Ad Valvas 2000-2001 - pagina 555
AD VALVAS 3 MEI 2001
PAGINA 7
Spin in het web Daan Schut blikt terug en vooruit bij afscheid
'Een college van drie is geen eeuwige constructie'
Zijn ex-baas
Anje Kirsch
Daan Schut: 'Als secretaris moet je oppassen dat je het niet beter gaat weten dan de collegeleden'
Zijn baas
"Daan Schut heeft een grote dossierkennis en is betrokken bij de
mensen die het werk moeten uitvoeren. Hij is een heldere manager
die er niet voor terugschrikt om
vervelende boodschappen te vertellen als dat nodig is. Doorgaans
gaat hij recht door zee. Waar dat
niet kan, weet hij ook met een
omweg zijn doel wel te bereiken.
De herordening van het bureau
had Schut veel sneller willen realiseren. In de eerste nota was sprake
van september 2000. T o e n vervolgens kritische reacties binnenkwamen van de diensten, had Daan
het in zich om gewoon door te
gaan. 'Elke verandering doet pijn',
zei hij. 'Maar na een halfjaar weten
de mensen niet beter meer.' Ik heb
toen gezegd dat ik dat te riskant
vond. We hebben vervolgens
gesprekken georganiseerd met de
diensten om te luisteren naar htm
argumenten. Nee, nee, ik heb hem
niet teruggefloten. Zo liggen de
verhoudingen in het college niet.
Ik ken Daan Schut al vanaf 1965.
We hebben hier allebei politicologie gestudeerd. We werkten voor
het eerst bestuurlijk samen in een
benoemingscommissie voor een
hoogleraar internationale betrekkingen.
In het huidige college zitten twee
mensen die de universiteit goed
kennen. Maar niet zo goed als
Daan Schut. Schut maakt er doorgaans geen geheim van als hij over
een onderwerp meer kennis van
zaken heeft dan een collegelid. Dat
IS niet erg. Hij zit er als adviseur.
Die functie heeft hij zorgvuldig vervuld.
Tussen collegeleden en secretaris
kan natuurlijk spanning ontstaan
als een secretaris geen recht wordt
gedaan als superbaas van de diensthoofden. Dat is af en toe lastig. De
inhoudelijke verantwoordelijkheid
voor wat de diensten doen ligt bij
de collegeleden, de managementverantwoordelijkheid bij de secretans. Als dat door elkaar gaat lopen,
zegt een goede secretaris: ik kan
niet accepteren dat jij op mijn stoel
gaat zitten. Dat is inderdaad wel
eens voorgekomen. Overigens niet
bi) mij."
Wim Noomen kwam in 1996 als
voorzitter in het college van bestuur
waarvan Schut al zes jaar secretaris
was.
De afgelopen drie jaar waren niet de gelukkigste uit zijn twaalfjarige carrière als
secretaris van de universiteit. Daan Schut moest duwen en trekken om medestanders te vinden voor zijn plannen om het bureau van de universiteit grondig te reorganiseren. Nu hij vertrekt als hoogste ambtenaar is de universiteit volgens hem
nog niet uitgereorganiseerd. Zo wordt het tijd om na te denken over de vraag of
het centrale bestuur van de VU niet moet moderniseren. Het driekoppige college
heeft volgens Schut zijn langste tijd gehad. 'Je ziet duidelijk dat er steken vallen.'
Jan Buevink
Het uur dat Daan Schut heeft gereserveerd voor een mterview met Ad Valvas is al om als hij er zijn notitieblok
nog eens bij pakt. Schut heeft zich
grondig voorbereid en wil nog een
aantal dingen kwijt die niet aan bod
zijn gekomen. Zijn volgende afspraak,
die al op de gang staat te drentelen,
moet maar wachten. Snel loopt hij zijn
aantekeningen door en dicteert nog
even dat hij trots is dat onder hem het
hoofdgebouw een nieuwe ingang
kreeg: "Mijn troetelkindje." Verder
heeft hij zich sterk gemaakt voor godgeleerdheid toen de Samen-op-Wegkerken hun handen van de predikantenopleiding aftrokken, voor het afschaffen van de vraag aan sollicitanten of ze
wel gelovig genoeg waren en voor
meer vrouwen in hoge functies. "Begin
jaren negentig was dat nog vrij nieuw."
Twaalf jaar lang zat Schut in de
bestuurlijke keuken van de universiteit,
als een spin in het web. Hij was de
baas van de hoofden van de twaalf
diensten en van het centrale bestuurssecretariaat. Direct en indirect had hij
ongeveer zevenhonderd mensen onder
zich. Ook op de faculteiten had hij een
flinke vinger in de pap via de directeuren bedrijfsvoering die voor hun
beoordeling van hem afhankelijk
waren. Als secretaris van het college
van bestuur zag hij alle belangrijke
post langskomen en in de functie van
collegeadviseur zat hij bij alle belangrijke vergaderingen.
Denkers en doeners
Acht verschillende bestuurders maakte
Schut als secretaris mee. "Twee voorzitters, drie rectoren en drie derde
leden", somt hij snel op. "Dat is
natuurlijk hoogst interessant. Je ziet
duidelijke kwaliteitsverschillen. Ook
signaleer je dat er steken vallen. Soms
zag ik dingen met lede ogen aan. Dat
kan ook niet anders als drie mensen
tegelijk moeten besturen. Een
bestuurscollege van drie mensen is
heel Nederlands. Als ik m het buitenland kom, moet ik dat altijd weer uitleggen. Maar het is geen eeuwige con-
structie; binnen vijf tot tien jaar is deze
vorm weg. In Twente hebben ze nu al
gekozen voor een presidentieel stelsel,
een college met één duidelijke baas."
Tijd om uitgebreid in te gaan op de
vraag wie van de vu-bestuurders precies welke steken liet vallen, is er niet
meer. Maar dat het hele college het in
de ogen van Schut aanvankelijk liet
afweten bij de reorganisatie van de
diensten, is wel duidelijk.
Schut realiseerde zich jaren geleden al
dat de vu flink moest reorganiseren.
Doordat de regels uit Den Haag minder gedetailleerd werden en universiteiten steeds autonomer werden, volstond de oude structuur met meer.
Schut wilde drastische veranderingen.
De twaalf diensten die jarenlang zowel
de voorbereiding als de uitvoering van
het beleid op hun eigen deelterrein
voor hun rekening namen, moesten
samengaan. Schut wilde ze onderbrengen in twee verschillende eenheden: een afdeling denkers en een afdeling doeners.
Onbevangen
De diensthoofden zagen er weinig in.
"Die mensen zaten vaak al heel lang
Een VU-carrière
Daan Schut (54) zou je een typische 'vu-veteraan' kunnen noemen. Ongeveer 35 jaar geleden
kwam hij hier politicologie studeren en sindsdien is hij niet meer
weggeweest. Na zijn afstuderen
werd Schut eerst wetenschappelijk
medewerker bij de faculteit Sociaal-Culmrele Wetenschappen.
Enkele jaren later stapte hij over
naar de dienst personeelszaken. In
1984 volgde zijn promotie tot
directeur beheer van de medische
faculteit en in 1989 klom hij verder
omhoog tot secretaris van de universiteit. Per 1 september vervolgt
hij zijn vu-loopbaan als bibliothecaris.
op dezelfde post", zegt Schut. "Ze
waren bang dat ze verder van het college van bestuur af kwamen te staan.
Dat was natuurlijk ook zo. De collegeleden moeten zich niet te veel met
het beheer bezighouden."
Ook kon Schut aanvankelijk niet op
de steun van zijn bestuurders rekenen. "Eigenlijk had het college niet
zoveel trek in dit onderwerp. Ze hebben een jaar nodig gehad om aan
boord te komen." Schut zegt dat hij
tijdens dat jaar zelfs heeft overwogen
om op te stappen als secretaris Dat
hij doorging, was te danken aan de
steun van de commissie die het project begeleidde en de speciaal aangetrokken organisatieadviseur. Die laatste vreesde dat Schuts vertrek het
einde van de reorganisatie zou betekenen. Zelf voorzag de secretaris dat
ook. "Als ik in de loop van 1999 de
map in de kast had gelegd, was dit
onderwerp van tafel verdwenen. Dan
had een ander dit later moeten doen.
Dit IS een ontwikkeling waar alle universiteiten tegenaan hebben zitten
hikken."
Het eerste reorganisatieplan sneuvelde omdat er te veel kritiek kwam vanuit de universiteit. "Er lag een stapel
brieven van diensthoofden die er de
kachel mee aanmaakten." Een aangepast plan met zeven uitvoerende diensten in plaats van één grote is inmiddels bijna uitgevoerd. "Ik vmd het
verschil met het eerste plan helemaal
niet zo groot", zegt Schut achteraf.
Het essentiële onderscheid tussen staf
en diensten is gebleven.
"De laatste drie jaar heb ik weliswaar
minder leuk gevonden", zegt Schut.
"Maar nog altijd leuk genoeg." Dat
hij nu vertrekt om bibliothecaris van
de vu te worden, heeft volgens hem
dan ook mets te maken met de reorganisatie. Na twaalf jaar is het
gewoon tijd om van functie te veranderen. "In de eerste jaren ben je nog
vrij onbevangen, maar later bedenk je
wat er allemaal fout kan gaan. Je gaat
anders met verantwoordelijkheden
om. Bovendien moet je in deze functie natuurlijk oppassen dat je het met
beter gaat weten dan de collegeleden."
"Daan Schut is een pietje precies
en toch makkelijk in de omgang.
Informeel en tegelijkertijd zorgvuldig. Dat is organisatonsch meesterschap.
Toen de oude secretaris vertrok,
was Schut geknipt voor die functie
gezien zijn achtergrond. Hij kwam
uit de faculteiten en wist hoe de
universiteit in elkaar zit.
Als secretaris had hij zeker invloed
op het beleid van de universiteit.
De werkwijze van het college moet
je niet zo hiërarchisch voorstellen.
Er zijn drie leden, maar besturen
doe je met z'n vieren. De benaming secretaris is misschien misleidend. Je kunt zijn taken vergelijken
met die van een secretaris-generaal
op een ministerie. Die moet vaak
ook een beetje op zijn minister passen. Zo'n minister komt daar op
een bepaald moment binnenstappen en weet niet hoe het bestuurlijk apparaat werkt. Zo is het ook
op een universiteit. Wie overzicht
heeft en weet hoe de machine
werkt, heeft macht. Wat dat betreft
dienen een collegevoorzitter en een
secretaris aan elkaar gewaagd te
zijn. Dat waren wij wel. Ik heb
nooit conflicten gehad met Schut.
Hij was een sleutelfiguur m de
communicatie. Er zat geen gat tussen het college van bestuur en de
hoofden van de diensten."
Harry Brinkman was in 1989 voorzitter van het college van bestuur toen
Daan Schut werd benoemd. Hij werkte tot zijn vertrek in 1996 met hem
samen.
Zijn tegenspeler
"Schut heeft af en toe zijn nukken,
maar is goed aanspreekbaar. Wel
zorgt hij bij tijd en wijle voor verrassingen. Dan heb je tijdens een
vergadering het gevoel dat je elkaar
begrijpt, maar als je dan het verslag
leest, denk je: zo hebben we dat
toch met afgesproken? Dat zijn dan
waarschijnlijk zijn bestuurlijke kwaliteiten. Ik zal niet zeggen dat hij er
misbruik van maakt dat negentig
procent van onze commissie nieuw
is. Wel maakt hij er gebruik van.
Schut treedt naar buiten als een
aimabel mens. Maar als hij dwars
gaat liggen, kan hij heel halsstamg
zijn. We bestaan als commissie
sinds maart 1999 en al na een paar
maanden voelden we ons gedwongen om ons werk weer neer te leggen. We konden geen secretariële
ondersteuning krijgen, terwijl dat
wel was toegezegd. Dat akkefietje
heeft tot begin 2000 geduurd.
Waarom Schut ons die ondersteuning bleef weigeren, begrijp ik nog
steeds niet.
Bij die reorganisatie kwam hij als
een wals op ons af. Aanvankelijk
wilde hij alles gewoon doordrukken. We waren helemaal niet
gelukkig met zijn eerste plan. We
zeiden: 'je haalt misschien dertien
schotten weg, maar die ver\'ang je
door betonnen muren.' Toen hebben we Bureau Berenschot
gevraagd voor een second opinion.
H u n bevindingen zijn voor een
deel overgenomen door Schut. Met
zijn tweede plan hebben we ingestemd met een aantal mitsen en
maren. N u moeten we gaan toetsen
of daaraan wordt voldaan."
Mark Peters is voorzitter van de
onderdeelcommissie bureau universiteit
en bibliotheek, waann vanaf 1999 de
inspraak van het personeel van beide
dienstonderdelen geregeld is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's