Ad Valvas 2000-2001 - pagina 642
AD VALVAS 14 JUNI 2001
PAGINA 6
Kleine letteren en de strijd om het voortbestaan
Pompen of verzuipen
Terwijl een studie als bedrijfswetenschappen zichzelf tegen
te veel studenten beschermt met een numerus fixus van
250, moeten kleine opleidingen bij Letteren blij zijn als zich
tien studenten aanmelden, in Nederland dreigen steeds
meer van die kleine opleidingen te worden opgeheven. In
Utrecht is onlangs met veel protest Keltisch geschrapt,
Groningen zal Nieuw-Grieks verliezen en de UvA besloot
Fries af te stoten. Hoe is het gesteld met de kleine letteren
op de VU? 'De studenten zijn erg gedreven.'
Tekst: Yvette Nelen, foto's: Anje Kirsch
Lichting 2000 van Semitische talen en culturen: Peter van Splunter
en Rolf Smit
'Je moet wel een beetje maf zijn om
Semitisch te studeren'
Binnenvallen bij een college van
Frans Wiggermann, docent Akkadisch (spijkerschrift), doet denken
aan de Rivella-reclame: 'Het is wel
een beetje vreemd'. Wiggermann
hangt onderuit in een stoel, in zijn
linkerhand een sigaret, in zijn rechterhand het mobieltje van een van
zijn studenten. Hij zit te kletsen met
de stem aan de andere kant van de
telefoon, terwijl de eigenares van
het mobieltje lachend over de tafel
leunt om hem de telefoon weer uit
handen te nemen. De vier andere
studenten aan tafel zijn intussen
verwikkeld in minstens twee andere
gesprekken.
"Een zootje ongeregeld", zo
omschrijft eerstejaars Semitische
talen Rolf Smit (19) 'zijn' groep
studenten. Het bevalt hem goed.
"Je moet wel een beetje maf zijn o m
deze studie te doen. We hebben
soms de vreemdste gesprekken."
Rolf geeft toe dat juist het feit dat
bijna niemand kiest voor Semitische
talen, de studie voor hem extra aantrekkelijk maakte. "Ik doe altijd dingen die anderen niet doen. Dat doe
ik niet geforceerd, maar het speelde
wel mee in de studiekeuze."
Rolf wilde op de middelbare school
graag arts worden, maar hij haalde
slechte cijfers voor scheikunde.
Theologie was een andere hobby
van hem, maar hij had geen Grieks
en Latijn in zijn pakket. Via een
open dag kwam hij terecht bij Semitische talen en culturen. "Ik vind
oude culturen erg geinig, mensen
hadden zo'n ander wereldbeeld. Dat
levert heel mooie verhalen op."
Akkadisch is zijn favoriete vak. Dat
is veel leuker dan Hebreeuws.
"Hebreeuws volg ik met mensen van
godgeleerdheid. Die zijn veel netter
en georganiseerder dan ik. Een beetje afgemeten. Ik voel me bij hen een
soort Boer Koekoek. Akkadisch is
tenminste vrijblijvender."
Rolf vindt het jammer dat de toekomst van Semitisch door het
gebrek aan studenten onzeker is.
"Studies worden een soort massaproduct: allemaal precies hetzelfde, omdat dat goedkoper is. M a a r
het is toch helemaal niet meer
aantrekkelijk als alles hetzelfde is.
Je moet de keuze hebben om iets
afwijkends te kunnen doen. Als
Semitisch verdwijnt, gaat er cultuurgoed verloren, al hebben m e n sen bij geneeskunde daar vast
geen boodschap aan. T o c h geldt:
weg is weg. Is een studierichting
eenmaal opgeheven, dan krijg je
die nooit meer terug. N e t als Arabisch, dat hier jaren geleden is
verdwenen."
Hoewel Rolf zichzelf niet een heel
erg toegewijde student vindt, is hij
vast van plan de studie af te maken.
"Ik zou hier graag mee door willen
gaan. Poëzie gaan vertalen. In het
Brits Museum liggen nog honderdduizend kleitabletten met spijkerschrift waar nooit naar is gekeken.
Al is het de vraag of mensen op me
zitten te wachten en weet ik niet
hoeveel talent ik ervoor heb."
Het faculteitsbestuur van Letteren
heeft gesproken. Semitische talen en
culturen is met ingang van volgend
jaar geen zelfstandige studie meer. D e
opleiding werd te klein: jaarlijks melden zich hooguit twee a drie nieuwe
studenten. Semitisch wordt nu ondergebracht bij de opleiding oudheidkunde, die wat studentenaantallen betreft
wél goed loopt. Zo wordt de administratieve last verminderd en krijgt de
opleiding wat meer schwung, aldus letterendecaan Geert Booij.
Studentenaantallen zijn een voortdurende zorg voor de faculteit Letteren.
E n dan gaat het met Letteren op de
vu nog relatief goed. De vu heeft van
de zes klassieke universiteiten in
Nederland de kleinste Letterenfaculteit, maar houdt al jaren dankzij grote
inspanning veertien opleidingen in
stand. Bovendien heeft de faculteit
haar financiën goed op orde. Terwijl
de meeste andere letterenfaculteiten
nog steeds de grootste moeite hebben
om de eindjes aan elkaar te knopen,
heeft de faculteit van de VU de afgelopen paar jaar zelfs een financiële
reserve weten op te bouwen. Een
ongekend fenomeen na jaren van
krimpscenario's en, stelt directeur
bedrijfsvoering Bert Weltens, "volgens
mij uniek in de geschiedenis van de
faculteit".
"Wij voeren een voorzichtige cultuurpolitiek", zo verklaart decaan Booij
'het geheim van de kok'. "We proberen de kleine opleidingen zo lang
mogelijk in stand te houden. Ze worden goed in de gaten gehouden en
waar mogelijk proberen we ze te verweven met andere opleidingen. Daarnaast hebben we een zuinig personeelsbeleid. We doen met weinig
docenten betrekkelijk veel. D e
docenten worden op veel plekken
ingezet."
Dure grap
De medewerkers van Semitisch kunnen zich vinden in dat voorzichtige
beleid. Ze hebben begrip voor het
besluit om hun opleiding onder te
brengen bij oudheidkunde."Het is een
creatieve oplossing", aldus Marten
Stol, hoogleraar Akkadisch. "We verzorgen toch al veel vakken voor oudheidkunde. We willen ons programma
nu meer aanpassen aan oudheidkunde, bijvoorbeeld door via de mythen
van het oude oosten meer verbanden
te leggen met de Griekse en Romeinse
cultuur."
Semitisch is met in totaal tien ingeschreven studenten de allerkleinste
opleiding. Onder Semitische talen
worden de talen van het Nabije Oosten verstaan, te weten Hebreeuws en
Aramees, Arabisch, Ethiopisch en
Akkadisch. Semitisch wordt behalve
op de vu ook nog gegeven op de UVA
en in Leiden en Groningen, Alleen in
Leiden is het talenaanbod compleet.
De vu kent alleen het Hebreeuws en
Aramees en het Akkadisch (spijkerschrift).
T o t in de jaren tachtig werd er op de
VU ook nog Arabisch gedoceerd, maar
toen de betrokken hoogleraar vertrok,
werd die tak opgeheven. Hoewel de
colleges een hoog niveau hadden, kan
Stol het zich wel voorstellen dat Arabisch moest verdwijnen. "Er werden
topcolleges gegeven voor vergevorderde arabisten van binnen en buiten de
vu. Maar er waren veel te weinig studenten, dus dat was een dure grap."
Stol is niet bang dat Semitisch definitief zal verdwijnen als hij over vijf jaar
met pensioen gaat. "Ik word niet meer
zenuwachtig van kleine studentenaantallen en heb geleerd om niet verder
te kijken dan vijf jaar. Bovendien heeft
de faculteit ons altijd een goed hart
toegedragen. Misschien is dat wel
omdat elke letterenopleiding het leuk
vindt om een exotisch vak te hebben."
Maar volgens decaan Booij is de bijzondere aard van het vak de werkelijke reden. "Hebreeuws is de grondtaal
van de bijbel en de andere talen behoren tot de bijbelse Utmuelt. Ze horen
thuis op een universiteit met een
christelijke grondslag."
T o c h kan Booij niet garanderen dat
Semitisch altijd zal blijven. "Dat
wordt over vijf jaar opnieuw bekeken,
zoals dat gebeurt bij elke leerstoel als
de hoogleraar stopt. Het hangt mede
af van de keuzepatronen van de studenten, maar het kan ook zi)n dat we
ongeacht het aantal studenten de
expertise willen handhaven. Anderzijds geldt wel dat een opleiding niet
te klein mag worden. Als er geen collega's meer zijn met wie kritische discussies gevoerd kunnen worden,
wordt de intellectuele ambiance wel
heel erg mager."
Gedreven
Literatuurwetenschap telt met elf studenten nauwelijks meer studenten dan
Semitisch. Professor Ann Rigney
moest eraan wennen, toen zij vorig
jaar overstapte van de lenerenfaculteit
in Utrecht. Daar werd literatuurwetenschap ook klein genoemd, maar
hadden ze minstens elf studenten per
jaar.
T o c h gaat het niet slecht met literatuurwetenschap aan de vu. De studentenaantallen zijn al jaren constant.
"Bovendien verdienen we onszelf
altijd terug met onze dienstverlening
aan andere opleidingen", benadrukt
Rigney. "We behandelen algemene
literatuurvragen die interessant zijn
voor alle studenten letterkunde en
woord en beeld. Wat betekent literatuur bijvoorbeeld voor mensen? Hierbij beperken we ons bewust niet tot
één taalgebied."
Volgens Rigney moet ook niet elke
student literatuurwetenschap willen
studeren. "Alleen als je echt geïnteresseerd bent in literatuur als zodanig,
kom je bij ons. Deze bovenbouwstudie heeft altijd een bepaald slag studenten aangesproken. Studenten die
er niet voor terugdeinzen om het
praktische los te laten en heel abstract
bezig te zijn. Je moet je niet te veel
afvragen wat je ermee kunt."
De hoogleraar ziet de voordelen van
een kleine opleiding. "Het is erg leuk
om er college te geven. Het gaat doorgaans om heel gedreven studenten. Ik
maak me ook niet zo'n zorgen om
hun toekomst op de arbeidsmarkt. Ze
doen genoeg algemene vaardigheden
op en komen altijd wel ergens
terecht."
Zorgenkindje
Dat Semitisch en literatuurwetenschap weinig studenten trekken, ligt
misschien nog voor de hand. Maar
Duits komt met 21 studenten onverwacht op de derde plaats van de kleine opleidingen. De opleiding is tegen
wil en dank 'gedegradeerd' tot kleine
studie. D e trend van de dalende studentenaantallen, ingezet in de jaren
tachtig, duurt onverminderd voort.
Dit jaar begonnen er vijf eerstejaars,
van wie er inmiddels twee zijn afgevallen.
Duits is het nieuwe zorgenkindje van
Letteren. Hoogleraar Bodo Plachta en
docent Maurice Vliegen hebben er
geen verklaring voor. "Ik heb geen
idee waaraan het ligt", aldus Plachta.
"Het is een landelijk probleem. Op
alle universiteiten zijn te weinig studenten Duits. Misschien vinden jongeren de Duitse cultuur te gewoon, is
ze niet vreemd genoeg." "Aan de
andere kant zijn talenstudies nu eenmaal minder populair geworden", vult
Vliegen aan. "Dezelfde tendens zie je
bij Frans."
Het vak Duits zal in de eerste plaats
aantrekkelijker moeten worden gevonden op de middelbare school. Plachta
wil daarom de contacten met scholen
Het verdwenen kordon van Staal
Kleine, exotische letterenstudies mogen dan weinig studenten trekken, ze
vertegenwoordigen wel een waardevol cultuurgoed dat behouden dient te
worden. Dat vond althans de sanskritist en filosoof Frits Staal, die in 1990
een rapport schreef over de bedreigde letterenstudies in opdracht van de
toenmalige onderwijsminister Deetman. Staals pleidooi sloeg aan, want
Deetmans opvolger Ritzen besloot om jaarlijks tien miljoen gulden te reserveren voor de bescherming van de studies.
Ritzens maatregel, ook wel het 'kordon van Staal' genoemd, kwam vooral
de imiversiteit van Leiden ten goede, omdat deze universiteit de meeste
niet-westerse talenstudies verzorgt. Leiden kreeg bijna de helft van het
bedrag. D e vu, waar exotische studies een marginale rol spelen, kreeg een
ton. Tien jaar verder is er echter geen sprake meer van een kordon rondom
de bedreigde studies. Formeel wordt het geld door het ministerie nog wel
verstrekt, maar het is niet meer geoormerkt. Het is dus verder aan de universiteiten om het geld naar eigen inzicht te besteden.
Zo krijgt de letterenfaculteit van de v u van het college van bestuur geen
apart budget om de kleine opleidingen te handhaven. "Het bedrag van Staal
is inmiddels op gegaan in de grote lumpsum die de universiteit van het
ministerie ontvangt", legt Letterendecaan Booij uit. "Wij zien er niets van
terug." Dat betreurt hij niet. "Het was geen goed systeem. Ik kan me ook
wel voorstellen dat het zo gaat. Instellingen moeten zelf kunnen bepalen
wat zij met het geld kunnen doen."
Intussen proberen de imiversiteiten nog wel onderling afspraken te maken
o m leerstoelen meer op elkaar af te stemmen en de kleine opleidingen te
sparen. Alleen is de term 'kleine letteren' aardig diffuus aan het worden.
Terwijl Staal specifiek doelde op de niet-westerse talenstudies, hebben n u
ook de studies van de 'grote' talen problemen. Vooral Duits trekt alarmerend weinig studenten.
Dat maakt het werk er niet eenvoudiger op voor de commissie die de academie van wetenschappen KNAW in het leven heeft geroepen om opnieuw
naar de toekomst van de kleine letteren te kijken. "We hebben nogal wat
vertraging opgelopen in ons werk", erkent professor M . Stol, hoogleraar
Akkadisch aan de v u en lid van de KNAW-commissie onder leiding van de
Leidse hoogleraar Wim Gerritsen. "Maar ik verwacht dat wij na de zomervakantie een advies kunnen uitbrengen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's