Ad Valvas 2000-2001 - pagina 335
AD VALVAS 2 5 JANUARI 2 0 0 1
PAGINA 7
Buitenlandse medische diploma's zijn hier maar weinig waard
Het wrede lot van vluchteling-artsen
Het klinkt zo logisch. We
hebben een groot tekort
aan artsen, en veel buitenlandse artsen die hier naartoe zijn gevlucht, zitten
werkloos thuis. Laat hen
hier hun beroep weer uitoefenen, zou je denken. IVTaar
dat is makkelijker gezegd
dan gedaan. Want voordat
een niet-Europese arts in
Nederland mag werken als
dokter, moet hij zeker tien
jaar studeren. Als hij tenminste de weg weet te vinden in de Nederlandse
bureaucratie. Vluchtelingarts Ahad Quraishi: 'in
Afghanistan stond ik als
arts in hoog aanzien. Maar
hier was ik niemand.'
werd ik met de dood bedreigd. Ik
begreep dat ik weg moest. 50.000
Gulden moest ik een smokkelaar betalen. Die bepaalde dat we naar Nederland gingen."
Wachtlijst
Yvette Nelen
Ahad Quraishi (28) heeft ze geteld, de
organisaties en instanties die een naar
Nederland gevluchte arts zoal tegen- _
komt als hij probeert uit te zoeken hoe
hl) hier aan de slag kan. Hij kwam uit
op 21. En geen enkele staat garant
voor een compleet overzicht van de
luiste procedure.
Zelf deed Ahad er ruim een )aar over
voordat hij begreep dat zijn artsendiploma uit Afghanistan in Nederland
niet veel waard was. Hij moest
opnieuw gaan studeren. Het duurde
nog eens twee jaar voor hi) ook echt
met geneeskunde aan de vu kon
beginnen.
Zonder hardnekkig blijven bellen, zoeken en proberen was het hem nooit
gelukt. Nadat Ahad en zijn vrouw m
oktober 1997 door een mensensmokkelaar waren afgezet in een opvangcentrum m het Brabantse Gelderen,
kreeg hi) eerst te kampen met een
zware depressie. "In het begin was ik
kwaad Kwaad op God die zo'n wreed
lot voor mi) bedacht had", vertelt
Ahad. "Hier zat ik dan. In een
opvangcentrum in een vreemd land,
waar ik uren in de n) moest gaan
staan voor een bord gekookte rijst.
Elke dag naar het politiebureau om
me in te schrijven. In Afghanistan had
ik een maatschappelijke positie. Ik
stond als arts in hoog aanzien. Maar
hier was ik niemand."
Totdat Ahad besefte dat hi) iets moest
doen, wilde hij niet volledig wegkwijnen. "Ik had de keuze: of depressief
blijven, of opnieuw beginnen. Van
kinds af aan heb ik al arts willen zijn.
Dat leek mij de beste manier om
mensen te helpen. Zo hoopte ik mij
ook in Nederland nuttig te kunnen
maken "
Ahad stuurde afschriften van zijn
diploma's en getuigschriften naar alle
mogelijke instellingen waar hij dacht
aan het werk te kunnen gaan. Zonder
enig resultaat. "Ik begreep het niet",
zegt Ahad, Hij haalt een map tevoorschijn waarin hij zijn papieren keurig
heeft gebundeld. Een indrukwekkende
loopbaan voor zijn leeftijd: op zijn
vijftiende kreeg hij, wegens goede
lesultaten op school, een beurs om in
Smt Petersburg geneeskunde te studeren. Na zes jaar en een cum laude
medisch diploma, volgden één jaar
werkervaring en twee jaar verkorte
specialisaties tot oorlogchirurg en
huisarts
Terug in Afghanistan en tien jaar
ouder vertrok hi) van Kabul naar het
noorden. Daar werkte hij als oorlogschinrrg m een ziekenhuis en had hij
een eigen praktijk aan huis, totdat de
ahban de macht in de provincie
overnamen. "Een mensenleven is voor
ae Taliban mets waard. Schendingen
van mensenrechten waren aan het
orde van de dag, vooral tegen vrouwen. Omdat ik hun regels niet volgde.
Anje Kirsch
Ahad Quraishi: 'Pas over tien jaar ben ik w a a r ik in Afghanistan w a s g e b l e v e n '
'Regering heeft te weinig oog voor vluchteling-artsen'
Tussen 1996 en 2000 heeft de Commissie Instroom Buitenlandse Artsen
zo'n vierhonderd aanvragen over de
geneeskundefaculteiten verdeeld. En
dit betreft alleen nog de artsen die de
weg naar de universiteiten hebben
weten te vinden. "Ik ken heel veel
vluchteling-artsen die al zes jaar in
Nederland verblijven en nog steeds
niet weten hoe ze weer aan het werk
kunnen", aldus geneeskundestudent
Ahad Quraishi, zelf gevlucht uit
Afghanistan. "Als je te lang vastzit in
een vluchtelingenkamp of thuis, verlies je veel kennis, motivatie en vaardigheden."
Allemaal verloren kapitaal, vmdt de
stichting voor vluchteling-studenten
UAF. En dat terwijl in Nederland een
groot tekort aan artsen dreigt. Het
UAF probeert daarom de buitenlandse
artsen in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen en voor te lichten.
Veel artsen zijn ouder dan dertig jaar
en vallen buiten de reguliere studiefinanciering. N a een eigen screening
komen de artsen in aanmerking voor
een studiebeurs van de stichting,
ongeacht of zi) him vluchtelingenstatus al verkregen hebben.
Op dit moment worden er 370 vluchteling-artsen door het UAF begeleid;
228 van hen studeren. Driekwart van
deze studenten was al arts in het land
van herkomst. 150 Vluchtelingen (90
waren al arts) zijn zich aan het voorbereiden op de studie. Het is nog de
vraag of zij straks kunnen beginnen,
omdat er veel te weinig plaatsen zijn.
Dat het hier gaat om verloren kapitaal, vinden ook de geneeskundefaculteiten. Daarom doen zij hun best om
plaats te maken voor de arts-studenten. De vu plaatst jaarli)ks tien studenten. Ze krijgt hiervoor geen financiële steun van het ministerie van
VWS. Studieadviseur Femke Blokker:
"Als wij ons niet over studenten ontfermen, gebeurt er niet veel. Laatst
was er een arts uit Irak^ die nota bene
op uitnodiging van de Nederlandse
regermg hier naartoe was gehaald. En
toch moest diegene het hele traject
doorlopen. De Nederlandse regering
zou meer oog moeten hebben voor
deze vluchtelingen."
Blokker stuit regelmang op trieste
gevallen. "Mensen verzanden in de
bureaucratie. Instanties trekken vaak
niet één lijn. Van de ene Sociale
Dienst mag een vluchteling wel studeren met behoud van uitkering en
van de andere niet. Een Afghaanse
arts-student van 36 wilde graag zijn
vrouw over laten komen. Maar om
een verblijfsvergunning voor haar te
regelen, moest hij vijf jaar werken. Als
hij ging werken, werd zi)n studiefinanciering stopgezet. Dat is toch
geen keuze, studie of gezin? Hij heeft
moeten stoppen en is nu een veel
gewaardeerde kracht in de thuiszorg.
Als de arts niet op tijd kan komen,
kan hij inspringen."
Het UAF IS een particuliere stichting. Het werk
van het UAF is alleen mogelijk met steun van
donateurs. Informatie: www uaf.nl. Het gironummer van het UAF is 76300.
Via-via ontdekte Ahad uiteindelijk dat
hij zijn dossier eerst moest voorleggen
aan het ministerie van VWS. Ahads
diploma's werden niet erkend. Als hij
als arts wilde werken, moest hij eerst
een examen Nederlands afleggen,
daarna kon hij zich aanmelden bij een
van de geneeskundefaculteiten om een
verkorte opleiding te volgen. Hij stond
een jaar op de wachtlijst voor hij aan
de vu kon instromen.
Ahads verhaal staat niet op zich. De
geneeskundefaculteiten knjgen elk jaar
weer meer aanmeldingen van buitenlandse artsen die een verkorte opleiding willen volgen, omdat hun artsendiploma niet wordt beschouwd als
gelijkwaardig aan het Nederlandse.
Om de aanvragen te stroomlijnen
hebben de faculteiten sinds 1996 hun
krachten gebundeld in een Commissie
Instroom Buitenlandse Artsen (CIBA).
Tussen 1996 en 2000 heeft de CIBA
zo'n vierhonderd aanvragen over de
faculteiten verdeeld. Ongeveer de helft
van de aanvragers was afkomstig uit
Irak of Afghanistan.
Niet alle aanvragers kunnen onmiddellijk terecht. Vorig jaar stonden er
ruim 180 op een wachtlijst. Velen
moeten eerst nog hun examen Nederlands met goed gevolg afleggen, een
van de grootste struikelblokken voor
de vluchtelingen. Ook moet er maar
net een opleidmgsplaats vrij zijn. De
vu laat elk jaar tien buitenlandse artsen toe. Tot nu toe heeft de faculteit
de mensen die geslaagd waren voor
hun Nederlands, kunnen plaatsen.
Maar studieadviseur Femke Blokker
verwacht in de toekomst meer proble- "
men. "Binnenkort zijn er op de vu
meer aanvragers dan plaatsen. Dan
moeten we gaan selecteren. Maar
hoe?"
De verkorte opleiding voor buitenlandse artsen is op elke universiteit
verschillend. Sommige passen hun
vakken aan aan de individuele gevallen. De vu kiest er daarentegen voor
om alle artsen hetzelfde programma te
laten doorlopen. Vanaf dit jaar moeten de studenten tien vakken halen,
waaronder een cursus medisch Nederlands, een introductie in de Nederlandse gezondheidszorg en klinische
ethiek, over hoe in Nederland wordt
gesproken over ethische zaken. Daar
doen ze ongeveer anderhalf jaar over.
Daarna volgen de co-schappen van
twee jaar.
Hoewel de buitenlandse studenten
extra gemotiveerd zijn, zijn er regelmatig afvallers. "De meesten hebben
heel wat moeten verwerken", aldus
Blokker. "Ze hebben een trauma en er
zijn andere mensen van hen afhankelijk. Daarnaast blijft de taal een groot
probleem. En er zijn de culturele verschillen. Aan hun kennis en diagnostische vaardigheden ligt het met. Maar
de omgang met collega's en patiënten
is hier vaak anders dan zij gewend
zijn."
Ahad geeft onmiddellijk toe dat het
examen Nederlands een grote opgave
is. Volgens hem zelfs een te grote
opgave. "Je wordt getest op je reactievermogen. Vooral voor oudere studenten is dat bijna met haalbaar."
Volgens Blokker is het wel terecht dat
er hoge eisen worden gesteld aan het
Nederlands. "In ziekenhuizen heerst
een hoge werkdruk, je moet snel kunnen communiceren. Het is sneu, maar
als artsen moeite hebben om zich de
taal goed eigen te maken, dan is de
kans groot dat ze in de toekomst problemen krijgen in de omgang met
patiënten en andere collega's."
Maar het allermoeilijkste vmdt Ahad
nog dat hij voor zijn gevoel weer van
voor af aan moet beginnen. Hij maakt
een rekensommetje: "Een jaar Nederlands, een jaar wachten, anderhalf jaar
examen, twee jaar co-schappen. Na
zes jaar ben ik basisarts en dan ben ik
nog mets! Pas over tien jaar ben ik
waar ik in Afghanistan was gebleven."
Zo ver durft hij met eens vooruit te
denken. "Ik ben zo vaak teleurgesteld.
Ik heb mijn toekomstverwachtingen
aardig bijgesteld."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's