Ad Valvas 2000-2001 - pagina 656
AD VALVAS 21 JUNI 2001
PAGINA 4
Filosofencongres over basic beliefs
Soms zult gij doden
Dat je niet zomaar een ander mens mag doden, is heel vanzelfsprekend. Dat hoef je aan niemand uit te leggen. Zoiets
heet een basic belief, een basisovertuiging die niet is gebaseerd op andere overtuigingen. iVlaar bestaan basic beliefs
wel echt, of doden wij niet uit een soort verlicht eigenbelang? Op het congres The Epistomoiogy of Basic Belief buigen wetenschappers uit binnen- en buitenland zich over
deze en andere kwesties.
Peter Breedveld
Filosofie-aio Sabine Roeser wijst naar
het rode kleed op de vloer. "Jij zult
misschien zeggen dat het evident is
dat dit kleed rood is", zegt ze. "Als
iemand jou zou vragen waarom dat
kleed volgens jou rood is, zal je zeggen 'dat zie je toch'. Maar er bestaan
dus mensen die willen dat je bewijst
dat dat kleed rood is."
Zo zijn er ook mensen die het niet
vanzelfsprekend vinden dat je niet
zomaar mensen doodt. Zogenaamde
coherentisten zouden bijvoorbeeld
kunnen redeneren dat de opvatting
dat doden verkeerd is, samenhangt
(coherent is) met een soort verlicht
eigenbelang. Als )e immers in het
wilde weg mensen zou doden, ben je
zelf ook )e leven niet meer zeker.
M e n s e n die zo denken, geloven niet
in basic beliefs. "Basisovertuigingen
worden door de meeste hedendaagse
filosofen zo weinig serieus genomen
dat ze al niet eens meer ter discussie
worden gesteld," aldus Roesers collega Ron Rood. "Volgens hen moet
je al je kennis kunnen rechtvaardigen met andere kennis. Niks is zelfevident."
Is het dan gedaan met de basic
beliefs? Daar zijn Roeser en Rood,
beiden werkzaam binnen de onderzoeksgroep 'Brormen van kermis en
funderingsdenken', niet zo zeker van.
Daarom organiseren zi) van 20 tot en
met 22 juni een congres waarop veel
sprekers uit birmen- en buitenland
hun zegje zullen doen over basic
beliefs. Misschien niet toevallig op de
christelijke vu, want christenen zullen
vanzelfsprekend meer zien in basic
beliefs dan m de theorie van het verlichte eigenbelang. "Maar je moet er
ook weer niet te veel achter zoeken,"
verzekert Roeser. "De basic beliefs
verdienen het gewoon om serieuzer te
worden onderzocht."
Er is hoop voor de basic beliefs in de
vorm van de Amerikaanse professor
Alvin Plantinga. Hij heeft christelijke
filosofische thema's, waarmee in de
vorige eeuw korte metten is gemaakt,
opnieuw weten te introduceren in de
hedendaagse filosofie. "Hij argumen-
teert op dezelfde manier als niet-christeUjke filosofen", aldus Rood. "Die
kunnen zijn argumenten daardoor niet
zomaar naast zich neerleggen. Daarmee heeft Plantinga het christelijke
gedachtegoed weer op de filosofische
landkaart gebracht."
Plantinga is een van de belangrijkste
sprekers op het congres. Maar er zijn
ook tegenstanders van basic beliefs,
zoals de Brit Jonathan Dancy. Hij
gelooft niet in algemeen geldende
morele principes als 'gij zult niet
doden', omdat in sommige gevallen
doden in moreel opzicht het enige
juiste is.
Congres The Epistomoiogy of Basic Belief, tot en
met 22 )uni m verschillende zalen in het
hoofdgebouw. Informatie: Ron Rood, tel.
4446614.
Genetisch determinisme als medicijn
Dicht bij en toch zo ver van elkaar. De vakgebieden biologie
en psychologie zoeken wederzijds toenadering. IVlaar zo
gemakkelijk gaat dat niet altijd, blijkt uit de bundel
Biologie en psychologie, waarin Nederlandse wetenschappers de stand van zaken in eigen vak inventariseren.
Koos Neuvel
Neem nu het onderzoek naar diergedrag, iets waarin de biologie een rijke
traditie heeft opgebouwd. Een
opmerkelijk onderzoek laat zien dat in
de hersenen van ratten die als baby
door h u n moeder vertroeteld worden
na een stressvolle gebeurtenis, een
relatief sterke aanwas plaatsvindt van
receptoren die gevoelig zijn voor
stresshormonen. Deze ratten kunnen
daardoor op latere leeftijd beter met
stress omgaan. Bij stress scheiden zij
minder hormonen af, hetgeen een
vroege uitval van neuronen voorkomt,
waardoor deze ratten niet zo snel
seniel worden.
Daarom wordt er
wel gesproken over
het belang om een
kind te koesteren en
dringt de onweerstaanbare gedachte
zich op dat dit ook geldt voor mensenkinderen. Maar is dat wel zo?
Heeft de psychologie, voor zover die
zich op mensen richt, hier iets aan?
Het is maar de vraag of resultaten van
dieronderzoek zich zo gemakkelijk
laten overhevelen naar mensenonder-
zoek. Daarvoor moet dat onderzoek
eerst nog gedaan worden. Wat weer
niet zo eenvoudig is, want met ratten
is het toch iets gemakkelijker experimenteren dan met mensen.
Bij andere vormen van onderzoek zijn
de problemen voor een vruchtbare
kruisbestuiving minder groot. Zo
bestaat in de psychologie inmiddels
heel wat onderzoek dat overtuigend
aantoont dat menselijk gedrag een
aanzienlijke erfelijke component
heeft. Niet in de laatste plaats het
tweelingonderzoek van de VU heeft
aan deze inzichten bijgedragen. Wat
ook weer tot bizar ogende resultaten
leidt. Zo zitten in de beslissing om
wel of niet te
gaan roken
vrijwel geen
erfelijke factoren, maar als
iemand rookt,
dan heeft de
hoeveelheid per dag gerookte sigaretten weer wel een belangrijke erfelijke
component; een net zo belangrijke als
de aanleg voor hart- en vaatziekten.
Het veelbelovende van dit onderzoek
is nu dat men een stap verder gaat:
niet alleen vaststellen dat gedrag erfe-
tot verslaving. Maar goed, de onderzoekers zijn optimistisch over de ontwikkelingen, en wie weet zullen ze
gelijk knjgen.
Leidt dit soort onderzoek nu tot
'genetisch determinisme'? Het is een
van de ergste scheldwoorden die
onderzoekers naar hun hoofd geslingerd krijgen. Zoals gebruikelijk doet
ook in dit boekje iedere onderzoeker
de uiterste best om genuanceerd te
zijn: we hebben te maken met complexe interacties tussen organisme en
omgeving, tussen genen en gedrag,
enzovoort enzovoort. Maar waarom
zouden we moeilijk doen? Misschien
is een scheutje genetisch determinisme helemaal niet zo kwaad. Zo merkt
Dorret Boomsma, vu-hoogleraar biologische psychologie, op dat als je
mensen vertelt dat hun extreme verlegenheid een genetische basis heeft, ze
daar minder onder lijden en beter
functioneren. Het uiteindelijke doel
van veel onderzoek naar (pathologisch) menselijk gedrag is om betere
medicijnen te ontwikkelen. Maar als
het waar is wat Boomsma hier zegt,
dan heeft wetenschappelijke kennis
zelf al een therapeutisch effect. Genetisch determinisme in de juiste hoeveelheid toegediend is een niet te versmaden medicijn.
Recensie
Peter Strelitski
lijk is, maar ook welke genen nu precies verantwoordelijk zijn voor het
gedrag. Dit is allemaal nog erg inge-
wikkeld, want er valt doorgaans niet
één gen aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld een neiging
Koos Neuvel is medewerker van het VUpodium en auteur van het boekje Wee de
genen.
Biologie en psychologie. Naar een vruchtbare
kruisbestuiving. J Joosse (red.), KNAW, f30,-
Op de ene bil een filosoof, op de andere een dichter
Zijn wetenschap en poëzie
als kat en hond of vullen ze
elkaar juist aan? In het net
verschenen boek Dichter bij
de waarheid breken dichtende academici zich het hoofd
over deze en andere vragen,
waarbij ze en passant een
aantal interessante aspecten van zichzelf en hun werk
laten zien.
Peter Breedve d
Een dichter moet suggereren, zegt
filosoof en dichter K. Michel, terwijl
een wetenschapper juist zoveel mogelijk meerduidigheid moet vermijden.
Wetenschap en poèzie zijn volgens
hem twee gescheiden werelden. Dat
vindt filosoof Maarten Doorman ook:
als hij op zijn linkerbil zit is hij filosoof, gaat hij op zijn rechterbil zitten,
dan is hij dichter. In de poëzie zijn
woorden volgens Doorman altijd dubbelzinnig. In de wetenschap soms ook,
maar dan is het slechte wetenschap.
Gerrit Krol is daarentegen wiskunde
gaan studeren omdat hij gedichten
schreef, omdat het 'harde' in hem iets
'zachts' nodig had. Voor Krol zijn
wetenschap en poëzie blijkbaar onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij
beoefent wetenschap én poëzie omdat
hij de hele wereld wil beschrijven,
niet maar een stukje ervan. Daar is
psychiater Rutger Kopland het mee
eens: "De wetenschappelijke visie is
een van de visies, maar niet de
enige", zegt hij. Je kunt als wetenschapper een lijsterbes beschrijven
door de bessen die eraan hangen te
tellen. Maar als je wil beschrijven hoe
mooi je die lijsterbes vindt, komt de
poëzie om de hoek kijken.
Poëzie en wetenschap lopen vaak
hand in hand. Denk maar aan Plato,
Constantijn Huygens, Goethe en
Dante Alighieri. Denk aan het grote
aantal inzendingen voor de vu-podium Poézieprijs, waarvan het thema
'wetenschap' luidde. Vierhonderd
dichters, voor een belangrijk deel
mensen die zich op wat voor manier
dan ook met wetenschap bezighouden, dongen mee naar de prijs. Poëzie
en wetenschap hebben blijkbaar iets
met elkaar, maar wat dan precies?
Met deze vraag hield een aantal dichters/academici zich bezig tijdens vier
bijeenkomsten die het vu-podium in
april 2000 organiseerde in De Rode
Hoed. Er vonden discussies plaats
met en tussen filosofen Maarten
Doorman, K. Michel en T h e o de
Boer; filosoof Renée van Riessen,
bedrijfseconoom Nachoem Wijnberg
en filosoof Mariette Willemsen; psychiater Rutger Kopland, wiskundige
Gerrit Krol en letterkundige Ad Zuiderent. Die discussies zijn opgetekend
in het boek Dichter bij de waarheid,
onder redactie van Gert Peelen.
Slaan
Het is een uiterst leerzaam en boeiend
boek, want al is het maar een select
gezelschap dat zijn visie ontvouwt,
tóch krijgen we een heel scala aan
gezichtspunten voorgeschoteld. Krol
bijvoorbeeld houdt niet van het
beschrijven van gemoedstoestanden in
gedichten, terwijl emotionele poëzie
volgens Kopland juist een aanvulling
is op de eenzijdige visie van de weten-
Recensie
schap. Doorman vindt dat wetenschap
expliciet en exact moet zijn en daarom
onverenigbaar is met poëzie, terwijl
Wijnberg zich er op laat voorstaan dat
zinnen in zijn proefschrift voor
tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Voor Van
Riessen is poëzie zelfs concreter dan
wetenschap.
In de verschillende gesprekken krijgen
we bovendien vooral mensen te zien,
er worden niet alleen maar opvattingen geformuleerd. Zo blijkt Wijnberg
de neiging te hebben om te gaan slaan
als mensen hem vertellen dat ze
gedichten lezen om in een bepaalde
stemming te komen.
Het zijn ook levende gesprekken,
waann mensen groeien en zich ontwikkelen. Zo komen Doorman en
Michel er gaandeweg hun discussie
met T h e o de Boer achter, dat zij meer
uit hun vakgebied in hun gedichten
toelaten dan ze aanvankelijk wilden
toegeven. "Ga vooral door", zegt
Michel als De Boer hem ervan probeert te overtuigen dat zijn gedichten
wel degelijk onder hevige invloed van
de filosofie staan. "Ik vind het heerlijk
dat ik dankzij dit gesprek filosofischer
blijk te zijn dan ik zelf ooit heb
gedacht!"
Het geheel is gelardeerd met gedichten van de deelnemende poëten en
een aantal beschouwelijke essays,
onder meer over de manier waarop K
Schippers de wetenschap in zijn poèzie benadert.
Gert J Peelen (red ), Dichter bij de waarheid,
gedachten over poëzie en wetenschap. Uitgeven)
Memema, ƒ 29,50 ISBN 90 211 3816 6.
Lees ook pagina 7: 'Mijn gevoelsleven
pontificaal neerzetten, nee'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's