Ad Valvas 2001-2002 - pagina 322
AD VALVAS 17 JANUARI 2002
PAGINA 6
De VU moet zich duidelijker profileren, vindt voorzitter raad van toezicht Pieter Bouw
'Christelijke identiteit is een prima handelsmerk' De concurrentie tussen universiteiten neemt steeds meer toe. Daarom moet de VU zich duidelijk onderscheiden van andere instellingen. Dat kan door de christelijke identiteit beter zichtbaar te maken, vindt Pieter Bouw. De voormalige president-directeur van de KLIVI is sinds een jaar voorzitter van de raad van toezicht van de universiteit en het VU IVIedisch Centrum.
Dirk de Hoog "Dit werk voor de vu vind ik momenteel een van mijn leukste en belangrijkste bezigheden", zegt prof. drs. Pieter Bouw (60). De gewezen .president-directeur van de KLM heeft behalve het voorzitterschap van de raad van toezicht van de universiteit en het vu-medisch centrum nog heel wat andere zaken om handen. Zo is hij bestuursvoorzitter van de Zwitserse luchtvaartmaatschappi) Crossair, toezichthouder bij de Nederlandse voetbalbond, commissaris bij diverse bedrijven en instellingen, bijzonder hoogleraar strategische allianties aan de Universiteit Twente en auteur van het onlangs verschenen, spraakmakende rapport over de toekomst van de PCM-dagbladen. Bouws interesse voor de vu komt niet uit de lucht vallen. Hij is geboren en getogen in een protestants nest op de Veluwe, studeerde economie aan de VU en heeft een sterke affiniteit met de christelijke identiteit van de universiteit. "Dat de vu een bijzondere instelling is, spreekt me zeer aan. De VU biedt meer dan kennis alleen. Ze wil wetenschap dienstbaar maken aan de samenleving en in een breder kader plaatsen door na te denken hoe academici in de praktijk werken en wat dat met normen en waarden te maken heeft. Dat geeft meerwaarde aan deze universiteit. De VU moet niet op de zoveelste rijksuniversiteit willen lijken." Alhoewel de raad van toezicht pas een jaar bestaat, is Bouw al veel langer toezichthouder. Sinds 1995 zit hij in het bestuur van de Vereniging voor Christelijk Wetenschappelijk Onderwijs dat voorheen de universiteitsbestuurders in de gaten hield. Binnen de raad van toezicht van de vu beperkt Bouw zich niet tot het controleren van de boekhouding. Hij zegt actief mee te denken met het college van bestuur over de toekomst van de universiteit. Heeft de raad van toezicht veel invloed? "Jazeker. Uiteindelijk is de raad het hoogste bestuurorgaan. Hij benoemt de bestuurders, kan ze ook weer ontslaan en moet de belangrijke besluiten goedkeuren, zoals de begroting en fusies. We ontwikkelen echt samen de strategie voor de toekomst. Ik spreek collegevoorzitter Wim Noomen iedere twee weken. Het is namelijk belangrijk dat we voortijdig op de hoogte zijn van wat er speelt." Ziet u zichzelf als bewaker van de christelijke traditie van de vu? "Bewaker vind ik geen goed woord. Dat is te defensief. In het verleden gebruikte men de christelijke grondslag nogal eens om zich voor zaken af te sluiten. De christelijke gedachte moet juist ruimtegevend zijn, inspireren tot nieuwe dingen en zelf continu ontwikkeld worden. Ik heb me bijvoorbeeld sterk gemaakt voor de komst van het vu Podium, waarbij wetenschappers contact zoeken met de maatschappij buiten de universiteit. De christelijke identiteit moet je naar buiten toe herkenbaar maken. Dat is een van de belangrijke elementen waarmee de universiteit zich van anderen onderscheidt. Daar staat het merk vu voor, om het in commerciële termen te zeggen. Maar de christelijke identiteit moet niet alleen een vlag zijn. Zij moet ook inhoud hebben binnen onderwijs en onderzoek en mee bepalen welke prioriteiten je stelt." Is die identiteit nu te weinig zichtbaar? "Dat wil ik niet zo stellen. Ik heb de afgelopen periode uitstekende en inspirerende gesprekken gevoerd met medewerkers van de universiteit en
leden van de vereniging. Ik wil niet zozeer terugkijken, maar vooruit. Hoe gaan we de identiteit in de toekomst verder inhoud geven." De universiteit moet christelijker worden? "Dit vind ik een irritante manier van vragen stellen. U verwijst naar discussies van twintig, dertig jaar geleden. We leven nu echt in andere tijden en een andere wereld. Veel mensen zien het christelijke gedachtegoed niet als een beperking of iets ouderwets, maar als inspiratie om vernieuwend bezig te zijn. Dat geldt zowel voor medewerkers als studenten. Er is niets mis mee die inspiratie naar buiten toe zichtbaarder te maken." Waaruit blijkt de identiteit in de praktijk? "Bijvoorbeeld dat de VU zich wil profileren op het gebied van welzijn en zorg, met veel aandacht voor medische ethiek. Dat komt echt voort uit onze christelijke inspiratie. Denk ook aan onderzoek op het gebied van milieubehoud. Daar heeft de vu een goede reputatie mee opgebouwd, net als met onderzoek rondom ontwikkelingssamenwerking. Die aandacht komt voort uit onze identiteit. Bij het bepalen van onze prioriteiten zullen meer van zulke onderscheidende gebieden naar voren komen, bijvoorbeeld onderzoek naar gezinnen en kinderen in problemen." Andere universiteiten houden zich ook met ethiek bezig en maken zich nuttig voor de samenleving. Dat is toch niet exclusief voor devu? "Dat klopt. Maar wij moeten wel naar buiten toe zichtbaar maken dat we heel expliciet met dergelijke zaken bezig zijn. We moeten de uitdaging aangaan er heel erg goed in te zijn. Daardoor kunnen we ons wel degelijk onderscheiden." Is die identiteit belangrijk bij de keuze van instellingen waarmee de VU samenwerkt, zoals de hogeschool Windesheim? "De fusie met Windesheim is een extra waarborg dat christelijk hoger onderwijs in de toekomst blijft voortbestaan. In die zin speelt de christelijke identiteit een belangrijke rol. Maar je kunt om een heleboel verschillende redenen met andere organisaties samenwerken. De beslissende vraag is wat voor meerwaarde het oplevert. De fusie met Windesheim geeft niet alleen de noodzakelijke schaalvergroting. De nieuwe organisatie krijgt ook een bredere basis. De vu krijgt er hbo bij en Windesheim wo. Bovendien gaat het om twee verschillende regio's. Dat geeft bij elkaar een veel groter potentieel aan studenten. Ik kan me ook goed voorstellen dat de vu met niet-christelijke instellingen meerwaarde kan bereiken. Dat moeten we dan ook doen. De vu is tenslotte een middelgrote instelling die niet over de middelen beschikt om overal voorop te lopen. Door het opbouwen van netwerken kun je toch zorgen dat je belangrijke ontwikkelingen kunt volgen en benutten." Wat kan er misgaan bij de fusie met Windesheim? "Grootste gevaar bij fusies is dat medewerkers niet vanuit de nieuwe organisatie, maar vanuit de twee oude instellingen blijven redeneren. Zo van: 'wij zijn universiteit en zij hogeschool.' Daarom beginnen we ook meteen met het opzetten van nieuwe opleidingen en niet met het samenvoegen van bestaande zaken. Daardoor kun je in de praktijk laten zien wat de fusie kan opleveren en mensen inspireren voor de nieuwe organisatie. Medewerkers hebben haast per definitie weerstand tegen grote veranderingen. Daarom is het goed met de medezeggenschapsorganen de dis-
Bekende namen als toezichthouder De raad van toezicht van de vu en het vu Medisch Centrum bestaat uit zeven personen, onder wie een paar klinkende namen. Naast voorzitter Pieter Bouw zijn dat: Elco Brinkman, voormalige voorman van het CDA, ex-Aegon president Kees Storm en Anton Westerlaken, oud-voorzitter van het CNV en momenteel directeur van een zorginstelling. Minder bekende toezichthouders zijn: Jan Bleichrodt (financieel deskundige gezondheidszorg), Bart Sangster (hoofd Arbozaken Unilever) en Peter Volten (hoogleraar politicologie in Groningen). Raden van toezicht zijn drie jaar geleden ingevoerd in de universitaire wereld als gevolg van de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB). Daarvóór was de universiteitsraad belast met het toezicht op het college van bestuur. De leden van de raad van toezicht van de vu worden benoemd door het bestuur van de Vereniging voor Christelijk Wetenschappelijk Onderwijs. Bouw, Storm en Westerlaken maken zelf deel uit van dit bestuur dat uit totaal zeven leden bestaat. (DdH)
Pieter Bouw verwacht dat de samenwerking met de UvA toeneemt
cussie aan te gaan. Dat verplicht de bestuurders hun visie scherper en duidelijker te ontwikkelen en geeft zicht op mogelijke knelpunten. Op een gegeven moment moet het bestuur wel besluiten durven nemen en een bepaalde weg op gaan." Vindt u dat er veel weerstand tegen de voorgenomen fusie bestaat? "Niet meer of minder dan bij andere fusies die ik heb meegemaakt. Voor sommige afdelingen kan het ook vérgaande gevolgen hebben. Dus bepaalde weerstand begrijp ik wel. Maar ik heb de indruk dat veel mensen de visie achter de fusie wel delen." Kan die weerstand ervoor zorgen dat de fusie nog mislukt? "Dat moet je als bestuur nooit laten gebeuren. Het bestuur bepaalt wat er gebeurt. Daarbij moet je wel proberen zoveel mogelijk weerstand weg te nemen." De twee jaar geleden afgekondigde alliantie met de Universiteit Twente laat zien dat samenwerking mis kan gaan. "Die alliantie heeft minder opgeleverd dan aanvankelijk gedacht. Dat gebeurt vaak bij samenwerking. Er mislukken meer fusies dan dat er slagen. Het is altijd moeilijk te voorzien wat samenwerking op den duur werkelijk oplevert. Bij nader inzien is duidelijk dat met Twente alleen meerwaarde is te bereiken op deelgebieden. Integrale samenwerking levert alleen een grotere universiteit op, meer van hetzelfde. Maar samenwerking op deelgebieden met Twente kan prima. Dat zal de universiteit in de toekomst met nog meer instellingen gaan doen." Is de UvA daarbij een voor de hand liggende partner? "Omdat je in dezelfde regio zit, ligt het voor de hand sommige dingen samen te doen, vooral uit het oogpunt van efficiëntie, zoals bij de geza-
Chnstiaan Krouwei;
menlijke faculteit Tandheelkunde. Ik verwacht dat de samenwerking met de UVA de komende jaren zal toenemen. Je kunt bijvoorbeeld afspraken maken over bepaalde specialisaties zodat studenten over en weer onderwijs kunnen volgen. Dat is nuttig, maar je blijft allebei een zelfstandige instelling." Wat is de volgende stap na de fusie met Windesheim? "Toponderzoek speelt zich steeds meer af op een wereldwijde markt. Dus we zullen intemationaler moeten denken en werken. Dat houdt enerzijds specialisatie in. Doe vooral waar je zelf goed in bent en wat je het belangrijkste vindt. Anderzijds moet je internationale netwerken opzetten, zodat onze studenten de grenzen over kunnen en studenten uit het buitenland naar ons toe komen." Is de vu klaar voor de toekomst? "Er moeten in mijn ogen wel een paar zaken worden aangepakt, zoals doelmatiger en efficiënter werken omdat de concurrentie sterk toeneemt. Ook moet de dialoog met partners in de samenleving intensiever. De vu mag geen eiland zijn. Ik zie de vu zich graag ontwikkelen tot een echt knooppunt van kennis met allerlei onderzoekscentra in de directe omgeving en goede faciliteiten voor grote conferenties. Daarvoor biedt de ontwikkeling van de Zuidas uitstekende mogelijkheden. Ook zou ik willen dat studenten zich meer dan nu betrokken voelen bij de universiteit. Dat ze niet alleen verplicht college lopen. Ze moeten echt nadenken wat ze willen met hun opleiding en daar eisen aan stellen. Dat dwingt de universiteit veel aandacht te besteden aan verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, onderzoek en personeel. Kwaliteit moet namelijk ook een handelsmerk zijn. Dan haalt de v u het jaar 2050 wel."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's