Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 369

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 369

8 minuten leestijd

AD VALVAS 8 FEBRUARI 2 0 0 1

PAGINA 5

Hans Daale: goed dualiseren kost vijf jaar

'Duale studenten krijgen het

absoluut zwaarder'

Het hoger onderwijs is veel

te veel naar binnen gekeerd.

Duale opleidingen - met een

combinatie van leren en werken - kunnen daar verandering in brengen. Maar duaal

onderwijs is meer dan een

periode van werken en leren

aan elkaar plakken. 'Dat kan

de LOI ook.'

Marion Smale/HOP

Duale opleidingen hebben toekomst.

Steeds meer instellingen voor hoger

onderwijs blijken die mening toegedaan. Alle hogescholen samen bieden

nu al zo'n 550 duale opleidingen aan.

De universiteiten zijn terughoudender.

Een paar jaar geleden zijn vijftien

opleidingen met een duale variant

begonnen, bij wijze van experiment.

Hans Daale van het Landelijk Expertise- en Informatiecentrum Duaal

Onderwijs behoort tot de grote voorstanders van duaal onderwijs. In het

dagelijks leven is hij opleidingsdirecteur van bedrijfseconomie en fiscale

economie aan de Haagse Hogeschool.

Onlangs schreef hij het boekje Duaal

Onderwijs, uitdagingen en valkuilen.

Liggen de universiteiten te slapen?

"Nee. Maar het is voor universiteiten

moeilijker om bedrijven te vinden

waar studenten op wetenschappelijk

niveau kunnen werken en begeleid

worden. Maar als straks de bachelormasterstructuur wordt ingevoerd, verwacht ik dat er zeker duale masteropleidingen komen."

Waarom bent u zo 'n voorstander van

duaal onderwijs?

"Vooral het hoger beroepsonderwijs is

te schools geworden. D e B staat niet

meer voor beroep, maar voor binnenschools. Ooit is het hbo ontstaan van-

PASSIE

uit de bedrijfsopleidingen. Werkte je

bij Philips, dan volgde je daar ook je

opleiding. Dat had een nadeel. Want

wilde je vervolgens naar Unilever, dan

had je niets aan je Philips-diploma.

Daarom hebben de bedrijven toen

gezegd: er moet een algemene opleiding komen. Op zich een prima zaak.

Maar nu, dertig jaar later, zijn we

doorgeslagen in de andere richting."

Terug naar de bedrijfsopleidingen dus?

"Nee. Opleidingen moeten nadenken

over de vraag: wat kan een student het

beste leren op school en wat kan hij

efficiënter leren op de werkplek.

Dualiseren dus. Maar dualisering is

meer dan een periode werken en leren

aan elkaar plakken. Dat kan de LOI

ook. Je moet het hele programma

opnieuw bekijken.

"Afhankelijk van de vraag van studenten en werkgevers moeten hogescholen arrangementen samenstellen. Dat

doe je niet even snel. Want als een

bedrijf waarmee je samenwerkt niet

bevalt, dan moet je ermee stoppen.

Moet je kijken hoe je reputatie dan

geschaad wordt. Wil je het goed doen,

dan gaat er wel vijf jaar overheen."

Studenten staan nog niet in de rij voor

duaal onderwijs.

"Nee, nog niet. Dat komt doordat

studenten vaak al twee jaar in een

bepaald stramien zitten van naar

school gaan, uitgaan en een bijbaantje

en een relatie hebben. Pas aan het

einde van het tweede studiejaar krijgen ze de keuze: duaal of niet. Dat is

te laat. Eigenlijk moet je ze al op het

havo of vwo voorlichten over werken

en leren. D a n komt het vanzelf. Leerlingen op de middelbare school hebben ook vaak al een bijbaantje. Ik zie

gebeuren dat het middelbaar onderwijs de ervaringen die leerlingen daarin opdoen, gaan gebruiken. Over een

paar jaar is ook het middelbaar onderwijs duaal. De leerlingen van de toekomst weten niet beter."

VOOR

SPORT

Gaat al die praktijkervaring niet ten

koste van de theorie?

"Nee, de hoeveelheid tijd die hogescholen aan theorie kunnen besteden,

blijft ongeveer hetzelfde. Alleen het

aandeel werken wordt fors uitgebreid.

Laten we eerlijk zijn: er is geen hboopleiding die werkelijk veertig uur in

beslag neemt. Studenten hebben allemaal een bijbaan. Die tijd moet je

gebruiken voor de opleiding."

mule van het co-op. Daar werken de

studenten een halfjaar, waarna ze een

halfjaar onderwijs krijgen. Dan is het

moeilijk om het werken en leren met

elkaar te verweven. De formule van

drie dagen werken en twee dagen naar

school is beter. Maar inderdaad, ook

de docenten moeten dualiseren. Die

moeten dus minder les gaan geven en

scholing krijgen. Dat is een voorwaarde voor succes."

Dus het is gedaan met de vrije tijd van

studenten?

"Ze krijgen het absoluut zwaarder.

Een werk/leerweek van 40 a 45 uur

wordt heel normaal."

Bn wie moet dat betalen?

"Dat is een keuze van de school.

Duaal onderwijs is duur, vooral in de

eerste twee jaar. In het derde en vierde jaar verdien je dat terug. Dan werken de studenten een groot deel van

de tijd en volgen ze vaak interne cursussen bij het bedrijf. Daar hoeft een

hogeschool niet voor te betalen."

Docenten doen in hun lessen weinig met

de ervaring die studenten opdoen in hun

werkperiode, schrijft u. Ze gaan gewoon

verder met waar ze gebleven waren.

"Dat gevaar bestaat vooral bij de for-

Maar wat als het economisch minder

gaat? Zitten bedrijven dan nog te wachten op studenten die nog veel moeien

leren?

"Daarom moeten hogescholen juist

nu duale opleidingen starten en zorgen dat ze het bedrijfsleven aan zich

binden. Nodig regelmatig werkbegeleiders van studenten uit op school.

Zorg dat ze een deel van hun scholing

overhevelen naar de hogescholen.

Maar hogescholen moeten altijd een

plan B hebben. Als de werkplek wegvalt, moet er een onderwijsplan klaarliggen."

Betekent dit het einde van de voltijdopleip?

"We hebben het straks niet meer over

voltijdi deeltijd en duaal, maar over

opleidingen. En binnen die opleidingen bestaan er allerlei arrangementen,

afhankelijk van de vraag van studenten en het bedrijfsleven."

Hoger onderwijs wil anderhalf miljard extra

Nu de dooi heeft ingezet, wordt het tijd

voor de verlanglijstjes voor de Voorjaarsnta. hiet hoger onderwijs wil de komende

jaren zo'n anderhalf miljard gulden extra.

De hogescholen (500 miljoen) en onderzoeksorganisatie

NWO (50 miljoen) stellen zich relatief bescheiden op. De

universiteiten zijn met een klein miljard het gulzigst.

Vooral de omschakeling naar het nieuwe diplomastelsel

met bachelors- en masterstitels is duur, denken zij. Het

aanpassen van lesprogramma's, toetsstof en examenreglementen kost in totaal maar liefst 225 miljoen. En

daar blijft het niet bij: volwaardige academische bachelor-masterprogramma's brengen structureel hogere kosten met zich mee, schrijft brancheorganisatie VSNU in

een brief aan minister Hermans.

Dat geldt ook voor iCT-projecten (120 miljoen), wetenschappelijk onderzoek (100 miljoen) en verbetering van

de huisvesting van de universiteiten (400 miljoen).

Bovendien denken zij per jaar 140 miljoen gulden nodig

te hebben om de vergrijzing van het personeelsbestand

een halt toe te roepen. Ook willen de universiteiten

extra geld voor de stijgende studentenaantallen.

D e VSNU vraagt Hermans al met al dus een klein miljard. De hogescholen doen daar nog eens een half miljard bovenop. Geld dat, ook hier, vooral moet worden

besteed aan de toegenomen studentenaantallen en ICT.

De hogescholen willen verder extra geld om zogenoemde lectoren aan te stellen: docenten die niet alleen lesgeven maar ook onderzoek doen. D e lerarenopleidingen

hebben 15 miljoen per jaar nodig om hun verliezen te

dekken.

De onderzoeksorganisatie NWO wil de komende vier jaar

in totaal 200 miljoen gulden.

De minister zou al dat geld tijdens het overleg over de

Voorjaarsnota moeten loskrijgen van zijn collega Zalm

van Financiën. In dezelfde nota van 2000 werd in totaal

1,3 miljard gulden extra uitgetrokken voor onderwijs en

kennis. Daarvan ging het grootste gedeelte naar het

basis- en voortgezet onderwijs. (WvD/HOP)

(1)

Tactiek heb ik niet: liet is gewoon gaan'

Anje Kirsch

Voor veel studenten is sporten niet meer dan een manier

om de calorieën kwijt te raken die er door bier en veel

snacken zo makkelijk aanvliegen. Maar je hebt ook echte

fanatiekelingen: studenten die leven voor hun sport. Luc

Selen (24) studeert bewegingswetenschappen en is twintig uur per week te vinden op de schaatsbaan, onder meer

als trainer bij de schaatsclub IJSVU.

Annemieke Bosman

Het geweldige aan schaatsen is dat

de beweging er van een afstandje zo

gemakkelijk uitziet. Maar als je het zelf

moet doen, merk je hoe ontzettend

moeilijk het is. D e essentie is dat je als

het ware van je schaats moet vallen,

net zo lang tot je denkt: als ik nu geen

actie onderneem, lig op m ' n gezicht.

Dan hervind je je evenwicht en stap je

op je andere been. Alleen zo ga je hard

en daar doe je het tenslotte voor.

Schaatsen is een sport waarbij heel

veel timing komt kijken. Als je een

goeie vijfhonded meter rijdt, dan kom

je in mijn geval met een gangetje van

vijftig kilometer per uur op de bocht

af. Dan moet je niet gaan twijfelen,

want je moet wel binnen honderd

meter 180 graden de andere kant op.

Het is een kick als dat lukt, maar soms

werkt 't niet en dan lig je in de boarding. Dat is me, toen ik pas met

schaatsen was begonnen, bij wedstrijden zelfs een aantal keer achter elkaar

overkomen. Stom eigenlijk, want een

bocht nemen wordt juist makkelijker

naarmate je harder gaat.

Overigens train ik eigenlijk niet meer

om harder te gaan, want ik ben nu

denk ik op de top van mijn kunnen. Ik

heb ooit de vijfhonderd meter in 40.9

seconden en de 1500 in 2 minuut 5

gereden, tijden die op een dameskamioenschap niet zouden misstaan.

Mijn inzet bij wedstrijden is nu te kijken wat ik er voor mezelf uit kan

halen. Ik hoef niet te winnen, dat zit er

toch niet in, maar het zou mooi wezen

als ik de 1500 meter eens in twee

minuten zou rijden. Dat zou ik heerlijk

vinden.

Tactiek heb ik niet. Ja, ik kan wel

gemeen zijn, als ik er bij een marathon

bijvoorbeeld tussen wil Icruipen. Dan

heb ik er voordeel van dat ik maar 1

meter 58 lang ben: ik kan die grote

kerels wel van het ijs drukken, maar zij

mij niet, omdat ik zo laag zit. Verder is

het gewoon gaan: aanvallen in de eerste ronde en kijken wie er meegaat. Als

je sterk bent, vind ik het laf om dat

niet te laten blijken. En het moet er

natuurlijk uitzien of het je niet te veel

moeite kost: dat je helemaal verrot

bent, maar dat het publiek denkt dat

het je soepel afgaat.

Omdat schaatsen zo moeilijk is, ergerde ik me wel aan het sportcommentaar

bij het afgelopen WK sprint, toen de

Nederlanders 'maar' een vierde en een

vijfde plaats haalden. Dat is bij zulke

mondiale wedstrijden juist heel knap,

we hebben het helemaal niet slecht

gedaan! Gelukkig zit Henk Gemser er

tegenwoordig bij, die komt uit de

schaatswereld en relativeert dat soort

kritiek een beetje.

Er gaat deze winter voor mij wel te

veel tijd in het schaatsen zitten, dat

moet volgend jaar anders. iVlijn studie

lijdt er bijvoorbeeld onder en ik kom

niet meer aan lezen toe. Privé levert

het me geen problemen op; mijn vriendin schaatst ook graag, dus die snapt

me hopelijk w e l . "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 369

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's