Ad Valvas 2000-2001 - pagina 600
I AD VALVAS 28 MEI 2001
PAGINA 4
Alles wat een aio moet weten om te kunnen promoveren
Tip: zet je familie
aciiter de drankjes
Oerhollander Battus
was een Hongaar
De etiquette van het promoveren stamt nog uit de tijd dat er alleen mannen in de wetenschap zaten. Zo bestaat er voor vrouwen nog steeds geen officieel kledingvoorschrift,
behalve het weinig specifieke 'nette kleding'. Inmiddels is ongeveer de helft van de promovendi vrouw. Zo ook op de VU-proefschriftendag, waar promovendi alles te weten konden
komen over de dag van de promotie. Een dag die volgens de pedel misschien wel belangrijker is dan je trouwdag.
We moed Visser
Promoveren is duur. De pas gepromoveerde bewegingswetenschapper Han
Houdijk rekent voor dat hij aan zijn
promotie zo'n 8500 gulden kwijt was:
5000 gulden gingen op aan het drukken van zijn proefschrift over de klapschaats, 3000 aan het feest en de
receptie en vijfhonderd aan de huur
van rokkostuums voor hem en zijn
paranimfen, want voor mannen
bestaat er wel een kledingvoorschrift.
Gelukkig kreeg Houdijk 6500 gulden
uit verschillende potjes, maar 4000
daarvan kreeg hij omdat hij binnen
vier jaar was gepromoveerd. Bijna alle
aio's doen langer over hun onderzoek
en lopen deze subsidie dus mis.
Toch zijn er veel subsidiepotjes waarvan aio's het bestaan vaak niet weten,
bij de faculteit, de onderzoeksgroep of
bij externe organisaties. 'Informeer
altijd bij veel mensen naar subsidiemogelijkheden', is het algemene
advies dat op de proefschriftendag, 17
mei, wordt gegeven. Soms hebben
afdelingen een tegemoetkoming in de
drukkosten, of betaalt wetenschapsorganisatie Nwo een deel. Soms zijn er
potjes waaruit een bijdrage voor de
receptie kan worden gehaald, of is er
subsidie voor de vertaling van een
(deel van) het proefschrift. "Bovendien kun je zelf de kosten drukken",
legt pedel Frits Verhoef uit, "door bijvoorbeeld je familie op de receptie
achter de drankjes te zetten of zelf
hapjes te verzorgen. Je bent natuurlijk
niet verplicht gebruik te maken van de
catering van de VU."
Stellingen
De tweede proefschriftendag op de vu
- de eerste was drie jaar geleden - is
druk bezocht. Ongeveer 150 promo-
vendi zijn naar de informatiemiddag
gekomen. Ze laten zich voorlichten
over de formaliteiten bij de promotie,
drukkersprijzen, omgang met eventuele mediabelangstelling en de risico's
van RSI. Aan dit soort informatie blijkt
grote behoefte onder aio's. Vooral
Verhoef, die vertelt over het formele
gedeelte van de promotie, krijgt veel
vragen.
Waarom mag je op de vu geen stellingen in je proefschrift opnemen? Verhoef: "Vroeger promoveerde je alleen
op stellingen, waarvan er een aantal
over je onderzoek gingen en een aantal over algemeen maatschappelijke
dingen, om aan te tonen dat je wetenschappelijk kon denken. In de loop
der tijd werd het proefschrift de tekst
waarop je promoveerde. De stellingen
werden steeds meer gebruikt voor lolligheden en het niveau ervan daalde.
Toen heeft de VU besloten dat er geen
stellingen meer in proefschriften
mogen zitten. Bij sommige andere
universiteiten mag dat nog wel."
Wat gebeurt er met de veertig proefschriften die je bij de pedel moet inleveren? Verhoef: "Alle hoogleraren van de
betreffende faculteit krijgen er eentje
toegesmurd. Daarnaast gaan er exemplaren naar alle universiteitsbibliotheken van Nederland. De rest komt in de
bibliotheek terecht. Heel vaak kun je
trouwens als promovendus een aantal
exemplaren terugkrijgen, omdat hoogleraren het boek vaak terugsturen."
Wat gebeurt er nadat de pedel het
hora est heeft gezegd en de promovendus samen met de hoogleraren de zaal
verlaat? Verhoef: "Dan word je als
promovendus even op een bankje
gezet. De hoogleraren gaan in beraad
en dat kan bijvoorbeeld het verschil
uitmaken tussen cum laude of een
gewone promotie. Nadat je het boek
van de jonge doctores hebt getekend.
gaat iedereen weer de zaal biimen en
maken de hoogleraren bekend hoe je
bent gepromoveerd."
Organisatoren Lusi van Heerwaarden
(derdejaars aio biologie) en Antoinette
Toebes (ook biologe, bijna klaar met
haar proefschrift) hebben geprobeerd
het programma zo samen te stellen
dat aandacht wordt besteed aan de
meest voorkomende problemen bij het
promoveren. Van Heerwaarden heeft
zelf problemen met RSI. Als systeemecologe doet ze veel onderzoek aan
plantjes in potten, die ze vaak moet
oppakken en verplaatsen. Ze probeert
het werk af te wisselen met beeldschermwerk, maar omdat beide je
armen belasten, helpt dat weinig tegen
RSI. Van Heerwaarden schat dat ze
een paar maanden is verloren door
haar zere armen.
Ganzenbord
Toebes loopt tegen heel andere problemen aan: "Ik ben de enige hier die
onderzoek doet naar fyto-oestrogenen,
stoffen die op vrouwelijke hormonen
lijken en van nature in bijvoorbeeld
soja zitten. Dat maakt dat ik nooit een
wetenschappelijk probleem aan collega's kan voorleggen. Ik vind het moelijk om altijd alleen bezig te zijn. Dat
heeft mijn onderzoek vertraagd."
De hobbels en bobbels in de lange
weg naar de doctorstitel hebben de
organisatoren van de aio-dag nog eens
kort samengevat in het ganzenbordspel op de achterkant van het informatieboekje voor aio's: 'Need supervisor's help. Miss one turn.' Of: 'Change
project. Go back to beginning.' En twee
hokjes voor het einde: 'You decide
Ph.D. isn't worth the bother. Withdraw
now, game over.' Zolang een kwart van
de aio's voortijdig afhaakt, lijken deze
beschrijvingen nauwelijks overdreven.
De oorlogen der Batavieren, gravure van J. Buys
Rome heeft Romulus en Remus. En zo heeft ook Holland
zijn stichter: Battus, de stamvader van de Bataven, die in
het jaar zeventig in opstand kwamen tegen de Romeinse
overheersers. Maar was Battus wel een echte Hollander?
Peter Breedveld
Battus was eigenlijk een Hongaar; dat is
een mooie binnenkomer bij het eerste
lustrum van de studie Neerlandistiek
aan de protestantse Karoli Gaspar Universiteit in Boedapest. Vu-historicus
Fred van Lieburg, die in Boedapest elk
jaar een blok Nederlandse geschiedenis
doceert, toont de Hongaarse wortels
van Battus aan in zijn essay Hongarije en
de Bataafse mythe. Het essay vormt het
eerste hoofdstuk van het boekje Karolistudies, Hongaarse bijdragen tot de Neerlandistiek, dat is uitgegeven ter gelegenheid van dat lustrum. De opbrengst
komt ten goede aan de Hongaarse
opleiding Nederlandse taal en cultuur,
die mede door de VU wordt gesteund.
Van Lieburg heeft het bewijs voor de
Hongaarse afkomst gevonden in het in
1517 verschenen Chronycke van Hollandt, van de monnik Cornelius Aurelius. Die voert een prins Batto op,
'comende uut Scythiën oft daerontrent, uut Pannoniën ofte Hongeryen'.
Andere geleerden, onder wie P.C.
Hooft, hebben niet zo heel lang na het
verschijnen van de Chronycke van Hollandt korte metten gemaakt met de
Hongaarse afstamming en Lieburg
laat er zelf ook geen misverstand over
bestaan dat het verhaal van Aurelius
met een flinke korrel zout moet worden genomen.
E-mail uit Israël (3)
Sint Geoi^e is een knappe man,
vertelt de metropoliet blozend
Zefea Samson (25) is vijfdejaars culturele antropologie.
Vorige maand vertrok de
joodse studente naar Israël,
waar ze voor haar studie de
positie van christelijke Palestijnen onderzoekt. Voor Ad
Valvas beschrijft Zefea elke
twee weken wat ze meemaakt in dit door geweld
geteisterde gebied.
Zefea Samson
5 Mei is op veel plaatsen een dag voor
een feestje. In Nederland bevrijdingsdag, hier het feest van Sint George. Ik
weet niets van heiligen, laat staan van
de feestjes die voor hen worden
gehouden. Ik heb dus geen flauw idee
. wat me te wachten staat als ik de bus
in stap, op excursie met 'mijn' GrieksOrthodoxe kerk, de kerk die centraal
staat in mijn onderzoek.
De reis voert naar Akko, een mooi,
oud Arabisch plaatsje in het noorden,
aan de blauwe Middellandse Zee.
Vanuit het hele land zijn Grieken en
orthodoxen samengekomen. Honderden mensen op elkaar gepakt in de
kleine, goudbeschilderde kerk. De
enorme hoeveelheid aan flikkerende
^ JÉÜli, iklU*^^
kaarsjes, wapperende lintjes, glinsterende gewaden, rinkelende belletjes
en bedwelmende wierook overweldigt
me. Er lijkt geen einde te komen aan
het monotone gezang.
Na afloop van de mis is er een receptie in het huis van de priester, die hier
metropoliet heet. Er wordt van alles
uitgedeeld. Kleine kopjes Arabische
koffie, allerlei drankjes en snoepjes.
Maar ook cadeautjes: icoontjes, stickers en speldjes van Sint George en
andere heiligen. Ik krijg flink wat ellebogen in mijn gezicht als overal om
me heen mensen proberen zoveel
mogelijk van'deze kostbaarheden te
verzamelen. Iemand duwt een likeurglaasje in mijn hand. Als ik vraag wat
het is, luidt het antwoord: "You must
drink it, it's traditionV' Dus doe ik
Overtuigender bewijzen van de eeuwenoude contacten tussen Nederlanders en Hongaren zijn inscripties die
aantonen dat nogal wat Bataven via
het Romeinse leger in het huidige
Hongarije zijn terechtgekomen. Zo is
in 1977 een bronzen diploma gevonden dat op 16 december 113 was uitgereikt aan een zekere Marcus Ulpius
Fronto, soldaat in het leger van Keizei
Trajanus, die een Bataaf was.
Behalve Van Lieburg heeft ook vuneerlandicus Arjen van Leuvensteijn
een bijdrage geleverd aan het boekje.
Kan een nationale cultuur de Europese
integratie weerstaan?, heet zijn essay
(antwoord: de Nederlandse misschien
niet, want die besteedt weinig aandacht aan nationale symbolen). Andere bijdragen gaan over de teksten van
de middeleeuwse mystica Hadeijch en
de invloed van het verhaal Der Sandmann van Ernst Theodoor Amadeus
Hoffmann op De binocle van Louis
Couperus. Samen met de Hongaarse
taalkundige Orsolya Varga hebben
Van Lieburg en Van Leuvensteijn de
redactie van het boekje voor hun rekening genomen.
Kdroh-studies, Hongaarse bijdragen tot de Neerlandistiek IS verkrijgbaar door ƒ 15,- over te
maken op bankrekening 3355.95.731 t.n.v
Steunfonds Karoli Universiteit, Piet Heinlaan
20, Oegstgeest.
I
Zefea Samson
land, Syrië, Libanon en de vele kerken
in Israël knikken me vriendelijk toe
'Onze eigen' metropoliet uit Nazareth,
die ik hier voor het eerst ontmoet,
schudt me hartelijk de hand en heet
me welkom. Ook metropolieten blijken Holland leuk te vinden.
Later vraag ik de voorzitter van de
kerkgemeenschap mij wat over de dag
uit te leggen. "Sint George is voor ons
een belangrijke heilige. Hij is een
jonge, knappe man, die op zijn witte
paard tegen het kwaad strijd. Alle
vrouwen bewonderen hem." Hij
begint te blozen. "En daarom is hij
een voorbeeld voor de mannen." Hi)
Anje Kirsch vertelt dat vooral de afkomst van de
sint belangrijk is. In tegenstelling tot
alle andere heiligen is hij in deze
streek geboren en getogen. Hij is dus
een echte Palestijn. Normaal gespromaar net als iedereen en gooi het sterken organiseert de kerk elke maand
ke, mierzoete drankje in één keer acheen excursie. Maar dit is de eerste
terover.
sinds de 'situatie' in oktober begonnen
De heilige likeur stijgt snel naar mijn
is. Sinds de nieuwe intifada zijn de
hoofd en geeft me moed om net als
mensen bang, voor zowel de Israëliiedereen de metropolieten te groeten.
sche soldaten als de strijdende PaleIk aarzel een beetje, er staat een lange
stijnen. "Maar", voegt hij eraan toe,
rij mensen te wachten, en ik voel er
"niemand kan ons tegenhouden het
niet zo veel voor om te gaan knielen
feest van Sint George te vieren. Dat
en hun handen te kussen, zoals ik
we dat blijven doen, is onze stille
anderen zie doen. Het valt mee. De
manier van protest."
metropolieten uit Griekenland, Rus-
fi^J^cüi-i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2000
Ad Valvas | 692 Pagina's