Ad Valvas 2000-2001 - pagina 573
AD
MEI 2001
^^^^mimmmi^^^^^^^^^^^^Ê^ÊÊ^^^^^immm^^^^^^^^^^ÊÊÊ^^mm^^^^mmÊimmm^^^^^mmi^^^^^^m^^^^^ma^^^^^mmi^^
PAGINA
VUMC houdt symposium over de dokter van de toekomst
Voor harken en botte boeren is geen plaats meer
De tijd dat de dokter een autoriteit was van wie je alles aannam, is voorbij. De patiënt anno
2001 wil weten wat er met zijn lichaam gebeurt en heeft ook zelf allerlei ideeën over wat
goed voor hem is. Deze patiënt moet volgens minister Borst van Volksgezondheid een centralere plaats krijgen in de gezondheidszorg. Maar weten artsen eigenlijk wat een patiënt
precies verlangt? En tellen deze wensen mee bij het vaststellen van het curriculum van de
geneeskundestudie? Onder meer daarover houdt het VU Medisch Centrum op 1 1 mei een
symposium. Ad Valvas formuleerde alvast acht eisen voor de basisarts van de toekomst.
De arts: "Het onderwijs is nu veel te
individualistisch. Je wordt opgeleid
om persoonlijk te scoren. Maar er is
maar één manier om een patient te
genezen en dat is in teamverband,
waarbij ook het belang van de ondersteunende beroepen niet vergeten mag
worden."
Jeroen Terlingen (58), oud-redacteur
van Vrij Nederland, hoorde tien jaar
geleden dat hij de ziekte van Hodgkin
had, oftewel lymfeklierkanker.
Onmiddellijk wilde hij alles over deze
ziekte weten. Hij hoorde de doktoren
uit, struinde bibliotheken af en werd
lid van de patiëntenvereniging. Hij
belde zelfs medische tijdschriften met
het verzoek om hem alles op te sturen
wat ze ooit over 'Hodgkin' hadden
geschreven, met de smoes dat hij er
een artikel over ging schrijven.
Terlingen is een uitgesproken voorbeeld van een Nederlandse patiënt
anno 2001: hoogopgeleid, mondig en
met een grote behoefte aan informatie. Voor het symposium van het VU
Medisch Centrum, waar hij spreker is,
werd hem gevraagd te verwoorden
hoe de ideale arts er volgens een
patiënt uitziet. Via een prijsvraag in de
patiëntenbladen riep hij mensen op
om hun ideaalbeeld op te schrijven.
Terlingen - de patiënt - kreeg maar
liefst tweehonderd reacties. Op basis
hiervan formuleerde Ad Valvas acht
stellingen over de behoeften in het
geneeskundeonderwijs. We legden
deze stellingen voor aan vijfdejaars
geneeskunde Martine Verwijs (29) de student - en Peter Huijgens (52) de arts -, hoogleraar hematologie aan
het VUMC, afdelingshoofd en al 25 jaar
actief in het geneeskundig onderwijs.
Q
De student: "Ik vind het flauw als
artsen zeggen: de patiënt is zo veeleisend. Dat is nu eenmaal een maatschappelijke trend. Iederéén is veeleisend, ik wil als patiënt ook het beste.
Een arts moet duidelijk aangeven wat
hij kan doen om verkeerde verwachtingen te voorkomen. En daarvoor is
communicatie het allerbelangrijkste.
Soms ben ik bang dat ik mijn idealistische beeld hierover moet prijsgeven
als ik mijn co-schappen ga lopen. Dan
bepaalt de opleidende arts hoeveel uitleg ik geef of hoeveel tijd ik aan een
patiënt kan besteden."
De arts: "De patiënt is niet veeleisender, vind ik. Hij is anders dan vroeger:
beter ontwikkeld en geïnformeerd. De
opleiding speelt hier nog niet genoeg
op in. Die gaat nog uit van het oude
rolmodel dat de dokter alles hoort te
weten."
Q
Q De opleiding geneeskunde moet
meer aandacht besteden aan
communicatieve vaardigheden
De patiënt: "Artsen realiseren zich
onvoldoende wat hun gedrag teweeg
brengt bij patiënten. Het gaat niet
eens zozeer om wat ze zeggen; driekwart van de communicatie is nonverbaal. Het opvallendst in de brieven
waren de reacties van de artsen die
zelf patiënt waren geworden. Een specialist besefte opeens dat hij de patiënt
eigenlijk alleen zag als een maag- en
darmstelsel. N u hij zelf als patiënt iets
vergelijkbaars onderging, ervoer hij
dat als een vernedering."
De student: "Opleiders zijn wel
doordrongen van het belang van communicatieve vaardigheden, maar er
wordt niet op geselecteerd. We worden redelijk doodgegooid met rollenspelen waarin we arts- patiëntgesprekken oefenen, maar studenten reageren
daar toch lacherig op. Bovendien krijg
je elk jaar een andere docent, zonder
dat er een dossier wordt bijgehouden,
en worden er geen consequenties aan
verbonden als je niet voldoet. Ik ken
echte harken, waarvan ik verbaasd ben
dat zij erdoorheen zijn gekomen. Je
moet het héél gortig maken, wil je
zakken."
De arts: "Aandacht voor communicatieve vaardigheden is zeker nodig,
maar ik ben erg pessimistisch over de
mogelijkheden om die vaardigheden
aan te leren. Je kunt studenten met
aanleg wel stimuleren ze beter te ontwikkelen, maar je bent een botte boer
of je bent het niet. De opleiding moet
duidelijker etaleren dat communicatie
een onmisbaar onderdeel is van het
vak, zodat we de juiste studenten aantrekken. Er zijn nu te veel harken die
er pas na vijf jaar studie achterkomen
dat ze niet geschikt zijn voor het vak.
Studenten moeten vanaf het eerste
)aar ervaren of ze het leuk vinden om
met patiënten om te gaan."
B
studenten moeten strenger
geselecteerd worden, om t e
beginnen aan de poort
De patiënt is veeleisender dan
vroeger. Daar moeten studenten
mee leren omgaan
Wamer Bros.
Wat voor dokter staat er straks naast het bed?
De student: "Ik zie selectie aan de'
poort niet zo zitten. Hoe stel je de juiste criteria vast en hoe test je die? Er
zijn zoveel verschillende soorten artsen
nodig. Bovendien groeien studenten in
hun opleiding. Wat weet je nu als
achttienjarige? Een numerus fixus is zo
gek nog niet. Er wordt voldoende
geselecteerd in de loop van de studie."
De arts: "De stelling is absoluut
waar. De numerus fixus slaat nergens
op. Wel moet er meer ruimte gemaakt
worden voor een goede selectie, aan
de poort en verderop in de studie.
Studenten moeten vanaf het begin
persoonlijk begeleid en gestuurd worden. Een chirurg heeft minder sociale
vaardigheden nodig dan een kinderarts. Daar moet je niet pas achter
komen als je co-schappen gaat lopen."
Q
Artsen en studenten geneeskunde moeten ieren omgaan
met het verschijnsel 'dokteren
op internet'
De patiënt: "Internet is een belangrijke nieuwe informatiebron. JVIaar als
een patiënt komt met informatie van
internet, wordt die vaak zonder meer
terzijde geschoven. Sommige artsen
kijken zelf nooit op internet. Natuurlijk komen patiënten soms met onzinnige dingen aan, maar soms zitten er
wel goede suggesties bij."
De student: "Ik heb niets over internet gehad in mijn opleiding. T o c h
heeft internet voor mij geen prioriteit.
Elke gek kan hier iets op zetten. De
betrouwbaarste informatie vind je
toch via vakbladen en wetenschappelijke publicaties."
De arts: "De student leert sowieso te
weinig hoe hij de patiënt gestructureerd informatie moet overbrengen
aan de hand van folders, tijdschriften
of boeken, laat staan elektronisch.
Internet is dé informatiebron voor de
patiënt. De gezondheidszorg moet
eigen pagina's opzetten en voorlichting
geven over goede en slechte sites."
stens even ingewikkeld als voor de
patiënt."
De arts: "Ik zou het woord structuur
niet in de mond durven nemen. Dat is
juist het grote manco van de Nederlandse gezondheidszorg; er is geen
structuur. Daar moet zeker meer met
studenten over gesproken worden. Zo
worden zij zich ervan bewust dat zij in
de toekomst goede contacten moeten
onderhouden in de regio's. Je medestudenten vormen een belangrijk netwerk voor later."
Q
Q
Een student geneeskunde moet
beter bekend raken met de
structuur van de gezondheidszorg
De patiënt: "De gezondheidszorg
wordt steeds ingewikkelder van structuur. Artsen beseffen niet dat het erg
belastend is voor een patiënt om hierin verstrikt te raken. Voordat je als
patiënt met een ziekte als 'Hodgkin'
de juiste diagnose hebt, ben je zeker
vier artsen gepasseerd. Al die artsen
hebben onderling nauwelijks contact.
Regelmatig wordt er zelfs tegen een
patiënt denigrerend over een collegaarts gesproken."
De student: "We krijgen één blok
gezondheidszorg, maar de informatie
is heel summier. Ik vind het inderdaad heel belangrijk om hier meer
over te weten. Het is voor mij min-
Artsen in opleiding moeten
beter getraind worden in het
werken in teamverband
De patiënt: "Specialisten werken nu
veel langs elkaar heen. In de toekomst
zouden er meer zorgteams moeten
komen waarin specialisten of gespecialiseerde verpleegkundigen samenwerken."
De student: "Dat is zeker nodig! Bij
het zogenaamde 'klinisch lijnonderwijs' dat we gedurende vier jaar krijgen, moeten we met een groep van
ongeveer vijftien studenten een casus
oplossen. Hierbij moeten we ons eigen
gedrag bijsturen. Meestal komen
dezelfde studenten aan met oplossingen. Eigenlijk kunnen we wel wat training gebruiken, waarin gelet wordt op
het groepsgedrag. Je moet weten hoe
je functioneert in een groep. Werken
in teamverband zal steeds vaker voorkomen in de gezondheidszorg."
studenten moeten ook onderricht krijgen in alternatieve
geneeswijzen
De patiënt: "Artsen wijzen alternatieve geneeswijzen nu vaak bij voorbaat
al af. Ze zetten patiënten voor het
blok als ze daarmee aankomen; 'dan
behandel ik u niet verder.'"
De student: "Alternatieve geneeswijzen vormen een hiaat in onze opleiding.
Ik weet niet eens wat het precies
inhoudt. Dat lijkt me toch wel nodig.
Ook als ik met een patiënt in discussie
ga, moet ik weten waarover ik het heb."
De arts: "Ik geloof er totaal niet in.
De studenten moeten op de hoogte
zijn van het sociale fenomeen, maar
het is onzin ze te onderwijzen in zaken
als homeopathie en accupunctuur,
zolang de werking daarvan nog niet is
bewezen."
Q
studenten moeten leren
omgaan met patiënten met een
andere culturele achtergrond
De patiënt: "Bij de patiëntenvereniging voor mensen met de ziekte van
Hodgkin merken we dat allochtonen
moeilijk te bereiken zijn. Maar ook zij
hebben behoefte aan informatie. Ze
hebben hiervoor hun eigen kanalen.
We zouden daar meer aandacht aan
moeten besteden."
De student: "De vu geeft nu als een
van de weinige faculteiten het vak cultuur en gezondheid. Zo kreeg ik college over de rol van geesten in de
Marokkaanse cultuur. Ik zou graag
meer van dit soort vakken willen."
De arts: "Het geneeskundig onderwijs over andere culturen is nu nog
schraal en informerend. Iedereen weet
dat een Chinees anders is dan een
Amsterdammer, maar hóe anders, dat
ervaar je pas in de praktijk. Een visite
met een huisarts in de Bijlmer leert
meer dan tien informatieve colleges."
'De dokter bestaat met. Een bezinning op de rol van
geneeskundig onderwijs bi] de vorming van de basisans in de 21e eeuw.' Vn]dag 11 mei, 12.30 uur tot
17 15 uur. Aula hoofdgebouw Vnie Umversiteit
Informatie- 4443421.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's