Ad Valvas 2000-2001 - pagina 94
AD VALVAS 2 8 SEPTEMBER 2000
PAGINA 2
BAS VAN DER SCHOT
STELLING
VAN DE WEEK
Vervolg van pagina 1
-"ZE
H e t gaat e c o n o m i s c h erg goed
m e t N e d e r l a n d . Prinsjesdag
draaide dit jaar o m de verdeling van extra miljoenen. Toch
kunnen studenten niet rondkom e n van h u n studiefinanciering en m o e t het overgrote
deel van h e n naast de studie
werken voor de kost. Is het idioot dat 80 procent van de studenten in deze tijd een bijbaan
nodig heeft?
KENWE I I A T
^^K E»ETER AA/V
DE ^^TofloBitiSTf/v
GEVEN.'
W E T E N S C H A?5 VooR LicHT/MfiS o FFENSiEF
De numerus fixus kan helaas niet worden afgescliaft
P r e m i e r Kok en de Tweede Kamer
willen de studentenstop voor de
opleiding geneeskunde afschaffen
o m een einde te maken aan het artsentekort. Volgens prof. dr. E . van
der Veen laten ze zich daarbij leiden door valse m o t i e v e n .
N a d a t eerst minister Borst al
publiel^elijk; de numerus fixus voor
geneeskunde ter discussie had
gesteld, deed enkele dagen daarna
premier Kok nog eens een duit in het
zakje. Vervolgens vroeg de heer Melkert, paars gesteund door Dijkstal en
De Graaf, aan de regering om "voor
de behandeling van de begroting van
de ministers van o c w en VWS een
notitie aan de Kamer te zenden
AD VALVAS
Ad Valvas is het redactioneel onafhanlteiijke
weel<biad van de Vrije Universiteit
Redactie-adres' De Boelelaan 1105,
kamer 15B 15 (bezoek en post)
1081 HV Amsterdam, tel. (020) 4445630
Fax-nummer (020) 4445639
E-mail adres redactie@advalvas.vu.nl
Oplossinger» cryptogram en mededelingen naarmedëdelingen@advalvas vu.nl
Redactie Kees Waagmeester (hoofdredacteur,
4445632, redactie@advalvas.vu.nl).
Martine Postma (eindredacteur, 4445640,
mpostma@advaivas vu nl).
Dirk de Hoog (4445637, ddehoog@advalvas.vu nl).
Yvette Nelen, (4445636, ynelen@advalvas vu.nl).
Weimoed Visser (4445634. wvisser@advalvas.vu nl).
Wendy Traa (4445631, wtraa@advalvas vu nl)
Secretariaat' Maria Koelev^ijn (4445630,
mkoeIewijn@advaivas vu nl)
Medewerkers Floor Bal. Ellen van Dalen,
Shirley Haasnoot, Krista Kroon, Selma Schepel,
Elsbeth Vernout, Annette Wiesman.
Foto's. Anje Kirsch. Yvonne Compier,
Sidney Vervuurt, Bram de Hollander,
Cynthia van Elk. Friso Spoelstra en André Bakker
Tekenaars: Aad Meijer, Bas van der Schot,
Berend Vonk, John Reid, Bastiaan Geleijnse
en Jean-[Vlarc van Tol
Stichting Hoger Onderwijs Persbureau;
Hanne Obbink, Frank Steenkamp,
Inge Hogendoorn, Matthé ten Wolde,
tel (071) 5236151
Ontwerp lay-out Hollandse Hoogte
Opmaak: Erna Ruyne, Lelystad
Adviescommissie prof dr. J.H.J van den Heuvel
(voorzitter), mevr drs. M E D Lamboo. H Marseille,
H Invernizzi, dr J.T J M. Willems
Advertenties, opgeven bij Bureau Van Vliet, postbus 20, 2040 AA Zandvoort, tel (023) 5714745,
fax (023) 5717680 Ook voor 'Adjes commercieel'.
Overige Adjes redactie-adres, advertenties van
VU instanties opgeven op lD-04, Hoofdgebouv^,
tel. 4445660 (mr J L K. van der Veen)
Productie Dijkman Offset. Diemen
Abonnement, per jaargang fl 58,=.
Later in het jaar per gemiste editie fl. 1,= minder
Betaling per acceptgirokaart, aan te vragen bij de
redactie
Int.Standaard Sene Nummer. 0166-0098
Overname van artikelen' is alleen toegestaan
na verkregen toestemming van de redactie
waarin aangegeven wordt op welke
wijze de numerus fixus opgeheven
kan worden en de opleidingscapaciteit kan worden aangepast aan de
behoefteraming; tevens in deze notitie voorstellen te doen om het aantal
artsen uit te breiden door de opleidingsduur te verkorten, de arbeidstijd van de opleiders te verlengen en
de capaciteit van de opleiding te vergroten".
Weer moeten de
faculteiten
Geneeskunde - niet gehoord over
deze plotseling in de politieke
belangstelling komende zaak - constateren dat de discussie vooral door
de emotie wordt gestuurd. Was eerder een niet ingelote hoogbegaafde
Rotterdamse aanleiding de gewogen
loting te veranderen en een systeem
van decentrale selectie in te voeren,
nu lijken wachtlijsten de aanleiding
om het aantal artsen drastisch te verhogen.
Wat de dame en heren hadden
moeten en kunnen weten, is dat er
een door henzelf mede geïnitieerd
orgaan bezig is de toekomstige
behoefte aan artsen zo goed mogelijk
in te schatten. Dit Capaciteitsorgaan
zal binnen enkele maanden een eer-
ste rapportage leveren.
Daaruit zal blijken dat inschatting
van de toekomstige behoefte uiterst
moeilijk is en dat betrouwbare getallen pas in de loop van de komende
jaren zijn te verwachten. Wel zal blijken dat de behoefte zal toenemen,
maar hoeveel is nog zeer onzeker.
De
gezamenlijke
faculteiten
Geneeskunde zijn van mening dat de
instroom van de faculteiten de
komende paar jaar kan en moet worden uitgebreid tot ongeveer 2400
eerstejaars (300 per faculteit). Een
grotere instroom zal leiden tot een
ongewenste kwaliteitsverlaging en/of
forse extra investeringen vragen. De
decanen vrezen ook dat een niet met
goede prognoses onderbouwde verdere verhoging van de fixus ertoe zal
leiden dat er opnieuw een stuwmeer
van werkloze artsen zal ontstaan,
zoals nog maar ongeveer tien jaar
geleden het geval was. Dat mag deze
jonge mensen niet worden aangedaan en is bovendien gezien de kosten van de opleiding een kostbare,
verkeerde investering.
Het verkorten van de opleidingsduur is onderwerp van studie van
KNMG en de gezamenlijke faculteiten. Ook daarover is over ongeveer
een jaar meer te zeggen. Zeker is dat
het een verre van eenvoudige zaak is
en niet snel resultaat zal hebben. Het
voorstel van de heer Melkert om de
arbeidstijd van de opleiders te verlengen is van een verbluffende eenvoud. Dat we daar nu zelf niet eerder
aan hebben gedacht bij een groep
professionals die anders dan het gros
van de Nederlanders nu al werkweken heeft van meer dan vijftig uur!
Samenvattend: de problematiek
rond de numerus fixus voor de opleiding geneeskunde is te belangrijk en
het oplossen ervan te kostbaar om
ons daarbij te laten sturen door emotie over wachtlijsten en dergelijke.
De fixus blijft daarmee voorlopig een
noodzakelijk kwaad.
Prof. dr. E. van der Veen is decaan
van de faculteit Geneeskunde
Nieuw armoederapport Wereldbank is weinig concreet
VU en UvA gastlieer van Wereldbank
Op dinsdag 3 oktober presenteert
de president van de Wereldbank,
James D . Wolfensohn, in A m s t e r d a m een nieuw rapport over de
wereldarmoede. Hij doet dit op een
groot congres, georganiseerd door
het A m s t e r d a m Institute for International D e v e l o p m e n t (AIID), het
pas opgerichte centrum voor ontwikkelingsstudies van de VU en de
UvA.
Het Internationaal Monetaire
Fonds staat onder druk. Ook de
Wereldbank krijgt steeds meer kritiek. Want de wereldeconomie groeit
en toch blijft de armoede toenemen.
Het is inmiddels tien jaar geleden
dat de Wereldbank een rapport over
wereldarmoede uitgaf. T o e n predikte de bank vooral het bevorderen van
economische groei om de armoede
te bestrijden. Een groeiende economie die evenwichtig wordt verdeeld
en genoeg werk verschaft, zal de
armere bevolking van een land ten
goede komen, was het idee. Toch
bleek deze 'economische groeigedachte' niet voldoende. Want de
welvaart mag dan zijn toegenomen,
nog steeds leven grote delen van de
wereldbevolking in bittere armoede.
De vraag is nu of de Wereldbank
met haar rapport een nieuwe koers
gaat varen. Jan Willem Gunning,
hoogleraar ontwikkelingseconomie
aan de VU en mede-oprichter van
het AIID, vreest dat dat tegenvalt.
"Het rapport bevat minder nieuws
dan sommigen gehoopt hadden. Het
bevorderen van economische groei
blijft belangrijk." Toch ziet hij wel
degelijk veranderingen. Het grootste
verschil is de verbreding van de
definitie van armoede. "Armoede
hangt niet alleen samen met economische groei, maar kan ook een politieke betekenis hebben. Het uitsluiten van grote groepen van de bevol-
king in het bestuur van een land, bijvoorbeeld. Actiegroepen en nietgouvemementele organisaties hebben er bij de Wereldbank op gehamerd dat burgergroeperingen in ontwikkelingslanden mondiger moeten
worden. Ook besteedt het rapport
aandacht aan het belang van veiligheid en zekerheid van burgers."
De belangrijkste kritiek van G u n ning op het rapport is het ontbreken
van duidelijke keuzes door de
Wereldbank. Een bredere definitie
van armoede is immers tegelijkertijd
een vagere definitie. In het rapport
staan weinig concrete aanwijzingen
hoe de armoede moet worden aangepakt. "Het is te veel van alles wat",
aldus Gunning. "Het is niet duidelijk wat regeringen van landen die
ontwikkelingshulp geven en de ontwikkelingslanden zelf kunnen doen
om armoede te bestrijden."
Er moeten dus beleidskeuzes
gemaakt worden. Door wie? Gun-
Bouke van der Weide (student politicologie) vindt dat
studenten gewoon niet zo moeten zeuren. "Onder studenten
in Nederland is een klaagcultuur aan het ontstaan. Studenten hebben de neiging over alles
en nog wat te klagen; te weinig
woonruimte, te weinig geld, te
weinig computers (bijvoorbeeld
bij scw). In Nederland worden
studenten tot en met verwend.
Een studiebeurs, die je met een
lening aan kunt -vullen tot meer
dan 1300 gulden, in sommige
steden is nog woonruimte
genoeg (Eindhoven, Tilburg)
en 's ochtends om negen uur
zijn de computerzalen nagenoeg
leeg. In plaats van dat studenten wat creatiever met hun middelen en
flexibele
positie
omgaan, wordt er geklaagd. Als
studenten op een etage in het
centrum van Amsterdam willen
wonen, te allen tijde een computer ter beschikking willen
hebben en vaak op vakantie willen, maar niet willen lenen,
moet er gewoon voor gewerkt
worden en anders moeten ze
niet zeuren!"
Studenten moeten
creatiever worden en
anders niet zeuren
Ook R e m o n Kniest (student
natuurkunde) vindt het juist
positief dat veel studenten erbij
moeten werken. "Werken is
niet slecht voor je. Je leert veel
meer wanneer je iets langer over
je studie doet en erbij werkt,
dan wanneer je vier jaar alleen
maar studeert."
De zesdejaars natuurkundestudent had zelf verschillende
bijbaantjes en leeft nu van geld
dat hij eerder heeft verdiend.
"Ik ben taxichauffeur en smdent-assistent geweest. En nu
ben ik aan het afstuderen.
Daarom heb ik nu even geen
tijd voor baantjes. Maar ik vind
dat studenten zich niet zo
afhankelijk
zouden moeten
opstellen. Het is niet goed om
volledig afhankelijk te zijn van
studiefinanciering of je ouders."
(WV)
ning: "De internationale discussie
hierover is aan het verschuiven.
Vroeger bepaalden de landen die
ontwikkelingsgelden uitgaven, de
zogenaamde donorlanden, welk
beleid een ontwikkelingsland moest
volgen. N u hoor je steeds vaker dat
de ontwikkelingslanden dat zelf het
beste kunnen bepalen."
Er bestaat alleen nog steeds een
groot verschil tussen de theorie en
de praktijk. Ook al signaleert Gunning een verschuiving in het denken
over ontwikkelingshulp, de voornemens om de arme landen zelf meer
aan het woord te laten noemt hij ook
"cosmetische constructies". Ze staan
mooi op papier, maar intussen verandert er weinig. "Zowel het IMr
als de Wereldbank zetten ontwikkel
lingslanden vaak onder druk om snel
werk te leveren. D e ontwikkelingslanden krijgen niet echt de tijd om
een goed plan te bedenken." Maar
ook Gunning gelooft dat het land
dat ontwikkelingsgelden ontvangt in
eerste instantie zelf moet bepalen
wat er met het geld gebeurt. "Anders
werkt ontwikkelingshulp niet.
(YN)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's