Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 515

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 515

8 minuten leestijd

AD VALVAS 12 APRIL 2001

PAGINA 7

Studievrienden van de vermoorde Wilma Ruesink over hun rouwproces

'Wilma is nog altijd één van ons'

Hans Groene/Apeldoornse Courant

In Hengelo werd op 8 december een stille tocht gehouden voor VU-studente Wilma Ruesink

Hoe ga je om met de dood van een medestudent? En welk

effect heeft zo'n sterfgeval op een groep vrienden? Eerstejaars bewegingswetenschappen kregen deze winter ongevraagd antwoord op deze vragen, toen hun studiegenote

Wilma Ruesink overleed. 'We hebben Wilma na haar dood

eigenlijk nog beter leren kennen.'

Peter Breedveld

Er was die zondag in Hengelo een 19)arig meisje vermoord, meldde het

radionieuws. Studente bewegingswetenschappen Inge Wendt moest toen

wel even aan haar studiegenote Wilma

Ruesink denken. Ze schonk er echter

verder geen aandacht aan. Er waren

immers zoveel Hengelose meisjes?

Maar in de trein naar Amsterdam

kwam Wilma na de stop in Amersfoon niet naast haar zitten, zoals ze

elke maandagmorgen deed. Op dat

moment begon bij Inge het angstige

vemioeden te rijzen.

Toen ze aankwam op de vu, was

Wüma daar ook niet. Niemand van

het groepje eerstejaars waar Wilma en

Inge veel mee omgingen, wist waar ze

was. Maar ach, als Wilma degene was

die zondag was doodgestoken, dan

hadden ze dat toch allang gehoord?

Zo stelden de vrienden zich gerust.

Toch belden ze de politie. "Maar die

gaf geen namen", zegt Arian

Heijblom. "Zelfs toen we vroegen of

het slachtoffer misschien Wilma was,

wilden ze niks zeggen."

Vangnet

Toen docent Henk Schutte meldde

dat er straks in het college een mededeling gedaan zou worden, werd het

de studenten duidelijk dat hun vermoedens zouden worden bevestigd.

"We hebben toen bij elkaar zitten huilen", herinnert Irene van den Berg

ach, "Het was gewoon niet te bevatten."

Voor het geval een student komt te

overlijden heeft het college van

bestuur een standaardprocedure vastgesteld. Die betreft formele aspecten,

zoals: wie informeert wie, hoe en op

welk moment reageert de imiversiteit

als instantie et cetera. Voor de begeleiding van studenten en medewerkers

zijn er echter geen vaste regels. "Die

hele week na de dood van Wilma

Ruesink hebben we met elkaar

gezocht naar de manier waarop we

dat moesten mvullen", aldus onderwijsdirecteur van Bewegingswetenschappen Frank Bakker.

De faculteit probeerde zo goed mogelijk om een vangnet te creëren voor de

studenten. Studieadviseur Elly Schouten: "We hebben onder meer contact

gezocht met een jeugdpsychiater van

het RIAGG om hulp te bieden aan

mensen voor wie de schok te zwaar

zou blijken. Gelukkig was dat achteraf

gezien niet nodig."

Verder paste de faculteit het onderwijsprogramma aan. Er was die week

bijvoorbeeld aan anatomische practicumles gepland, waarbij studenten

moesten snijden in een dood lichaam.

Die les werd uitgesteld.

"Maar je kunt niet het hele onderwijsprogramma stilleggen", aldus Bakker.

"Al was het maar omdat je de studenten dan een alibi ontneemt om bij

elkaar te zijn. Maar natuurlijk hebben

we er geen probleem van gemaakt

wanneer studenten zich niet in staat

voelden om colleges te volgen."

Die maandagmiddag werd besloten

om de bestuurskamer van de faculteit

in te richten als gedenkruimte voor

Wilma. Met een foto van haar en een

boek waarin mensen iets konden

schrijven. De belangstelling was

enorm, ook van studenten en medewerkers die Wilma nooit hadden

gekend.

"Het is fantastisch dat we hier de

ruimte en de tijd kregen om alles te

verwerken", vindt Arjan. Juist op de

universiteit was daar namelijk behoefte aan. Irene: "We hadden ook veel

steun aan onze ouders en familie,

maar die hebben Wilma nooit gekend.

Hier hadden we mensen om ons heen

die wisten wie zij was."

De vriendengroep is er nog veel hechter door geworden, vinden ze allemaal. En de band met de docenten en

andere medewerkers is er ook door

versterkt. Docent Henk Schutte kwam

op een gegeven moment naast ze zitten in de bestuurskamer. Minutenlang

bleef hij stil voor zich uit staren. T o e n

zei hij opeens; "Of willen jullie niet

dat ik erbij kom zitten?" Dat had ze

allemaal ontroerd, herirmert Arjan

zich.

Gevleugelde woorden

Op de herdenkingsdienst die op de

faculteit werd gehouden na Wilma's

begrafenis, moest het van de vriendengroep niet alleen over de droevige

kant gaan. Het moest óók gaan over

de leuke, vrolijke meid die Wilma was

geweest, over de goede herinneringen.

Er werd nog eens gelachen om Wilma's gevleugelde woorden, 'deze tijd

vraagt om aap', een verhaspeling van

de slogan 'deze tijd vraagt om een

Vrije Universiteit'. "Het was een

goede manier om het af te sluiten",

zegt Inge. "Mooi ook, om te horen

hoe de docenten dit allemaal hadden

ervaren."

Schouten en Bakker gingen daarna

met drie studenten uit Wilma's vriendengroepje, Irene, Catherine Jurgens

en Janna Bruijnmg, naar Wilma's

ouders om een videoband van de herdenkingsdienst aan te bieden en het

boek dat in de bestuurskamer had

gelegen en waarin studenten hadden

geschreven. "We mochten foto's

bekijken uit Wilma's jeugd en we

hoorden allerlei verhalen van voordat

wij haar kenden. Na haar overlijden

hebben wij Wilma dus eigenlijk nog

beter leren kermen", aldus Catherine.

Drie weken geleden zijn ze met z'n

allen nog eens bij Wilma's ouders

geweest. "Omdat het goed is om het

erover te hebben. We merkten dat

haar ouders dat ook prettig vonden,"

meent Janna. "Het was voor ons nuttig om te horen wat er nou eigenlijk

precies was gebeurd. Uit wat we in de

kranten hadden gelezen, hadden we

opgemaakt dat Wilma nog heel lang

op straat had gelegen nadat ze was

neergestoken. N u begrijpen we dat

het allemaal heel snel is gegaan, dat ze

niet lang heeft geleden. Het klinkt

raar, maar dat geeft toch wel een

gevoel van rust, dat je dat weet."

Wrok

Meteen na Wilma's dood waren er

mensen die zeiden: 'we krijgen de

moordenaar wel.' "Zulke gedachten

hadden wij ook wel", zegt Inge. "Zo

van: wie denkt hij wel dat hij is, dat

hij zomaar iemands leven kan

nemen." Maar Wilma's ouders hadden tijdens de begrafenis opgeroepen

om geen wrok te koesteren jegens psychisch gestoorden en vreemdelingen

(Wilma's moordenaar had asiel gekregen in Nederland en had zware psychische problemen). Dat had geweldige indruk gemaakt. "Als haar ouders

in staat zijn om zo'n houding aan te

nemen, waarom zouden wij dat dan

niet kunnen", aldus Inge. "Uiteindelijk is die dader ook gewoon een

mens, met grote problemen", zegt

Arian. "Het is niet allemaal 'zomaar'

gebeurd. Er zit een hele geschiedenis

aan vast."

Inmiddels, vier maanden na de tragische gebeunenis, hebben Wilma's

vrienden hun leven weer opgepakt.

"We hebben Wilma maar kort

gekend", zegt Janna. "Niet meer dan

drie maanden. De tijd dat ze niet

meer bij ons is, is inmiddels langer. Er

zijn zoveel dingen gebeurd waar ze

niet bij is geweest. We hebben veel

met elkaar gepraat, alles vanuit elk

mogelijk gezichtspunt bekeken, maar

het meeste is nu wel gezegd. We hebben het een plek kunnen geven." Catherine: "Maar Wilma is nog altijd bij

ons. Bijvoorbeeld als we bezig zijn om

ons haar op te steken op een bepaalde

manier. Dan zeggen we: 'zo had

Wilma dat ook leuk gevonden'."

Rouwen is geen

proces dat netjes

verloopt

"Het komt statistisch gezien gelukkig weinig voor, dat jongeren te

maken knjgen met de dood van

een leeftijdsgenoot", zegt studentenpastor T o n Honig. "Als studenten een verlies te verwerken krijgen, gaat het meestal om de dood

van één van de ouders." Samen

met collega-studentenpastor Trees

Versteegen organiseert Honig sinds

1995 tweemaal per jaar een

gespreksgroep voor Amsterdamse

studenten die iemand verloren

hebben. "Een begeleide vorm van

zelfhulp", aldus Honig.

Elke groep bestaat uit ongeveer

acht studenten, die tien keer op

woensdagmiddag bij elkaar komen.

"De eerste keer wordt er over

leuke dingen gepraat", vertelt

Honig. "Over de studie, of hobby's. Want het leven draait niet

alleen om dat verlies. Vervolgens

vertelt tijdens elke bijeenkomst een

van de studenten zijn verhaal aan

de anderen. De anderen vertellen

daarna wat dat bij hen losmaakt."

Zo zien de studenten van elkaar

hoe je met het verlies kunt

omgaan. En ze merken bovendien

dat ze met de enige zijn met zo'n

groot verdriet.

Tijdens de laatste sessie wordt de

balans opgemaakt: wat heb je ontdekt, wat heb je eraan gehad, hoe

ga je nu verder? Na drie, zes en

twaalf maanden komt iedereen nog

eens bij elkaar om te zien of de

verwerkmg goed gaat.

Vaak melden zich bij Honig studenten die jaren na de dood van

een familielid opeens heel erg met

dat verlies bezig zijn. Heel normaal

op zo'n leeftijd, vindt de pastor,

omdat mensen dan sowieso al worstelen met de vraag 'wie ben ik?'

"Dan ga je betekenis zoeken achter

het feit dat je nooit een levende

moeder of vader hebt gekend. De

actrice Liv UUmann, die haar moeder verloor toen ze vier was, zei

het zo: 'mijn levensverhaal is net

een roman waar de eerste dertig

bladzijden uit zijn gescheurd.' Je

hebt dat eerste hoofdstuk nodig

om te weten wie je nou eigenlijk

bent."

Rouwen is geen proces dat netjes

in een bepaalde tijdsvolgorde verloopt. Vaak komen het verdriet en

de pijn pas jaren later. "Onze

maatschappij gaat daar niet handig

mee om", zegt Honig. "Een halfjaar nadat je iemand verloren hebt,

vinden de mensen in je omgeving

dat je nu maar moet stoppen met

zeuren. Maar vaak begint het dan

pas." Honig constateert dat veel

studenten in zijn praatgroep al bij

het RIAGG of een psycholoog zijn

geweest. "Niet dat ik daar tegen

ben, maar daardoor krijg je de

indruk dat het verdriet wordt

gezien als een psychologisch probleem. Dat is natuurlijk niet zo.

Het gaat juist heel goed met je als

je ondersteboven bent van het verlies van iemand van wie je heel

veel hebt gehouden."

Honig had als dominee m Amsterdam-West veel te maken met

ouderen die hun man of vrouw

hadden verloren. Tegenwoordig

begeleidt hij jonge kinderen die te

maken hebben met de dood. Over

zijn werk op een basisschool in

Lisse, waar veertien kinderen

ongeveer tegelijkertijd te maken

hadden met het verlies van een van

hun ouders, is op eerste paasdag

een documentaire te zien in het tvprogramma Kruispunt (22.10 uur

op Nederland 1).

Ook schreef Honig een boek: Achterstevoren (Meinema, 1997), met

zeven verhalen voor kmderen over

de dood. Honig: "Mijn ervaring

met al die verschillende leeftijdsgroepen is heel nuttig voor onze

praatgroepen. Daardoor kan ik bijvoorbeeld de emotionele problemen van een student die als kind

zijn broertje verloor, beter plaat-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 515

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's