Ad Valvas 2000-2001 - pagina 373
AD VALVAS 8 FEBRUARI 2001
PAGINA 9
VU-vips kiezen hun
liefdesscène
favoriete
Zij dacht aan haar eigen leven, kleiner dan het zijne - dat van een kleine vrouw, die niet had gedacht en niet had gevoeld
- die eerst nu begon te voelen, die eerst nu heel even begon na te denken - en zij zag ook haar eigen kleine leven de jaren
verspillen met vergissing na vergissing.
(...)
Hij merkte het op, met een geluk - en hij wist, dat zij elkaar begrepen. Er was tussen hen gekomen het samen begrijpen,
het samen bespreken van dingen, die nooit in het gangbare gesprek besproken en begrepen worden ...
O m het geluk wist hij, dat hij haar liefhad - al was het laat, al was het te laat. Een liefde voor de eerste, voor de allereerste
maal zo ondervonden, als een hoog opademend, glimlachend geluk maar bijna tegelijkertijd weemoed, verdriet, een
betreuren van wat had kunnen zijn ... Wat voor haar nog niet zo was: betreuren van wat had kunnen zijn - omdat zij herleefde, omdat zij leefde, voor het eerst - laat, maar niet te laat, daar zij toch in intens levend leven herleefde - werd voor
hem - man , die geleefd had, maar alleen nooit geliefd - ogenblikkelijk: het betreuren van wat had kunnen zijn ...
En zijn liefde scheen nooit iets te zullen worden dan dit alleen: het betreuren ...
Dick Schram, universitair
hoofddocent literatuurwetenschap, koos een fragment uit
De boeken der kleine zielen
van Louis Couperus: "Nagenoeg alle Uteratuur gaat over
liefde en dood, over verlangen,
gemis en ontoereikendheid.
Daarom kies ik een mooie tragische liefde, en wel die tussen
de socialist Brauws en de
gevallen Haagse society-dame
Constance uit Couperus' De
boeken der kleine zielen (19011903). Het is nog steeds een
van de mooiste Nederlandse
romans en hij heeft te weinig
aandacht gekregen."
Eigenlijk geloof ik niks, en twijfel ik
aan alles, zelfs aan U
Maar soms, als ik waarachtig denk
dat GIJ leeft,
dan denk ik dat Gij Liefde zijt, en
eenzaam,
en dat, in dezelfde wanhoop. Gij
mi) zoekt,
zoals ik U.
Reinier Thiadens (21) derdejaars psychologie en hoofdredacteur van Larinx.,
het orgaan van studentenvereniging
L.A.N.X., koos een gedicht van Gerard
Reve: "Dit gedicht is voor mij alleszeggend. Qua geloof ben ik een twijfelaar,
die op zoek is. Dat kan soms vermoeiend zijn, maar ook wel erg prettig.
Want waar kies je voor in je leven?
Neem je maar alles aan? Als ik aan
vrienden probeer uit te leggen wat ik
pretendeer te geloven, kom ik niet uit
m'n woorden. Want mijn persoonlijkheid accepteert het alleen als ik dingen
zeg waarvan ik overtuigd ben.
Sinds een paar maanden heb ik de rust
gevonden otn te kunnen nadenken over
het geloof. Zo heb ik boeken van Nico
ter Linden en Meir Shalev gelezen.
Bovendien volg ik sinds kort een bijbelkring. En wat is de bijbel een heerUjk
boek om over te filosoferen. Als er een
God is, dan moet het wel een fantastische zijn. Want wat er in de bijbel
wordt gezegd over het goede en het
kwade is mijns inziens de kern van
waaruit mensen zouden moeten leven.
En als dat Gods bedoeling is, vind ik
hem Groots.
Het is nu echter zo, dat ik graag een
goed mens wil zijn, of ik nou geloof of
niet. Maar ik zou het wel erg prettig
vinden om erachter te komen hoe het
komt dat ik me goed voel als ik lees
over het Goede. Want ook ik ben een
mens, en dus altijd op zoek naar bevestiging."
'Wil je alleen zijn?' vroeg hij.
'Als ik dat zou willen, had ik je niet
gevraagd binnen te komen', zei zij.
Toen strekte hij zijn ijskoude vingers uit
in de duisternis, zocht op de tast de hand
van de ander en ontdekte dat die op hem
lag te wachten. Ze waren allebei intelligent genoeg om op hetzelfde, vluchtige
ogenblik te beseffen dat geen van beide
handen de hand was die ze zich voor ze
elkaar aanraakten, hadden voorgesteld,
maar twee handen met oude botten.
Ze begon over haar overleden echtgenoot
te praten in de tegenwoordige tijd, alsof
hij leefde en hij, Florentine Ariza, wist op
dat moment dat ook voor haar het ogenblik aangebroken was om zich met waardigheid, met grandezza, met een onhoudbaar verlangen om te leven, af te vragen
wat ze moest doen met haar liefde, die
geen baas meer had.
Fermina Daza hield op met roken om de
hand niet los te laten die hij in de zijne
hield. Zij was verdwaald in het verlangen
om te begrijpen.
Universiteitspastor Jannet Delver koos een
fragment uit Liefde in tijden van cholera van
Gabriel Garcia Marquez: "Dit is mijn favoriete tekst over liefde, omdat het gaat over
het verlangen naar Uefde. Volgens mi) duurt
het verlangen naar liefde het langst. Het
duurt in tijd vaak het langst, maar ook als
kwaUteit. Verlangen naar liefde heeft vaak
meer kracht dan de vervulling ervan. Zelfs
als na een leven lang wachten en smachten
Florentino Ariza eindelijk bij zijn vurig
begeerde geliefde samen in een kamer is, kan
hij wachten. Deze vorm van vurig verlangend
wachten vind je ook terug in de mystiek. Lees
bijvoorbeeld 'seven maniere van minne', van
de mystica Beatrijs van Nazareth, die in de
twaalfde eeuw in deze tot nu toe oudste
nederlandse tekst schrijft over de weg naar de
volmaakte liefde die gaat over de toppen en
dalen langs de weg van het verlangen."
Dagsluiting
De kus van Auguste Rodin
'Dit is het geheim dat ik nu voor U uitspreek. Maar ik weet volstrekt niet
of nog mijn bed op zijn plaats staat, of soms iemand anders
't reeds naar een andere piek heeft gebracht, nadat hij de boomstam
onderaan af had gekapt!' Zo sprak hij. Maar toen zij de tekens,
die haar Odysseus zo duidlijk vertelde, o, weder herkende,
brak haar het hart en knikten haar knieën en wenende vloog zij
recht op hem afl O m de hals van Odysseus sloeg zij haar armen,
kuste zijn hoofd en zeide: ' O , wees toch niet boos meer Odysseus,
Gij zijt toch anders in alles en meer dan wié ook zo verstandig!
Ons gaven Goden dat leed mee, misgunnend ons, dat wij te zamen
blijvend, 't genot onzer jeugd zouden smaken en dat wij de drempel
samen bereikten des ouderdoms. Wrok toch niet langer! Verwijt mij.
bid ik U, niet, dat ik straks U niet daadlijk herkende en U niet
toen zo vriendlijk ontving, want mijn hart in mijn borst was zo huivrig,
dat van de mensen mij iemand, die kwam met gepraat, zou bedriegen...
Collegevoorzitter Wim Noomen koos een fragment uit Homerus' Odyssee (boek XXIII, in de metrische
vertaling van dr. Aegidius Timmermans): "Deze scène blijf ik prachtig vinden. Niet alleen om de taal,
maar ook en vooral om het slotstuk van een fantastisch verhaal. Odysseus komt na veel omzwervingen,
strijd en lijden eindelijk thuis, tot grote vreugde van zijn zoon Telemachus die het zijn moeder verwijt
haar man, zijn vader op afstand te houden. Penelope kan of wil het niet geloven dat haar man eindelijk is
thuisgekomen, maar wanneer Odysseus een opmerking maakt over het mogelijk verzetten van hun huwelijksbed weet zij: dit is Odysseus, haar man, want alleen hij kent alle bijzonderheden. Alleen hij weet dat
het bed gehouwen is uit een boomstam en dus moeilijk te verplaatsen."
Net zo min als ooit wat zal veranderd
worden aan de vreugde waarmee ik bij
m ' n thuiskomst telkens weer Gloria
begroet, en hoe ze op m'n gezicht kan
lezen of ik goede of slechte tijden heb
meegemaakt en hoe ik haar onderstop en
nadien nog wat ga roken drinken
hoe ik denk (heden-thans-op dit
moment). Hoe nutteloos is het, en hoe
eindeloos, dat ik schrijf over hen van wie
ik houd. Hoe hopeloos is het een leven
te lelden dat slechts bestaat uit liefde, en
pogingen om die liefde in woorden te
vervatten. Hoe grenzeloos is de angst dat
dit alles op een dag voorbij zal zijn, dat
God de seconde zal uitkiezen waarop de
wereld verder mag ronddraaien maar ik
niet. Hoe gelukkig ben ik heden-thansop dit moment, maar hoe beef ik bij de
gedachte dat mijn geluk morgen als een
dood lijk naast me ligt en ik niet eens de
moed heb om het te begraven.
Tim van der Rijken, zesdejaarsstudent economie en recht en oprichter van Literair Dispuut H.E.N.C., koos een fragment uit Dagboek van een vermoeide egoist van Herman
Brusselmans: "Mijn favoriete passage uit de
literatuur met betrekking tot Valentijneske
onderwerpen moet natuurUjk wel afkomstig
zijn uit een boek van mijn favoriete auteur.
Die mag je op zo'n moment niet verloochenen, vind ik.
Het mooie van bovenstaand fragment, voor
zover dat niet voor zich spreekt, is dat bijna
alle thema's van Brusselmans erin terug te
vinden zijn: angst, liefde, frustratie, onrust
en een ziekeUjk drank- en nicotinegebruik.
Thema's die elkaar voeden en bijna jaarlijks
uitmonden in een hilarisch boek."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's