Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 280

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 280

10 minuten leestijd

AD VALVAS 1 4 DECEMBER 2000

PAGINA 8

Oud-VU studenten keren terug naar hun bakermat

Weetjes zappen

Geloof en ongeloof van twee VU-broers

Ellende

Lijden heeft zin. Daarvan zijn juist

de armste mensen in Nicaragua

overtuigd. God heeft in hun ogen

een bedoeling met de armoede,

ziekten en natuurrampen in hun

leven. Promovendus Hans Snoek

komt tot deze bevindingen bij een

onderzoek naar hoe Christenen in

Nicaragua hun eigen lijden verklaren. Volgens Snoek komt de ZuidAmerikaansé benadering van het

lijden overeen met die van Elifaz in

het bijbelboek Job. Deze vriend

legt Job uit dat mensen nooit

zomaar lijden, dat er een hogere

bedoeling in zit. Maar de Christelijke uitleg van het lijden is minder

eenduidig dan alleen het verhaal

van Elifaz. Het blijft binnen het

Christendom een problematische

vraag wat de zin van het lijden is.

Toch wilde Snoek de arme Nicaraguanen niet tegenspreken in hun

vaste overtuiging. Bovendien viel

hem op dat de kerken van de armste mensen juist helemaal niet

bezig zijn met deze thematiek. In

de pinkstergemeente, waann Snoek

onderzoek deed, komen de armen

samen om te vieren en bij een

gemeenschap te horen, niet om

over hun alledaagse ellende te praten. (WV)

Na veertig jaar omzwervingen rond de wereld en door

Nederland, keren de broers

Herman en Piet Gilhuis terug

naar de VU, met veel vragen

over God en geloof. Ze ontmoeten een veranderde VU.

En elltaar, na jaren gescheiden te zijn door hun werk als

zendelingen. Een portret van

het geloof en het ongeloof

van twee VU-broers.

Wendy Traa

Gretig bladert Piet Gilhuis (64) vier

boeken door over cultuur en geloof.

Het zijn de twee grote thema's in zijn

leven en dat van zijn broer Herman

(66). Opgewekt en luchtig wisselen de

vuttende dominee's hun leeservaringen uit. Herman loopt naar het raam

en wijst Piet op het gebouw in de

verte, de VU. Piet is verbaasd. "Toevallig dat jij uitzicht hebt op de VU!"

De universiteit betekent veel voor de

broers. Ze zijn ermee opgegroeid en

gaan er waarschijnlijk ook mee dood.

In de jaren vijftig studeerden ze theologie, nu volgen ze een postacademische cursus bij dezelfde faculteit. Titel

van de cursus? 'God, een open vraag'.

Een toepasselijke titel, want de broers

zijn opnieuw, en meer dan ooit op

zoek naar antwoorden op hun geloofsvragen.

Trots wijzen Piet en Herman op de

bundel interviews 'Kracht en Kruis',

met daarin opgenomen een portret

van hun moeder. Ze is de weduwe

van wijlen dominee Gilhuis, de vader

van de twee broers. Ze stammen uit

een echte VU familietraditie: uit grote

gereformeerde gezinnen, waaruit veel

dominee's voortkwamen.

Ze sliepen jarenlang m dezelfde kamer

in de verschillende pastorieën. Daar

was het een komen en gaan van kerkgangers, vrienden en bekenden. Ze

kijken met plezier terug op hun jeugd,

maar hadden ieder een andere band

met hun vader.

Herman: "Ik voelde me geïnspireerd

door mijn vader. Daarom ben ik uiteindelijk theologie gaan studeren.

Mijn vader had hart voor de mensen.

Zijn preken vond ik erg goed, ik luisterde er ademloos naar. Ze hadden

een zekere retoriek, maar kwamen wel

van binnenuit."

Piet: "Wat grappig dat je dat zegt. Ik

voel dat helemaal niet zo. Ik wist al

vanaf mijn vijftiende dat ik predikant

wilde worden, waarom precies weet ik

niet. Maar het kwam niet door vader.

Ik ging liever naar andere dominees

luisteren. Ik had nogal wat kritiek op

vader. Vond hem ouderwets. Ik wilde

me afzetten tegen hem, en had tegelijkertijd de behoefte om me met hem te

identificeren. Jij zit anders in elkaar, jij

hebt niet die drang om je af te zetten."

Herman kijkt verbaasd naar Piet, die

triomfantelijk achterover leunt in de

bank, wachtend op een antwoord.

Herman kaatst de bal terug: "Jij zegt

het. Jij moet je nader verklaren,

vriend!"

Piet lacht, en zegt dan zorgvuldig zijn

woorden kiezend: "Jij bent bedachtzamer en gematigder. Het zit gewoon

niet in jouw karakter."

Binnenstad

Oude binnensteden zijn niet ingericht op de moderne leefwijze.

Toen vanaf het eind van de negentiende eeuw er nieuwe vervoers- ,

middelen ontstonden en de stad

een andere functie kreeg, moesten

veel birmensteden worden aangepast. P. Meurs deed een onderzoek

naar de manier waarop deze aanpassingen verliepen en met name

naar het openbare debat van rond

1900 over de kwaliteit van het

stadsbeeld. Rond die tijd werd er

veel geklaagd over aantasting van

het stadsbeeld, maar ondertussen

werd er in deze periode juist ook

veel gedaan om de historische kenmerken van binnensteden te

behouden, zo concludeert Meurs.

(WV)

Dementie

De vu krijgt volgend jaar een dagpoli, waar patiënten in één dag

worden onderzocht op Alzheimer.

Mensen die vermoeden dat ze de

ziekte hebben, hoeven dan niet

meer een lange, slepende periode

van medische onderzoeken door.

Binnen twee weken krijgen ze de

diagnose. Dat vertelde professor

Ph. Scheltens in zijn oratie vorige

week. Scheltens wordt hoogleraar

in de cognitieve neurologie.

Scheltens doet met MRI-scans

onderzoek naar de het ontstaan

van dementie. Bij dementiepatiënten zijn al in een zeer vroeg stadium veranderingen in de hersenen

zichtbaar. Door dit soort onderzoeken kan de diagnose in een steeds

eerder stadium worden gesteld.

Over deze vroegtijdige opsporing

was de laatste weken discussie,

omdat dit zou kunnen leiden tot

vroegtijdige euthanasieverzoeken.

Volgens Scheltens is de vroege

diagnose hiervoor echter absoluut

niet bedoeld. Het is volgens hem

belangrijk om de patiënt zo vroeg

mogelijk zekerheid te geven

omtrent hun ziekte. (WV)

Werkstress

Verpleegkundigen die hun werfc%ï

stressvol ervaren hebben niet meer

kans op hart- en vaatziekten, dan

verpleegkundigen die meer ontspannen met hun werk omgaan.

Dat blijkt uit een promotieonderzoek van H. (voornaam) Riese.

Gewichtsvermindering blijkt een

groter effect te hebben dan werkstress op de risicofactoren voor

hart en vaatziekten, zoals een hoog

cholesterol en insulinegehalte hebben.

Riese deed onderzoek naar de relatie tussen deze ziekten en werkstress bij vrouwen. Hij koos verpleegkundigen, omdat dit een

stressvol beroep is. De meeste

onderzoeken naar de gevolgen van

werkstress zijn tot nog toe gedaan

bij maimen. (WV)

voor andere ideeën en geloven, de

dialoog werd opgestart met het katholieke geloof Ik liep alle preken en toespraken af van andersdenkenden."

Of hun vader die revolutionaire

ideeën accepteerde? Piet: "Hij was

jaloers op ons. H a d dertig jaar daarvoor gestudeerd, was echt dichtgetimmerd met dogma's. Hij groeide op

met het idee dat het scheppingsverhaal echt gebeurd was, alleen het aantal uren van de dag kon verschillen. Ik

las boeken die hij nooit had mogen

lezen."

De VU anno 2000 herkennen de

broers niet meer. Herman: "Vroeger

hepen er echt geen allochtonen door

de VU. N u zijn de hoofddoekjes een

normaal verschijnsel. Formeel is het

nog wel een gereformeerde universiteit, maar in de praktijk is het dat niet

meer." Jammer vinden ze dat niet,

eerder een logische gevolg van veranderingen in de samenleving.

Broer Piet vindt de VU vooral erg

groot geworden. "Wij studeerden in

het herenhuis, waarin ongeveer 1700

studenten colleges volgden. Alle hoogleraren kenden onze vader. We werden persoonlijk door de pedel ingeschreven voor tentamens."

Geloofscrisis

Gesloten werelden

Dat verschil in karakters was al merkbaar in hun studietijd, en ook later tijdens het domineeschap. Waar Piet het

'makkelijker' had en op de stroom mee

ging van veranderingen in de gereformeerde kerk, moest Herman zich eerst

ontworstelen aan de geslotenheid van

het 'ons kent ons' wereldje.

Herman: "Ik vond dat het studentenwereldje nog behoorlijk dicht zat. Het

was gesloten, elitair en gereformeerd.

Jouw dispuut was meer open dan het

mijne, was veel meer maatschappelijk

betrokken."

Piet begon twee jaar later dan Herman te studeren, in 1954. Hij trof een

heel ander klimaat aan. "In mijn studietijd gingen voor het eerst de ramen

open van de VU, en dus van het gereformeerde geloof. Er kwam ruimte

;

.j

>i ,

II

M I /'

I

.

'

(

1 1 ;

Anje Kirsch

Piet en Herman (rechts)

'f.

Herman en Piet trokken na hun studie de wereld in met een vat vol gereformeerde dogma's en zekerheden. Ze

waren pas 24 en 25 toen ze al op de

kansel stonden. Jong? Herman: "Ik

wilde snel dominee worden, want dan

kon ik trouwen en geld verdienen.

Brood op de plank."

Herman begon in een dorp in Friesland. "Ik was een autoriteit voor de

gelovigen. Gaandeweg ben ik mijn

zekerheden kwijtgeraakt. Dat was een

langzaam proces. Ik realiseerde me

dat God niet de almachtige vader is,

maar hoogstens een vader die je een

schouderklopje geeft. Dat je het echt

zelf moet doen in de wereld." Herman ontdekte dat hij er alleen voor

stond, en dat beangstigde hem. "Ik

werd daar onzeker van. En toch moest

ik elke zondag een preek houden. Ik

kon het volhouden door mijn eigen

twijfels openlijk uit te spreken."

Auschwitz was een belangrijke eyeopener voor Herman. "Ik wist niet

precies wat er was gebeurd. Het was

een enorme ontgoocheling. Daar kon

God niet verantwoordelijk voor zijn.

En dat is Hij ook met, dat doen wij

mensen zelf. Rwanda heeft me ook

aan het twijfelen gebracht. Ik kende

het land, het was zo vredig en mooi.

En dan slachten de mensen elkaar zo

af, hoe kan dat?"

Op de kast staat een familiebijbel, een

kolos in leer van veertig centimeter

hoog en twmtig centimeter dik. Er

naast staat een van stof gemaakte

dominee. Herman: "Dat mannetje

ben ik. Ik tuur naar de bijbel en vraag

me nog steeds af wat er werkelijk

staat."

In tegenstelling tot Herman, kwam

Piet m de jaren zestig terecht in een

open atmosfeer. Belgisch Mechelen

werd zijn eerste standplaats. "Het was

een tijd waarin de dialoog tussen de

katholieken en protestanten echt op

gang kwam daar." Later, uitgezonden

naar Brazilië, ontmoette hij eenzelfde

openheid.

Piet: "Ik begon met veel idealen. Ik

wilde de wereld verbeteren, gerechtigheid en vrede brengen. Maar dat kan

niet, want de mens wordt egoïstisch

geboren en vecht voor zijn eigen toko.

Dat is een hardnekkige eigenschap,

die krijg je er met zomaar uit. Ik had

gedacht dit met het geloof te kunnen

veranderen, maar zo simpel is het

niet."

Antwoorden probeerden de broers te

vinden in de boeken van theologen, in

discussies met elkaar en tijdens de bijeenkomsten aan de VU. Soms brengt

hen dat in verwarring. Herman: "Ik

weet dat ik verder wil zoeken naar wat

geloven nu eigenlijk is. En natuurlijk

vind ik dat eng, soms moet ik echt

over de sloot springen."

Balans

Als ze de balans opmaken, dan is er

veel veranderd na hun studententijd

aan de VU. H u n wegen scheiden zich.

Piet woonde vijftien jaar in Brazilië ais

zendingswerker, Herman zes jaar in

! I

I I) a 1

i .^

.'

1 1

i

(50

Suriname en drie jaar op Curai;ao Er

zijn ook overeenkomsten. Ze trouwden, en kregen allebei vijf kinderen.

Wat zijn ze in h u n leven kwijtgeraakt,

wat hebben ze gewonnen?

Herman: "Veel vastgeroeste geloofsleer heb ik overboord gegooid. Ook

veel zekerheden."

Piet: "De naïviteit van mijn optimisme ben ik kwijt, maar mijn optimisme

met. Wat me helpt is het samen bidden, zingen en geloven. Als ik dat

alleen zou doen, zou mijn geloof verpieteren. Ik vind het moeilijk om

alleen te geloven."

En wat hebben ze gewonnen?

Herman: "Ik ben ontsnapt aan het

kleine wereldje, voel me veel vrijer.

Verdiep me voor het eerst in het

jodendom bijvoorbeeld, dat is echt

een verrijking."

Piet: "Ik heb veel menselijke contacten opgedaan, en daardoor ook veel

inzichten gekregen. Zo beleven de

mensen in Latijns Amenka het geloof

veel meer met hun hart, minder met

h u n hoofd. D e discussies die wij hier

voeren over het geloof en de bijbel

spelen daar helemaal niet. Ik ben bh]

dat ik ook hun manier van geloven

ken."

Hebben ze h u n twijfels ooit kunnen

bespreken met h u n vader? Heeft hi)

de twijfels gekend die zijn zoons hadden? Het blijft lang stil tussen de

broers.

Herman, bedachtzaam: "Dat had ik

hem graag willen vragen. Dat heb ik

nooit gedaan, jij wel Piet?

Piet denkt lang na, zegt dan met enige

gelatenheid: "Nee, hij wist alles wel

zo'n beetje. Hij maakte deel uit van

een lange gereformeerde traditie. Ik

denk dat de tijd er toen niet rijp voor

was er zo over na te denken als wij nu

doen. Misschien kon het toen hij

ouder werd, maar hij werd ziek. Hij

had het al moeilijk als ik hem rondreed door de dorpen waar hij dominee

was geweest, omdat zijn huis en soms

zelfs de kerken waren verdwenen."

Herman, liefdevol: "Dan ga je geen

deuken slaan in zijn geloof Ik weet

ook niet of ik het überhaupt met hem

had kunnen bespreken."

Piet: "Ik denk het niet."

.' -

I . ' a i; -.,

1 * I 'i

1 'A 1

'D

i '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 280

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's