Ad Valvas 1999-2000 - pagina 553
jDVALVASllMEI 2000
PAGINA 5
Internetdeskundige neemt afscheid
'Docenten houden de deur nog stijf dicht voor ICT' Het wil maar niet vlotten inet informatie- en communicatietechnologie in het hoger onderwijs. Dat ligt vooral aan eigenwijze docenten, zegt dé deskundige op het gebied van ICT en hoger onderwijs, Henk de Wolf. "Het hoger onderwijs piept en knarst. Maar docenten houden de deur stijf dicht." Een interview.
als je ergens niet goed in bent." Het probleem is echter dat veel docenten in het hoger onderwijs "eigenwijze rakkers" zijn, en sinds jaar en dag "baas in eigen klas". "Zelf heb ik er ook jaren over gedaan om te accepteren dat wat ik nu doe gewoon zakelijk, industrieel werk is. Dat je bezig bent met wetenschap of het uitdragen van cultuur legitimeert nog niet dat je inefficiënt werkt."
Krank) orum druk
Inge Hoogendoorn/HOP "Je kunt geen hogeschool of universiteit meer binnengaan of er is een stevige iCT-infrastructuur. Maar de echte doorbraak wil maar niet komen", zegt prof dr. Henk de Wolf, die zich al bijna twintig jaar bezighoudt met onderwijsvernieuwing aan de Open Universiteit. Eind deze maand neemt hij afscheid, hoewel hij naar eigen zeggen "nog niet klaar" is. "ICT blijft een extraatje. Er komt steeds meer apparatuur en programmatuur, maar het onderwijskundig gebruik is nog altijd oppervlakkig en vluchtig. Losse mensen werken aan losse producties. Die beklijven niet, maar kosten wel tonnen aan expertise, tijden geld." Zonde, vindt D e Wolf Hij weet wat de oorzaak van die verkwisting is: ICT wordt alleen maar ingezet als nieuw hulpmiddel, niet om lesmethoden werkelijk te vernieuwen. "Het hoger onderwijs is blijven hangen in de eerste fase van iCT-onderwijs: het binnenhalen van de machines en het opzetten van een aantal projecten. Maar vervolgens moet je een stap verder gaan: een diagnose stellen van wat er beter kan in het onderwijs en een nieuw ontwerp maken." Zo'n nieuw 'ontwerp' van het onderwijs is hard nodig, denkt de professor informatietechnologie, want: " H e t huidige hoger onderwijs knarst en
De Wolf: 'Er komt steeds meer apparatuur, maar het onderwijskundig gebruik is nog oppervlakkig' piept. D e jongelui zien er niet altijd even gelukkig uit, de uitval is groot. Logisch, want nog altijd draait het onderwijs om de docenten, en niet om de studenten, om wat zij willen en kunnen leren en hoe ze dat op een
den. Degene die het lesmateriaal ontwikkelt, hoeft niet degene te zijn die het onderwijsprogramma uitvoert, en degene die de studenten begeleidt, kan iemand anders zijn dan degene die ze beoordeelt.
Cynthia van Elk
ze les staan te geven, komt er nooit iemand bijzitten om te vertellen wat er allemaal niet deugt. Ze houden de deur stijf dicht." "Maar er zijn maar weinig docenten die alle kanten van het vak even goed
'Veel docenten in het hoger onderwijs zijn eigenwijze rakkers' effectieve en aardige manier kunnen doen." Zet eerst maar eens het leren centraal, adviseert D e Wolf Dan zal blijken dat de verschillende functies in het onderwijs uit elkaar getrokken kimnen wor-
Docenten hoeven niet meer de duizendpoot uit te hangen, die alles alleen kan. H e t zou een enorme verbetering zijn als ze gaan samenwerken, zegt de Heerlense professor. " N u kunnen docenten zich verschuilen. Als
beheersen. E n nog minder die de tijd hebben om al hvin taken behoorlijk uit te voeren. D a n denk ik: zet ze in teams bij elkaar. D a n krijg je ook meer tevredenheid. Want je leent uit waar je goed in bent en krijgt support
"Ik weet niet waar het wachten op is", aldus De Wolf Hij heeft geen hoge pet op van de vemieuwingskracht die universiteiten en hogescholen tentoon spreiden. "Het Nederlandse onderwijsstelsel is omstreeks 1900 ontstaan. Sindsdien is het alleen maar hechter geworden, steeds resistenter tegen innovatie", weet de voormalig docent geschiedenis van het onderwijs. Precies om die reden maakte D e Wolf zelf in 1982 de overstap van de Nijmeegse universiteit naar de Open Universiteit. Daar werd hij hoofd van het Onderwijstechnologisch Innovatiecentrum, dat nieuwe vormen van afstandsonderwijs bedenkt en ontwikkelt. Die zijn de laatste jaren helemaal op ICT gebaseerd. Ook als D e Wolf straks met pensioen is, zal het hoger onderwijs gebruik kunnen maken van zijn expertise. "Ik wil nog minstens vijf jaar werken. Een paar weken geleden heb ik me als adviseur laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel." Als afscheidcadeau voor de Open Universiteit heeft D e Wolf een virtuele beurs opgezet (www.onderwijsinnovatie.nl). Daarop kurmen onderwijsvemieuwers h u n iCT-projecten presenteren. Zo kunnen ze h u n kennis en ervaringen uitwisselen. D e respons is tekenend. "Iedereen die ik er over aanspreek, is enthousiast, maar toch loopt het nog niet erg. D a t komt doordat iedereen in het onderwijs het krankjorum druk heeft. Bovendien is de versplintering te groot. D e voorlopers hebben vaak onvoldoende zicht op wat er gaande is, ze zijn ieder voor zich bezig het wiel uit te vinden. En de relatieve achterblijvers voelen zich niet in staat om zich te presenteren."
Hermans gaat publicatiedwang verminderen
Bureaucratie rond onderzoek smoort de creativiteit Wetenschap wordt de laatste jaren uitentreure beoordeeld. "Er wordt door die beoordelingen nu veel harder gewerkt", zegt dr. Rik Scheper, hoogleraar experimentele pathologie aan de VU. IVIaar er is ook een keerzijde: bureaucratie. En die smoort de creativiteit, vindt zelfs minister Hermans.
Zo bont als prof dr. Albert Polman net meemaakte, komt het misschien jjiet al te vaak voor. Polman werkt aan 1« Amolf in Amsterdam, één van de fflstituten van natuurkunde-stichting OM. Acht onderzoekers en twee techWci werken er in zijn groep samen. tnans, als zij niet van h u n werk ienouden worden door een commissie die wil weten of zij h u n werk wel goed oen. Want daarvan kregen Polman en de zijnen er het afgelopen jaar "ogal wat ovear de vloer. Maar liefst 46 H '"^""'^'^«''ngspanels met in totaal deskundigen uit binnen- en buitenland spraken zich over Polmans onderzoek uit. zf ^ p "*oudelijk levert dat niets op", gt Polman, "en met het oordeel van ^, Pfnels ben ik zeer tevreden, dus K dat is het probleem niet. Maar ik ^ n er wel veel tijd aan kwijt geweest. sch ft ''!^"^'^ vragen van tevoren nnttelijke informatie op en soms ^onien ze ook op bezoek." E n als dat re_ . "^^ keren per jaar moet gebeu> Wil Polman maar zeggen, dan
wordt dat welhinderlijk. Maar Polmans relaas gaat verder. Twee van de panels die hij ontving, spraken elkaar lijnrecht tegen. D e landelijke onderzoeksorganisatie NWO zag een grote toekomst voor een door haarzelf betaald onderzoek op het gebied van zonnecellen. Maar de jury die Polman door FOM zelf op zijn dak gestuurd kreeg, vond het tegendeel. De drie ton subsidie die Polman al op zak had, werd teruggestort op rekening van NWO. "Dat was bitter, ja." Polmans verhaal is niet uitzonderlijk. Veel onderzoekers klagen erover dat ze langzamerhand meer tijd kwijt zijn aan het schrijven van verslagen en programma's en voorstellen dan aan het onderzoek zelf T o t h u n ergernis moeten ze voor elke nieuwe instantie hun gegevens weer opnieuw opschrijven, vaak net even anders dan ze het bij wijze van spreken vorige maand al gedaan hadden. De meeste onderzoeksgroepen hebben met tenminste drie instanties te maken. Allereerst zijn er de commissies van de VSNU, de vereniging van universiteiten. Die blikken terug op resultaten uit het verieden. Daarnaast
krijgen ze te maken met de academie van wetenschappen (KNAW), die de
toekomstplannen van onderzoekscholen keurt. Wie financiële steun van NWO wil - en geen enkele zichzelf respecterende groep kan eigenlijk zonder - moet ten slotte ook daarvoor zijn plannen uitgebreid op papier zetten. De ergernis over alle papierwerk rond evaluaties is groot. Maar desondanks betwist niemand het belang van al die beoordelingen. "Het is heel normaal dat onderzoek waaraan de overheid geld besteedt, regelmatig beoordeeld wordt", zegt ook de veelvuldig geplaagde Polman.
een heel andere boeg gooien? Niemand die er erg in had. D e reputatie van onderzoekers was doorgaans slechts onder vakgenoten bekend. Openbare verantwoording bestond niet. De schok was groot toen toenmalig minister Deetman begin jaren tachtig met het plan kwam om onderzoek 'voorwaardelijk' te financieren. Voortaan moesten wetenschappers van tevoren een onderzoeksprogramma schrijven. D a t werd door buitenstaanders beoordeeld, vooraf en achteraf. Wie onder de maat bleef, kreeg geen geld meer, zo was de gedachte. Van die financiële kant van Deetmans
"De druk om te publiceren, vooral in internationale tijdschriften met een hoge impactfactor, is verder toegenomen. (...) Zwakke, niet publicerende groepen kurmen nauwelijks in het verborgene blijven bestaan", schreef de VSNU in 1996. D a t is winst, vinden alle betrokkenen. Maar die openbare verantwoording heeft ook een keerzijde. Niet voor niets is het onheilspellende publish or perish vanaf die tijd een gevleugelde uitdrukking in academisch Nederland. Onderzoekers die lang meelopen spreken van een heuse cultuuromslag.
Partijtje Tennis
'Het is tegenwoordig volstrekt normaal om je op de borst te kloppen over je eigen prestaties' Dat was rond 1980 wel anders. T o t die tijd gaf de overheid de imiversiteiten simpelweg een grote zak met geld, in de hoop dat dat mooi en belangrijk onderzoek opleverde. Wetenschappers hadden veel vrijheid om hun onderzoek naar eigen goeddunken uit te voeren. Wilden ze zich jaren terugtrekken op him kamer om een groot standaardwerk te schrijven? Dat kon. Liep h u n onderzoek vast en moesten ze het over
plan is niet veel terecht gekomen, maar toch was de invoering van de voorwaardelijke financiering een breuk met het verleden. Voortaan werden van wetenschappers gevraagd zich te verantwoorden voor him prestaties. De beoordelingen die de VSNU vanaf de jaren negentig uitvoert, deden er nog een schepje bovenop. Die maakten genadeloos openbaar welke groepen wel en welke geen goede prestaties leverden.
"Er wordt nu veel harder gewerkt", zegt dr. Rik Scheper, hoogleraar experimentele pathologie aan de Vrije Universiteit. "Toen ik dertig jaar geleden begon als onderzoeker, gingen we tijdens de lunch vaak een partijtje tennissen. D a t is nu volstrekt ondenkbaar. " Maar dat is niet de enige verandering. "Het is tegenwoordig volstrekt normaal om je op de borst te kloppen over je eigen prestaties", zegt Scheper. "Je eigen 'excellentie' moet in de etalage. Natuurlijk is die cultuur het directe gevolg van het prestatiegerichte beleid van de afgelopen jaren. D e Verenigde Staten zijn ons daarin voorgegaan, daar heerst die poeha-cultuur al jaren. En hier gebeurt alles nu eenmaal twintig jaar later." Lees verder op pagina 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's