Ad Valvas 2000-2001 - pagina 108
A D VALVAS 2 8 SEPTEMBER 20001
PAGINA 1 6
Lodewijk Lens
vragen
Grote planten, kleine planten...
Na mijn ontmoeting m e t exotische fauna vorige week, was ik
nu into flora. Exotische, wederom. Vandaar dat ik op vrijdagm i d d a g een bezoek bracht aan de
hortus botanicus.
Het was prachtig weer. Echt
weer o m een uitstapje te maken.
Zoals vroeger naar de dierentuin
of de Efteling. Ik liet de c a m p u s
achter m e en stapte over een
bruggetje zo de hortus in. H e t is
gek wat de zoete, indringende
geur van planten en b l o e m e n
m e t je doet. Er daalt een soort
rust over je neer. E e n serene rust
waarin je de neiging hebt continu
te glimlachen, vriendelijk te
knikken naar andere bezoekers
en ontroerd te raken over e e n
vlinder die op je m o u w neerstrijkt. Zo verging het mij althans.
In de hortus was een bruidspaar
m e t e e n stuk of tien gasten. Ze
maakten foto's, want dat hoort
op je trouwdag. E n wat was n o u
een betere plek o m dat te doen,
zei een d a m e uit het gezelschap.
Ik b e a a m d e dat het inderdaad
een schitterende plek was en
wenste ze vanuit mijn nieuwe,
vredige stenruning nog een hele
prettige dag. D a t zou wel lukken,
zei de d a m e .
Daarna wilde ik H e t Pronkstuk
zien. D e hortus m o e t toch een
pronkstuk hebben, dacht ik. E e n
plant die het allermooist i s , het
allerbijzonderst, of desnoods het
allergrootst.
"Welke plant is nu het pronkstuk?", vroeg ik dus aan een m a n
die bij e e n hoge tafel plantjes aan
het verpotten w a s . Hij keek m e
verbauwereerd aan en zei: "Alles
is even m o o i . " "Maar wat is uw
lievelingsplant?", probeerde ik
opnieuw. "Allemaal", zei hij.
"Wat kunt u m e aanraden?", gaf
ik het n o g niet op. "Alles." " D a n
ga ik m a a r gewoon alles bekijken",
zei ik. " D a n wens ik u een
plezierige wandeling", zei de
medewerker.
Alles bekijken w a s n o g e e n hele
onderneming. Er waren grote
planten, kleine planten, hangende planten, planten in kassen,
planten buiten, vetplanten, planten m e t b l o e m e n , planten zonder
b l o e m e n , kruiden en ga zo m a a r
door. Ik zag e e n plant m e t rode
b l o e m e n in de v o r m van e e n p e likaansnavel. Ik zag e e n b o o m
m e t blauwe peulen tussen de bladeren. Ik zag metershoge b a m boescheuten. Ik zag een heel raar
plantje: enkel een steel m e t daaraan - geknakt, leek het wel - een
grote tros rode besjes. Ik m e e n d e
een hortensia te herkennen,
m a a r het bordje dat erbij stond,
vermeldde 'hydrangea m a c r o phyllapia'. Was het nu geen h o r tensia, of toch wel? A a n het eind
van mijn ronde stuitte ik op e e n
e n o r m e , paarse boerenkool van
bijna een m e t e r hoog. D e z e plant
had in elk geval dezelfde stevige,
krullerige bladeren als de vertrouwde boerenkool uit de supermarkt. Alleen de kleur maakte
mij achterdochtig.
Ik liep weer richting uitgang. Op
het pad zag ik een roosje liggen dat herkende ik tenminste. H e t
was duidelijk geen botanisch,
m a a r een gecultiveerd roosje.
Zeker uit het bruidsboeket gevallen van het gezelschap dat hier
daarnet foto's aan het maken
was. Ik raapte het op e n stak het
in mijn knoopsgat.
AAN MODIEUZE STUDENT MELIS-LUCAS KORLAAR
Hij vertrekt binnenkort in zijn
eentje naar Canada om daar vier
maanden internationaal reclit te
studeren. Vierdejaarsstudent n
otarieel recht Melis-Lucas Koriaar
(21) neemt dan zijn bijbel mee. En
een koffer vol dure, mooie kleren.
'Door een verzorgd uiterlijk oog je
zelfverzekerd.'
Ellen van Dalen
Hoe zit het met je aandelen?
Ik heb geen geld om te beleggen.
Maandelijks heb ik vijftienhonderd
gulden te besteden. Honderdvijftig
krijg ik van de staat, de rest verdien
ik bij. Ik werk bij een bakker in Spakenburg. Ik ben daar geboren en
woon er nog steeds. Bij mijn ouders.
ook wel snel zouden doen. Maar na
een paar maanden ging ik m e erg aan
haar ergeren. H e t zat 'm in de kleine
dingen. Misschien kwam het door de
leeftijd. Zij was pas zestien.
Wie is nu het belangrijkste voor je in je
leven?
God en mijn geloof in H e m . Je kan
altijd steun bij H e m vinden. Hij geeft
me zekerheid en het gevoel dat ik
echt iemand ben.
Wie ben je dan?
Een kind van God.
Bid je wel eens voor een tentamen?
Ik bid elke avond voor het slapen
gaan. D a n vraag ik om kracht.
Waar let je op bij het vinden van de
ware vrouw?
Ze hoeft niet per se gelovig te zijn,
maar ik stel het wel op prijs. Verder
houd ik van spontane vrouwen, met
een mooie uitstraling. Ik let altijd op
de ogen. Mijn ex-vriendin had prachtige blauwe ogen. Belangrijk is ook
dat ze er verzorgd uitziet, dus mooie
kleding aan heeft. Daardoor oog je
zelfverzekerd. Zelf draag ik ook graag
mooie kleren.
Is dat niet prijzig?
Deze paarse blouse heb ik gekocht
bij Score in Amsterdam; hij was honderdnegen gulden. Ik ben een echte
merkenfreak en daar betaal ik graag
iets meer voor. H e t kettinkje haalde
ik in mijn favoriete kledingzaak in
Hoogland, Bob's Place heet het.
Hoe zitje er over 25 jaar bij?
Ik draag dan jasje-dasje en woon op
een hoek van een reeks rijtjeshuizen.
Waar maakt me niet uit, maar met in
Spakenburg. En ik werk hopelijk bij
een internationale organisatie, waarschijnlijk Unicef.
Is dat nog vol te houden: een jongen
van 21 bij pappa en mamma thuis?
Het bevalt goed, maar eind december verlaat ik het vertrouwde nest.
Dan vertrek ik voor vier maanden
naar Canada om aan een universiteit
internationaal recht te studeren. Ik
verwacht dat ik na het proeven van
zoveel vrijheid thuis niet meer zal
kunnen aarden. Ik ga alleen. Spannend.
Wanneer heb je voor het laatst seks
Een jaar geleden is mijn relatie uitgegaan.
Wat ging er mis?
Negen maanden waren we samen. In
het begin ben je dolverliefd. We
waren heel serieus. In Spakenburg
trouwt iedereen al op z'n twintigste
en de meesten dachten dat wij dat
Anje Kirsch
Melis-Lucas Koriaar
DE TAFEL VAN MELLE
Berend Vonk
De bange-mensen-tandarts
Sinds Melle op kamers woont, is liij niet meer
naar de tandarts geweest. Dat komt door een afgrijselijke ervaring uit zijn vroege jeugd.
Kapotte kiezen lijken in niets
op kapotte fietsspaken. Spaken
komen vaak tot rust als je ze
een tijdje negeert, terwijl rottende kiezen alleen maar erger
worden. N a drie maanden
hoopvol wachten beseft Melle
dat er niets aan te doen is: hij
moet zijn laatste ongevulde kies
gaan offeren. Een afspraak met
de tandarts is echter niet zomaar gemaakt. Een afgrijselijke
ervaring uit zijn vroegste jeugd
weerhoudt Melle: de schooltandarts.
Het overvalteam koos bij voorkeur de zoetste en meest onschuldige lentedagen voor haar
invallen. Als boodschappers van
de hel kwamen ze het klaslokaal
binnenstormen, gehuld m witte
jassen en met alarmerend gele
1
kaarten in de hand. Nog staan
ze op Melles netvlies gebrand:
drie glimlachende vrouwen met
lange zwarte nijptangen - of
zouden die attributen een valse
herinnering zijn? Langzaam
somden ze de namen van de
slachtoffers op. Melles naam zat
er altijd tussen. Verlamd van
angst werden de patiënten in
een busje afgevoerd naar een
verlaten stadsvilla. Daar volgde
een uur of langer wachten. N u
en dan klonk er gekrijs uit de
behandelkamer. Intussen staarde Melle naar de posters met
wegrottende gebitten in verschillende stadia. Alle tijd om
de gruwelverhalen te overpeinzen die in de klas over de
schooltandarts circuleerden. Zo
scheen ze regelmatig in wangen,
tongen en andere daarvoor niet
in aanmerking komende delen
te boren. Het aantal klasgenoten dat op de tandartsstoel een
tong had ingeslikt of was flauwgevallen, was volgens de verhalen ontelbaar. Eenmaal zelf op
de stoel lag Melle erbij als een
plank, gevangen in een soort
vervroegde rigor mortis. De
tandarts legde met haar Duitse
accent en haar weerzin tegen
verdoven een vruchtbare bodem
voor Melles latere affiniteit met
Marathon Man, de film waarin
Dustin Hoffman door een nazibeul dentaal wordt gemarteld.
Zijn verlate protest tegen de
schooltandarts bestaat eruit dat
Melle, sinds hij op kamers
woont, geen tandarts heeft bezocht. Maar op een bepaald
moment is ingrijpen onontkoombaar. Melle wil niet eindigen als Jules Decider. Hij belt
de speciale bange-mensen-tandarts.
Het idiote interieur van deze
therapeutische tandarts stelt
hem gerust. Paparapluutjes in
het raam, skates naast de behandelstoel en een kattenmand
eronder. Ze praat tegen hem als
tegen een bange hond. Ietwat
beledigend, maar Melles zenuwen trappen erin. Hij laat zich
van top tot teen verdoven.
"Wat ging ik nou doen, Melle,
ik ben het even kwijt. En waar
had ik dat boortje neergelegd...
Ach! Er moet nog een vulling
in! Waar zit ik met m'n kop, hè
Melle..." Dit is geen voormalige nazibeul, maar een onschadelijke chaoot. Zenuwbehandeling, kroon, verstandskies
eruit, Melle kan het allemaal
niets meer schelen. Vier kiezen
lichter en met wangen als ballonnen wandelt hij opgelucht
naar buiten.
Alleen jammer dat er vanavond
geen viergranenrijst met harde
noten in zit, qua eten.
Koude slobbersoep voor
Marathon M a n
1 rode ui
3 tomaten
halve komkommer
halve groene papnka
1 teentje knoflook
9 deciliter tomatensap
(al dan niet zelf gemaakt)
1 theelepel suiker
0,5 deciliter olijfolie
0,5 deciliter wittewijnazijn
zout en peper
Hak ui, tomaat, komkommer en
paprika fijn en doe ze in een
grote kom. Voeg de geperste
knoflook toe. Roer tomatensap,
suiker, zout en peper erdoorheen, dan de al gemengde olie
en azijn. Roer alles goed en zet
de kom een halfuur in de koelkast. Koud serveren.
(Annette
Wiesman)
w
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's