Ad Valvas 1999-2000 - pagina 153
I
PAGINA 5
AD VALVAS 28 OKTOBER 1999
Workshop time management voor studenten
'Werk slimmer, niet harder' In één middag leren omgaan met tijdsdruk en het plannen van je studie en andere activiteiten onder de knie krijgen. De aankondiging van een gratis workshop time management voor studenten klonk beslist veelbelovend. Want wie komt tegenwoordig geen tijd tekort? Vijftien studenten grepen de kans.
Miche Ie K under "Er IS er maar één die echt kan time managen en dat ben je zelf', begint Brigit Heijink, trainer bij het opleidingscentrum, de bijeenkomst. Het thema 'tijd' stond centraal in de Wetenschap- Techniekweek van dit jaar en daarom organiseerde het Studium Generale van de VU onder andere deze workshop. Wat is tijd en hoe gaan we daarmee om? Brigitte Heijink stelt voor om eerst een rondje te doen: wie zitten hier en waarom? Esther van Zoen, student cultuur, organisatie en management (COM), ontdekt keer op keer dat ze te optimistisch is met haar tijdsplanning en dus heeft ze altijd haast. Ruben Kortevaar moet al maanden aan zijn coM-scnptie begirmen en noemt zichzelf een chaoot. Sonja Vlasveld is eerstejaars economie en moet voor het eerst haar tijd helemaal zelf indelen. Kal Un lp doet economie en heeft te weinig tijd om uit te rusten. "Tijd is een persoonlijke ervaring en cultuurgebonden", vertelt trainer Brigitte. "Van nature is tijd iets dat onbegrensd, eeuwig is. Wij hebben er dingen als geld, agenda en een klok aan toegekend." Iedereen vult een vragenlijst in over tijdverlies. Daarna moeten de aanwezigen individueel uit dertig 'tijdvre-
Bram de Hollander
ters' de vijf punten halen die het belangrijkste zijn. Hoog scoren: geen prioriteiten kunnen stellen, een slechte dagplanning maken, dingen niet afmaken, en alle feiten willen kennen oftewel perfectionisme. Gebrek aan zelfdiscipline en niet goed kunnen plarmen blijken de noemers waar bijna alle tijdvreters onder vallen. Vervolgens bepaalt ieder zijn eigen 'E3 profiel'. Dat is de verhouding tussen gebruikte energie, de mate van efficiëntie en de mate van effectiviteit, die duidelijk wordt na het beantwoorden van dertig vragen en het invullen van een diagram. Even rekenen: twee maal de effectiviteit plus de efficiëntie, gedeeld door de energie...
Energie "Kijk, ik doe het dus hartstikke goed. Ik stoom gewoon door. Ja, die energie van mij hè, die scoort het hoogst". Esther van Zoen heeft haar resultaat
nog niet uitgerekend en leest verder: "Oh, je energie moet juist gemiddeld zijn en de rest hoog, doe ik het dus toch niet goed." Het resultaat valt Paulien lemenschot, student beleid, communicatie en organisatie BCO, nogal tegen. "Ik gebruik erg veel energie, maar haal toch maar gemiddelde resultaten." D e cursusmap is duidelijk: werk slimmer, niet harder! "Ik heb zo'n goede score dat ik me afvraag wat ik hier doe", zegt Kal U n l p . " M a a r toch doe ik iets niet goed". "Heeft er nu al iemand behoefte aan intensieve counseling?", vraagt Brigitte. "Wanneer je je gaat concentreren op time management begin je te kijken naar wat je wilt bereiken. Je begint niet bij de oorzaken van tijdgebrek. Welke doelen stel je jezelf en welke activiteiten zijn daarvoor nodig? Een schema maken is in elk geval noodzakelijk." Dat gebeurt er vervolgens: iedereen
maakt een schema met te bereiken doelen, verdeeld over vijf kolommen, van zeer korte termijn naar zeer lange termijn (over tien jaar). "Over tien jaar wil ik stoppen met werken", roept Ruben Kortevaar.
Dikke agenda "Als je doelen hebt voor de lange termijn, dan is dat wat daarvóór staat toch helemaal niet belangrijk meer?", vraagt Judith Labohm, geneeskunde student. "Precies", zegt Bngitte, "dingen op de lange termijn blijken belangrijker, wat leert dat je nu? Alles IS dus maar betrekkelijk. Wat nou, als je over vijf in plaats van over vier jaar afstudeert en daardoor nu prettiger leeft? Waar je nu niet van kunt slapen is blijkbaar op de lange termijn helemaal niet zo belangrijk. Dat is dus de eerste stap in time management, dat je je dat realiseert. Vervolgens moet je leren plannen. Je mag dingen uitstel-
len, als je maar weet waar naar toe." "Goed plannen betekent dat je zestig procent van je tijd indeelt. Inclusief slapen en vrije tijd. Elk doel (stam van de boom) verdeel je in subdoelen (takken). Een tentamen halen is onder te verdelen in ondermeer: uitzoeken wat je daarvoor moet lezen, naar de bibliotheek en studeren. Plan je zestig procent van je tijd, dan is er veertig procent over voor 'onvoorziene omstandigheden'. Een vnend die belt omdat hij m de problemen zit, een lekke band. En wat ook belangrijk is: maak gebruik van je bioritme. Studeer 's avonds als dat het beste gaat." "Dan ga ik wel 's ochtends naar de kroeg", verzucht iemand. "Jongens, succes", zegt Brigitte. "Volgens mij heb ik jullie nu alles gegeven wat ik kon geven." Ze stopt haar dikke agenda in haar tas. "Ach ja, ik weet in theorie heel goed hoe het moet maar het lukt mij ook niet altijd hoor."
Bescheiden plan moet doorstroom bevorderen
Hoe hoger de functie, hoe minder vrouwen Voordat ze de top van de wetenschap bereiken, hebben de meeste vrouwen de universiteit al teleurgesteld de rug toegekeerd. Dat is al jaren zo, maar nu is er een plan - zij het bescheiden - om er iets aan doen. "We kunnen ons de verspilling van zoveel talent niet langer veroorloven." Matthé ten Wolde
I:
Je moet tien keer zo goed zijn om even ver te komen als een m a n . " Dat zegt Mieke Bal in de zojuist verschenen studie In het hart van de wetenschap, die antwoord geeft op de vraag waarom zo weinig vrouwen de wetenschappelijke top halen. Bal werd uiteindelijk wel hoogleraar, bij de universiteit van Rochester in de Verenigde Staten. Anders was ze vermoede")k nog altijd universitair hoofddocent in Utrecht
Na 'Rochester' gingen de deuren voor Bal ook in Nederland open. Tegenwoordig is ze ook hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Ze behoort tot een select gezelschap: slechts 121 (vijf procent) van de 2566 hoogleraren in Nederland is vrouw. Lager in de hiërarchie, bij de universitair hoofddocenten (zeven procent) en de 'gewone' docenten (twintig procent) IS het iets beter gesteld. Maar ook daar eindigt Nederland in een vergelijking met andere landen bijna onderaan. D e Nederlandse academische wereld zou zich 'kapot moeten schamen', zegt Bal. D e cijfers geven haar gelijk. In hogere functies moet je vrouwen met een lantaarn zoeken. T o c h zijn ze in de collegebanken wél ruim vertegenwoordigd, want meer dan vijftig procent van de universitaire studenten is vrouw. Vrouwen promoveren tegenwoordig ook vaker. In 1994 was een op de vier proefschriften van de hand van een vrouw. In 1970 kwam dat slechts één op de twintig keer voor. Sommige promovenda's vinden wel emplooi in de wetenschap. Maar er komt een moment dat ze hun hoofd stoten aan 'het glazen plafond'. Dan
merken ze dat ze worden gepasseerd voor belangrijke functies. Dat de interessante bijbaantjes naar mannelijke collega's gaan. Of dat h u n onderzoeksaanvragen worden afgewezen. Hoe frustrerend dat is, blijkt wel uit een uitlating van een universitair hoofddocente in In het hart: "Kijk om je heen: middelmatige mannen kun-
maken vrouwen minder kans op subsidie dan ze op grond van h u n prestaties mogen verwachten, constateerde het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies vorig jaar. "Zo kan het niet langer doorgaan", zei collegelid Lieteke van Vucht Tijsen van de Universiteit Utrecht deze week op de conferentie 'Vrouwen in de weten-
'Middelmatige m a n n e n worden wél hoogleraar' nen wél hoogleraar worden." Een Zweedse studie toonde in 1997 aan dat seksisme en nepotisme nog steeds een rol speelt in het toewijzen van geld voor onderzoek. Volgens dit onderzoek, gepubliceerd in Nature, maken mannen met evenveel kwaliteit meer kans op onderzoekssubsidies dan vrouwen. Ook aanvragers die de beoordelaars kennen, worden beter behandeld. Het gevolg: vrouwen wenden de universiteit de rug toe. Ook in Nederland speelt de sekse van de aanvrager een rol. Niet overal, maar bijvoorbeeld wel in de biologie en de exacte wetenschappen. Daar
schap'. Volgens haar kuimen universiteiten zich de verspilling van zoveel vrouwelijk talent niet veroorloven. "Zeker niet met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt." Ook NWO vindt het tijd om te handelen. De landelijke onderzoeksorganisatie heeft daarom samen met de vereniging van universiteiten VSNU een plan bedacht om de doorstroom van vrouwen naar hogere functies te bevorderen. Maar de ambities zijn nogal bescheiden: men mikt op dertig extra vrouwen als universitair hoofddocent (uhd). NWOwil zo het reservoir 'professorabele vrouwen' vergroten.
Als de opzet slaagt, komt het aantal vrouwelijke uhd's in 2002 op 207. Dat is op de 2600 mannelijke hoofddocenten die er nu zijn nog altijd niet veel. Maar meer zit er vanwege geldgebrek met in, zegt NWO. De onderzoeksorganisatie stopt er zelf 1,5 miljoen gulden in, minister Hermans en de VSNU doen daar elk een half miljoen bij. "Het is een druppel op een gloeiende plaat", geeft vsNU-voorzitter Rien Meijerink toe. T o c h ziet hij de toekomst voor vrouwelijke onderzoekers niet somber in, want de universiteiten zien de komende acht jaar bijna eenderde van hun wetenschappelijke staf met pensioen gaan. Meijerink: "We moeten enorm veel mensen vervangen. Vrouwen kunnen aan de bak. En als ze in deeltijd willen werken, dan regelen we dat." Meijerinks optimisme wordt niet door iedereen gedeeld. Universiteiten beloven al jaren beterschap, zonder veel resultaat. Mieke Bal weet wel hoe je dat patroon kunt doorbreken. "Het ministerie zou voor iedere vrouwelijke hoogleraar de vakgroep extra medewerkers moeten geven. Onmiddelijk een soort cadeau waar iedereen belang bij heeft. Alleen zo zal beleid kunnen werken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's