Ad Valvas 1999-2000 - pagina 452
AD VALVAS 23 MAART 2000
PAGINA 8
initiatieven. Van der Werf merkt ook dat de faculteiten profijt hebben van de netwerken. "Zo hoor je heel duect hoe het er op de scholen aan toegaat. Die contacten zijn heel vruchtbaar." Op de faculteiten zijn er de laatste jaren ook veranderingen geweest in de manier van onderwijzen. Zo is bij psychologie vorig jaar begonnen met een nieuwe aanpak in het propedeusejaar het project 'Activerend onderwijs' Maar ook de inhoud van de vakken is veranderd. "Beide veranderingen sluiten eigenlijk heel goed aan bi) de tweede fase op de middelbare scholen", verduidelijkt Jan van Gastel, coördinator onderwijs en onderzoek bij psychologie. "Maar dat was niet het eerste doel. We vonden het belangrijk dat de studenten de stof actiever zouden kunnen verwerken en we wilden de rendementspercentages verbeteren."
Relevantie
Ron Kruit
De studenten van straks zitten nu nog in het studieliuis
Hoe de universiteit zich voorbereidt op een nieuwe generatie studenten
Rustig wachten op de studiehuisleerling
Ook bij Exacte Wetenschappen, Biologie en Aardwetenschappen werden de veranderingen niet ingegeven door de tweede fase. Van der Werf van FEW: " D e impuls om het onderwijs nog eens extra goed te bekijken kwam eerder door het zogenaamde betaconvenant, dat in september is ingegaan en dat onder meer inhoudt dat de bètaopleidingen een jaar langer duren Dat extra jaar is met bedoeld om het programma te verzwaren, maar om de opleiding beter aan te passen aan de instroom, dus de leerlingen die van de middelbare school komen. Ook de maatschappelijke relevantie van de opleidingen, en de aansluiting bij het bedrijfsleven moesten duidelijker worden." De verbeteringen van de kwaliteit en de inhoud van het onderwijs op al deze faculteiten komen dan wel voort uit andere motieven, toch is het niet toevallig dat ze aansluiten bij de ontwikkelingen op de middelbare scholen, vinden OAB-hoofd Hermans en Jaap Buning, practicumdocent natuurkunde. "Ook universiteiten gaan zich steeds meer richten op maatschappelijke relevantie en didactische vaardigheden", vertelt Buning. "De ontwikkelingen op de scholen en op de universiteiten hangen al veel langer met elkaar samen. Zo is de impuls om meer vaardighedenonderwijs op de middelbare scholen te geven, vanuit de universiteiten gekomen."
Spectaculair In 2001 staan ze voor de poorten van de universiteiten: de 'nieuwe' studenten, op de middelbare school opgeleid in het studiehuis. Hoe bereidt de VU zich voor op hun komst? "We hebben er nog geen zicht op hoe ingrijpend de veranderingen daadwerkelijk zullen zijn."
Eva van der Plas De tijd begint te dringen. N u nog zit de studiehuisleerling op school. Maar het duurt met lang meer of de 'nieuwe' leerling heeft het vwo-diploma op zak. Dan wordt het tijd voor een vervolgopleiding. O m de overgang van studiehuis naar universiteit soepel te laten verlopen, is aan de vu het project 'Aansluiting vwo-vu' opgezet. 'Aansluitmg' lijkt hierin voornamelijk te betekenen: het aanhalen van de banden met de middelbare scholen m de regio. Hiertoe heeft de vu, net als de meeste andere universiteiten in Nederland, netwerken in het leven geroepen. De scholen die aan zo'n samenwerkingsverband meedoen, kunnen allerlei diensten van de v u verwachten. Voor de imiversiteit is het een middel om op de hoogte te blijven van wat er op de scholen gebeurt. Zo organiseert de universiteit speciale oriëntatiedagen voor een vaste groep scholen. De voorlichtingsactiviteiten op die dagen worden speciaal afgestemd op de wensen van de scholen. "Loopbaanoriéntatie is een nieuw vak. De leerlingen op de middelbare scholen oriënteren zich in de vernieuwde tweede fase veel grondiger", zegt Armemiek Staarman, sinds september 1998 coördinator van het project Aansluiting vwo-vu.
De netwerken richten zich niet alleen op voorlichting, ook op het inhoudelijke vlak worden de contacten tussen universiteit en scholen aangehaald. Leerlingen kunnen naar de universiteit komen om hulp te krijgen bij onderzoekjes die ze voor school moeten doen. Ze kunnen bijvoorbeeld apparatuur gebruiken die er op de scholen niet is of begeleidmg krijgen van studenten en medewerkers van de universiteit. Ook leveren de faculteiten af en toe een bijdrage aan het onderwijsmateriaal, dat in de vernieuwde tweede fase immers met meer alleen uit schoolboeken bestaat, maar bijvoorbeeld ook van internet kan worden gehaald.
Bodypainten Zo leverde de faculteit Bewegingswetenschappen het materiaal voor het werkstukonderwerp 'de klapschaats'. Leerlingen kunnen alles hierover vinden op de internetsite 'Werkstuknetwerk'. De website is bedacht door een groep studenten die opereert onder de naam United Knowledge. H e t maakt deel uit van het project Aansluiting vwo-vu. De divisie scheikunde maakt brochures die de studiehuisleerlingen kunnen gebruiken voor een werkstuk of onderzoekje. De glossy en op A4formaat uitgegeven brochures gaan over onderwerpen als bodypainten, water of chocola. De netwerken met scholen zijn een speerpunt van het project. Staarman: "Tot nu toe bestaat het netwerk van de vu uit 23 scholen, maar tegen de zomer worden dat er meer, omdat we dan gaan samenwerken met een nieuwe groep scholen in Noord-Holland. Dan hebben we er evenveel als de UVA." De concurrentie tussen de twee Amsterdamse universiteiten blijft overigens netjes. "We hebben de afspraak dat we de scholen niet van elkaar afpakken. Scholen mogen wel tegelijk aan het ene en aan het andere netwerk meedoen." Staarman geeft toe dat de netwerken
ook een wervende functie hebben. Als scholieren al bekend zijn met de vu, zijn ze misschien ook eerder geneigd aan deze universiteit te komen studeren. "Natuurlijk speelt dat element een rol, maar werving is niet waar ik in de eerste plaats voor ben aangesteld."
Stimuleren De activiteiten in het kader van het project dat Staarman coördineert, zijn dus vooral gericht op de communicatie tussen de universiteit en de middelbare scholen. Maar wat gebeurt er op de v u zelf om het pad te effenen voor al die scholieren die straks, lekker gemaakt door mooie internetsites en brochures, de universiteit binnenstromen? Dat is nog niet zo duidelijk. Staarman: "Het wordt tijd dat we ons op de faculteiten zelf gaan richten. Ik moet toegeven dat ik er tot nu toe zelf weinig zicht op heb. Als coördinator probeer ik momenteel de vakgroepen en de docenten aan de universiteit te stimuleren om alvast na te denken over de veranderingen die straks gaan plaatsvinden. De didactische methodes zullen aangepast moeten worden, maar dat geldt misschien ook voor de curricula van de studies. Er komen immers studenten met andere vakkenpakketten, en dus met andere voorkennis." Het onderwijsadviesbureau van de VU, het OAB, adviseert docenten voorlopig nog niet over nieuwe onderwijsmethoden voor de nieuwe studenten. Dick Hermans, hoofd van het OAB, zegt af te willen wachten hoe het in de praktijk zal uitpakken. "Of wij dan niet achter de feiten aanlopen? Misschien wel, maar het kan niet anders. We hebben er nu nog geen zicht op hoe ingrijpend de veranderingen daadwerkelijk zullen zijn." Het mstituut voor didactiek en onderwijspraktijk IDO, de lerarenopleiding van de vu, heeft vorig jaar wel alle faculteiten benaderd met het voorstel om een tweedaagse cursus te organi-
seren voor propedeusedocenten. Die cursus moest de docenten ertoe aanzetten om zelf aan de gang te gaan met de op handen zijnde veranderingen in de onderwijsprogramma's. De belangstelling was niet overweldigend, aldus Armemiek Staarman. "Sommige faculteiten hadden geen belangstelling, andere waren er al mee bezig, en weer andere wilden wel een cursus, maar op een andere manier." Uiteindelijk heeft het iDO bij Theologie, Biologie, Letteren, s c w . Economie en scheikunde een cursus op maat gegeven. Hans Zloch van het IDO: "De doelstelling van het project was niet om in te grijpen in de curticula, maar om te informeren en te inspireren."
Vruchtbaar Informeren, inspireren en contact onderhouden met de scholen. Dat zijn de stappen van de centrale organen van de vu om de universiteit voor te bereiden op de nieuwe lichting studenten. Maar is dat genoeg? Staarman: "De concrete veranderingen moeten op facultair niveau plaatsvinden. Elke faculteit heeft z'n eigen verantwoordelijkheid voor het onderwijs en het curriculum." Staarman wil de faculteiten daarbij graag helpen, maar ze kampt met een probleem: "Niet iedereen weet van mijn bestaan. Soms leggen individuele docenten die iets willen ondernemen de vreemdste omwegen af, om dan uiteindelijk toch bij mij uit te komen." Bij psychologie, economie en op de bètafaculteiten is men zich overigens wel degelijk bewust van de veranderingen die komen gaan. Op deze faculteiten worden eventuele voorbereidingen min of meer centraal geregeld. Psychologie heeft vorig jaar de afdeling voorlichting en werving in het leven geroepen, bij Economie stuurt de onderwijsdivisie de veranderingen in het onderwijs aan en bètacoördinator Sylvia van der Werf praat regelmatig met de bètafaculteiten over hoe het tot nu toe gegaan is en over nieuwe
Hoe zit het nu met die nieuwe student die in 2001 de collegezalen gaat bevolken? D a t die student eventueel minder of andere kennis heeft, daar maken de meeste betrokkenen zich niet druk over. Onderwijscoordniator Van Gastel van psychologie: "Alle profielen in de tweede fase hebben nu bijvoorbeeld wel een beetje wiskunde, maar of dat genoeg is, weten we nog niet. Binnenkort zetten we daar een deskundige op, o m dat haarfijn uit te zoeken. Zo ingewikkeld is dat niet. We zijn nog ruim op tijd op de hoogte." Bij Exacte Wetenschappen zijn al vakdidactici ingezet om de eventuele gaten in het cumculum vroegtijdig te onderkennen, maar ook hier worden geen onoverkomelijke problemen verwacht. Natuurkundedocent Buning heeft zijn eigen visie op de student van de toekomst. "Nieuwe studenten zouden in principe minder aansluitingsproblemen moeten hebben. Toch is het de vraag of de resultaten van het studiehuis uiteindelijk wel zo spectaculair zullen zijn. De vaardigheden die van leerlingen worden verwacht, zijn nog niet zo simpel. Belangrijke academische vaardigheden zijn bijvoorbeeld dat je kunt beoordelen wat de kwali- ^ teit is van je kennis en wat je eigen ro is in het verwerven van die kennis. denk dat de aankomende studenten die vaardigheden nog niet onder de knie zullen hebben.' , Ook Hermans van het onderwijsaüviesbureau zet kanttekeningen bij n eff-ect van het studiehuis: "Het vaardighedenonderwijs hoeft niet vanzei sprekend in het voordeel van de lee lingen te werken. Als jurist heb je v het kritisch lezen van teksten bijvoo beeld heel andere vaardigheden nous dan als neeriandicus. Soms kan ee aangeleerde vaardigheid zelfs in ) _ nadeel werken als je die moet to P ^^_ sen in een andere situatie. <J0^ rechts-links kunnen kijken voora" de straat oversteekt, kan bDVOort^e tegen je werken als je m Engelanu oversteken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's