Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 517

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 517

8 minuten leestijd

AD VALVAS 12 APRIL 2 0 0 1

PAGINA 9

Van mens

tot

preparaat

De doordringende geur doet nog het meest denken aan ontsmettingsmiddel

Fnso Spoelstia

Snijpracticum bij geneeskunde is na halfuur niet eng meer

De eerste snee is het moeilijkst

Geen vak waarover zoveel

gegriezeld wordt: het anatomiepracticum bij geneeskunde. Alhoewel, dat griezelen doet vooral de buitenwereld. Want na het overwinnen van de eerste schroom,

overheerst bij de studenten

zelf vooral fascinatie voor

het menselijk lichaam. 'Eindelijk heb ik het gevoel dat

ik écht met geneeskunde

begonnen ben!'

Yvette Nelen

Hugo Bakker (18) moet nog wakker

worden. Je kent het wel, een druk

weekend achter de rug. Voordat hij

gisteravond naar bed ging, heeft hij

nog even de collegestof doorgenomen.

Toch oogt op deze maandagochtend

niet elke student geneeskunde even

relaxed. En ook Hugo zelf blijft niet

ongevoelig voor de spanning die

oploopt, naarmate we dichter bij de

practicumzaal in de kelder komen. Bij

de kluisjes wordt gegiecheld en

gedrenteld. Assistenten sporen de studenten aan. H u p , naar binnen, witte

lassen aan en vergeet de snijsetjes

niet.

Vandaag knjgen zestig eerstejaars hun

eerste practicum anatomie, oftewel

hun eerste les in het 'lijkensnijden'.

De komende tien weken besteden zij

25 uur aan het ondeden van borst,

buik en bekken van het stoffelijk overschot van een mens. Eindelijk wordt

de droge collegestof over de opbouw

van ons lichaam omgezet in drie

dimensies. Tijdens het eerste practicum beginnen de studenten met de

huid en het onderhuids bindweefsel,

daarna worden de grote en de kleine

borstspier bekeken.

HeLet is koel in de lange zaal in de

kelder. Meer nog dan het oog wordt

in de eerste plaats de neus geprikkeld.

Er hangt een doordringende geur, die

nog het meest doet denken aan zwaar

ontsmettingsmiddel. Tien verrijdbare

metalen tafels staan keurig achter

elkaar gerangschikt. Op elke tafel ligt

een zwarte plastic zak. De studenten

lopen stil naar hun plek. De plastic

zakken hebben onmiskenbaar de vorm

van een menselijk lichaam. Zowel

boven het hoofd als bij de omhoog

stekende voeten zit een knoop.

D e studenten zijn verdeeld in zes

groepen. Elke groep krijgt een uitgebreide inleiding van een docent of

student-assistent. Daarna mag zij zich

buigen over twee gebalsemde lijken.

Al spreekt Hugo nadrukkelijk liever

van 'preparaten'. De lichamen zijn de

afgelopen negen maanden behandeld

met een mengsel van formaline, alcohol en anti-schimmelstoffen. Het

blijkt vooral het schimmelbestrijdende

thymol te zijn, dat voor de prikkende

lucht zorgt.

Die lucht wordt sterker, als anatomieprofessor Henk Groenewegen het

plastic van het preparaat van Hugo's

groep weghaalt. Het lichaam is gewikkeld in een vochtige witte doek. Groenewegen legt borst en buik bloot tot

aan de hezen en laat het hoofd en de

benen bedekt. De armen liggen strak

langs het lijf Als eerste gaat mijn blik

naar de handen, gerimpeld en verstijfd. Ik voel een lichte schok. Even

krijgt het anonieme lijf een persoonlijk

trekje.

De

' e studenten aanschouwen het

lichaam vol interesse. Zij hebben de

eerste drempel al genomen. Aan het

begin van de studie kregen ze zes

'demonstratiepreparaten' te zien. Elk

lijk was een stukje dieper opengelegd.

"Dat was wel schrikken", vertelde

Hugo de week voor het practicum.

"Heel onwerkelijk", vulde studiegenote Manke Bakker (18, geen familie

van Hugo) aan. "Ze leken net rubber.

De

' e meeste preparaten zagen er niet

meer uit als een echt mens. Je zag niet

eens of het een man of een vrouw

was."

Maar ook tijdens de demonstratie

overheerste de fascinatie voor het

menselijk lichaam. "Ik vond het juist

interessant", benadrukte studente Ins

Bakels (18) in hetzelfde gesprek. En

Marike legde uit: "Eindelijk zie je alle

verbanden. Bij het preparaat lagen de

darmen in een mooie waaier. Dat

vond ik raar, want ik had altijd

gedacht dat ze meer opgepropt in je

buik zouden zitten."

N u onthulden de demonstratiepreparaten ook weer niet alle geheimen.

Hugo, Marike en Iris moesten toegeven dat zij zich nog steeds geen precieze voorstelling konden maken van

het stoffelijk overschot waarin zij zelf

gingen snijden. Hoe zat dat ook al

weer met die ingespoten balsemvloeistof, verving die nu al het bloed? Zou

het lijk nog borstharen hebben? En

hoe diep moet je eigenlijk snijden? Ga

je grof te werk of juist heel secuur?

Dr

'it preparaat heeft in ieder geval

grijze borstharen. De borstkas is die

van een gezond ogende man. Groenewegen legt uit dat het moeilijk is zijn

precieze leeftijd te schatten, omdat de

balsemvloeistof zijn huid stug en donker heeft gemaakt. Maar het lijf is niet

mager en uitgeteerd, zoals van iemand

die een lang ziekbed heeft gehad.

Als de prof rustig een schuine snede

trekt boven de ribbenboog, buigen

tien hoofden zich over het preparaat

heen. Groenewegen laat zien hoe je

de huid, samen het met onderhuidse

bindweefsel, lostrekt. Marike en Iris

nemen het werk over. Met hun vmgers voelen ze aan de huid. "Jee, het

is écht heel hard", zegt Marike. Voor-

zichtig zet ze een eerste snee. "Je

komt er heel makkelijk doorheen."

Het meisje naast hen zucht. "Ik houd

me maar voor dat het een model is

van een menselijk lichaam, geen écht

lichaam."

De afdeling anatomie heeft een

lijst van zo'n 2000 mensen die

hun lichaam na hun dood ter

beschikking willen stellen aan de

wetenschap. Dat levert elk jaar

ongeveer zestig tot zeventig stoffelijke overschotten op. Meestal

gaat het om oude mensen, de

gemiddelde leeftijd ligt boven de

zeventig. Doorgaans zijn er evenveel mannen als vrouwen.

Nadat iemand is overleden, is het

aan de naaste familie om te

beslissen of er daadwerkelijk contact wordt gezocht met de anatomieafdehng. In de praktijk voert

ZIJ meestal wel de wil uit van de

overledene. Het lichaam moet

binnen 48 uur naar het mortuarium worden gebracht, in de kelder

van het geneeskundegebouw. Het

krijgt een nummer, om de anonimiteit te garanderen, en de medische gegevens worden genoteerd.

Het lichaam krijgt een behandeling met een balsemvloeistof

Deze bestaat uit alcohol, formaline en stoffen om schimmels te

voorkomen. "Elke anatomieafdeling heeft zo zijn eigen mengsel",

legt anatomieprofessor Henk

Groenewegen uit. De balsem

maakt bepaalde verbindingen aan

tussen eiwitten waardoor deze

met afgebroken worden. Weefsels

worden op die manier gefixeerd.

De balsemvloeistof wordt ingespoten m de bloedvaten. Daarna

wordt het lichaam minstens

negen maanden in een afgesloten

zak met balsemvloeistof bewaard.

De hersenen worden apart

gefixeerd en gebalsemd. Zij zijn

er dan al voorzichtig uitgenomen.

Zo blijven ze beter geconserveerd

voor het 'hersenpracticum', dat in

het derde jaar van de studie

geneeskunde wordt gegeven.

In het eerste studiejaar komen

borst, buik en bekken aan bod.

De studenten knjgen tien practica

om dit gedeelte van het lichaam

te ontleden. In het tweede jaar

volgen drie anatomiepractica, die

in het teken staan van de ademhaling. Het derde jaar staat het

zenuwstelsel centraal. T e n slotte

volgt in het vierde jaar de analyse

van het bewegingsapparaat. In

principe krijgen de studenten

geen gelaat te zien.

AllÜle studenten gaan in eerste

instantie heel zorgvuldig te werk. N a

een halfuur is de grootste onwennigheid verdwenen. De studenten worden behendiger en durven het preparaat beter aan te pakken. Ze laten hun

nieuwsgierigheid de vnje loop. Marike

gaat kijken bij de buren. Haar valt op

hoe verschillend alle lichamen zijn. Ze

komt tot de conclusie dat ze geluk

heeft met haar preparaat. Een strak

lijf, niet al te dik. Dan is het wegsnijden van de huidlaag minder werk.

In de groep naast haar wordt een

pacemaker gevonden. D e assistent legt

hem apart. Het apparaat mag zeker

niet terechtkomen in de blauwe bakken, waar de studenten de resten van

de stoffelijke overschotten moeten

deponeren. De inhoud van de bakken

wordt in een speciale oven verbrand.

Een pacemaker ontploft in deze oven,

waarschuwt de assistent.

"Ik had het me wel iets schoner voorgesteld", erkent Marike. "En toch valt

het mee." Inderdaad, het went gauw.

Na twee uur lijkt het de gewoonste

zaak van de wereld, tien preparaten

op een rijtje met opengeklapte borst

en buik. Studenten wijzen naar spieren, zenuwen en pezen en oefenen

latijnse termen. "Minder confronterend", vindt Hugo het nu. "Het lijkt

al meer op de plaatjes uit de boeken."

"Mooi!", is de reactie van Iris.

Toch blijft het geheel voor een toeschouwer bevreemdend. Ik laat me

gemakkelijk meevoeren door de

opwinding van de geneeskundestudenten. Het menselijk lichaam is

. reuze interessant! Maar ik kan me er

niet toe zetten om te vragen of ik het

preparaat mag aanraken. Zodra ik de

gedachte toelaat dat deze mensen ooit

geleefd hebben, word ik wee.

Na1 adat de borstspieren zijn verwij-

derd, worden de preparaten schoongemaakt. Ze krijgen een laagje balsemvloeistof opgespoten en worden

opnieuw toegedekt en ingepakt. De

volgende weken gaan de studenten

verder met hetzelfde preparaat.

Even later zitten we op het gras in de

eerste lentezon. Hugo is enthousiast.

"Het was leuk!" Hij heeft het gevoel

dat de echte geneeskunde is begonnen. Alleen JVlanke had momenten

waarop ze dacht: 'waar ben ik mee

bezig?' Maar dan stopte ze dat gevoel

snel weg en verdiepte zich in de ligging van een spier. Aan de dood heeft

geen van dneen gedacht. "Het is

natuurlijk", zegt Hugo. "Dit lichaam

heeft zijn taak gedaan, het is niet

meer nodig." Hij voegt er wel aan toe:

"Misschien zou het moeilijker zijn als

het ging om het stoffelijk overschot

van jonge mensen."

De vraag of het practicum hun

gedachten over leven na de dood veranderd heeft, verbaast het groepje. "Ik

geloof in een hemel en een hel", antwoordt Ins. "Dat de ziel na je dood

voortleeft. Maar over die dingen denk

je met na rondom zo'n practicum."

"Zet het jullie niet aan het denken

over wat de dood dan precies met

mensen doet?," probeer ik nog een

keer. Hugo reageert een beetje geïrriteerd: "Op zo'n practicum vraag je je

af: 'welke spier doet wat'. Jij denkt te

veel na." Misschien heeft hij wel

gelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 517

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's