Ad Valvas 2000-2001 - pagina 482
AD VALVAS 2 9 MAART 2001
PAGINA 1 0
AD VAL
Opleiding tandheelkunde is eigenlijk te zwaa ien
Strakke planning en ire
De hele dag met echte patiënten werken in de kliniek
en dan 's avonds weer boven de boeken. Strak plannen en telkens weer de drempel over om een ingewikkelde behandeling uit te durven voeren. Tandheelkunde
is een zware opleiding, vinden de meeste studenten.
Soms zelfs te zwaar, zo bleek ook uit een onderzoek
van het Onderwijs Adviesbureau.
Yvette Ne en
Wit overheerst op de practicumzaal
van tandheelkunde: witte muren, wit
tl-licht en vooral veel witte jassen.
Alleen de donkere kleren van de
patiënten verstoren het klinische
beeld. De tandartsen m spe op de
zesde verdieping van het ACTAgebouw tegenover het Slotervaartziekenhuis vervullen hun rol serieus en
met verve. Vijfdejaars Caroline de
Krom en Jolanda Krijnen buigen zich
over de dertienjarige Jimmy. Jimmy
krijgt vandaag van hen een sealant,
een dun laklaagje dat de groeven in
zijn kiezen moet gladstrijken. Hij kan
gerust zijn. De behandeling doet geen
pijn.
De vrijwillige slachtoffers in de ligstoelen worden vriendelijk en zorgvuldig behandeld. Dat moet ook wel.
Van de studenten wordt immers eenzelfde kwaliteit verwacht als van professionele tandartsen. Tijdens het
practicum voor kmdertandheelkunde
werken de studenten per tweetal. Zo
kunnen ze de jonge patiënten beter
geruststellen. Af en toe schiet een van
hen de instructeur aan, die toeziet op
elke stap in de behandeling.
De practica van tandheelkunde zijn
intensief. Soms ligt Caroline de nacht
ervoor wakker. Zoals gisteren, toen ze
voor het eerst een wortelkanaal moest
behandelen. "Je ligt dan alles van
tevoren door te nemen", vertelt ze.
"Het gaat immers om ingrepen die
onomkeerbaar zijn. Maar juist omdat
je je zo verantwoordelijk voelt, gaat er
bijna nooit iets mis." Ze vindt het erg
leuk, het knutselen en improviseren
en de omgang met patiënten, maar ze
had van tevoren nooit gedacht dat de
studie zó zwaar zou zijn. "Als je de
hele dag in de kliniek hebt gestaan,
moet je 's avonds nog je colleges voorbereiden en tentamens leren."
Caroline overdrijft niet. Tandheelkunde is een zware opleiding. Studenten
besteden net als bij geneeskunde zeker
veertig uur per week aan de studie, zo
bleek onlangs nog uit een studentenenquête van de VU. Bovendien kent
de opleiding veel 'piekbelasting',
periodes waarin het werk zich opstapelt. Afgelopen zomer verrichtte het
Onderwijs Adviesbureau van de vu
een onderzoek naar de studeerbaarheid van het programma. De opleidingscommissie van tandheelkunde
had hierom gevraagd, omdat ze merkte dat de hoorcolleges doorgaans
slecht bezocht werden. Ook lieten de
studenten via onderwijsevaluaties steevast weten dat ze moeite hadden met
een aantal vakken.
Studievertraging
De conclusies van het rapport liegen
er niet om: de studie kent te veel
periodes met een te hoge studielast, er
zijn te veel contacturen, het rooster
biedt te weinig tijd voor zelfstudie, te
veel vakken worden tegelijkertijd
onderwezen, het tentamenrooster zit
overvol en de vakanties zijn kort. Het
programma vraagt van de studenten
"een strakke planning en een ijzeren
zelfdiscipline", aldus het rapport.
"Wat het extra zwaar maakt, zijn de
verschillende rollen die je vervult",
legt Carolien uit. "De laatste twee jaar
van je studie krijg je zo'n dertig
patiënten toegewezen bij wie jij alle
behandelingen uitvoert. Je bent dan
én tandarts én student. De patiënten
verwachten kwaliteit, dat brengt stress
met zich mee. Je wordt geacht behandelingsplannen op te stellen en je
eigen planning bij te houden. Daarnaast moet je telkens alle tentamens
halen om door te mogen stromen naar
het volgende jaar. Als één ding mis
gaat, loop je onmiddellijk achter."
Onderwijsdirecteur H . Kersten erkent
dat de contacturen van de studie niet
goed verdeeld zijn over het jaar.
"Over het hele jaar bekeken valt het
mee," vertelt Kersten. "Het programma is alleen op sommige punten niet
studeerbaar. Dat komt doordat we
voor het groepsonderwijs een beperkt
aantal docenten hebben. Tandheelkunde is een studie met veel specialismen, je kunt niet zomaar een paar
docenten extra aanstellen die in staat
zijn alle vakken te geven. We willen in
Eerstejaars tandheelkunde mogen nog niet op echte patiënten oefenen
DE MANNEN VAN ANDERHALF MILJOEN (5)
'Kerkgeschiedenis is mij
met de paplepel ingegoten'
(
De wetenschap is dringend op zoek naar jonge onderzoekers met verfrissende ideeën.
Daarom verstrekt de onderzoeksorganisatie NWO vanaf dit jaar subsidies van anderhalf
miljoen aan veelbelovende talenten. In heel Nederland kregen 43 onderzoekers een voorstel voor de 'vernieuwingsimpuls' goedgekeurd, op de VU vielen zes mannen in de prijzen.
Deze week vertelt historicus Fred van Lieburg wat hij met het geld gaat doen.
Yvette Nelen
Fred van Lieburg (33) komt oorspronkelijk uit de "zwaar- protestantse
hoek", zoals hij dat zelf noemt. Toch
heeft zijn bevindelijk gereformeerde
opvoeding zijn wetenschappelijkheid
als godsdiensthistoricus nooit m de
weg gestaan. "Ik heb inmiddels
afstand genomen van dat hele zware",
vertelt hij nuchter. "Het gaat me er
ook niet om geloofszaken te verdedigen of aan te vallen, ik wil gewoon kritisch onafhankelijk beschnjven en verklaren."
Al meer dan vijftien jaar houdt Van
Lieburg zich bezig met de geschiedenis
van het protestantisme. Dat begon tijdens zijn studie maatschappijgeschiedenis in Rotterdam en zette zich voort
tijdens zijn promotieonderzoek aan de
vu naar gereformeerde predikanten.
Na nog eens twee aanstellingen als
postdoc, krijgt hij nu de kans om een
groot onderzoek uit te voeren naar de
Nederlands-protestantse kerkhistorie
van het einde van de Reformatie (rond
1650) tot het begin van de verzuiling
(rond 1850).
Voor het onderzoek heeft Van Lieburg
een nieuw begrip geïntroduceerd: de
pastorale markt. "Hiermee bedoel ik
de markt van vraag en aanbod van
religieuze diensten", legt hij uit. "Zoals
mensen op een 'medische markt' op
zoek gingen naar alternatieve vormen
van genezing, zo gingen ze op de 'pastorale markt' op zoek naar alternatieve
vormen van geloofsbeleving. Religieuze diensten werden namelijk niet
alleen verzorgd door de officiële kerk;
er waren ook allerlei lekenpredikers
actief. Die voorzagen blijkbaar in een
behoefte. Ik wil graag meer weten over
die behoefte."
Via het werk van lekenpredikers en de
studie van andere lekenfuncties in de
gereformeerde en doopsgezinde kerken
probeert Van Lieburg meer zicht te
krijgen op de wisselwerking tussen de
officiële kerk en het gewone kerkvolk.
"Lekenpredikers waren een soort
bemiddelaars, zij wisten wat de kerk
verkondigde en wat er onder de bevolking leefde."
De historicus hoopt zo uit te komen
op een nieuwe benadering, die twee
stromingen in de geschiedschrijving
over religie verenigt: "Enerzijds is daar
de ouderwetse kerkgeschiedenis, die
zich erg richt op theologische zaken en
de historie van het instituut. Als reactie daarop kwam in de jaren zestig de
geschiedenis die zich uitsluitend bezighield met mentaliteit en volkscultuur.
Ook dat is volgens mij inmiddels een
gepasseerd station. Het is tijd dat de
twee benaderingen worden samengebracht."
Hierbij komt Van Lieburgs achtergrond goed van pas. "Ik heb kerkgeschiedenis er met de paplepel ingegoten gekregen. Daar ligt, denk ik, ook
de oorsprong van mijn fascinatie voor
religie. Ik heb grote affiniteit met de
richting en ken de wereld van binnenuit." Dat behoedt hem ook voor verkeerde interpretaties, want zijn werk
wordt kritisch gelezen m protestantse
kringen.
Af en toe leidt dat tot heftige reacties.
Zo schreef Van Lieburg een paar boeken over religieuze volksverhalen. "Ik
behandel hierin de protestantse won-
,.rëd van t p ^ ^
llwerwoogiafcililf
Anje Kirsch
derverhalen als verhalen, terwijl sommigen de verhalen als waar beschouwen. Op voorpublicaties kreeg ik een
paar boze brieven: hoe ik die waarheid
in twijfel durfde te trekken."
Van Lieburg is blij met de zekerheid
die de vemieuwingsimpuls hem geeft.
Na jarenlange tijdelijke aanstellingen
heeft hij eindelijk zicht op een vaste
baan. Dat was twee jaar geleden wel
anders. Toen overwoog hij nog om
huisman te worden. "Niet dat ik dan
het onderzoek had kunnen laten,
hoor", voegt hij eraan toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's