Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 656

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 656

8 minuten leestijd

AD VALVAS 21 JUNI 2001

PAGINA 4

Filosofencongres over basic beliefs

Soms zult gij doden

Dat je niet zomaar een ander mens mag doden, is heel vanzelfsprekend. Dat hoef je aan niemand uit te leggen. Zoiets

heet een basic belief, een basisovertuiging die niet is gebaseerd op andere overtuigingen. iVlaar bestaan basic beliefs

wel echt, of doden wij niet uit een soort verlicht eigenbelang? Op het congres The Epistomoiogy of Basic Belief buigen wetenschappers uit binnen- en buitenland zich over

deze en andere kwesties.

Peter Breedveld

Filosofie-aio Sabine Roeser wijst naar

het rode kleed op de vloer. "Jij zult

misschien zeggen dat het evident is

dat dit kleed rood is", zegt ze. "Als

iemand jou zou vragen waarom dat

kleed volgens jou rood is, zal je zeggen 'dat zie je toch'. Maar er bestaan

dus mensen die willen dat je bewijst

dat dat kleed rood is."

Zo zijn er ook mensen die het niet

vanzelfsprekend vinden dat je niet

zomaar mensen doodt. Zogenaamde

coherentisten zouden bijvoorbeeld

kunnen redeneren dat de opvatting

dat doden verkeerd is, samenhangt

(coherent is) met een soort verlicht

eigenbelang. Als )e immers in het

wilde weg mensen zou doden, ben je

zelf ook )e leven niet meer zeker.

M e n s e n die zo denken, geloven niet

in basic beliefs. "Basisovertuigingen

worden door de meeste hedendaagse

filosofen zo weinig serieus genomen

dat ze al niet eens meer ter discussie

worden gesteld," aldus Roesers collega Ron Rood. "Volgens hen moet

je al je kennis kunnen rechtvaardigen met andere kennis. Niks is zelfevident."

Is het dan gedaan met de basic

beliefs? Daar zijn Roeser en Rood,

beiden werkzaam binnen de onderzoeksgroep 'Brormen van kermis en

funderingsdenken', niet zo zeker van.

Daarom organiseren zi) van 20 tot en

met 22 juni een congres waarop veel

sprekers uit birmen- en buitenland

hun zegje zullen doen over basic

beliefs. Misschien niet toevallig op de

christelijke vu, want christenen zullen

vanzelfsprekend meer zien in basic

beliefs dan m de theorie van het verlichte eigenbelang. "Maar je moet er

ook weer niet te veel achter zoeken,"

verzekert Roeser. "De basic beliefs

verdienen het gewoon om serieuzer te

worden onderzocht."

Er is hoop voor de basic beliefs in de

vorm van de Amerikaanse professor

Alvin Plantinga. Hij heeft christelijke

filosofische thema's, waarmee in de

vorige eeuw korte metten is gemaakt,

opnieuw weten te introduceren in de

hedendaagse filosofie. "Hij argumen-

teert op dezelfde manier als niet-christeUjke filosofen", aldus Rood. "Die

kunnen zijn argumenten daardoor niet

zomaar naast zich neerleggen. Daarmee heeft Plantinga het christelijke

gedachtegoed weer op de filosofische

landkaart gebracht."

Plantinga is een van de belangrijkste

sprekers op het congres. Maar er zijn

ook tegenstanders van basic beliefs,

zoals de Brit Jonathan Dancy. Hij

gelooft niet in algemeen geldende

morele principes als 'gij zult niet

doden', omdat in sommige gevallen

doden in moreel opzicht het enige

juiste is.

Congres The Epistomoiogy of Basic Belief, tot en

met 22 )uni m verschillende zalen in het

hoofdgebouw. Informatie: Ron Rood, tel.

4446614.

Genetisch determinisme als medicijn

Dicht bij en toch zo ver van elkaar. De vakgebieden biologie

en psychologie zoeken wederzijds toenadering. IVlaar zo

gemakkelijk gaat dat niet altijd, blijkt uit de bundel

Biologie en psychologie, waarin Nederlandse wetenschappers de stand van zaken in eigen vak inventariseren.

Koos Neuvel

Neem nu het onderzoek naar diergedrag, iets waarin de biologie een rijke

traditie heeft opgebouwd. Een

opmerkelijk onderzoek laat zien dat in

de hersenen van ratten die als baby

door h u n moeder vertroeteld worden

na een stressvolle gebeurtenis, een

relatief sterke aanwas plaatsvindt van

receptoren die gevoelig zijn voor

stresshormonen. Deze ratten kunnen

daardoor op latere leeftijd beter met

stress omgaan. Bij stress scheiden zij

minder hormonen af, hetgeen een

vroege uitval van neuronen voorkomt,

waardoor deze ratten niet zo snel

seniel worden.

Daarom wordt er

wel gesproken over

het belang om een

kind te koesteren en

dringt de onweerstaanbare gedachte

zich op dat dit ook geldt voor mensenkinderen. Maar is dat wel zo?

Heeft de psychologie, voor zover die

zich op mensen richt, hier iets aan?

Het is maar de vraag of resultaten van

dieronderzoek zich zo gemakkelijk

laten overhevelen naar mensenonder-

zoek. Daarvoor moet dat onderzoek

eerst nog gedaan worden. Wat weer

niet zo eenvoudig is, want met ratten

is het toch iets gemakkelijker experimenteren dan met mensen.

Bij andere vormen van onderzoek zijn

de problemen voor een vruchtbare

kruisbestuiving minder groot. Zo

bestaat in de psychologie inmiddels

heel wat onderzoek dat overtuigend

aantoont dat menselijk gedrag een

aanzienlijke erfelijke component

heeft. Niet in de laatste plaats het

tweelingonderzoek van de VU heeft

aan deze inzichten bijgedragen. Wat

ook weer tot bizar ogende resultaten

leidt. Zo zitten in de beslissing om

wel of niet te

gaan roken

vrijwel geen

erfelijke factoren, maar als

iemand rookt,

dan heeft de

hoeveelheid per dag gerookte sigaretten weer wel een belangrijke erfelijke

component; een net zo belangrijke als

de aanleg voor hart- en vaatziekten.

Het veelbelovende van dit onderzoek

is nu dat men een stap verder gaat:

niet alleen vaststellen dat gedrag erfe-

tot verslaving. Maar goed, de onderzoekers zijn optimistisch over de ontwikkelingen, en wie weet zullen ze

gelijk knjgen.

Leidt dit soort onderzoek nu tot

'genetisch determinisme'? Het is een

van de ergste scheldwoorden die

onderzoekers naar hun hoofd geslingerd krijgen. Zoals gebruikelijk doet

ook in dit boekje iedere onderzoeker

de uiterste best om genuanceerd te

zijn: we hebben te maken met complexe interacties tussen organisme en

omgeving, tussen genen en gedrag,

enzovoort enzovoort. Maar waarom

zouden we moeilijk doen? Misschien

is een scheutje genetisch determinisme helemaal niet zo kwaad. Zo merkt

Dorret Boomsma, vu-hoogleraar biologische psychologie, op dat als je

mensen vertelt dat hun extreme verlegenheid een genetische basis heeft, ze

daar minder onder lijden en beter

functioneren. Het uiteindelijke doel

van veel onderzoek naar (pathologisch) menselijk gedrag is om betere

medicijnen te ontwikkelen. Maar als

het waar is wat Boomsma hier zegt,

dan heeft wetenschappelijke kennis

zelf al een therapeutisch effect. Genetisch determinisme in de juiste hoeveelheid toegediend is een niet te versmaden medicijn.

Recensie

Peter Strelitski

lijk is, maar ook welke genen nu precies verantwoordelijk zijn voor het

gedrag. Dit is allemaal nog erg inge-

wikkeld, want er valt doorgaans niet

één gen aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld een neiging

Koos Neuvel is medewerker van het VUpodium en auteur van het boekje Wee de

genen.

Biologie en psychologie. Naar een vruchtbare

kruisbestuiving. J Joosse (red.), KNAW, f30,-

Op de ene bil een filosoof, op de andere een dichter

Zijn wetenschap en poëzie

als kat en hond of vullen ze

elkaar juist aan? In het net

verschenen boek Dichter bij

de waarheid breken dichtende academici zich het hoofd

over deze en andere vragen,

waarbij ze en passant een

aantal interessante aspecten van zichzelf en hun werk

laten zien.

Peter Breedve d

Een dichter moet suggereren, zegt

filosoof en dichter K. Michel, terwijl

een wetenschapper juist zoveel mogelijk meerduidigheid moet vermijden.

Wetenschap en poèzie zijn volgens

hem twee gescheiden werelden. Dat

vindt filosoof Maarten Doorman ook:

als hij op zijn linkerbil zit is hij filosoof, gaat hij op zijn rechterbil zitten,

dan is hij dichter. In de poëzie zijn

woorden volgens Doorman altijd dubbelzinnig. In de wetenschap soms ook,

maar dan is het slechte wetenschap.

Gerrit Krol is daarentegen wiskunde

gaan studeren omdat hij gedichten

schreef, omdat het 'harde' in hem iets

'zachts' nodig had. Voor Krol zijn

wetenschap en poëzie blijkbaar onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij

beoefent wetenschap én poëzie omdat

hij de hele wereld wil beschrijven,

niet maar een stukje ervan. Daar is

psychiater Rutger Kopland het mee

eens: "De wetenschappelijke visie is

een van de visies, maar niet de

enige", zegt hij. Je kunt als wetenschapper een lijsterbes beschrijven

door de bessen die eraan hangen te

tellen. Maar als je wil beschrijven hoe

mooi je die lijsterbes vindt, komt de

poëzie om de hoek kijken.

Poëzie en wetenschap lopen vaak

hand in hand. Denk maar aan Plato,

Constantijn Huygens, Goethe en

Dante Alighieri. Denk aan het grote

aantal inzendingen voor de vu-podium Poézieprijs, waarvan het thema

'wetenschap' luidde. Vierhonderd

dichters, voor een belangrijk deel

mensen die zich op wat voor manier

dan ook met wetenschap bezighouden, dongen mee naar de prijs. Poëzie

en wetenschap hebben blijkbaar iets

met elkaar, maar wat dan precies?

Met deze vraag hield een aantal dichters/academici zich bezig tijdens vier

bijeenkomsten die het vu-podium in

april 2000 organiseerde in De Rode

Hoed. Er vonden discussies plaats

met en tussen filosofen Maarten

Doorman, K. Michel en T h e o de

Boer; filosoof Renée van Riessen,

bedrijfseconoom Nachoem Wijnberg

en filosoof Mariette Willemsen; psychiater Rutger Kopland, wiskundige

Gerrit Krol en letterkundige Ad Zuiderent. Die discussies zijn opgetekend

in het boek Dichter bij de waarheid,

onder redactie van Gert Peelen.

Slaan

Het is een uiterst leerzaam en boeiend

boek, want al is het maar een select

gezelschap dat zijn visie ontvouwt,

tóch krijgen we een heel scala aan

gezichtspunten voorgeschoteld. Krol

bijvoorbeeld houdt niet van het

beschrijven van gemoedstoestanden in

gedichten, terwijl emotionele poëzie

volgens Kopland juist een aanvulling

is op de eenzijdige visie van de weten-

Recensie

schap. Doorman vindt dat wetenschap

expliciet en exact moet zijn en daarom

onverenigbaar is met poëzie, terwijl

Wijnberg zich er op laat voorstaan dat

zinnen in zijn proefschrift voor

tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Voor Van

Riessen is poëzie zelfs concreter dan

wetenschap.

In de verschillende gesprekken krijgen

we bovendien vooral mensen te zien,

er worden niet alleen maar opvattingen geformuleerd. Zo blijkt Wijnberg

de neiging te hebben om te gaan slaan

als mensen hem vertellen dat ze

gedichten lezen om in een bepaalde

stemming te komen.

Het zijn ook levende gesprekken,

waann mensen groeien en zich ontwikkelen. Zo komen Doorman en

Michel er gaandeweg hun discussie

met T h e o de Boer achter, dat zij meer

uit hun vakgebied in hun gedichten

toelaten dan ze aanvankelijk wilden

toegeven. "Ga vooral door", zegt

Michel als De Boer hem ervan probeert te overtuigen dat zijn gedichten

wel degelijk onder hevige invloed van

de filosofie staan. "Ik vind het heerlijk

dat ik dankzij dit gesprek filosofischer

blijk te zijn dan ik zelf ooit heb

gedacht!"

Het geheel is gelardeerd met gedichten van de deelnemende poëten en

een aantal beschouwelijke essays,

onder meer over de manier waarop K

Schippers de wetenschap in zijn poèzie benadert.

Gert J Peelen (red ), Dichter bij de waarheid,

gedachten over poëzie en wetenschap. Uitgeven)

Memema, ƒ 29,50 ISBN 90 211 3816 6.

Lees ook pagina 7: 'Mijn gevoelsleven

pontificaal neerzetten, nee'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's

Ad Valvas 2000-2001 - pagina 656

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000

Ad Valvas | 692 Pagina's