Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 460

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 460

8 minuten leestijd

AD VALVAS 2 2 MAART

PAGINA 4

Academici houden 75 jaar na dato symposium over de kwestie-Geelkerken

De rel van de sprekende slang

De gereformeerde predikant

Geelkerken durfde te betwijfelen dat er in het paradijs

werkelijk een sprekende

slang was geweest. Hij veroorzaakte daarmee in 1926

een kerkscheuring. Maar

was Geelkerken echt de vernieuwer waarvoor hij sindsdien doorgaat? 'Hij was

vooral een querulant', zegt

George Harinck van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands

protestantisme.

Peter Breedve d

Was het echt een sprekende slang

geweest die Eva in het paradijs had

verleid tot het eten van de 'boom der

kennis van goed en kwaad'? De

Amsterdamse gereformeerde predikant

Johannes Geelkerken had op 23 maart

1924 in een preek gezegd dat sommige

Bijbelverhalen "ons plaatsen voor

eigenaardige moeilijkheden". Zo

betwijfelde hij dat Genesis 3 een letteriijk verslag was van gebeurtenissen

in het paradijs. Het ging in dat bijbelverhaal om "bewoordingen, die aan

onze aardse bedeling zijn onüeend",

zei Geelkerken.

Zijn woorden sloegen in als een bom.

In gereformeerde kringen werd de Bijbel namelijk als het onfeilbare Woord

van God gezien. Dat móest je dus wel

degelijk letterlijk nemen. Ook als het

ging over een slang die kon spreken.

Wat Geelkerken had gedaan met zijn

preek, was de oorlog verklaren aan de

Gereformeerde Kerken, zoals een

redacteur van het weekblad De Reformatie schreef.

Geelkerken werd als predikant

geschorst door de gereformeerde synode, het landelijke bestuur van de Gere-

Geelkerken (tweede van rechts), met collega's Smelik (eerste van links) en Buskes (tweede van links). De

twee andere heren zijn waarschijnlijk voormannen van het Hersteld Verband. Met dank aan het Historisch

Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme.

formeerde Kerken. Toen hij desondanks toch ging preken voor een

stampvolle Parkkerk in AmsterdamZuid, moest de politie eraan te pas

komen om een horde boze mannenbroeders in bedwang te houden. Een

grote groep vu-studenten ging de

straat op om Geelkerken steun te

betuigen. De affaire had zelfs een

scheuring binnen de gereformeerde

kerk tot gevolg. Geelkerken ging daarna zijns weegs en richtte met een aantal geestverwanten de Gereformeerde

Kerken in Hersteld Verband (HV) op.

Dansen

Maar ging het in de kwestie van de

sprekende slang wel om Geelkerkens

rol als voorvechter van vernieuwing?

"Welnee", zegt vu-theoloog Dirk van

Keulen. "Geelkerken had zich in gereformeerde kringen al eerder niet

geliefd gemaakt. Er was gewoon een

aantal mensen dat hem moest hebben."

Geelkerken was volgens Van Keulen

zeker niet de eerste predikant die zich

uitsprak tegen starre dogma's binnen

het geloof Zo werd bijvoorbeeld al in

1919 een predikant Netelenbos afgezet

omdat hij in een preek voor een persoonUjker geloofsbeleving had gepleit.

"Maar de naam Geelkerken duikt

steeds maar weer op, omdat dat verhaal van die sprekende slang natuurlijk

zeer tot de verbeelding spreekt", aldus

Van Keulen.

Verder ging het in de kwestie vooral

om de persoon van Geelkerken zelf

Zo werd er in een van de honderden

brieven die de synode met betrekking

tot de kwestie ontving, op gewezen dat

Geelkerken wel eens - alleen - in Parijs

was gesignaleerd en dat hij zijn kinderen toestemming gaf om te dansen!

Maar zó verschillend dachten Geelkerken en de synodeleden nou ook weer

niet, merkt Van Keulen op. "Ze wilden allemaal schrifttheologen volgens

de goede reformatorische traditie zijn.

Voor allen stond vast dat de mensheid

op een gegeven moment in de geschiedenis 'in zonde was gevallen'. Het

enige wat Geelkerken had gezegd, was

dat het moeilijk was om te bepalen

hoe bepaalde passages in de Bijbel

moesten worden geïnterpreteerd."

Geelkerken had echter vele vijanden

gemaakt. Al jaren vóór de kwestie

rond de sprekende slang had hij zich

de woede van de goegemeente op de

hals gehaald door een pamflet te

schrijven tegen een synodebesluit. D e

synode had in 1920 een 'getuigenis'

doen uitgaan naar de kerkenraden in

het land, waarin werd opgeroepen tot

trouw aan de gereformeerde belijdenis.

De synode vond dat de Gereformeerde

Kerk zich moest afsluiten voor de

'ongoddelijken en verderfelijken tijdgeest'. Geelkerken noemde dat in zijn

pamflet een "machteloos gebaar". In

plaats van een vreesachtige en defensieve houding aan te nemen, vond hij,

moest de kerk zich juist over de wereld

ontfermen.

Querulant

"Geelkerken was exponent van een

stroming binnen de kerk die 'de beweging der jongeren' heette", aldus Van

Keulen. "Die stroming wilde meer

vrijheid in de kerk en een cultuur van

meer openheid en dat zette kwaad

bloed." Daarnaast kon Geelkerken ook

helemaal niet goed opschieten met een

aantal collegapredikanten. In zó'n

sfeer speelde zich de hele affaire af"

"Natuurlijk heeft Geelkerken birmen

de gereformeerde kerk een vernieuwende rol gespeeld," zegt dr. George

Harinck van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme, dat aan de vu is gevestigd. "Maar daar blijft niet veel van

over als je kijkt naar zijn aandeel binnen de HV. Zo moest hij niks hebben

van het gedachtegoed van de theoloog

Karl Barth, die door de andere Hv'ers

werd omhelsd, en die zei dat je van

God hoogstens een glimp kunt waarnemen in de Bijbel. Dat ging veel verder dan Geelkerken wilde gaan."

Geelkerken kon volgens Harinck ook

helemaal niet opschieten met HVdominee Buskes, die hij veel te sociaal

en te links vond. "Geelkerken was zelf

juist elitair. Hij heeft nooit mee willen

doen met de beweging rond de 'Doorbraak', die vond dat christenen zich

moesten losmaken van h u n maatschappelijke zuil. Met die wetenschap

kun je je dus afvragen of er van Geelkerken in de loop der jaren niet te véél

is gemaakt."

Meer dan een vernieuwer was Geelkerken volgens Harinck een querulant.

"Hij prikkelde graag en liet zich de wet

niet voorschrijven. Die houding kon hij

zich ook wel veroorloven, want hi) was

een bemiddeld man en fuiancieel geheel onafhankelijk van de gemeente."

75 Jaar Geelkerken is een mooie aanleiding voor een symposium over de

kwestie, maar niet de belangrijkste.

"De laatste jaren zijn er veel archieven

opengegaan die nieuw onderzoek

mogelijk hebben gemaakt", aldus

Harinck. "Al dat nieuwe materiaal

geeft veel reden om met andere ogen

naar de kwestie-Geelkerken te kijken.

Ook hoeven we niet meer bang te zi|n

dat er ruzie zal worden gemaakt. Alle

direct betrokkenen zijn immers inmiddels overleden. Dat maakt het mogelijk om rustig over de affaire te praten

en te kijken wat er nu werkelijk is

gebeurd."

Het symposium 75 jaar Kwestie-Geelkerken is

op 23 maart m de Lemkerzaal in Kampen.

Historisch documentatiecentrum bestaat dertig jaar

Smullen van de protestantse geschiedenis

Twee kilometer aan archiefmateriaal. Daarover beschikt het

Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. Het centrum, dat aan de VU is gevestigd,

bestaat dertig jaar en heeft zich in die tijd ontwikkeld tot

een toonaangevend instituut op het gebied van het protestantisme. Er is heel wat te lezen. 'Sommige protestantse

voormannen waren kleurrijke types.'

Dirk de Hoog

De papieren erfenis van Abraham

Kuyper Hgt op de vu. Net als die van

de protestantse voorman Hendrik

Colijn en de archieven van allerlei protestantse verenigingen, kerken en politieke partijen.

Een saaie, stoffige bedoening? Absoluut niet, vindt professor Jan de

Bruijn. De historicus is sinds 1986

directeur van het aan de vu-bibliotheek verbonden Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. "Het protestantisme is de

afgelopen eeuwen een invloedrijke

stroming in de Nederlandse samenleving geweest. Die geschiedenis bestuderen is voor elke historicus een interessante bezigheid. Bovendien waren

sommige voormannen van het protestantisme buitengewoon veelzijdige en

kleurrijke types."

Toch dankt het documentatiecentrum

zijn oprichting in 1971 meer aan de

neergang van calvinistisch Nederland

dan aan de bloeitijd van de bonte verzameling gereformeerde en hervormde

kerken en verenigingen. "Het was de

tijd van de ontzuiling", vertelt De

Bruijn. "Allerlei protestants-christelijke

organisaties gingen fuseren of verdwenen. Er moest iets met de archieven

van die clubs gebeuren. Dat was een

van de redenen voor de oprichting van

het documentatiecentrum. De Katholieke Universiteit Nijmegen had twee

jaar eerder eenzelfde initiatief genomen voor het bewaren van de roomse

geschiedenis."

Doorzettingsvermogen

Inmiddels bestaat het documentatiecentrum dertig jaar. T e r gelegenheid

daarvan verschenen deze maand de

jeugdmemoires George Puchinger, de

eerste directeur van het centrum. Deze

'chroniqueur van het protestantisme'

overleed in september 1999.

In zijn nalatenschap zat een onvoltooide autobiografie van zijn jeugdjaren

tussen 1921 en 1945, die weinig

vreugdevol verliepen. Medewerkers

van het centrum hebben het manuscript bewerkt en er een fors boek van

gemaakt. Het sluit bijna naadloos aan

op de maar liefst 1280 andere boeken

en artikelen die Puchinger heeft

geschreven. Wegens de gedetailleerde

en uitvoerige stijl van de schrijver is er

wel flink wat doorzettingsvermogen

nodig om de schrijfsels door te ploegen.

Toch is De Bruijn erg ingenomen met

het boek. Ook van Puchingers overige

werk ziet hij de waarde in. "Zijn uitvoerige verslagen zijn een rijke bron

voor historici. Puchinger voelde zich

nauw betrokken bij de protestantse

beweging en vroeg mensen het hemd

van het lijf Misschien zijn zijn boeken

geen kritisch journalistieke publicaties

zoals we die nu kennen. Maar wetenschappelijk heeft Puchinger zeker iets

in zijn mars gehad, want hij kreeg in

1996 een hoge onderscheiding van de

Koninklijke Nederlandse Akademie

van Wetenschappen."

De Bruijn benadrukt dat het documentatiecentrum in de eerste plaats

een wetenschappelijk centrum is en

geen protestants propaganda-instituut

"We wallen publicaties op hoog niveau

maken en werken zeker niet alleen met

geestverwanten samen." Die kritische

benadering bleek een paar jaar geleden

toen vu-historicus Henk Langeveld

met hulp van het documentatiecentrum een nieuwe biografie over Coli)n

publiceerde. Het koloniale verleden

van Colijn kreeg in het boek veel kritiek te verduren.

Het documentatiecentrum geniet ook

de belangstelling van jonge onderzoekers en niet alleen vanuit de vu. Zo

verschenen onlangs twee proefschriften over de geschiedenis van de Anti

Revolutionaire Partij (ARP), waarvan

de archieven in het centrum liggen.

Binnenkort promoveert iemand in Ni)'

megen op een onderzoek naar het

anti-papisme in protestantse kringen

De Bruijn verheugt zich er nu al op:

"Hoezo saai? Dat is smullen!"

George Puchinger, Jon^e^aren 1921-1945.

Uitgevenj Aspekt ƒ49,95. ISBN90 75323 90 5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 460

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's