Ad Valvas 2000-2001 - pagina 197
AD VALVAS 9 NOVEMBER 2 0 0 0
PAGINA 9
VU-archeologen graven naar Bataafse nederzetting in Tiel
Een laboratorium in de Idei
Aan de rand van Tiel graven VU-archeologen nu al vijf
jaar naar een Bataafse nederzetting. Ze brengen minutieus een oude wereld in kaart, voordat deze definitief
verloren gaat onder het beton van nieuwbouwwijk Passewaaij. Opgravingslocaties zoals in Tiel, die in feite
een laboratorium zijn, zullen in de toekomst misschien
verdwijnen. Want in het archeologische bestel rukt de
commercie op.
Yvette Nelen
1 ussen de appelbomen rijdt een gele
graafmachine heen en weer. Hij graaft
een lange sleuf in de zompige klei. O p
de bodem van de sleuf staan vier figuren in donkergroene regenpakken en
hoge kaplaarzen. Ze vallen nauwelijks
op tegen de achtergrond van zwarte
aarde en donkergrijze lucht.
Een van de figuren doorzoekt met een
metaaldetector een berg klei, zojuist
bijeengeschoven door de graafmachine. Twee anderen schrapen met een
spade over de bodem. De hompen
Idei aan hun laarzen bemoeilijken h u n
tred. Ze turen naar de grond. D a n
trekken ze met de zijkant van de
spade een diagonale lijn in de aarde.
"Tien meter 75 bij één meter 50",
roept er eentje naar de vierde figuur
die achter een wit tafeltje staat. Die
buigt zich over het tafeltje en priegelt
wat tekens op een half doorzichtig vel.
We bevinden ons aan de zuidelijke
rand van de bebouwde kom van Tiel,
op de grens tussen beton en klei. Voor
ons ligt het terrein waar de archeologen van het Archeologisch Instituut
van de vu (AIVU) hun opgravingen
verrichten. Het zijn de laatste boomgaarden tussen de Waal en de Linge.
Achter ons ligt nieuwbouwwijk Passewaai), een wijk zoals er nu zoveel
gebouwd worden in Nederland. Eenvormige rijen huizen, keurig aangeharkte tuinen. Tussen de huizen een
soort hoge glazen poort, de ingang tot
het nieuwe winkelcentrum met de
plaatselijke Albert Heijn.
"Het geeft een tnest gevoel", verzucht
Nico Roymans, vu-hoogleraar archeologie. Hij wijst in de richting van de
weilanden, daar waar m de verte de
Waal moet stromen. "Te zien dat dat
verloren gaat, alle mooie planologie
ten spijt. Als onderzoeker van een
plattelandswereld gaat je hart uit naar
het landschap. Als je niets weet van
het ontstaan van de oude akkers en
riviersystemen, dan kun je hier niet
goed graven."
U roefheid. Terwijl je toch zou denken dat de Tielse opgravingen de
droom van elke archeoloog zijn. Het
AIVU IS hier nu vijf jaar aan het werk.
In die tijd is een groot gedeelte van
een Bataafs grafveld blootgelegd, in
gebruik toen het land was bezet door
de Romeinen (van 40 v.C. tot 250
n . C ) . Resten van zo'n vierhonderd
crematiegraven werden er gevonden,
uitgestrekt over een gebied van ongeveer zes hectare.
Onlangs hebben de archeologen in
Tiel van de provincie en de gemeente
acht ton gekregen om verder te graven
naar de resten van boerderijen naast
het grafveld. Zo kunnen ze verder m
kaart brengen hoe de Bataven het
landschap innchtten. De archeologen
krijgen de kans tot in detail uit te zoeken hoe een kleine nederzetting van
zo'n tien families zich in de loop van
enkele eeuwen ontwikkelde.
'Landschapsarcheologie' noemt Roy-
Halten en ogen aan
het Verdrag van Malta
In 1992 ondertekenden een aantal
Europese ministers in Malta een verdrag waarin zij zich voornamen de
bodemschatten van Europa te bewaken. En als deze worden aangetast,
dan moet de verstoorder betalen, zo
spraken zij af. Aan de hand van het
verdrag heeft staatssecretaris Van der
Ploeg van Cultuur onlangs een nieuwe koers uitgestippeld voor het
archeologische bestel in Nederland.
Want met alle Vinexlocaties, de
Betuwe- en de hogesnelheidslijn
wordt het bodemarchief ernstig verstoord.
Ook Van der Ploeg gaat uit van het
principe dat de verstoorder moet
betalen. Dat lijkt een goede impuls
voor de archeologie. Fokko Kortlang, projectcoördinator van het
Archeologisch Instituut van de v u
(AIVU), heeft echter zijn bedenkingen. "De verstoorder is doorgaans de
projectontwikkelaar", aldus Kortlang. "Die is gebaat bij zo min
mogelijk kosten. Hij zal heel pragmatisch te werk gaan en alleen betalen
voor dat gedeelte dat ook echt aangetast wordt. Dat geeft een sterk versnipperde archeologie. Bovendien
gaat hij in zee met het goedkoopste
archeologische bedrijf, wat kan leiden tot oppervlakkige opgravingen."
Het archeologisch graafwerk moet
namelijk ook de markt op, vindt de
Nederiandse overheid. O p dit
moment hebben alleen een paar
gemeentes, vijf universiteiten en de
Rijksdienst voor Oudheidkundig
Bodemonderzoek (ROB) een opgravingsbevoegdheid. H e t is de bedoeling dat vanaf 2002 ook archeologische bedrijven zo'n vergimning kimnen krijgen. Zij moeten wel voldoende kwaliteit leveren. De overheid
gaat proberen die kwaliteit te waarborgen via strikte regels.
"Het is goed dat dit gebeurt", vindt
Kortlang. "Maar het zogenaamde
kwaliteitssysteem van de overheid
legt sterk de nadruk op allerlei procedures die archeologen moeten volgen. H o e graaf je op, hoe noteer je
dat, waar deponeer je de vondsten.
D e inhoud van het archeologische
onderzoek verliest ze uit het oog."
Archeologen moeten vantevoren precies aangeven wat zij denken te gaan
vulden en hoeveel dit kost. Kortlang
heeft het over 'bestekarcheologie':
"dodelijk voor de creativiteit". H e t
zal moeilijk zijn om nog een veldlaboratonum zoals in Tiel op te zetten.
Toch kurmen de vu-archeologen
zich niet afzijdig houden van alle
veranderingen. Er is immers een
nieuwe arbeidsmarkt voor archeologen. Daarom zijn zij dit jaar begonnen met de opleiding cultureel erfgoed management. Kortlang: "De
archeoloog van de toekomst is niet
meer alleen veldkonijn en pionier.
Hij kan ook goed managen en een
bestek opmaken." Maar, zo waarschuwt hij, "hij moet de kwaliteit
nooit uit het oog verliezen." Want
eenmaal verstoord is voor altijd verstoord.
Fred Prak
Archeologen aan het werk in Tiel: "Als je niets weet van het ontstaan van de oude akkers en riviersystemen,
dan kun je hier niet goed graven"
mans het, in tegenstelling tot de vroegere 'archeologie op puntlocaties', die
in Nederland tien jaar geleden nog
volop in zwang was. T o e n moesten
archeologen blij zijn met elk grafheuveltje dat zij mochten afgraven.
Maar sinds 1992 is er veel veranderd.
In dat jaar ondertekende de toenmalige wvc-minister Hedy d'Ancona het
Verdrag van Malta. Hierin staat dat
ons archeologische erfgoed zo veel
mogelijk behouden moet blijven. Als
dit verstoord wordt door een bouwproject, moet de verstoorder ervoor
zorgen dat de bodemschatten eerst
onderzocht worden (zie kader).
Malta is officieel nog niet in werking
getreden, maar er wordt al veel
gehandeld in de geest van het verdrag.
Niet in de laatste plaats omdat
gemeenten zelf steeds meer de
behoefte voelen om van alles te weten
te komen over hun eigen geschiedenis.
Roymans merkt het tijdens de lezingen die hij in den lande geeft. Archeologie en cultuurgeschiedenis worden
steeds serieuzer genomen. Roymans:
"Naarmate de wereld groter wordt,
groeit de belangstelling voor de eigen
woonplaats."
Ook de opgravingen in Tiel zijn in
gang gezet door de plaatselijke werkgroep Beoefenaren Archeologie Tiel
en Omstreken (BATO). Jarenlang werden er op de akkers ten zuiden van de
Passewaaijse Hogeweg scherven opgeraapt. Het vermoeden rees dat er een
nederzetting uit de Romeinse tijd
moest zijn geweest. Leden van BATO
brachten de vindplaats nauwkeurig in
kaart. Met medewerking van de
gemeente en de Rijksdienst voor het
Oudheidkundig Bodemonderzoek
(ROB) legden zij een eerste nederzetting bloot aan de Oude Tielse Weg.
De BATO-archeologen verlangden diepergaand onderzoek en zochten contact met de archeologen van de vu.
Die wilden graag meegraven. "We
waren nieuwsgierig naar het werk in
het rivierengebied", vertelt Roymans.
"Normaal werken we in de zandgron-
Reeds opgegraven Germaanse
zilveren en gouden mantelspelden
uit de laat Romeinse tijd.
den in het zuiden van Nederland.
Kleigebieden, daar gaan archeologen
meestal niet graag naar toe. Veel te
zwaar werk."
X i n ploeteren is het. D e geheimen
van de kleigrOnden geven zich slechts
laagje voor laagje prijs. In de zandgronden liggen bodemkundige schatten uit verschillende eeuwen meestal
in één bodemlaag. Kleigronden hebben een ingewikkelde stratigrafie.
Alleen een geoefend oog kan de sporen lezen van oude sloten, greppels,
waterputten en de kuilen waar ooit de
houten palen van de boerderijen gezeten hebben.
Het voordeel van klei is wel dat scherven, botten en metaal beter bewaard
blijven.
"We vinden elke dag wel iets", zegt
Erik Verhelst. "Dat maakt het werk zo
sparmend." Verhelst, ooit begonnen
als amateur-archeoloog bij BATO, is
teamleider van de veldwerkers. De
Tielenaar schat het totaal aantal vond-
'T
V*.
Reeds opgegraven hoofd van een
beeldje dat de Romeinse godin
Minerva voorstelt.
sten op honderdduizend. Alle sporen
worden minutieus ingetekend op een
tekening ter plekke. Die wordt later
ingevoerd in de computer. Zo worden
de overzichtstekeningen van de nederzetting langzaam maar zeker verder
uitgebreid.
Roymans: "De laatste tijd wordt
steeds meer archeologisch onderzoek
verricht door nieuwe commerciële
archeologische bedrijven. Die nemen
meestal niet de tijd voor een grondige
aanpak. Maar alleen op deze manier
ontdek je patronen in je vondsten."
Roymans vertelt van hun onderzoek
naar afval dat werd gevonden in oude
geulen. D a t was niet zomaar toevallig
daar weggegooid. De archeologen
ontdekten dat het hier ging om rituele
offers, vermoedelijk om een huis m te
wijden.
De wetenschappers beschouwen 'Tiel'
inmiddels als een belangrijk veldlaboratorium. Zolang er nog niet gebouwd
wordt, willen zij hun werk verder uit-
Reeds opgegraven bronzen beeldje
dat de Romeinse god Mercurius
voorstelt.
diepen. Tijd is in dit geval niet zo'n
groot probleem. Ze lopen twee jaar
voor op de nieuwbouw. Wel moet er
constant gelobbyd worden voor het
geld. Elke week kost 25.000 gulden
en dan zijn de tarieven van het Alvu
nog lager dan die van de commerciële
bedrijven. De archeologen moeten
voortdurend keuzes maken waar te
graven en waar niet.
Maar de archeologen koesteren die
keuzevrijheid wel. "Wij gaan met voor
het grote geld." Roymans windt zich
zichtbaar op. "Universiteiten moeten
zich niet laten verblinden door de
commercie. Onze meerwaarde ten
opzichte van de archeologische bedrijven IS juist dat wij het graafwerk koppelen aan lopend onderzoek. Bij ons
staat het universitaire onderzoek voorop. We gebruiken de derde geldstroom (geld van derden, YN) alleen
om onderzoek van de eerste (geld van
de universiteit zelf, YN) en tweede
geldstroom (geld van onderzoeksorganisatie NWO, YN) te ondersteunen."
Dat neemt met weg dat de archeologen ook profijt hebben van de nieuwste ontwikkelingen in het archeologische bestel. "We moeten realistisch
blijven", erkent Roymans. "Het liefste
zouden wij zien dat de bodemschatten
bewaard bleven. Maar als er dan toch
volgebouwd gaat worden, dan moet
de bodem goed onderzocht worden.
En dat kost geld. Aan cultuurhistone
hangt een prijskaartje."
En de Tielenaren, wat zien die terug
van al het opgraafwerk? "We houden
sowieso regelmatig open dagen, die
druk worden bezocht", legt Verhelst
uit. "En de vondsten gaan m eerste
instantie voor verder onderzoek naar
het vu-magazijn. Dan komen ze in het
provinciaal depot. In principe zijn ze
namelijk nog eigendom van het rijk, al
is daar een hele discussie over. Maar
ik denk zeker dat er een tentoonstelling moet komen in ons museum in
Tiel."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's