Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 392

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 392

8 minuten leestijd

AD VALVAS 15 FEBRUARI 2001

PAGINA 8

Promovendus pleit tegen het relativisme in de filosofie

De zin van het leven wetenschappelijk bepaald

God mag dan dood zijn, zoals Nietzsche beweerde, maar dat betel^ent

niet dat iedereen voor zichzelf kan

uitmaken wat goede normen en

waarden zijn. VU-onderzoeker Christian Krijnen rekent af met het relativisme in de filosofie. Op 22 februari

promoveert hij op een proefschrift

waarin hij stelt dat je universele normen en waarden wetenschappelijk

kunt bepalen. Met andere woorden:

dat je algemeen geldende uitspraken kunt doen over de zin van het

leven.

Kant. "Niet dat we precies moeten herhalen wat

Kant en Hegel al hebben gedaan, maar daarmee

moeten we wel verder."

Waarom eigenlijk? O m op objectieve wijze de zin

van het leven vast te kunnen stellen. Want dat

kan, denkt Krijnen. In weerwil van wat de

hedendaagse filosofen ons voorhouden, zijn er

volgens hem wel degelijk objectieve normen en

waarden die je kunt vaststellen, onafhankelijk

van culturele verschillen en interpretaties. De

onderzoeker wil afrekenen met het relativisme in

de filosofie. "Dat we nog geen absolute waarden hebben vastgesteld, wil niet zeggen dat

er dus ook geen absolute waarden zijn.

Het zegt alleen dat wij mensen niet volmaakt zijn."

Krijnen ziet er de humor wel van in, dat hij

wordt geïnterviewd op een druk treinstation.

Links en rechts schieten mensen ons voorbij,

binnenkomende treinen maken een soms oorverdovend lawaai. "Symbolisch voor wat ik betoog

in mijn boek", legt hij uit. "Al die treinen die

aankomen en vertrekken op een station. Dat is

precies wat ontbreekt in veel hedendaagse filosofie: een substantieel eenheidspunt, dat richting

geeft aan ons doen en laten."

Krijnen, die momenteel in Duitsland woont, is

één dagje in Nederland, waar hij tussen twee

afspraken door net een halfuurtje heeft om uit te

leggen waar zijn 650 pagina's tellende wijsgerige

proefschrift met de titel Nachmetaphysischer Sinn

over gaat.

Heinrich Rickert

Tegenwoordig heerst de opvatting dat alleen op

een bepaald vakgebied, bijvoorbeeld de biologie

of de sociologie, iets wetenschappelijks valt te

zeggen over normen en waarden. "Een evolutiebioloog als Michael Ruse zal het begrip normen

en waarden uitleggen als een genetische truc om

VOOR

SPORT

aldus Krijnen. Hij kijkt vooral naar neokantiaan

Heinrich Rickert (1863-1936). Die deed geen

beroep meer op een goddelijk wezen om over

goed en kwaad te oordelen, maar op onze eigen

rede, op de bedoelingen achter ons handelen.

Krijnen: "Rickert laat zien dat wat wij cultuur

noemen, in feite het geheel is van onze normen

en waarden. Cultuur, dat gaat over zingeving. Dat zegt natuurlijk niet dat alles m

kannen en kruiken is, maar ook niet

dat we alles maar als relatief moeten

beschouwen." Mensen in alle culturen, of dat nu Arabieren, Eskimo's of

Nederlanders zijn, zoeken naar de

waarheid. D e wil om die te kennen, is

bij iedereen hetzelfde. "Het enige wat

steeds verschilt, is de manier waarop we

tot die waarheid komen, en onze opvatting

over wat die waarheid is."

Teisoo»^*"';

Waarheid

Verloedering

PASSIE

isldas Z\eV

wetenschappelijk niet te

bepalen zijn. Krijnen bestrijdt dat. "Ik

denk dat de wetenschap wel kan

bepalen hoe geldig normen en waarden zijn. En dan bedoel ik niet de

vakwetenschap, zoals de biologie of

sociologie, maar een Ganzheitszvissenschaft zoals de filosofie, die alle afzonderlijke vakgebieden overstijgt en een

totaalbeeld geeft. Op dat niveau kan

een wetenschapper de geldigheid van

normen en waarden bepalen. Niet

door er rekenschema's op los te laten

natuurlijk, maar er kunnen wel richtlijnen worden aangegeven."

Peter Breedveld

De filosofie is op de verkeerde trein gestapt,

vindt Krijnen. Ongeveer na Kant is het misgegaan. "Toen kwamen filosofen als Hegel en

daarna Marx met hun denkbeelden. Vanaf de

negentiende eeuw werd de tendens sterker om

de filosofie te politiseren, om de werkelijkheid te

willen veranderen. Allerlei utopische denkbeelden kwamen naar voren, er moest een nieuwe

maatschappij komen en filosofen zagen zichzelf

als de brains of the world, die dat allemaal wel

even zouden voorkauwen. De filosofie werd

oppervlakkig. Er vond een methodische 'verloedering' plaats."

N u moeten we weer met de trein terug. Terug

naar het station waar we verkeerd zijn opgestapt,

naar vóórdat de verloedering inzette. Terug naar

de soort te laten voortbestaan. Als we maar denken dat er hogere waarden bestaan, helpt dat

ons om op een optimale manier te reproduceren.

E n een cultuurwetenschapper zal zin en waarde

uitleggen in termen van cultureel-sociale structuren", legt Krijnen uit. Maar de geldigheid van

die normen en

waarden

Het is volgens Krijnen gewoon een

kwestie van de juiste methode kiezen.

Niet alles relativeren, maar de eenheid in de veelheid ontdekken; ontdekken wat de wereld bijeenhoudt,

zoals Goethe zei. "Maar in de moderne filosofie wordt dat overzichtsperspectief onvoldoende benut."

En daarom moeten we "back to the

basics". Naar Kant, of liever, de neokantianen, want die hebben het

gedachtegoed van Kant en Hegel wél

subtiel verder ontwikkeld. Kant zei

dat we onze waarden niet moeten zoeken in religieuze openbaringen, of tradities, maar in onszelf, in onze eigen rede. De neokantiaanse filosofen, die opgang maakten tussen 1875 en 1930,

discussieerden "vanuit een positie waarmee wij

ook vandaag de dag nog uit de voeten kunnen".

Nazisme

Dus tóch relativisme! "Nee", zegt Krijnen,

"want de pretentie die we hebben om de waarheid te kennen, de drive, is bij iedereen hetzelfde. N e t zoals het soortelijk gewicht van goud

overal hetzelfde is en niet anders in Zuid-Afrika

omdat daar andere culturele of geografische

omstandigheden heersen. In elke cultuur gaat

het om mensen die waarden als waarheid en

gerechtigheid proberen te realiseren. De metliode die Kant voorstaat om absolute, voor iedereen geldige waarden te vinden, is om te zoeken

naar wat het nou voor ons betekent dat iets waar

is, welke pretenties er aan onze waarden ten

grondslag liggen. Rickert biedt alleen maar een

methodische aanpak, niet de waarheid zelf. Hi)

is geen profeet, maar gewoon een wetenschapper."

De opkomst van het nazisme en de Tweede

Wereldoorlog maakten een voortijdig einde aan

de opgang van het neokantianisme. Dat kwam

doordat sommige vooraanstaande neokantianen

joods waren, terwijl andere sleutelfiguren juist

met de nazibeweging sympatiseerden. Na de

oorlog ontwikkelde de moderne filosofie zich

verder zonder de erfenis van het neokantianisme

"Maar sinds een jaar of tien a vijftien is er weer

een sterke interesse voor het neokantianisme",

aldus Krijnen. "Door een onbehagen met de

hedendaagse filosofische benadering van allerlei

vraagstukken." Want Rickert is dan wel geen

profeet, hij brengt wel degelijk verlossing en

troost, meent Krijnen. "Verlossing van het onterechte idee dat alles relatief is, en troost dat er

absolute waarden bestaan, die het leven zin

geven."

, s^f:e^4^fit:^',-

(2)

'Ik blijf doorvechten, al sta ik met tien-nul achter'

Voor veel studenten is sporten niet meer dan een manier

om de calorieën kwijt te raken die er door bier en veel

snacken zo makkelijk aanvliegen. Maar je hebt ook echte

fanatiekelingen: studenten die leven voor hun sport. Marieke Doorenbosch (20) is derdejaarsstudente biologie en

tweevoudig clubkampioen badminton dames single bij de

ASVU. Komende zondag gaat ze op voor de derde keer.

Annemieke Bosman

Ik kom uit een echte badmintonfamilie. Mijn ouders namen me mee

naar de club toen ik zes was en sindsdien heb ik altijd gespeeld. Dat is

tamelijk uniek, want Nederlanders

badmintonnen bijna nooit in clubverband. Ze zien het niet als een topsport,

maar als een campingspelletje. Ze denken: zo'n shuttletje overmeppen kan

toch iedereen? Maar het is een stuk

moeilijker dan dat. Er komt heel veel

techniek bij kijken en het veld is groot.

Je moet in goeie vorm zijn om badminton te leren, want in het begin ren je

van hot naar her. En de slag moet je

ook niet onderschatten. Recreanten

kunnen er over het algemeen niks van.

Die staan als termisspelers met him

hele arm te maaien, terwijl de bewe-

ging kort en fel uit de pols moet

komen.

D e desinteresse voor badminton merk

je ook aan sportprogramma's op tv.

Vaak worden van een belangrijke wedstrijd niet meer dan twee minuten uitgezonden. Dat is jammer, want ik zou

het leuk vinden als meer mensen met

de sport bekend raakten. Het kijkgenot

kan me niet zoveel schelen, ik speel

toch liever zelf.

Ik ben een fanatieke speler, ik wil

graag winnen. Ik blijf doorvechten,

zelfs al sta ik met tien-nul achter.

Vroeger kon ik heel slecht tegen m ' n

verlies. Ik heb aardig wat rackets op de

baan kapot geslagen! N u heb ik die

driftbuien beter onder controle, al kan

ik soms nog behoorlijk uit mijn

humeur raken. Maar dat gebeurt ook

wel eens als ik win, terwijl ik niet lekker heb gespeeld. D a n vind ik de over-

winning onverdiend. Dat is erger dan

een partij verliezen waarin ik alles heb

gegeven. Want dan denk ik: de volgende keer dat ik je tegenkom, pak ik je

terug.

Een fhistratie die ik heb over badminton, is dat een set in de dames single

maar tot 11 punten gaat. Verder wordt

alles, heren single, dubbel en mix, tot

15 punten gespeeld. Ze hebben die

rotregel natuurlijk bedacht omdat

vrouwen minder sterk zijn dan marmen

en dus zo'n lange partij niet vol kunnen houden. Maar voor mij betekent

het vaak een nadeel. Ik kom in een

wedstrijd namelijk moeilijk op gang en

met 11 punten heb ik dan te weinig

tijd om een eventuele achterstand in te

lopen.

Mijn vriendje badmintont ook, we

mixen samen. We zijn aardig op elkaar

ingespeeld, maar het kan nog altijd een

stuk beter. Omdat hij een man is, is hij

sterker dan ik, ook al spelen we op

hetzelfde niveau. Dat is onuitstaanbaar, natuurlijk. Hij was vorig jaar ook

clubkampioen, bij de heren. Dit jaar

zal hij het moeilijk krijgen, want hij

heeft in elk geval één pittige tegenstander.

Mijn eigen kansen voor zondag schat

ik redelijk in, al zitten er ook lastige

dames tussen. En je weet natuurlijk

nooit of er zich op de valreep nog een

of andere topspeler a a n d i e n t . "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 392

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's