeg me af hoe dergelijke selectieprocessen verlopen. Zo is mijn proefschrift ontstaan", aldus Esmeijer, die inmiddels werkt bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. "Als je journalisten er naar vraagt zeggen ze dat in principe alfa's net zo belangrijk zijn als de bèta's. Journalisten zeggen dat ze min of meer objectieve criteria gebruiken zoals nieuwswaarde, maatschappelijke relevantie en wetenschappelijke betekenis bij de selectie van hun artikelen voor de wetenschapspagina's. Toch besteden ze in de praktijk nauwelijks aandacht aan dat alfaonderzoek. Hoe kan dat?", vraagt Esmeijer zich hardop af Volgens haar onderzoek kan het nauwelijks aan de wetenschapsvoorlichters van de universiteiten liggen. Die besteden in hun publiciteit redelijk veel aandacht aan de alfawetenschap. Ook de alfawetenschappers zelf zijn van harte bereid mee te werken aan publicaties in kranten. En dat doen ze ook. Alleen verschijnen hun verhalen niet in de wetenschapskaternen maar op de culturele pagina's.
"In de kranten zie je weerspiegeld wat in de samenleving als vooroordeel leeft over wat wetenschap is. Dat zijn zaken als de ontdekking van nieuwe medicijnen tegen enge ziektes en nieuwe methodes om allerlei technische problemen op te lossen. Wat al die taalgeleerden en filosofen doen vindt men maar vaag en zweverig", aldus Esmeijer.
Mannen Het pijnlijke is volgens haar dat de kranten op deze manier mede deze vooroordelen in stand te houden. "Veel journalisten die ik sprak hadden het zelf niet eens door. Ze dachten echte 'alleseters' te zijn. In de praktijk blijken ze zich te beperken tot wat je zou kunnen omschrijven met het Engelse woord science, oftewel exacte wetenschappen. Een veel gehoord argument is dat de redactie dat nu eenmaal altijd zo doet. De cultuur op de redactie blijkt erg bepalend te zijn voor de selectieprocessen." Het valt Esmeijer op dat de wetenschapskaternen van de landelijke kranten wat opzet betreft erg op elkaar lijken. "Misschien speelt een rol dat veel wetenschapsjournalisten mannen van boven de veertig met een bèta-achtergrond zijn die vooral voor-
Berend Vonk
aanstaande vakbladen als Science en Nature lezen." Dat alfa-onderzoek vaak te theoretisch of te abstract zou zijn, speelt volgens Esmeijer niet zo'n belangrijke rol. "Bij bèta-onderwerpen schuwen wetenschapsjournalisten spe-
cialistische onderwerpen ook niet als het gaat over verbindingen van koolstofatomen of ingewikkelde processen in de kosmos. Ze gaan er prat op dat ze toegankelijk over moeilijke onderwerpen kunnen schrijven Het gaat
niet om het onderwerp op zich, maar de manier waarop je het weet te brengen. Ook over de betekenis van een Frans woordje kan je een artikel schrijven, als je het maar op de juiste manier weet te vertellen." Esmeijer heeft ervaren dat de eenzijdige aandacht in de wetenschapskaternen een terugslag heeft op alfaonderzoekers zelf. Die denken vaak al op voorhand dat h u n onderzoek toch niet interessant is voor een groter publiek en timmeren daarom minder aan de weg om in de krant te komen. Datzelfde geldt voor de voorlichters die zich ook al gaan gedi agen alsof kranten alleen maar in beweging komen als het om 'harde wetenschap' gaat. Esmeijer heeft een suggestie aan de universiteiten om deze gang van zaken te doorbreken. "De univeisiteit treedt te veel naar buiten als een feitenproducerende fabriek. Wetenschap moet meer aandacht krijgen als een doorlopend proces. Vooi lichters besteden relatief veel tijd aan plichtmatige zaken als promoties en oraties. Ze zouden daar minder aandacht aan kunnen besteden en meer zelf de faculteiten in gaan, om onderzoekers aan te zetten interessante projecten voor het voetlicht te brengen. Dat zou journalisten ook kunnen motiveren op een andeie manier aandacht te besteden aan de alfa's." Adriana Esmeijer, Sluiswachters in de wetenschapscommunicatie. Uitgave in eigen beheer.
Studentenarts wordt deeltijdhoogleraar medische voorlichting
'Wéét het publiek wel wat hepatitis-B is?' studenten- en huisarts prof.dr. Frans J. Meijman is vorige maand aan de VU benoemd tot deeltijdhoogleraar biomedische wetenschapsvoorlichting en -journalistiek en de geschiedenis daarvan. "Zelf ben ik autodidact op dit vlak. E ke van Riel "Het binnenplein van de Bijlmerbajes is mooier", wijst prof dr. Frans Meijman (49) enigszins verontschuldigend naar het uitzicht vanuit zijn nieuwe kamer. Hij kijkt uit op het kale binnenterrein van het gebouw van de medische faculteit aan de Van der Boechorststraat, Vanaf oktober werkt Meijman anderhalve dag in de week op de vu. Hij bekleedt de eerste Van Walreeleerstoel, betaald door Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de faculteit Geneeskunde, De komende vijf jaar gaat hij onderzoek en onderwijs op het gebied van de verspreiding van biomedische wetenschappelijke kennis stimuleren, Meijman: "Ik wil gaan onderzoeken-of de doorsnee Nederlander goed bediend wordt met biomedische wetenschappelijke informatie. Daar is in Nederland, maar ook daarbuiten, nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Ik wil weten of er wat van de kern van die informatie overblijft, of dat vooral de sensatieverhalen, de spectaculaire ontdekkingen en de zaken die vies en eng zijn de media halen," Als voorbeeld verwijst hij naar de recente aandacht voor de hepatitisB besmettmg door een chirurg, "Wordt mensen alleen maar duidelijk dat een chirurg mensen misschien wel dood gemaakt heeft, of kunnen ze dat plaatsen, weten ze wat hepatitis-B voor een virus is?" Er is volgens Meijman bijna elke week wel een vergelijkbaar voorbeeld, zoals de legionellabesmetting in West-Friesland of de afwikkeling van de Bijlmerzaak, HIJ wil zich echter vooral gaan concentreren op de 'alledaagse' medische
«"f^mif
p^f'^fff^.-
informatie, "Huisartsen leven van de gewone, alledaagse kwalen: hoesten en proesten, wondjes die niet dicht willen, overspannenheid en depressiviteit. Het is minstens zo interessant om te kijken wat de wetenschappelijke kwaliteit van de berichtgeving over dit soort zaken is,"
Kluif Voorlopig wil hij ook huisarts en studentenarts voor de uvA blijven. Hij werkt al twintig jaar in een praktijk aan de Oude Turfmarkt, De combinatie met zijn nieuwe baan als wetenschapper is volgens hem vruchtbaar, "Een huisarts richt zich op de vraag van de patiënt, heeft een klantgerichte benadering, In de wetenschapsjoumalistiek gaat het precies andersom. Degene die de informatie distribueert bepaalt wat kennelijk interessant is. Ik heb het idee dat daardoor sommige terreinen nu niet aan bod komen bij delen van het publiek," Aan het opzetten van het onderzoek wil hij prioriteit geven. Ideeën daarvoor heeft hij genoeg, "Met taalkundemensen wil ik onderzoeken hoe wetenschappers hun boodschap overbrengen. Misschien ga ik ook contact zoeken met communicatiewetenschappers," Van onderwijs geven zal het dit eerste jaar nog niet komen. Alleen al omdat het curriculum nu al loopt. Het is de bedoeling dat niet alleen vu-studenten van alle faculteiten, maar ook studenten van andere instellingen straks colleges bij hem kunnen volgen, "Dat is een mooie intentie, die ik ook onderschrijf, maar de realisenng wordt nog een hele kluif', verzucht Meijman, Hij wil studenten leren hoe ze een ordentelijk onderzoeksverslag voor een tijd-
Frans Meijman: 'Ik ben zelf een goed voorbeeld van een slecht formulerende wetenschapper' schrift of een rapport moeten schrijven en hoe ze een goede samenvatting, literatuuroverzichten, beschouwingen, commentaren en persberichten moeten maken. Zijn leerstoel is ondergebracht bij de afdeling metamedica, waar ook ethiek, filosofie en geschiedenis van de geneeskunde bijhoren, "Dat is niet zomaar, want er zijn ook ethische dilemma's bij het publiceren, zoals de vraag welke gegevens je verdonkeremaant en welke niet. En hoe ga je ermee om als je merkt dat andere mensen maar de halve waarheid op papier zetten? Ik heb de indruk dat aan al deze zaken nu nauwelijks aandacht wordt besteed in het onderwijs,"
Bram de Hollander
Meijman wil verder studenten de mogelijkheid bieden een scriptie te schrijven op het terrein van de wetenschapsvoorlichting of stage te lopen op de redactie van een wetenschappelijk tijdschrift. "Als studenten geneeskunde, biologie, communicatiewetenschap, taalkunde of geschiedenis daar belangstelling voor hebben, houd ik me van harte aanbevolen,"
Sensatie Met lesgeven heeft hij al eerder vijf jaar ervaring opgedaan toen hij huisartsengeneeskunde gaf in het MAC. "Toen zaten er wel eens patiënten bij mij m de collegebankjes. Dat had wel iets grappigs, moet ik zeggen," Maar
nu worden het volgens hem duidelijk gescheiden taken, "Aan de UVA hoor ik bij de studentendienstverleners Hier ben ik primair wetenschapper" Dat de leerstoel bij de vu is ondergebracht, komt doordat deze unuersiteit een voorstel indiende bij het Van Walreefonds, Meijman solliciteerde daar vervolgens op. Volgens de deeltijdhoogleraar biedt hij straks iets geheel nieuws, "Er zijn natuurlijk al wel cursussen wetenschapsjournalistiek. Maar daarin gaat het niet om onderzoekers die onderzoeksgegevens willen vastleggen en verspreiden. Een heleboel onderzoekers doen redactiewerk er en passant bij, bijvoorbeeld als editor van een wetenschappelijk tijdschrift. Zij worden allemaal in de praktijk geschoold. Maar je hoeft met elke generatie zelf het wiel te laten uitvinden", vindt Meijman, "Zelf ben ik ^ autodidact op dit vlak," Hij was veertien jaar hoofdredacteur van Huisaüs en Wetenschap. D e bijzonder hoogleraar wi! ook contacten gaan leggen met bijvoorbeeld wetenschapsjournalisten of mensen die hun onderzoek voor het voetiicht willen brengen. De interactie tussen media en onderzoekers is volgens hem voor verbetering vatbaar "Je hoort journalisten nogal eens van wetenschappelijk onderzoekers zeggen dat ze met kort kunnen formuleren. Andersom vinden wetenschappers dat journalisten niet weten waar ze het over hebben en alleen de sensatie uit onderzoeken halen," Zelf voor voorlichter gaan spelen is hij met van plan, "Een wetenschappelijke belangstelling voor publiceren over wetenschap betekent niet dat je een goede voorlichter bent. Net zoa een goede dramaturg een slechte acteur kan zijn. Ik denk dat ik eerder een goed voorbeeld ben van zo n slecht formulerende wetenschapper, Ik ben nogal lang van stof Maar IK heb wel de pretenrie dat ik mensen kan helpen bij het helder krijgen van datgene wat ze willen comfflU' niceren,"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's