Ad Valvas 2000-2001 - pagina 276
PAGINA 4
A D VALVAS 1 4 DECEMBER 2000
De mysterieuze
Ander
Godsbeelden
Godiijv
Marije Soethout (23, studente
theologie): God is voor mij vooral
ongrijpbaar, niet even te definiëren
in menselijke taal (laat staan in een
paar woorden). We kuimen alleen
de sporen van God zien. Wel geloof
ik dat God zowel de grond van het
bestaan is als een persoonlijke God
die naar de mensen omkijkt. Maar
Hij is geen Sinterklaas die we even
voor ons menselijke karretje kunnen
sparmen. God is vaak een verborgen
God. Ik kan God vragen om zijn
zegen en ik kan tegen Hem praten
en heel soms ervaar ik Zijn aanwe
zigheid, maar meestal blijft het stil.
God zal altijd de mysterieuze Ander
blijven.
Een meditatieruimte, een islamitische gebedsruimte en wekelijkse
bijeenkomsten van 'Praise and Worship' in de kerkzaal. Op de VU lijkt
geloven weer 'in', in gesprekken met studenten merkte Ad Valvas op dat
studenten openlijker over het geloof praten. Anders dan vroeger is geloven
in de eerste plaats 'leuk'. Ad Valvas sprak met deskundigen en vroeg
studenten het beeld op te schrijven dat zij hebben van God, Allah of een
hogere macht. "Ik bepaal zelf wat ik geloof."
Geen uitweg
Willemijn (20, geneeskunde): Ik
vind dat sommige mensen het zich
gemakkelijk maken door zich tot
God te keren. Ze krijgen daardoor
de houding dat zij zelf niets aan hun
problemen kunnen doen. Er is dan
altijd een uitweg. Ik vind dat je din
gen zelf moet oplossen. Je bent zelf
verantwoordelijk voor wat je doet en
bereikt. God is een volksverhaal,
waar mensen zich stug aan vast
klampen, of uit gewoonte in gelo
ven.
Wetensctiap
scliiet teliort
Mohammad Arab (culturele antro
pologie): Allah is een absolute hoge
re macht en kracht. De wetenschap
schiet te kort om Allah te kunnen
kennen. Wetenschap zegt altijd iets
over de materie en God is geen
materie. God zegt in de Koran dat
Hij de mens heeft geschapen van
zijn licht en alle engelen op hvm
b e u n van het licht van de mens (zo
heeft de mens een hogere plek dan
de engel). God is onbeperkt en wij
kunnen als mens God niet goed
kennen of voelen met onze beperkte
hersenbereik. Je moet God met de
liefde kunnen voelen. Liefde heeft
in dit geval een veel ruimer bereik
dan je hersenen. Als je God wilt
kennen moet je de goddelijke kan
ten van je geest ontwikkelen. D a n
voel je iets, dan merk je iets en dan
zie je mischien iets (niet letterlijk).
Dat kan die hogere, altijd levende,
nooit gecreëerde, de enige en de
grootste, de meeste wetende macht
zijn. D e schepper van alles, en dat is
God.
Religiositeit ondc
Yvette Nelen
Studenten en medewerkers van Bewe
gingswetenschappen zijn zichtbaar
aangeslagen door het verlies van stu
dente Wilma R uesink. De grote colle
gezaal zit tot aan de nok toe vol, maar
er heerst een gewijde stilte. Sommige
studenten hebben hun handen gevou
wen, verzonken in eigen gedachten;
anderen leunen tegen elkaar, de
armen om elkaar heengeslagen. Ieder
voor zich is bezig met de verwerking
van haar dood. En vooral van de zin
loosheid van het gebeurde. Want wie
zich verdiept in de moord op de stu
dente uit Hengelo wordt m alle hevig
heid overvallen door de wreedheid
van het toeval.
De herdenkingsdienst voor Wilma is
sober en herkenbaar voor zowel gelo
vigen als nietgelovigen. Anders dan
twintig jaar geleden is het niet vanzelf
sprekend dat de verwerking van de
woede en het verdriet om het verlies
van een medestudente plaatsvindt bin
nen een kerkelijk kader. Toch wordt
er bij de dienst gebruik gemaakt van
rituelen die uit de kerk afkomstig zijn.
Wilma's portret prijkt op een tafel,
ingericht als klein altaar. Naast haar
lachende gezicht staan een kaars en
bloemen. Midden op tafel ligt een
opengeslagen boek waarin studenten
en medewerkers hun herinneringen
aan Wilma optekenden. Afgelopen
donderdag hepen studenten en mede
werkers mee in een stille tocht m
Hengelo.
"Ook al zijn er geen antwoorden, toch
hebben we andere mensen of God
nodig om de vragen te kunnen stellen
^
:
:
"
die ons nu overvallen." Studentenpas
tor T o n Honig verwoordt in zijn toe
spraak de menselijke behoefte om zich
aan anderen of een hogere macht te
binden. Hij geeft daarmee onbedoeld
een verklaring waarom religiositeit in
onze samenleving bezig lijkt te zijn
aan een nieuwe opmars. Terwijl de
zakelijkheid om ons heen toeneemt,
groeit bij velen het verlangen om ant
woorden op levensvragen te zoeken in
de spintualiteit. Hierbij speelt religie
een belangrijke rol. Het woord zegt
het al: rehgare betekent immers 'ver
bmden'.
Grauwsluier
De belangstelling voor religie m de
brede zin van het woord stijgt vooral
bij jongeren, zo bleek onlangs uit een
rapport van het Sociaal en Cultureel
Planbureau. Er worden weliswaar
steeds minder jongeren lid van een
kerk, maar aan de andere kant gelo
ven wel meer jongeren in een leven na
de dood, het bestaan van een hemel,
van de hel en zelfs van religieuze won
deren. Ook onder studenten op de
VU wordt met meer openheid dan
voorheen over gelovigheid gepraat.
Niet alleen is de aanhang van christe
lijke studentenverenigingen toegeno
men, ook in interviews met Ad Valvas
komt geloof vaker ter sprake dan
voorheen.
D e toegenomen religiositeit onder VU
studenten is niet onderzocht; wel
wordt onze indruk bevestigd door stu
dentenpastor Geert van der Bom: "Ik
merk vooral dat de behoefte is
gegroeid om te praten over gevoelens
van verwondering. In een maatschap
pij die steeds functioneler en efficiën
ter wordt ingericht, zijn jongeren op
zoek naar ruimte voor gevoelsleven.
D e behoefte om over diepere gevoe
lens te praten doet zich nu met de
moord op Wilma heel direct voor.
Geweldsdelicten roepen heftige emo
ties op."
Maar Van der Bom bemerkt religiosi
teit niet alleen bij schokkende gebeur
tenissen. Hl) ervaart sowieso bij stu
denten een grote nieuwsgierigheid
naar geloofszaken. Die nieuwsgierig
heid is anders dan twintig jaar gele
den. "Jongeren staan heel open tegen
over religie. Ze hebben geen slechte
herinneringen aan het geloof, zoals de
vorige generatie dat vaak wel had.
Vroeger hing er meestal een grauw
sluier over het geloof. Er bestond bij
studenten veel rancune over de beper
kingen die het geloof hen oplegde."
Dat was ook de belangrijkste uitkomst
van een onderzoek van godsdienstso
cioloog Hijme Stofiels onder chnstelij
ke VUstudenten, veertien jaar gele
den. De meerderheid van de onder
vraagde studenten wilde niet meer tot
een kerkgemeenschap behoren. Zij
had veel kritiek op de kerk en het
geloof Opvallend was dat destijds
vooral katholieke studenten proble
men hadden met de voorschriften van
de moederkerk. 'Ik bepaal zelf wat ik
geloof, was volgens Stoffels de ten
dens.
Dat IS nu anders. "De nieuwe genera
tie hoeft geen strijd meer te leveren
tegen een oppermachtige kerk", legt
Stoffels uit. "Zij Staan blanco tegen
over het geloof Dat leidt overigens
ook tot veel misverstanden. Sommige
jongeren weten werkelijk niet meer
wie Mozes was of waar Pasen vandaan
komt. Zij denken dat alle gerefor
meerden nog in het zwart gekleed
gaan."
Popreligie
De tendens om zelf te bepalen wat
voor geloof men aanhangt, heeft /ich
verder voortgezet. Voorop staat de
eigen ervaring. Dat maakt religiositeit
tegenwoordig vaak minder vastom
lijnd dan vroeger. Cultuurfilosoof
Anton van Harskamp spreekt ook wel
van 'pop'religiositeit, gelovigheid
waarvan de inhoud voortdurend
wordt aangepast aan de eigen behoef
te. Een geloof zonder angsten, dat m
de eerste plaats 'leuk' moet zijn en
waarbij geput wordt uit een breed
scala aan spirituele inzichten en
opvattingen.
De twee uitersten van het brede spec
trum aan religieuze stromingen zijn
enerzijds de New Age en aan de ande
re kant het evangelicalisme. Van Hdis
kamp beschrijft deze twee stromingen
in zijn boek Het nieuw-religieuze vetlangen. New Age en het evangelicalis
me zijn in de leer 'oervijanden', aldus
Van Harskamp. "Kijk bijvoorbeeld
naar het beeld dat zij van God heb
ben. Volgens de New Age is God m de
eerste plaats een kracht die alles bi)
elkaar houdt en geen persoon die ons
toespreekt, zoals bij de evangelicahs
ten. Zo hebben zij ook een andere
visie op het kwaad. In de visie van
New Age heeft het kwaad een nuttige
functie in het grotere geheel. Evange
licalisten zien het kwaad als een
kracht buiten deze wereld waartegen
gestreden moet worden."
vuonderzoeker Schuyt pioniert in het filantropische onderzoek
I k werd nog net niet
met tomaten bekogeld'
,.»*?^?»x,.
Dr. Theo Schuyt heeft zijn filantropisch onderzoekscentrum,
het eerste van Nederland. Daar heeft hij hard voor gevochten.
Schuyt is een baanbreker, want vooralsnog hebben overheid
en wetenschappers in Nederland weinig belangstelling voor
de filantropie. Terwijl die volgens Schuyt juist een weten
schappelijke goudmijn is.
Peter Breedveld
Theo Schuyt ziet zichzelf als een pio
nier. Sinds 1993 houdt hij zich bezig
met de wetenschappelijke bestudering
van de liefdadigheid in Nederland en
al die tijd is geen collega zijn territori
u m komen bedreigen. Daar begnjpt hij
zelf geen sikkepit van. "Misschien is
het te wijten aan de trage besluitvor
ming van universiteiten", mijmert hij.
"Of is het voor onderzoekers domweg
moeilijk om van een eenmaal ingesla
gen weg af te wijken, om onderzoeks
lijnen om te buigen in nieuwe richtin
gen".
Zelf kwam hij op het idee om filantro
Even dreigde prof. Theo
Schuyt zijn nieuwe onder
zoekscentrum aan een andere
universiteit te vestigen
Sidney Vervuurt
pie serieus te gaan bestuderen tijdens
een studiereis in de Verenigde Staten.
Daar hebben minstens zeven grote
universiteiten een aparte afdeling die
zich op wetenschappelijke wijze met de
filantropie bezighoudt. "Maar dat
waren de jaren tachtig", zegt Schuyt,
terugkijkend. "Hier in Nederland
moesten ze daar nog niks van hebben.
Toen ik eens voor een landelijke ver
gadering van thuiszorginstanties en het
Kruiswerk aan kwam zetten met
begrippen als 'zorgmakelaar', die in
Amerika al heel gewoon waren, werd
ik nog nét niet met tomaten beko
geld."
De 'filantropische sector' is sterk aan
het groeien in Nederland. Volgens
Schuyt geven burgers, bedrijven en
particuliere fondsen ongeveer één pro
cent van het bruto nationaal product
aan maatschappelijke doelen. "In de
Verenigde Staten is dat twee procent,
maar daar hoeven de burgers veel mffl'
der belasting te betalen. Als je dus
afweegt dat de Nederlander naast de
fikse belasting die hij betaalt, ook nog
eens een behoorlijk bedrag aan goede
doelen weggeeft, dan kan je zeggen dat
Nederlanders gul zijn, ja".
Maar hoeveel geld er nou precies
wordt weggegeven en waaraan, dat
zou de belastingdienst je met kunnen
vertellen, meent Schuyt. "De overheid
heeft evenmin enig benul van de
gigantische geldstromen en transacties
die binnen de filantropische sector
omgaan. Dat komt voort uit een
begrijpelijke zelfoverschatting; de over
heid denkt dat het algemeen welzijn
haar monopolie is".
Maar het is een machtige sector, de
filantropie, een niet te onderschatten
maatschappelijkeconomisch verschijn
sel. "Het gaat niet alleen om een pan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's