Ad Valvas 2000-2001 - pagina 606
PrDCr^Kim C
JAARGANG s NR.9
PAGINA 2 _ _ i _ _ ^ _ _ _ i — _ ^ — —
Hoofd Personeelszaken Cor Jonker niet somber bij vertrek
"Werken aan een universiteit zal
altijd aantrei^lceiijic blijven"
tief steeds slechter wordt zal het
ongetwijfeld opklimmen in dat lijstje,
denkt Jonker. Daarom moet er volgens
hem iets veranderen aan het huidige
honoreringsmodel. "We hebben jarenlang een systeem gehad waarbij iedereen hetzelfde kreeg en dezelfde perspectieven had. Maar dat model is
steeds lastiger te hanteren, omdat we
steeds meer individuele honoreringsvragen krijgen die er niet in passen.
Dat betekent dat we honoreringen
meer zouden moeten gaan koppelen
aan oordelen over iemands prestaties.
Wie positievere oordelen krijgt dan
gemiddeld, kan dan ook een wat
hogere honorering krijgen dan anderen. En als de prestaties niet zo goed
zijn, kan een wetenschapsmanager op
de faculteit in zo'n systeem ook eens
tegen een medewerker zeggen dat hij
er dat jaar niks bij krijgt. We moeten
echt iets doen in die richting om aantrekkelijk te blijven voor topwetenschappers, want integraal de salarissen verhogen is gewoon te duur.
Afspraken daarover moeten worden
gemaakt met de vakbonden, maar zij
willen die stap pas maken als ze zien
dat wij een systeem van flexibele
honorering goed weten te organiseren."
Cor Jonker neemt op 6 juni na 26 jaar
afscheid van de Vrije Universiteit. Hij
vertrel(t op een moment dat de universiteit midden in een groot veranderingsproces zit. Een gesprek over de
toekomst van de universiteit die
jonker achterlaat.
Deze zomer verlaat kort na elkaar een
aantal zeer ervaren beleidsmakers
hun post aan de Vrije Universiteit. Het
hoofd van het Bureau Bestuursondersteuning gaat met de VUT en de
secretaris van de universiteit wordt
hoofd van de Bibliotheek. Ook hoofd
Personeelszaken Cor Jonker (63 jaar),
die sinds 1975 aan de universiteit
werkt, treedt vervroegd uit. En dat
terwijl het bureau van de universiteit
midden in een ingrijpende reorganisatie zit. Is het geen erg ongelukkig
tijdstip om nu te vertrekken?
Jonker: "Ik heb het college geadviseerd om het bureau te herordenen in
een periode dat er verhoudingsgewijs
veel sleutelfiguren weg zouden gaan,
omdat dat juist een geschikt moment
is. Maar tegelijkertijd zoek je naar een
lijn die maakt datje niet te veel last
hebt van hun vertrek. Dat viel nog
niet mee. Ik had zelf gehoopt dat de
herordening van het bureau een half
jaar verder geweest zou zijn, want nu
ga ik weg terwijl het proces nog niet
af is. Het is voor nieuwe mensen lastig om m het laatste stukje van een
traject in te stappen, omdat het dan
vaak erg nuttig is om de voorgeschiedenis te kennen. En die kennis is
moeilijk over te dragen. Maar ja, sommige processen duren nu eenmaal
langer dan je wilt. Dat valt niemand te
z
Ui
Het Personeciskatern is een
maandelijkse uitgave van de
dienst Voodichting en Externe
Betrekkingen, de dienst
Personeelszaken en de
Ondernemingsraad van de
Vrije Universiteit Amsterdam.
Redactie-adres
Personeelskatern Vrije Universiteit
De Boelelaan 1105, kamer lE-31
1081 HV Amsterdam
E-mailadres
personeelskatern@vu.nl
Redactie
Jessy van Celoven (PZ)
eindredacteur (020) 44 45410
j.van_geloven@dien5t.vu.nl
René Rector (VEB)
(020) 44 45556
r.rector@dienst.vu.nl
Janneke Eppinga (OR)
(020) 44 445029
j.eppinga@dienst.vu.nl
yj
O
Redactiecommissie
Dr. B.L.G. Bakker
(Ondernemingsraad)
J. Eppinga
(Ondernemingsraad)
J, van Celoven
(Dienst Personeelszaken)
Drs.J.D. Ham
(Dienst Personeelszaken)
Drs. C.J. Noordegraaf
(Dienst Voorlichting en
Externe Betrekkingen)
Drs. R. Rector
(Dienst Voorlichting en
Externe Betrekkingen)
Met medewerking van
Annemarie van den Hoven
Frank van Kolfschooten
Eva van der Plas
Fotografle
Bram de Hollander
Klaas Jan van der Weij
Illustratie
Len Munnik
LÜ
Lettertype
Lucida Sans
Vormgeving
Erna Ruyne, Attention, Lelystad
Druk en distributie
Via Ad Valvas
Foto Klaas Jan van der Weij
Cor Jonker: "Meer praten met medewerkers en beter naar ze luisteren
kan een gunstig effect hebben op het binnenhouden van talentvolle
mensen."
verwijten. Wij zijn nu in de laatste
fase, ook bij de Onderdeelcommissie
voor het bureau en de bibliotheek en
de OR. Die hebben ook hun tijd nodig
voor een zorgvuldige afweging bij
zo'n ingrijpende herordening."
De reorganisatie van het bureau was
volgens Jonker echt noodzakelijk.
"De structuur van het bureau is vanaf
1975 niet gewijzigd, terwijl de toen
gekozen formule al vrij traditioneel
was. De VU is een van de universiteiten die de oude structuur het langst in
stand hebben gehouden. Nou, we
weten allemaal hoeveel er sinds 1975
is veranderd binnen de universiteiten.
Twintig jaar geleden bestond het werk
van het College van Bestuur vooral uit
administratief beheer van de universiteit, maar deze tijd vraagt veel meer
sturend gedrag van het college, ook
op de terreinen van onderwijs en
onderzoek. En dan merk je dat
beleidsvoorbereiding tamelijk lastig is
als je met dertien diensten werkt die
allemaal een klein stukje daarvan voor
hun rekening nemen."
Met diensten die al decennia in een
model werken waarin de beleidsmakers meer op hun niet-beleidsmatige
achterban zijn georiënteerd dan op
integrale advisering en op de beleidsmakers in de andere diensten, is het
heel moeilijk om het beleidswerk binnen de oude structuur goed te organiseren, vindt Jonker. "Daarom is het
beter om dat werk van die diensten
bij elkaar te zetten in een aparte staf.
Maar ook dan blijft de universiteit een
heel speciaal soort organisatie. Watje
als centrale leiding moet accepteren is
datje op een heel andere manier
informatie krijgt uit de delen en niet
zo kunt sturen als de directie van een
bedrijf. Bij de universiteit heb je een
grote zelfstandigheid aan de basis en
dat beperkt de maakbaarheid vanuit
het centrale bestuur."
Leuke dingen
-««*-ƒ
De universiteit zal zich'dé'komende
jaren ook slagvaardiger moeten gaan
bewegen op de arbeidsmarkt. Het
blijkt nu soms al moeilijk om bepaalde vacatures op te vullen en dat lijkt
geen goed vooruitzicht omdat het
arbeidspotentieel de komende tien
jaar alleen maar zal afnemen. Toch is
Jonker daar niet zo somber over.
"Werken aan een universiteit zal altijd
aantrekkingskracht blijven houden op
een bepaald soort mensen, ook al heb
je niet meer die vrijheid van twintig,
dertig jaar geleden. Jonge mensen
tussen de dertig en de veertig geven
nog steeds hun goed betaalde baan in
het bedrijfsleven op voor een aanstelling aan de universiteit. Maar het is
wel een steeds groter probleem dat
ons arbeidsvoorwaardenpakket achterblijft. Vijftien jaar geleden durfden
de meeste wetenschappers hun salaris nog wel te noemen tegen hun collega's buiten de wetenschap, omdat
ze er nog leuke dingen bij konden
vertellen. Maar die leuke dingen
wegen inmiddels niet meer op tegen ./
de verschillen in honorering. We zitten
zeker voor veel zwaardere functies
aan de onderkant van een behoorlijke
betaling."
Uit onderzoek blijkt dat het salaris
voor wetenschappers op de vierde of
vijfde plaats komt,.«iaar.ak dat rela-
B
En daar hebben ze gelijk in, vindt
Jonker, want er valt nog wel wat te
verbeteren aan het management, met
name op de faculteiten.
"Wetenschappers kiezen niet voor een
academische loopbaan vanwege het
leiding geven, en als ze dat dan toch
moeten gaan doen staan ze vaak met
twee linkerhanden. Daarom geven we
sinds een jaar of vier trainingen aan
hoogleraren en uhd's over leidinggevende kwesties. Daar krijgen we heel
positieve reacties op, dus blijkbaar
hebben wetenschappelijke managers
daar best belangstelling voor."
Meer management
Het College van Bestuur onderzoekt
op het ogenblik binnen de universiteit
hoe moderne managementtechieken
kunnen bijdragen aan het verbeteren
van de sturing van onderwijs en
onderzoek. Coed overleg met medewerkers over het werk hoort daar ook
bij. Het huidige systeem van functionerings- en beoordelingsgesprekken
loopt niet goed, vindt Jonker. "Op
diverse plaatsen is het functioneringsgesprek nog steeds een wassen neus,
waarbij een lijstje wordt afgevinkt.
Dat heeft geen zin. Je hebt er alleen
wat aan als zulke gesprekken zijn
ingebed in een groter geheel en in
een door de gehele faculteit gedeelde
visie over de ontwikkeling van onderwijs en onderzoek in de komende vijf
jaar. Er zijn nu vijf, zes faculteiten die
het langs deze lijn serieus aanpakken.";.
Dat'moet ook wel, denkt Jonker. "Je
wordt als faculteit regelmatig gevisiteerd, en dan moetje ervoor zorgen
datje ^ n alle eisen voldoet. Daarnaast is er de slag om de student en
de drijk die het college uitoefent waar
het gaat om het versterken van management en bestuur. Vroeger was het al
heel wat als hoogleraren met andere
vakgroepen afstemden welk onderwijs
ze in het nieuwe studiejaar gingen
geven. Maar nu hebben de faculteiten
zelf onderwijsdirecteuren, waardoor
- wetenschappers met de billen bloot
, moeten om te vertellen wat ze gaan
doen in het onderwijsprogramma."
In zo'n klimaat is het ook logisch
dat een wetenschapsmanager zich
afvraagt hoe hij de prestaties van
medewerkers kan verbeteren of hen
kan stimuleren een bepaalde kant op
te gaan, vindt Jonker. "Je 0ntkGrat..er»-.-
niet aan om meer en gerichter met je
medewerkers te praten. En dat moet
ook op een natuurlijke, bij de realiteit
van het dagelijkse werk aansluitende
manier gebeuren. Niet in de vorm van
functionerings- en beoordelingsgesprekken, een systeem dat in de praktijk dikwijls wat verstard is. Die willen
we vervangen door jaargesprekken:
heel notmale gesprekken waarin je
met je baas praat over je werk, hoe
het afgelopen jaar is verlopen, wat de
plus- en minpunten waren, watje het
komend jaar gaat doen, waar de
zwaartepunten zullen liggen. Het
gesprek richt zich ook meer op de
loopbaan van de medewerker binnen
of buiten de VU.
We mogen nu van de Ondernemingsraad experimenteren met jaargesprekken op een aantal plaatsen. De OR is
wat mij betreft op dit punt te behoudend. Ik pleit voor ruimere experimenteermogelijkheden. Ik ben ervan
overtuigd dat het een heel goede formule is. Je kunt niet alleen bij de koffie of in groepsgesprekken over je
werk praten. Een organisatie die er
voor staat dat ze haar onderwijs en
onderzoek wat planmatiger moet aanpakken, kan de evaluatie van het werk
niet zo maar laten lopen. We bieden
ook trainingen aan voor het voeren
van zulke gesprekken, niet alleen aan
managers maar ook aan medewerkers. Want je moetje wel een aantal
minimale vaardigheden eigen maken
om dit soort gesprekken goed te kunnen voeren. Luisteren is er een van,
niet een vaardigheid die leidinggeven
den logischerwijs bezitten, maar wel
eentje die je beter kunt aanleren dan
je denkt."
Meer praten met medewerkers en
beter naar ze luisteren kan volgens
Jonker ook een gunstig effect hebben
op het binnenhouden van talentvolle
mensen. "Als je met medewerkers
periodiek praat over hun wensen en
toekomstverwachtingen, dan kun je al
in een vroeg stadium kijken of je daar
iets mee kunt binnen je organisatie.
Zo kun je de kans verkleinen dat
talenten op een gegeven moment
afnokken, terwijl je ze straks misschien hard nodig hebt als de oudere
garde met pensioen gaat." (FvK)
Kinderopvang
De Vrije Universiteit participeert tezamen met het VU Medisch Centrum en
de Sociale Verzekeringsbank in de
Stichting Kinderopvang Buitenveldert:
't Olifantje. De Stichting exploiteert in
de directe omgeving van de VU een
viertal kinderdagverblijven voor dagopvang van nul- tot vierjarigen. Van
alle beschikbare kindplaatsen zijn
75 plaatsen bestemd voor VU-medewerkers.
Naast deze opvang biedt de VU een
aanvullende faciliteit. Op verzoek van
en in overleg met medewerkers die
hun kind niet bij een van de kinderdagverblijven van 't Olifantje kunnen
of willen onderbrengen, huurt de VU
ook bedrijfsplaatsen elders. Per 1 juni
a.s. draagt de VU deze taak over aan
'f Olifantje, die voortaan de rol van
intermediair tussen de externe kinderopvanginstelling en de ouder zal
vervullen. De kosten van deze externe bedrijfsplaatsen komen volledig
voor rekening van de medewerker.
Wie belangstelling heeft voor deze
vorm van opvang, kan zich richten
tot Saskia Hiel van 't Olifantje, tel.
49666.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's