Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 569

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 569

6 minuten leestijd

AD VALVAS 10 MEI 2001

Weetjes zappen

Ozon

Eerste docenten krijgen onderwijscertifïcaat

Met een papiertje voor de collegezaal

D e lage ozonwaarden in de zomer

en het najaar van 1997 boven het

Nieuw-Zeelandse dorpje Luder

kunnen niet volledig worden verklaard door de vermenging van de

lucht aldaar met lucht uit het

ozongat boven de Zuidpool.

Deze vermenging is wel de oorzaak van de lage ozonwaarden die

bij Nieuw-Zeeland m de herfst

worden gemeten, maar verklaart

niet de aanwezigheid van ozonarme lucht boven Lauder in augustus 1997. Vu-promovenda Ellen

Brinksma ontdekte met zogeheten

laser-radarmetingen dat er in deze

maand een grote toestroom was

van ozonarme tropische lucht. Zij

veronderstelt dat het weerverschijnsel El Nifto deze luchtstromen veroorzaakte. (WV)

Chlamydia

Surinamers en Antillianen zonder

vaste relatie hebben meer kans op

de geslachtsziekte chlamydia trachomatis dan andere bevolkingsgroepen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 11.500 Amsterdamse

mannen en vrouwen, waarop

Irene van Valkengoed afgelopen

week promoveerde.

Een chlamydia-infectie kan bij

vrouwen leiden tot ontstekingen

van het kleine bekken, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen

en onvruchtbaarheid. Veel infecties blijven onopgemerkt, doordat

ze weinig klachten veroorzaken.

Valkengoed concludeerde dat

grootscheeps preventief onderzoek naar chlamydia onnodig is,

omdat slechts een kleine drie procent van de mensen is geïnfecteerd. Voor de ongebonden Surinamers en Antillianen ligt dit

aandeel rond de vijf procent.

(WV)

Vruchtgebruik

Aad Meijer

Briljante wetenschappers zijn soms een ramp in de collegezaal. Dat terwijl onderwijs geven net zo goed als onderzoek

doen een hoofdtaak van het wetenschappelijk personeel is.

Het onderwijsadviesbureau van de VU wil het onderwijs professionaliseren en riep een onderwijscertificaat in het leven

voor jonge docenten. Afgelopen week werden de eerste

papiertjes uitgereikt.

Weimoed Visser

Bewegingswetenschapper Raóul

Oude)ans kreeg drie jaar geleden een

baan als universitair docent op voorwaarde dat hij het traject voor het

onderwijscertificaat zou gaan volgen.

Oudejans doorliep de opleiding samen

met vier andere jonge docenten. Hij

leerde onder meer college geven,

handleidingen en readers maken en

toetsen. "Het nuttigste was dat je met

medecursisten kunt overleggen hoe je

bepaalde dingen oplost", vindt Oudelans. "Ik vond het bijvoorbeeld soms

moeilijk om te bepalen hoe diep ik tijdens colleges moest ingaan op individuele vragen. Daarover hebben we het

gehad."

Het goede van het onderwijstraject is

volgens Oudejans dat het aansluit bij

de onderwijstaken die je als docent

toch al hebt. "Je krijgt een ervaren

docent van je eigen-faculteit als tutor

en het onderwijs dat je sowieso moet

geven, wordt als een soort stage beoordeeld. Ook de opdrachten in de cursus

zijn gencht op je eigen onderwijs."

Toch wordt niet automatisch een

papiertje verschaft aan iedere docent

die aan de opleiding meedoet, benadrukt Coen StoU van het onderwijsadviesbureau van de VU, dat de cur-

sus opzette. "Het traject stelt wel

degelijk iets voor. H e t cursusgedeelte

bestaat uit 23 dagdelen, waarvoor

mensen ook huiswerk en proefcoUeges moeten voorbereiden. Daarnaast

is er een praktijkgedeelte waarbij de

tutor van de eigen faculteit beoordeelt of iemands college aan de voorwaarden voldoet. Die tutor bepaalt

samen met het onderwijsadviesbureau of iemand het certificaat krijgt."

O m jonge docenten te stimuleren om

de cursus te gaan doen, krijgen ze

een eenmalige beloning van 3000

gulden als ze het certificaat op zak

hebben.

Slechte naam

D e vijf docenten die afgelopen week

het certificaat kregen, zijn bewegingswetenschappers en biologen.

Op deze faculteiten is het volgen van

het traject voor nieuwe docenten

verplicht. Maar ook andere faculteiten zijn inmiddels aangehaakt.

Momenteel volgen ongeveer 35

jonge docenten van acht faculteiten

de opleiding, die twee keer per jaar

van start gaat. "Bij personeelszaken

is het inmiddels beleid om bij docenten die in schaal 11 worden aangesteld, te vragen naar het certificaat.

Maar uiteindelijk blijven de faculteiten zelf verantwoordelijk", vertelt

Coen StoU. "Gelukkig zien de meeste het belang van goed geschoolde

docenten wel in, want hoewel wetenschappers niet op h u n onderwijs

worden afgerekend, worden studies

dat wel door aankomend studenten.

Universitaire opleidingen met toch al

dalende studentenaantallen zijn als

de dood dat ze een slechte naam

krijgen op onderwijsgebied."

'Docenten die ongeïnspireerd op hun pensioen

zitten te wachten, willen

we laten uitsterven'

Voor het halen van het onderwijscertificaat staat vijftien procent van de

werktijd in het eerste jaar van een

docent. Stoll: "Het is belangrijk dat

faculteiten jonge docent ook genoeg

tijd geven om de cursus te volgen, dat

ze niet een fulltime onderzoeksprestatie van zo iemand eisen." Oudejans

kwam in zijn eerste jaar als docent

bijna helemaal niet toe aan zijn

onderzoek. "Ik had twee cursussen

die ik moest voorbereiden. Dat kost

heel veel tijd als je het voor het eerst

doet. Daarnaast heb ik een uitwisselingsprogramma voor bewegingswetenschappers georganiseerd en begeleidde ik studenten." Dit jaar heeft hij

weer wat meer tijd voor onderzoek.

"Ik heb een cursus minder en bij mijn

andere vak heb ik er nu voordeel bij

dat ik er vorig jaar zoveel energie in

heb gestoken."

Veel van de dingen die Oudejans op

cursus leerde, waren bij bewegingswetenschappen al gemeengoed. Zo probeert hij studenten zo veel mogelijk

actief te betrekken bij de stof. Ze

moeten in zijn cursus nadenken over

casussen als: 'een schaatser heeft het

afgelopen jaar fantastisch gepresteerd

en dit seizoen wil het ineens niet

meer. H o e knjg je zo iemand er weer

bovenop?' "Wij werken ook al zo lang

als ik weet met uitgebreide cursushandleidingen voor studenten. Voor

de biologen in de cursus was dat echter iets nieuws."

Ouderen

Stoll hoopt dat ook andere faculteiten

meer aandacht krijgen voor het

onderwijs. Door elke jonge docent

een tutor te geven, moet er verder

meer discussie komen onder de zittende staf op de faculteiten. "We willen niet alleen dat de jongeren iets

leren van de ouderen, maar ook dat

de jongeren de ouderen in beweging

brengen. Dat zij ook gaan nadenken

en praten over hun onderwijs", aldus

Stoll. De cursus, of onderdelen ervan,

staat dan ook open voor zittende

docenten.

Stoll geeft toe dat deze cursus geen

oplossing is voor de meest rampzalige

docenten, die zich meestal toch niet

vrijwillig melden. "Het soort docenten

dat ongeinspireerd op de pensioengerechtigde leeftijd zit te wachten, willen

we langzamerhand laten uitsterven,

door alle nieuwe docenten wel een

cursus te laten doen. We gaan zittende docenten niet dwingen tot een cursus. Daar leren ze toch mets van."

In het erfrecht is de positie van de

echtgenoot de laatste honderd jaar

sterk verbeterd. Voorheen liep het

erfrecht vooral langs de hjnen van

bloedverwantschap, om zo kapitaal binnen de familie te houden.

Als echtgenoten zouden erven,

zou het kapitaal kimnen 'vererven'

aan de schoonfamilie. Daarom

waren kinderen belangrijker erfgenamen dan echtgenoten.

Echtgenoten die hun partner

overleefden hadden alleen recht

op het vruchtgebruik over de erfenis: ze mochten het vermogen

gebruiken, beheren en er inkorn- _

sten uit trekken, zonder dat ze

eigenaar werden. Sinds de wetswijziging van 1992 komt vruchtgebruik vrijwel overeen met volledig eigendom. Kinderen zijn pas

eigenaar als ook hun andere

ouder overlijdt. Mermo van Galen

beschrijft in zijn proefschrift de

geschiedenis van het vruchtgebruik en de ontwikkeling van een

erfrechtstelsel van bloedverwantschap naar aanverwantschap.

(WV)

Baby's

T e vroeg geboren baby's lopen

vaak hersenbeschadigingen op

wegens zuurstoftekort. Vijf tot

vijfden procent van de te vroeg

geborenen ontwikkelt ernstige

neurologische handicaps, zoals

spasticiteit. Daarnaast krijgt 25

tot vijftig procent later leer- en

gedragsproblemen.

Hoe eerder een beschadiging

wordt ontdekt, des te beter kan er

iets aan worden gedaan. Oudere

technieken, zoals de schedelechografie, hebben als nadeel dat

weken op de uitslag moet worden

gewacht. Daarom probeerde Lilian

Sie met behulp van een zogeheten

MRi-scan hersenafwijkingen vast te

stellen bij pasgeborenen.

De uitslag is met deze techniek

meteen beschikbaar, maar de

techniek is niet voor iedere baby

geschikt, omdat ze ongeveer een

halfiiur buiten de couveuse moeten doorbrengen. Bij de vijftig

baby's die Sie selecteerde, bleek

de MRI-scan echter goed te voorspellen welke neurologische afwijkingen een kind later zou krijgen.

(WV)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 569

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's