Ad Valvas 2000-2001 - pagina 483
HD VALVAS 2 9 MAART 2 0 0 1
PAGINA 1 1
ien niet alleen studenten
ren zelfdiscipline
Friso Spoelstra
PASSIE
de toekomst graag meer expertise per
docent, maar dat is op korte termijn
moeilijk te verwezenlijken. Wel gaat
het aantal contacturen volgend jaar
omlaag."
De studie duurt vijf jaar, maar zowel
Carolien als Jolanda zitten al in h u n
zesde jaar, zoals trouwens de meesten
van h u n jaargenoten. De studenten
noemen twee problemen die volgens
hen leiden tot studievertraging: er is
een tekort aan tandartsen en dus ook
aan docenten, en daarnaast is er een
tekort aan patiënten. "Op elke practicumzaal loopt meestal maar één
instructeur rond, die dan zo'n dertig
studenten begeleidt", legt Caroline
uit. "Soms moet je twintig minuten
wachten voor je advies krijgt. Dat vind
ik dan vooral vervelend voor de
patient."
Want je laten behandelen bij ACTA is
dan wel goedkoper dan bij de gewone
tandarts, maar je moet er wel de tijd
voor nemen. Dat is ook de reden dat
het patientenbestand soms wat eenzijdig is; vooral veel ouden van dagen
weten de weg naar het ACTA-gebouw
te vinden.
Als student moet je bijna hopen dat je
dertig patiënten toegewezen krijgt die
niet goed h u n tanden poetsen. Want
je moet elke soort behandeling minstens één keer uitgevoerd hebben. Zo
kan zesdejaars Ronald Bosboom pas
afstuderen als hij een brug heeft
gemaakt. "Een medestudent heeft hier
anderhalfjaar op moeten wachten,"
weet hij. "Hoe ingewikkelder en duurder de behandeling, hoe moeilijker het
is om een patiënt te vinden. Als een
patiënt afhaakt omdat hij de behandeling niet kan betalen, roepen sommige
studenten: 'Desnoods betaal ik het
wel!' Maar dat gaat mij toch iets te
ver."
VOOR
SPORT
Volgens Kersten kunnen de studenten
hun vertraging niet alleen afschuiven
op een patiententekort Ze zouden
ook meer de hand in eigen boezem
moeten steken. "We hebben een
tekort aan patiënten gehad, maar op
dit moment is dat weer recht getrokken. De studenten moeten zelf afspraken maken en h u n patiënten bijhouden. Bij de ene student bellen patiënten makkelijker af dan bij de andere.
De ene student zit er ook meer achteraan dan de andere. Je moet je studie goed organiseren."
Werkdruk
Strak plannen en hard werken, dat is
wat van ACTA-studenten wordt verwacht. "En de meeste docenten vinden dat daar niets mis mee is", aldus
zesdejaars Chris Hudson. "Als tandarts moet je immers ook hard werken, zo redeneren ze. Maar je knjgt
nu wel erg weinig tijd om verder te
kijken dan het programma en je verder te ontwikkelen."
Bovendien vraagt Chris zich af of de
werkdruk op de practicumvloer voor
de studenten niet te hoog is. "Ik hoor
mijn medestudenten regelmatig klagen over vermoeidheid. Ook hebben
ze moeite om in slaap te komen, of ze
stellen afspraken uit, omdat ze er
tegenop zien. Dat zijn allemaal verschijnselen die wijzen op stress."
Omdat Chris benieuwd is of hij dit
goed gezien heeft, is hij voor zijn
scriptie begonnen met een onderzoek
naar werkdruk onder derde-, vierdeen vijfdejaars studenten. Hij heeft de
data nog niet verwerkt, maar op de
enquête kreeg hij een respons van
zo'n zeventig procent. Dat is in ieder
geval een teken dat het onderwerp
leeft onder de studenten.
Tandartsentekort wordt komende
tien jaar merkbaar
Begin jaren tachtig vonden er in Nederland twee grote bezuinigingsrondes
plaats in het tandheelkunde-onderwijs. D e universitaire opleidingen in
Utrecht en Groningen moesten dicht, en die m Nijmegen en Amsterdam
werden flink afgeslankt. D e tjvA en de vu werden gedwongen om samen te
gaan in het huidige ACTA. Nadat was gebleken dat er toch iets te enthousiast
was geschrapt in Groningen, ging deze opleiding na een paar jaar opnieuw
van start, maar ook hier in afgeslankte vorm.
Wat velen destijds al voorspelden, dreigt nu bewaarheid te worden; in
Nederland ontstaat een tekort aan tandartsen. Dat tekort zal vooral de
komende tien jaar duidelijk merkbaar worden. De ministers Hermans van
Onderwijs en Borst van Volksgezondheid willen daarom het aantal studenten tandheelkunde opvoeren. In Amsterdam is de numerus fixus vanaf volgend jaar verhoogd van 138 naar 158. D e komende vijfjaar zullen er dus
honderd extra studenten komen.
De opleiding zelf staat niet te trappelen om het besluit van de ministers uit
te voeren. Op dit moment telt ACTA Ln totaal 750 smdenten. Een tekort aan
tandartsen betekent ook dat het moeilijk wordt extra docenten aan te trekken. Bovendien heeft ACTA nu al te kampen met ruimtegebrek. N a de uitbreiding van de prekliniek (waar eerstejaars kunnen oefenen op poppen) is
de rek van het gebouw aan de Louwesweg er definitief uit. D e kliniek voor
ouderejaars had haar maximum al eerder bereikt. N a de opening van een
dependance in D e n Haag, komt er daarom nu ook een vestiging in Almere.
De colleges van bestuur van de UVA en de vu praten al jaren over een mogelijk nieuw gebouw aan de D e Boelelaan. Maar vooral voor de UVA ligt die
discussie moeilijk, want zij wil vóór alles dat een opleiding op het vu-terrrein
ook herkenbaar blijft als uvA-opleiding. Over drie weken moet een defmitief
besluit vallen.
Ondanks de werkdruk is tandheelkunde een van de opleidingen in Nederland met de laagste studie-uitval. In
Amsterdam valt maar acht procent
van de propedeusestudenten af Van
alle studenten die beginnen aan het
doctoraal, stopt zelfs maar twee procent ermee. "We hebben een relatief
grote groep die lang blijft doorsmderen", legt Kersten uit. "Sommigen
blijven maar komen, ook al doen ze
een toets voor de tiende keer. Zij willen koste wat kost de eindstreep
halen, vaak onder druk van ouders of
ooms en tantes die ook in het vak zit-
ten." Daarbij gaat het om een dure
opleiding (studenten tandheelkunde
kosten ongeveer een ton per jaar),
waarvoor je ingeloot moet worden.
Kersten: "Met Engels stop je makkelijker."
En Caroline, Jolanda, Chris en
Ronald zijn het er alle vier over eens:
tandheelkunde is vooral ook een leuke
studie. "Je bent bezig met een vak",
verklaart Chris. "Alles wat je doet,
moet je goed overwegen. Intussen ga
je om met allerlei patiënten, makkelijke en moeilijke. Ik houd er wel van
om met mensen te kletsen."
(7)
I n rugby vind ik totale ontlading'
Voor veel studenten is sporten niet meer dan een manier om
de calorieën kwijt te raken die er door bier en veel snacken
zo makkelijk aanvliegen. Maar je hebt ook echte fanatiekelingen: studenten die leven voor hun sport. Bram Breukink
(26) is zesdejaars rechten. Hij speelt als scrum-half
ereklasse rugby en is verslingerd aan zijn club Ascrum.
Annemieke Bosman
"Wat mij het allermeest aantrekt in
rugby is het fysieke contact.' Als spelverdeler heb ik wat dat betreft niet de
gunstigste positie, want ik sta bijvoorbeeld buiten de scrum. Maar van tackelen komt het wel en dat kan ik ook
behoorlijk goed. Iemand keihard nagelen en dan het liefst zó dat-ie moet
kreunen, dat geeft mij een kick. Heel
treurig eigenlijk, of moet ik zeggen
mannelijk?
In ieder geval is rugby géén sport voor
meisjes. Vrouwenrugby vind ik echt
afzichtelijk. D a n zitten ze aan eikaars
haren te trekken, ranzig gewoon. Dat
is niet ongeëmancipeerd van mij, want
ik ken meisjes genoeg die het met me
eens zijn. Ik kan me trouwens wel
voorstellen dat je het ook geen elegant
gezicht vindt als je ons ziet spelen.
Maar een internationale wedstrijd is
echt prachtig.
Ik heb dit weekend in Parijs het duel
Frankrijk-Wales gezien. D a n merk je
hoe goed er op topniveau over opstelling en tactiek wordt nagedacht. D e
spelers rennen in een mooie aanvalslijn
over het veld en geven het spel dynamiek. Dat is bij amateurs wel anders,
die liggen om de haverklap op een
kluitje in de modder. Vooral Nederlanders trouwens. Geef je een Zuid-Afrikaan de bal, dan wil hij ermee wegrennen om mooie dingen te gaan doen.
Maar een Nederlander zoekt altijd het
contact op. Als je naar de ereklasse
kijkt, zie je allemaal sterke kerels die
het erg leuk vinden om zo hard mogelijk tegen elkaar aan te beuken.
Hoewel het niveau in het buitenland
hoger ligt, hoef ik daar niet zo nodig
heen.
Hier kan ik uitblinken, omdat niet zo
heel veel mensen rugby spelen. Daardoor heb ik al een aantal keren in
Oranjege zeten. Bovendien heb ik mijn
hart verpand aan Ascrum, dat is het
beste wat me ooit had kunnnen overkomen. D e club vormt mijn sociale
leven. Door de fysieke afhankelijkheid
van elkaar in het spel hebben we ook
daarbuiten een stevige band met elkaar
gekregen. We trekken heel veel met
elkaar op. Tijdens trainingen en wedstrijden lopen we hard op elkaar te
schelden, maar na afloop is dat vergeten en vergeven. W e drinken een biertje en lullen nergens meer over.
Het fysieke van het spel heeft als
nadeel natuurlijk de vele blessures. Ik
heb zelf twee jaar met een hersenschudding en een whiplash gekampt.
O m mezelf sterker te maken, doe iknu
veel aan fitness. Naast de drie dagen
per week dat ik met rugby bezig ben,
hang ik ook zeker drie keer in de apparaten. Dat heb ik er wel voor over om
met mijn lievelingssport door te kunnen gaan. Ik vind in rugby namelijk
een totale ontlading. Niet dat ik een
psychopaat ben als ik een paar dagen
niet speel, maar ik word toch behoorlijk onrustig. Ik blijf ook altijd bij
Ascrum. Het zijn allemaal malloten, er
is geen saai mens te bekennen. Ascrum
is een gevoel."
Bram Breukink: 'Iemand keihard nagelen zodat-ie
moet kreunen geeft mij een kick'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's