Ad Valvas 1999-2000 - pagina 55
AD VALVAS 9 SEPTEMBER 1 9 9 9
PAGINA 1 1
Nederlanders blijven gulle gevers
Jaarlijks ruim vijf miljard naar goede doelen Volgens Schuyt speelt überhaupt de belasting in Nederland een bijzondere rol in de filantropie. Nederlanders betalen relatief veel belasting. Via die belasting gaat een hoop geld naar maatschappelijke doelen, zoals musea, orkesten, welzijnswerk en wetenschappen. "In de Verenigde Staten is de belastingdruk veel lager. Burgers daar geven twee keer zoveel aan goede doelen als m Nederland. Belasting en giften voor het goede doel zijn blijkbaar communicerende vaten. Veel Nederlanders vinden dat ze via de belasting al genoeg aan liefdadigheid doen. Bijvoorbeeld omdat de staat een procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking uitgeeft. Als je die verschillen in belasting meerekent, kan je zeggen dat Nederlanders minstens zo goedgeefs zijn als Amerikanen."
De meeste Nederlanders laten de collectebus niet voorbijgaan zonder iets te geven voor het goede doel. Jaarlijks gaat ruim vijf miljard gulden naar de caritas. Socioloog Theo Schuyt bracht de geldstromen in kaart. "Het is een misvatting dat de rijken aan de armen geven. Mensen geven vooral aan mensen uit eigen kring."
Hoogbejaarden
Dirk de Hoog "Geven voor goede doelen vormt een belangrijk nieuw terrein voor wetenschappelijk onderzoek", vindt T h e o Schuyt. De socioloog, die werkt bij de faculteit sociaal culturele wetenschappen aan de VU, presenteert donderdag 9 september het nieuwe rapport Geven in Nederland, met gegevens over het jaar 1997. Eerder bracht hij een rapport uit over 1995. Tussen de twee gedane metingen zijn geen echt grote verschillen te constateren. Pas op langere termijn zijn verschuivingen en trends te signaleren die echt interessant zijn. Schuyt heeft daarom het voornemen een dergelijk rapport iedere twee jaar te laten verschijnen. Nederlandse burgers, bedrijven en fondsen geven ongeveer een procent van het bruto nationaal product aan goede doelen, oftewel ruim 5 miljard
Theo Schuyt: 'Ouderen geven waarschijnlijk veel meer aan de samenleving dan ze aan verzorging kosten' gulden. H e t bedrag was in 1997 iets hoger dan in 1995. Ook de doelen van de giften bleven nagenoeg gelijk. D e kerken krijgen het meest, bijna een kwart, gevolgd door sport, internationale hulp en gezondheidszorg. Onderwijs en cultuur krijgen relatief weinig. Milieu en natuurbehoud is minder populair aan het worden. In 1995 ging daar nog 14 procent van de giften heen, nu 9 procent, oftewel 452 miljoen gulden. Schuyt maakt een paar kanttekeningen bi) deze cijfers. "Hoeveel geld Nederlanders aan goede doelen geven weet niemand precies. Deze schattingen zijn aan de lage kant. We weten bijvoorbeeld niet hoeveel geld er via erfenissen een maatschappelijke bestemming krijgen."
BRONNEN VAN BIJDRAGEN fondsen (9%)
^>o^s^mAmMsiGQEiBmmBsmx i maatschappelijke sociale doelen (12%)
overig (1%) kerk/levensbeschouwing (24%)
sport/recreatie (17%) kunst/cultuur (4%) onderwijs/onderzoek (5%) milieu/natuurbehoud/ dierenbescherming (9%) TOTAAL 5 3 MILJARD GULDEN DOELEN WAARAAN OEfiEVEM WEBO INs kerk/lGvensbeschouwing (26%) gezondheid (17%) internationale tiulp (16%) milieu/natuurbehoud/dierenbescherroing(14%)
ondGrwIjs/ondeaoek kunst/cultuur (3%) sport/recreatie (12%) maatsctiappelijke sociale doelen (10%)
Cynthia van Elk
Ook over allerlei fondsen die aan goede doelen geven ontbreken harde gegevens. Van de ruim vijfhonderd organisaties die in het fondsenboek staan is onbekend hoe groot het gezamenlijke vermogen is. Veel fondsen vermelden namelijk met hoeveel geld ze bezitten.
De staat loopt flink wat geld mis door het geven aan goede doelen, omdat de giften tot 800 gulden aftrekbaar zijn. Ook bij erfenissen mist de staat inkomsten door minder successierechten. Schuyt schat dat de overheid via belastingaftrek voor minstens een miljard meebetaalt aan goede doelen. In de toekomst kan dat door de vergrijzing van de bevolking nog flink oplopen. "Veel mensen zien hoogbejaarden vooral als zielige eenzame, zieke mensen die de samenleving handenvol geld kosten. Er IS ook een andere kant. Ze hebben een gigantisch vermogen dat voor een deel naar goede doelen gaat via giften en erfenissen. Ouderen geven waarschijnlijk veel meer aan de samenleving dan ze aan verzorging kosten." O m hoeveel geld het gaat weet Schuyt niet, maar hij noemt schattingen uit de Verenigde Staten. Daar zouden mensen boven de 65 jaar gezamenlijk een vermogen van 13 triljoen dollar bezitten, oftewel 13 duizend miljard dollar. "Niet vreemd dat steeds meer fondsenwervers zich op deze groep richten", zegt Schuyt met enig gevoel voor understatement. Deze trend heeft hij ook al in Nederland gesignaleerd, onder meer bij het Leger des Heils, dat bejaarden oproept bij het verdelen van hun erfenis ook aan de heilsoldaten te denken. De gulste leeftijdsgroep in Nederland zijn overigens mensen tus-
sen de 51 en 65 jaar. Zij hebben een voorkeur voor gezondheidsdoelen, zoals het kankerfonds. Hoewel bijna alle huishoudens (87%) geven bij huis-aan-huiscollectes en 71 procent weleens loten koopt voor een goed doel, komt het meeste geld binnen via vaste donaties. Daar doet bijna de helft van de Nederlandse gezinnen aan mee. Gemiddeld geeft een gezin jaarlijks ƒ 600 aan het goede doel. Meer dan duizend gulden schenkt 14 procent van de huishoudens, onder wie Schuyt en echtgenote. Mensen die bij een kerkgenootschap behoren geven het meest. Gereformeerden het allermeest. Een groot deel van deze giften gaat naar de kerken zelf. "Het is dan ook een misverstand dat rijken aan de armen geven. Mensen geven vooral aan elkaar. Zo sponsoren de notabelen het Concertgebouw, de middenklasse het fanfarekorps en de arbeiders de voetbalclub, globaal gezegd. In Amerika zie je bijvoorbeeld dat veel afgestudeerden grif geven aan hun eigen universiteit. Alleen bij rampen, echte calamiteiten en schrijnende armoede geeft de burger gul om het leed te verzachten. Zelf heb ik met alleen aan de slachtoffers van Turkije gegeven, maar steun ik ook bevriende kunstenaars." Volgens Schuyt bestaat er geen collectemoeheid in Nederland. "Rampen komen onverwacht. Als het leed groot genoeg is trekken mensen nog steeds hun beurs. Het is net als met een ongeluk op de snelweg. Als jij de eerste in de buurt bent, stop je. Je rijdt niet door omdat je een maand geleden ook al een keer gestopt bent." Schuyt vindt de actie voor Turkije redelijk geslaagd. "Veertig miljoen is niet slecht als je bedenkt dat veel mensen nog op vakantie waren." Zijn ervaring is dat je mensen ertoe moet zetten om geld te geven. "Je moet het zo organiseren dat individuen met kunnen weigeren om te geven. H e t beste werkt het om collectieven aan te spreken. Bijvoorbeeld een hele schoolklas geld laten inzamelen of op de VU met de pet alle kamers afgaan. Dat levert aanzienlijk meer op dan mensen op te roepen anoniem iets per giro over te maken. Ik zeg weleens dat mensen met vanwege het doel geven, maar vanwege de persoon die om het geld vraagt. Mies Bouwman kon dat als geen ander."
Slapende fondsen O m een indruk te geven van de omvang van het onbekende kapitaal pakt Schuyt het fondsenboek en bladert er doorheen. "We weten dat deze fondsen samen zo'n vijfhonderd miljoen gulden per jaar uitkeren. Geschat is dat 10 procent van hun vermogen. D a n heb je het al over een bedrag van vijf miljard gulden. Maar niemand weet hoeveel het precies is. Ook de belastingdienst niet." Hij wijst het Oude Armen Fonds aan, opgericht in 1600. H e t vermogen staat er niet bij. Ook bij het Anton Jurgens Fonds uit 1969 staat geen vermogen vermeld. Bij het Koningin Juliana fonds wel: 103 miljoen gulden. Schuyt onderstreept dat naast de vermelde fondsen er nog tientallen, zo niet honderden andere bestaan. Voor een deel slapend en door nagenoeg iedereen vergeten. Hij vindt dat de belastingdienst zich meer met deze fondsen en het geven aan goede doelen in het algemeen zou moeten bezighouden. " N u is het in Nederland voldoende om een stichting voor een goed doel op te richten en eenmalig belastingvrijstelling aan te vragen. D a n kijkt er niemand meer naar." Volgens hem zijn er fondsen die geld werven zonder duidelijk te maken hoeveel en waaraan ze het uitgeven. Of fondsen die helemaal niets uitkeren en alles oppotten. "In Amerika bestaat de regel dat fondsen ieder jaar een bepaald percentage van hun vermogen aan het bestemde doel moeten geven om hun belastingvoordeel te behouden. D a t lijkt m e een zinnige afspraak."
"Ik doe onderzoek naar filantropie omdat ik dat een ontzettend leuk onderwerp vind. Bovendien is het in Nederland een nog nagenoeg onontgonnen wetenschapsterrein. Maar het lijkt erop dat de vu mijn werk zelf ook als liefdadigheid ziet. Een groot deel doe ik in m ' n vrije tijd en ik zorg zelf voor de inkomsten. De gezamenlijke fondsen vinden dit werk namelijk wèl belangrijk en betalen flink mee." Vanuit een aantal grote instellingen zoals het Wilhelminafonds ligt er een aanvraag bij de v u om een bijzonder hoogleraar in de filantropie te mogen aanstellen. Volgens De Telegraaf vzn deze week zou dat Theo Schuyt moeten worden. D e socioloog kan echter niet precies aangeven hoe de zaken ervoor staan. Hij zegt dat de ambtelijke molens traag werken bij de afhandeling van het verzoek. D e onderzoeker voelt zich door de verschillende instanties aan de v u "gemangeld". "Voor mijn gevoel krijg ik meer tegenwerking dan steun bij mijn pogingen dit onderzoeksthema binnen de v u op poten te zetten. De faculteit stelt andere onderzoeksprioriteiten en moet alle zeilen bijzetten om de toevloed van studenten te kunnen opvangen. Het college van bestuur zegt wel een Centre for the Study of
Philantropy aan de vu te willen, maar weinig concreets te kunnen doen als de faculteit niet wil." Volgens Schuyt kan zijn onderzoeksgebied veel betekenen voor de vu. "Er ligt voor jaren werk, betaald door de fondsen zelf en er zijn veel mogelijkheden voor een dissertatie-onderzoek. Bovendien past het onderwerp prachtig bij de traditie van de VU. Die is ook met dubbeltjes en kwartjes bijeen gespaard." Wat de socioloog betreft moet de VU snel reageren om het project binnen de muren te houden. "Er zijn enige gesprekken geweest over de invulling van een bijzondere leerstoel. Ik verwacht een voorstel voor een structurele inbedding van mijn project in het onderwijs en onderzoek aan de v u . D e tijd begint te dringen. Ik heb begrepen dat meer universiteiten belangstelling voor dit wetenschapsterrein hebben. Als de vu niet uitkijkt vist ze achter het net." De decaan van de faculteit s c w prof.dr. D . T h . Kuiper wenst op dit moment geen enkel commentaar te geven op de mogelijke komst van een leerstoel charitas naar de faculteit. Volgens ingewijden zou het college van bestuur druk uitoefenen op het faculteitsbestuur de leerstoel wèl in te stellen. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's