Ad Valvas 2000-2001 - pagina 364
AD VALVAS 1 FEBRUARI 2001
PAGINA 1 6
Lodewijk Lens
vragen
Graaien wat je graaien kan
Kort geleden stond ik n a d e
lunch in de lift naar boven. Er
stonden n o g twee m e n s e n in d e
lift, jongens v a n achter in de
twintig. Ze waren druk in
gesprek. "Wie zegt m i j dat de
AOW n o g bestaat als ik zeventig
ben?", zei de e e n . "We betalen
wel allemaal braaf p r e m i e s ,
m a a r wie weet is er straks niks
m e e r v a n dat geld over, als wij
het nodig hebben. D a a r o m z e g
ik: graaien wat je graaien kan."
D e andere jongen stond er e e n
beetje lacherig bij. Hij sprak zijn
vriend niet tegen, m a a r g a f h e m
ook geen gelijk. Misschien wel
omdat hij doorhad dat ik m e e luisterde.
"Maar er is toch een spaarpotje
voor de AOW?", m e n g d e ik m e i n
het gesprek. "Waarin meevallers
worden gestort, zodat de AOW
ook straks betaalbaar blijft?"
Wat was ik naïef dat ik daarin
geloofde, vond de jongen. D e r e gering kon daar toch elk m o m e n t
een ander doel voor verzinnen en
dan konden wij, de ouderen van
straks, naar onze centen fluiten.
E n dus, zei hij n o g m a a r eens,
m o e s t je "graaien wat je graaien
kon" v a n de staat. Wat hij daarm e e bedoelde zei hij niet, m a a r
er zijn natuurlijk zat m a n i e r e n
waarop je de staat kunt bestelen.
D e jongens stapten uit. Ik wenste
ze succes m e t h u n AOW.
Toevallig was ik diezelfde week
bij een vriendin die een Kamerlid op bezoek had onder het
motto 'de politiek komt naar je
toe'. H e t was Saskia N o o r m a n -
D e n U y l v a n d e PvdA. Ze k w a m
praten over a r m en rijk in
Nederland, m a a r z e wist ook v a n
alles over AOW.
Volgens haar was er bijvoorbeeld
helemaal geen reden o m te d e n ken dat die in de toekomst o n b e taalbaar wordt; er komt alleen,
over e e n jaar o f vijftien, een
periode waarin onevenredig veel
m e n s e n (namelijk de
babyboomgeneratie), m e t pensioen gaan.
H e t Aow-geld dat voor die groep
nodig i s , kan niet worden opgebracht m e t alleen de p r e m i e s v a n
de beroepsbevolking, want d i e i s
op dat m o m e n t te klein. E n dus
is er dat spaarpotje. Maar a a n
die scheve situatie komt op e e n
gegeven m o m e n t ook weer een
eind, waarna het evenwicht t u s sen degenen die de AOW betalen
en degenen die het geld krijgen,
zich herstelt.
Het is dus helemaal niet nodig
o m uit voorzorg de staat te b e stelen. E n wie even verder denkt,
snapt dat dat zelfs averechts zou
werken. Want als de staat m i n der geld binnenkrijgt, blijft er
m i n d e r over voor i n h e t AOWpotje e n n e e m t de kans dat de
oudedagsvoorziening onbetaalbaar wordt, alleen m a a r t o e . H e t
is, heel simpel, een self-fulfilling
prophecy.
Wie m e e r zekerheid wil dat de
AOW b e h o u d e n blijft, kan dus
beter pleiten voor hogere belastingen. Maar o m e e n of andere
reden denk ik dat die jongen in
de lift ook dat waarschijnlijk wel
een naïef standpunt zal vinden.
AAN MARXISTISCHE STUDENT HANS LAMMERS
Bijna elke week staat hij bij de ingang van de mensa het marxistische
blad de Internationale Socialist (IS) te verkopen. Een politieke boodschap verkondigen op de VU is officieel verboden, maar vierdejaarsstudent geschiedenis Hans Lammers (25) trekt zich daar niets van aan.
E len van Da en
f e zuerd in januari gearresteerd op de VV
omdat je voor dne piek probeerde de IS
aan voorbijgangers te slijten. Hoe was
dat?
Spannend. Ik was nog nooit in de
boeien geslagen. In het begin was ik
beduusd. Pas bij de uitgang dacht ik:
ik moet verzet plegen. Dat hoort.
T o e n ben ik demonstratief languit
gaan liggen. D e politie moest me
over de grond naar buiten slepen,
het politiebusje in.
Werden de agenten boos?
Nee, ze lachten. 'Gelukkig ligt er
sneeuw', zeiden ze. 'Dat sleept wat
makkelijker.' Ik baalde daar wel van.
hervormen, maar door revolutie. D a t
moet ook gebeuren met ons poldermodel. Ik vecht voor een maatschappij waar niet de winst, maar de behoefte van de mens centraal staat. T e
beginnen met het openbaar vervoer.
Dat moet worden aangepast aan de
wensen van de reizigers en het personeel, niet aan die van de portemonnee van de baas.
Wat vinden je ouders van je politieke
activiteiten?
Mijn vader, een kleinburgerlijk zakenman, steunt me. Mijn moeder is
huisvrouw en zegt niets. Ik vertel
haar ook weinig. Ze zou alleen maar
bezorgd om me zijn. Ze maakt zich
over bijna alles wat ik doe zorgen.
Doe je dan nog andere dingen dan actievoeren?
Ik heb eigenlijk geen hobby's, maar
ik vind klimmen op een klimmuur of
een biertje halen bij café D e Brug,
aan het einde van de Overtoom, wel
leuk.
Die kroeg vol yuppen en studenten uit
Amsterdam-Zuid?
O, is dat zo? N o u ja, zo vaak kom ik
er ook weer niet.
Waar ben je opgegroeid?
In een keurig, rustig stadje: Vaassen.
Later in Apeldoorn. Beide liggen
hartje Veluwe.
Hoe zitje er over 25 jaar bij?
Dan werk ik gewoon en verdien mijn
geld als journalist of ik doe nog
steeds dit werk, maar dan wil ik er
wel voor betaald krijgen. Want zo realistisch ben ik wel: ik moet natuurlijk wel genoeg poen hebben om te
kunnen eten.
Hoe lang zat je vast?
Vier uur. Maar ik had het er graag
voor over.
Wat bezielt je om door te gaan?
Ik sta hier weer omdat ik h e t verbod
op het verspreiden van politieke
boodschappen op de v u echt achterhaald vindt. D a t moeten ze terugdraaien. Je mening verkondigen moet
juist op een plek als deze mogeHjk
zijn. Hier zitten mensen die openstaan voor nieuwe ideeën.
In het nieuwste nummer van IS lees ik
een lovend verhaal over Karl Heinnch
Marx. Waar komt die liefde voor deze
Duitse filosoof vandaan?
Voor mijn studie heb ik veel over
hem moeten lezen. Zijn visie greep
m e meteen aan. Hij zegt: werp de
heersende klasse omver. Niet door te
Hans Lammers wil later wel genoeg poen hebben
DE TAFEL VAN MELLE
Berend Vonk
Die lange lummel moet geen zoetighei(d eten
Melle heeft wel eens wildere familiefeestjes meegemaakt dan de verjaardag van Natasja. Zijn gehamer met een vorkje op de bodem van zijn kwarktaart is een tijdlang het enige geluid in de kamer.
Natasja is 21 geworden. "Ik vier
het niet", heeft ze Melle gezegd.
"Hoogstens ga ik wat taart eten
bij mijn ouders. Je kunt langskomen. " Deze omschrijving blijkt
misleidend. Nadat Melle de
zware houten deur van Natasja's
ouderlijk huis in Zuid achter
zich heeft gesloten, komt hij terecht in een overvolle huiskamer
waar de lucht van ouderwets
zoete parfum bijna tastbaar in
de lucht hangt. Een veertienkoppig gezelschap van middelbare leeftijd kijkt Melle vanaf
zitbanken en bijgeschoven tuinstoelen zwijgend aan. Iemand
leunt krakend naar voren om
luid rinkelend in haar koffie te
roeren. Melle voelt dat er iets
van hem verwacht wordt, zoals
hij daar tussen de schuifdeuren
staat. Als Natasja binnenkomt
doorbreekt een joviale man de
ongemakkelijke stilte. "Is dit je
laatste aanwinst. Natas?" "Nee,
oom Herman, deze gaat al langer mee", antwoordt ze, terwijl
ze in Melles wang knijpt. Oom
Herman lacht een vette lach.
Bij gebrek aan stoelen laat Melle
zich onhandig bij de serredeuren
op de grond neervallen, wat een
gil veroorzaakt. Hi) is geland op
de beige-gekouste voeten van
Natasja's bi)na honderdjarige
oma, zo blijkt. Ondanks Melles
omstandige verontschuldigingen
blijft ze hem wrokkig aankijken.
Natasja's moeder brengt haar
een glas water voor de schrik.
Melle krijgt een stuk kwarktaart.
die hij onder de kritische blikken van Natasja's oma te lijf
gaat. D e bodem is zo hard als
gewapend beton, terwijl de slappe bovenkant meteen kapseist.
Melle blijft op de bodem inhakken tot er op het porseleinen
schoteltje een onsmakelijke
bruin-roze moes ontstaat. Het
gehamer met het vorkje is een
tijdlang het enige geluid in de
kamer, naast het tikken van de
klok. Melle heeft wel eens wildere familiefeestjes meegemaakt.
Een birmenstormende kleuter
met een zilverblond pagekapsel
en Oilily-kleren lijkt voor afleiding te zorgen. Vertedering
alom op de gezichten van de
ooms en tantes. Het jongetje
werpt een bhk vol afschuw op
Melles taartruïne en beklimt de
schoot van zijn moeder. "Wie is
dat?", wijst hij beschuldigend
naar Melle. "Weet ik niet liefje,
een of ander vriendje van Natas
denk ik", antwoordt ze. "Wat
heeft hij op zijn kin?", wijst de
jongen naar Melles kin, waar
naast de taartresten een drietal
tot volle bloei gekomen pukkels
pronken. "Ssst. Dat zijn puistjes
liefje", fluistert het mens op
middelharde sterkte. "Daar kan
die jongen niks aan doen." N a tasja's oma buigt zich over naar
oom Herman. "Wat zegt ze?",
schreeuwt ze. "De vrijer van
Natasja heeft huidproblemen",
licht oom Herman haar discreet
in. "Dan moet die lange lummel
ook geen zoetigheid eten", oordeelt Natasja's oma streng.
Melle verliest intussen greep op
zijn laatste brok taart, die wegschiet en landt op de schoot van
de fluisterende moeder. Die
slaakt een kreet en begint haar
rok driftig met spuug te bewerken. "Natas heeft wel onhandige
vnenden", zegt ze, zonder nog
een poging te doen om haar
stem te dempen. Melle besluit
dat het tijd is om te gaan. Hij
kwam tenslotte alleen maar taart
eten.
Benodigdheden voor e e n
taartruïne
4 ons kersen
1 ons gepelde walnoten
100 gram biscuits
100 gram roomboter
100 gram Mon Chou
12 eetlepels vla
2 eetlepels suiker
Ontpit de kersen. Stamp de
walnoten met de biscuitjes goed
fijn. Smelt de boter en roer
walnoten en biscuitjes erdoor.
Verdeel dit mengsel al stevig
aandrukkend over de bodem
van een springvorm. Laat de
taartbodem in de koelkast hard
worden. Klop de vanillevla en
de suiker door de roomkaas en
roer de kersen erdoor. Schep
het mengsel op de hard
geworden bodem en laat het
taartje m de koelkast 2 uur
opstijven.
(Annette
Wiesman)
Anje Kirsch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's