Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 587

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 587

9 minuten leestijd

AD VALVAS 17 MEI 2001

PAGINA 7

Congres werpt nieuw licht op filosofie van Aristoteles

Een aardappel heeft een aardappelziel

Je moet niet te veel geloof hechten aan wat geleerden

beweren, zegt filosofieprof en Aristoteleskenner Abraham

Bos. Aanstaande vrijdag zal hij op een congres over de

Griekse wijsgeer Aristoteles naar eigen zeggen explosief

materiaal aandragen. De wereld van de filosofie zal nooit

meer hetzelfde zijn.

Peter Breedveld

Filosofieprofessor Abraham Bos is een

verlicht mens. Hij ziet nu in dat hij 25

)aar lang het werk van de Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v. Chr.) verkeerd heeft gelezen. BClakkeloos heeft

hii altijd de theone van de Duitse

geleerde Jaeger gevolgd. Die beweerde

m 1923 dat Aristoteles aanvankelijk

geloofde dat de ziel onsterfelijk was,

zoals Aristoteles' leermeester Plato

(427-347 V. Chr.) had verkondigd.

Maar later zou Aristoteles tot de overtuiging zijn gekomen dat de ziel onlosmakelijk verbonden was met het

lichaam, en dus ook sterfelijk was.

Sindsdien is dat onder Aristoteleskenners de algemeen geldende opvatting.

"Ook ik heb vastgezeten in dat oude

paradigma", zegt Bos. "Ik ben in 1971

zelfs gepromoveerd als 'J^egeriaan'."

Vijf jaar terug viel Bos echter van zijn

geloof. Aristoteles heeft nu volgens

hem wel degelijk tot zijn dood toe

geloofd in de onsterfelijkheid van de

ziel. Bos noemt zijn nieuwe inzicht

revolutionair. Een bom, die het huidige beeld van de Griekse wijsgeer uit

Stagira zal opblazen. "Bepaalde gegevens over Aristoteles zijn door mensen

als Jaeger gewoon verwaarloosd of

zelfs verdoezeld. Dan zie je hoe een

vast geloof in bepaalde theorieën een

grote rol speelt in de wetenschap; hoe

dwingend de autoriteit van iemand als

Jaeger is en hoe wetenschappers de

meest idiote constructies verzinnen

om iets te verklaren. Dus zeg ik altijd

tegen mijn studenten dat ze niet te

veel moeten hechten aan wat hun professoren zeggen. Wetenschap is ook

maar mensenwerk en dus feilbaar."

Niet dat Bos zijn tijd als Jaegeriaan

ziet als verloren jaren. "Zeker met, ik

vmd het fascinerend om te constateren dat ik er 25 jaar voor nodig heb

gehad om van die foute standaardtheorie af te komen. Dat is een proces

geweest. Vijf jaar geleden was de tijd

blijkbaar rijp voor een radicale verandering van inzicht."

Pneutna

Wetenschappers hebben zich eeuwenlang bij de neus laten nemen, zegt Bos

nu. Dat komt doordat onze kennis

van de filosofie van Aristoteles vooral

gebaseerd is op het Corpus Aristotelicum, een verzameling teksten die Aristoteles gebruikte voor zijn colleges.

Hiertoe behoort ook een werk getiteld

De anima ('Over de ziel'), waarin

Aristoteles betoogt dat de ziel en het

lichaam onverbrekelijk met elkaar zijn

verbonden. Bijna 2000 jaar lang hebben geleerden daaraan de conclusie

verbonden dat de ziel volgens Anstoteles dus sterfelijk is.

Maar er zijn ook andere, verloren gegane geschriften van Aristoteles waarvan

slechts fragmenten bekend zijn en waar-

over latere auteurs als de Romein Cicero (106-43 V. Chr.) hebben geschreven.

In die teksten verdedigt Arsitoteles de

leer van een onsterfelijke ziel.

Die ogenschijnlijke tegenstelling tussen het Corpus en die verloren gegane

geschriften brachten Jaeger tot de

overtuiging dat Aristoteles zich had

ontwikkeld van iemand die geloofde

in de onsterfelijkheid van de ziel tot

iemand die geloofde in de sterfelijkheid ervan.

Maar volgens Bos is er helemaal geen

inhoudelijke tegenstelling tussen de

verschillende geschriften van Aristoteles. Je kan Aristoteles' opvatting dat de

ziel en het lichaam onafscheidelijk zijn,

uitstekend verenigen met de gedachte

dat de ziel na de dood van een individu blijft voortbestaan. Het geheim zit

'm in het begrip 'pneuma'. Als Aristoteles het heeft over een 'natuurlijk

lichaam', dan bedoelt hij daarmee volgens Bos niet ons menselijk lichaam,

of het 'lichaam' van een plant of dier,

zoals altijd is aangenomen; Aristoteles

heeft het dan over pneuma.

Pneuma is een soort 'fijnstoffelijke'

materie, een overgangsvorm tussen

geest en 'grofstoffelijke' materie, zoals

vlees en bloed. Wanneer Aristoteles

zegt dat ziel en lichaam onafscheidelijk zijn, bedoelt hij dat de ziel is verbonden met het pneuma. Het pneuma

is het instrument waarmee de ziel het

grofstoffelijke lichaam beheert. Het

pneuma is dus een lichaam m een

lichaam, of zoals Bos zegt: de computer die het productieproces in de chocoladefabriek stuurt en waarvan de

ziel het computerprogramma is.

Hoe dat precies zit met dat pneuma,

doet Aristoteles uitgebreid uit de doeken in zijn werken over de biologie.

Die zijn echter door de bestudeerders

van zijn werk altijd veronachtzaamd.

"Een tragische misvatting", meent

Bos. Want juist met behulp van dat

pneuma vind je het antwoord op vragen die nooit zijn beantwoord door

Aristoteles zag de

vrouw als een

verminkte man

Bij het verwekken van een nieuw

mens levert de man de ziel, die in het

sperma zit. D e vrouw levert met haar

menstruatievocht de materie, het

lichaam. Omdat de ziel goddelijk is

en dus beter dan de aardse materie,

is het mannelijke beter dan het vrouwelijke. Daarom zijn die twee in de

natuur, als het maar even kan,

gescheiden.

Deze opvattingen van Aristoteles

klinken misschien vrouwonvriende-

Aristoteles met de buste

, j'iembrandt (1653)

Jaeger en zijn volgelingen. Hoe is bijvoorbeeld te verklaren dat Aristoteles

maar liefst twee keer totaal van visie

zou zijn veranderd, zonder dat hij

daar een woord aan vuil maakt? Antwoord: Aristoteles heeft nooit gerept

over zijn verandering van inzichten

omdat die er nooit geweest zijn! En

waarom zegt Aristoteles nergens expliciet dat volgens hem de ziel meestierf

met het lichaam? Omdat hij dat eenvoudigweg met geloofde!

Pneuma, de stoffelijke basis van de

ziel, is overal. Een menselijke spermacel heeft pneuma, en een aardappel heeft iets vergelijkbaars. Als de

aardappel wordt gepoot, of wanneer

(zoals Aristoteles dacht) de spermacel

in aanraking komt met menstruatievocht om een embryo te vormen,

begint volgens de wijsgeer de ontwikkeling van de ziel. Bij de aardappelziel blijft die ontwikkeling steken in

een plantaardige fase, waardoor hij

slechts in staat is om water en mineralen aan de grond te onttrekken. De

menselijke ziel heeft echter de potentie om haar intellect te ontwikkelen

en uiteindelijk, samen met het pneuma, terug te keren naar het hemels

oord van herkomst.

lijk, maar zijn dat zeker niet, volgens

classicus Rein Ferwerda. Uitspraken

als 'de vrouw is als het ware een verminkte man' zijn in latere eeuwen

alleen maar anti-vrouwelijk geïnterpreteerd. Op het congres Nieuw licht

op Aristoteles zal Ferwerda een boeltje

open doen over onder meer de voortplanting en de positie van de vrouw

in de theorieën van de Griekse wijsgeer. Ferwerda zit samen met professor Abraham Bos in het 'Aristoteleswerkverband', dat tweeënhalf jaar

geleden op initiatief van Bos werd

opgezet. Leden van de werkgroep

presenteren him laatste bevindingen

op het congres, dat waarschijnlijk zal

worden afgesloten met een pittige

discussie.

Tegenargumenten

Bos' ontdekking zet nogal wat feiten

in een compleet nieuw licht. Want nu

blijken de stoïcijnen (330 v. Chr.) met

hun leer van het alomtegenwoordige,

goddelijke pneuma, geweldig te zijn

beïnvloed door Aristoteles. De opvattingen van de gnostici, godsdienstigwijsgenge denkers uit de eerste eeuwen van het christendom, blijken ook

terug te grijpen op het gedachtegoed

van Aristoteles. Tevens is de invloed

van Aristoteles op de vroege kerkvaders volgens Bos veel groter dan

gedacht. De theoneën van de Griekse

kerkvader Origenes (ca.l85-ca.254)

en zijn volgelingen over het pneumatische, bolvormige zielenlichaam zijn bij

nader inzien puur aristotelisch. Kortom, nogal wat studies over filosofische

en theologische stromingen zullen

moeten worden herzien als het klopt

wat Bos zegt.

De hoogleraar is nu bezig zijn nieuwe

visie op Aristoteles aan de man te

brengen. Een boek. De ziel en haar

voertuig, verscheen m al 1999. Een

Engelse, uitgebreide vertaling daarvan

is in voorbereiding. Op het congres

Nieuw licht op Aristoteles, dat aanstaande vnjdag wordt gehouden, gaat

Bos de arena in om de houdbaarheid

van zijn theorie te testen. "Natuurlijk

zijn er Aristoteleskenners die mijn

argumenten al op voorhand zullen

afwijzen", zegt hij strijdlustig. "De

wijsgerige faculteit van de universiteit

van Leuven, bijvoorbeeld, is een bolwerk van de traditionele, scholastische uitleg van Aristoteles. Ik hoop

dat er vnjdag serieuze pogingen zullen worden gedaan om de fouten in

mijn theorie aan te wijzen. Kom maar

met goede tegenargumenten."

Het congres Nteuw Itchl op Ausioleles op vnjdag 18 mci

is m het Auditonum van het hoofdgebouw, van 10 20

uur tor 16 30 uur Het boek De ziel en haar voertuig

(1999) IS verschenen bij uitgevenj Damon

Lachen om niet te huilen

Een christen heeft bijna overal een antwoord op. Komt hij er

even niet uit, dan slaat hij de bijbel open. Maar hoe gaan

niet-gefovigen met lijden om? Die vraag intrigeerde predikant Henry Jansen zozeer dat hij er zijn proefschrift aan

wijdde. Het antwoord zocht hij in de romans van vier 'postmoderne komische romanschrijvers': Iris Murdoch, John

Ifving, Cees Nooteboom en Anne Tyler.

Peter Breedveld

Waarom wilt u weten hoe metmensen met lijdien omgaan?

ïïteeds minder mensen gaan naar de

kerk. Die biedt dus blijkbaar geen antwoorden op basiservaringen in het

leven, zoals verdriet en lijden. Ik vraag

mij af waar de kerk de plank misslaat

en hoe mensen dan wel antwoorden

vinden op hun levensvragen."

Waarom koos u voor komische romans?

"De christelijke geschiedenis kent ook

een traditie van komische literatuur.

Denk maar aan De goddelijke komedie

van Dante Alighieri. Ik zie de komedie

als een bevestiging van het leven, want

het lijden van de mens wordt erin

gerelativeerd."

Vindt u Cees Nooteboom echt zo 'n komische schrijver?

"Nou ja, er valt misschien niet echt

veel te lachen in de romans van Nooteboom, maar ze zitten wel vol ironie

en zwartgallige humor."

Wat zijn uw bevindingen?

"Alle vier de schrijvers zien de wereld

als een grote chaos, waarop je geen

invloed kunt uitoefenen. Lijden maakt

in hun romans geen deel uit van een

hoger doel. Voor christenen heeft alles

een plaats in het grote 'plan' van God,

waaruit dan weer troost wordt geput.

Toch bieden ook de vier schrijvers die

ik heb onderzocht, een uitweg. Murdoch en Irving zeggen bijvoorbeeld

dat je lijden kunt overstijgen door

minder op jezelf gericht te zijn. Nooteboom laat de morele aspecten van

het leven gewoon varen. Die ziet het

leven als een spel waaraan je meedoet.

Wat je dan doet maakt eigenlijk met

zoveel uit. Je moet jezelf gewoon

zoveel mogelijk hoeden voor het lijden. Met zulke opvattingen heb ik

grote moeite. Dan leef je echt als een

eenling zonder binding met anderen.

Met Tyler is het al met veel beter. Die

ziet het kwaad als iets dat komt en

gaat. Begrippen als schuld en verantwoordelijkheid komen m haar levensvisie niet voor."

Zijn die vier schrijvers volgens u representatief voor alle met-gelovigen?

"Tja, om een representatief beeld te

krijgen, ben je natuurlijk jaren bezig.

Dit IS slechts één stukje van de puzzel.

Ik heb van dit onderzoek persoonlijk

in elk geval heel veel geleerd. Ik hoop

dat dit het begm is van verder onderzoek op dit gebied."

Henry Jansen promoveert vandaag op het proefschrift

Laughter among the ruim

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 587

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's