Ad Valvas 2001-2002 - pagina 403
AD VALVAS 14 MAART 2002 PAGINA 7
Nieuwe hoogleraar onderzoekt de Westerse hang naar vooruitgang
Groeien, groeien, groeien
Christenen scheuren niet minder hard in hun auto dan andere mensen. Ook eten ze even veel IVIcDonald'sham burgers. Toch hebben cul tuur en levensbeschouwing invloed op ons milieugedrag. Jan Boersema (54) wordt binnenkort aan de VU hoog leraar op het gebied van duurzaamheid en levensbe schouwing. Hij gaat zich onder meer bezighouden met de historische ontwikkeling van het vooruitgangsidee. Welmoed V sser Het vooruitgangsideaal zit in onze hele cultuur. We lijken soms wel geobsedeerd door groei. Niet alleen willen we economische en weten schappelijke ontwikkeling, groeien is ook de moraal voor onze persoonlijke levensloop. "Wij zeggen wel eens van iemand 'zij is de laatste tijd een beetje stil blijven staan'. Daarmee bedoel je dat het niet zo goed met iemand gaat. Zo'n zinnetje zegt veel over de heers ende moraal: wij vinden dat het goed met iemand gaat, wanneer diegene zich ontwikkelt", legt Boersema uit. Boersema is van oorsprong bioloog, maar hij is gepromoveerd in de theo logie. Jarenlang was hij als milieukun dige verbonden aan de Rijksuniversi teit Groningen, maar de zuiver econo mische of biologische benadering van het milieuprobleem was hem te smal. "Ik ben van mening dat culturele componenten belangrijk zijn in hoe wi) omgaan met onze omgeving. Oplossingen voor het milieuprobleem moeten zo worden gezocht dat ze aan sluiten b ij onze cultuur en mentali teit. Eenvoudigweg stoppen met groeien, zoals milieukundigen nogal eens bepleiten, zit er volgens mij niet in, omdat het vooruitgangsidee in onze hele maatschappij verweven zit." Zijn leerstoel aan de vu is gedeeltelijk ondergebracht bij de faculteit A ard en Levenswetenschappen en gedeelte lijk bij het bezinningscentrum en wordt deels betaald door het ministe rie van VROM. Zelf is Boersema belij dend christen, maar zijn studie naar de wortels van onze culturele opvat ingen in de thora en de bijbel hebben 'lem naar eigen zeggen veel minder "rthodox gemaakt.
Honger en ziekten Het idee van een groeiende ontwikke ling in de tijd hangt volgens Boersema anien met het lineaire tijdsbesef uit 11" )oodschristelijke traditie. "De ii'den dachten sterk historisch, met 'en duidelijk heden, verleden en een toekomst. Daarom waren bijvoorbeeld de geslachtsregisters van belang, die We nu nog terugvinden in de bijbel." De oude joden hadden in tegenstel 'ing tot de meeste hen omringende ^'olken, minder een cyclisch tijdsbesef. Bi) deze volken overheerste het idee dat er na een periode van groei en bloei een tijd van verval komt en dat er daarna weer een nieuwe cyclus begint, net als in de natuur. De chris
Peter Strelitski
Jan Boersema heeft op zijn werkkamer een oude schoolprent over de industrialisatie van Enschede
tenen hebben later van de joden het idee overgenomen dat de tijd zich ontwikkelt tot een bepaald moment: het einde der tijden, het beloofde land. Het lineaire tijdsbeeld kwam in de Renaissance weer op en werd nog een stap verder gevoerd. Vanaf die tijd ontstond het idee dat je de kennis van je voorouders moet gebruiken om je verder te ontwikkelen. "In de Middel eeuwen moest je ernaar streven net zo wijs te worden als mensen van vroe ger, bijvoorbeeld Mozes. Deze tijd wordt ook wel de 'wijzentijd' genoemd, omdat men teruggreep op wijze mensen uit het verleden", vertelt Boersema. "In ons denken over vroe ger zit daarentegen vaak impliciet de notie dat de wereld vroeger minder ontwikkeld was, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg. Ontwik keling kreeg in de loop der tijd een morele component. Van veel dingen denken we dat we het nu beter doen dan vroeger." Boersema gaat daar deels zelf ook in mee. "Het streven om vooruit te komen heeft ons heel veel goeds gebracht. Denk aan alle wetenschappelijke en technologische innovaties van de afgelopen eeuwen, waardoor we betrekkelijk welvarend leven en niet meer voortdurend wor den geteisterd door honger en ziek ten." Stoppen met de groei is volgens Boer sema dan ook niet waar de milieube weging op moet inzetten, omdat het indruist tegen onze cultuur. De oplos sing ligt volgens hem eerder in de ont wikkeling van milieuvriendelijke tech nologie. "Er moet veel meer onder zoek worden gedaan naar duurzame energie. Zelf zie ik het meest in zonneenergie en het gebruik van waterstof. En ook kan er nog veel worden verbeterd aan de zuinigheid van vliegtuigen. Daar wordt nu vrijwel geen onderzoek naar gedaan, omdat de kerosine spotgoedkoop is. Laat vliegtuigen nu eindelijk eens een
brandstofbelasting betalen, zoals andere vervoermiddelen dat ook moe ten", vindt Boersema. JVIensen voorhouden dat ze minder moeten vliegen, helpt volgens hem net zo weinig als zeggen dat we niet meer moeten groeien. "Dat probeert de milieubeweging al jaren zonder suc ces. Volgens mij hebben mensen een natuurlijke drang tot mobiliteit. Je ziet bijvoorbeeld wereldwijd dat de tijd die mensen per dag aan reizen besteden overal ongeveer even lang is: in Mongolië gaan ze een uur of ander half te paard, in A frika te voet en wij zitten een uur in de auto of in het vliegtuig." Wil je mensen uit het vlieg tuig krijgen, dan zou een goed snelle treinennet in Europa een oplossing zijn, volgens Boersema, omdat veel van het vliegverkeer op middellange afstanden vliegt.
Roofdier Het lineaire vooruitgangsdenken is volgens Boersema niet het enige uit onze culturele geschiedenis wat licht kan werpen op onze omgang met het milieu. In zijn proefschrift greep Boer sema terug op de thora, het heilige boek van de joden en de teksten van de Griekse filosofen uit de stoa, omdat zowel het jodendom als de Griekse cultuur wortels van onze cul tuur zijn. In deze klassieke teksten ging Boersema op zoek naar verklarin gen waarom wij omgaan met de natuur zoals we doen. Hoe zagen de Grieken en de joden de natuur? A ls iets wat ten dienste van de mens staat, of als iets met een waarde op zichzelf? Boersema leerde Hebreeuws en bestu deerde de spijswetten uit de joodse religie, omdat regels over wat je wel en niet mag eten, veel zeggen over de verhouding tussen de mens en de natuur. "Ik kwam erachter dat in de thora vegetarisme eigenlijk als de ideale situatie wordt gezien. Het doden van dieren, door de mens en
door elkaar, pas niet in de ideale wereld zoals die ooit is geweest vol gens de thora. A ls er dan toch vlees wordt gegeten, wat weinig gebeurde, is het doden van dieren aan strenge restricties gebonden en van de ergste bloederigheid ontdaan. Zo mogen er alleen dieren worden gegeten die zelf geen roofdier zijn en bestaan er stren ge wetten over hoe je dieren moet slachten. Vlees eten is iets uitzonder lijks. Leven en dood mogen niet ver mengd worden, daarom mag in de joodse keuken vlees niet worden ver mengd met melk, het symbool van het leven", legt Boersema uit. De joden hadden, volgens Boersema, geen lineaire hiërarchische verhouding tot de natuur. De natuur heeft een eigen, intrinsieke waarde. De relatie tussen de mens, god en de natuur is bij de joden een soort driehoeksver houding. Dat is een verschil met het christendom. "Het hiërarchishe idee, dat God boven de mens staat, die weer boven de natuur staat, waarbij het lagere zijn waarde ontleent aan het nut voor het hogere, hebben wij over genomen van de Griekse filosofen", legt Boersema uit. Filosofen als A ristoteles brachten een moreel element in de hiërarchische ordening aan in de natuur, waarbij er onderscheid werd gemaakt tussen de wilde natuur en de gedomesticeerde natuur. Volgens de Grieken is het je taak als mens om je te weren tegen de wilde natuur en giftige of gevaarlijke dieren te bestrijden. De wilde natuur aan je onderwerpen is goed. De gedo mesticeerde natuur weerspiegelt namelijk de oorspronkelijke harmonie van de ideale oertoestand. "Dit hiërar chische denken heeft grote invloed gehad op het christendom en op onze verhouding tot de natuur. Eeuwen lang is bij ons het idee dominant geweest dat de natuur ten dienste staat van de mens. Romantische ideeën over de wilde natuur ontston den in Europa pas toen de natuur
geen serieuze bedreiging meer was, vanaf de industriële revolutie." Toch denkt Boersema dat het niet deze opvatting over de natuur is geweest, die uiteindelijk doorslagge vend is geweest voor de Westerse ont wikkeling en de daarmee samenhan gende grootschalige milieuvervuiling. "In veel andere culturen wordt de natuur ook gezien als iets dat er is voor de mens. In landen als India en China had je daarom ook al voor de industrialisatie milieuproblemen."
Mobiele telefoon Wat het Westen uniek maakt, is het permanente streven naar groei in samenhang met die verhouding tot de natuur, die de afgelopen eeuwen een onafgebroken groei van welvaart tot gevolg had. In zijn werk als hoogleraar wil Boersema het ontstaan van dit vooruitgangsideaal verder onderzoe ken. 'Hoe is het idee van groei langza merhand in onze gehele cultuur geslo pen na de late Middeleeuwen en wan neer heeft het een morele component gekregen?' zal een van de vragen zijn waarmee hij zich gaat bezighouden. Daarnaast is hij gefascineerd door dis sidente stromingen, die niet als van zelfsprekend alle verworvenheden van de vooruitgang overnemen, zoals de Amish in de Verenigde Staten, de kib boetsbewoners in Israël en tegenwoor dig de antiglobalisten. "Vaak zie je bij die groepen een selectieve overna me van moderne dingen. Ze bekijken kritisch wat ze wel en niet willen over nemen. Ik heb daar veel sympathie voor", vertelt Boersema, terwijl hij een foto laat zien van een A mishmeis je in klederdracht, op skates. "Je ziet dat ook bij de antiglobalisten. Die hebben bezwaren tegen de wereldwij de economie, maar ze zijn aan de andere kant heel modem, want ze vliegen de hele wereld over naar demonstraties en houden contact via de mobiele telefoon."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's