Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 57

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 57

9 minuten leestijd

AD VALVAS 13 SEPTEMBER 20011

PAGINA S

Bewoners van de Filosofenhof missen hun eigen kantoor niet

Een beter mens dankzij de flexplek

De bijbaanprof D e V U telt z o ' n 150 bijzonder h o o g l e r a r e n , m e n s e n u i t alle h o e k e n van d e m a a t s c h a p p i j die het werk aan de universiteit 'erbij' d o e n . E e n v a n h e n is H e r m a n Baartman, bijzonder hoogleraar kindermishandeling a a n d e faculteit Psychologie en Pedagogiek.

Professor Eenoog

Morgen kan dit bureau er heel anders uitzien

In het begin werd er wel gemopperd in het Centrum voor Internationale Samenwerking. Veel medewerkers vonden het maar niks dat ze niet langer een eigen werkkamer hebben. Maar nu is iedereen blij. Flexplekken bevorderen de sociale samenhang en de discipline. En wie slim is, hoeft echt niet elke avond zijn bureau leeg te ruimen. Peter Breedveld Handel klinkt zachtjes door de luidsprekers van de computer. Op het bureau liggen, naast het nodige papierwerk, een tak gele bloemen en een steen. Het geeft een vleugje persoonlijkheid aan de verder sobere, smalle kamer waar Chris Reij werkt. Aan het eind van de werkdag moet Reij zijn bureau eigenlijk weer schoon achterlaten voor de volgende gebruiker. Dan moeten Handel, de bloemen en de steen weer in zijn koffer. Morgen kan hier iemand zitten werken die naar de Red Hot Chili Peppers luistert en een stressballetje op het bureau heeft liggen.

Negorij Zo gaat dat met de 'flexwerkplekken' in het tijdelijke gebouw in de Filosofenhof. Behalve als je het slim aanpakt. Dan reserveer je voor een bepaalde periode gewoon steeds dezelfde kamer en hoef je dus je

bureau 's avonds niet leeg te ruimen. Zo doet Reij dat ook. Sinds in mei is begonnen met het systeem van flexwerkplekken heeft hij maar drie keer naar een andere kamer hoeven verhuizen. Alleen als hij een tijdje naar het buitenland moet, is hij zijn plek kwijt. "Met de flexplekken gaan we flexibel om", woordspeelt hij. Reij vindt het een uitstekend systeem. Hij is allang blij dat hij niet meer in het Provisorium hoeft te werken, het dertig jaar oude noodgebouw waar het Centrum voor Internationale Samenwerking (CIS) voorheen zat. "Dat was onvoorstelbaar, wat een negorij." Het CIS heeft achttien vaste medewerkers, waarvan altijd een deel in het buitenland verbHjft. Dat schept de mogelijkheid om creatief met weinig ruimte om te gaan. Niemand, behalve de directeur, de administratieve medewerkers en het secretariaat heeft zijn eigen kantoor. Er zijn dertien kantoren voor achttien medewerkers. "Ruim voldoende", volgens hoofd

Peter Strelitski

secretariaat Yeng Nacion, "want het komt zelden voor dat alle achttien medewerkers aanwezig zijn." Eén keer is dat gebeurd. Toen zijn medewerkers bij elkaar in de ruime koffiekamer, waar ook nog vier computers staan, aan het werk gezet. T o e gegeven, toen het werken met flexplekken in mei werd geïntroduceerd, is er veel gemopperd. "Dat heb je altijd als er iets verandert", zegt Nacion. Maar nu loopt het gesmeerd en is iedereen tevreden. "Vraag het de medewerkers zelf maar."

Vissenkom "Dit flexpleksysteem is heel bevorderlijk voor de interne communicatie", meent Douwe Brolsma. Het grootste deel van de plekken bevindt zich namelijk rond de koffiekamer, waar gezamenlijk wordt geluncht. "Je hoeft geen lange gangen door om elkaar te spreken. Meestal staan de deuren van de kamers open, zodat iedereen eigenlijk voortdurend met elkaar in contact is." Brolsma heeft vanaf mei steeds dezelfde kamer gehad, maar dat komt omdat hij pas vanaf april voor het centrum werkt, en nog niet 'op missie' naar het buitenland is geweest. Later deze maand gaat hij naar Zuid-Afrika en tijdens zijn afwezigheid zal een ander 'zijn' werkplek bezetten. "Maar

als ik het handig plan, kan ik zorgen dat ik bij terugkeer weer dezelfde kamer krijg." "Als ik je die kamer toewijs", zegt Nacion streng. "Natuurlijk", haast Brolsma zich dat te bevestigen. Zonder Nacion krijgt Brolsma helemaal niks, want zij heeft de regie over de kamers strak in handen. Jeroen van Spijk zit in de 'vissenkom', een lange smalle kamer die tussen de directie en het secretariaat zit ingeklemd. Vanuit het secretariaat kun je via een groot raam Van Spijk op z'n vingers kijken. Eigenlijk is het meer een terrarium. Van Spijk doet geen moeite om een bepaalde kamer te reserveren. Waar hij werkt, maakt hem niets uit. Hij heeft dankzij de flexplekken zijn leven kunnen beteren. "Ik ben er gestructureerder en gedisciplineerder door geworden. In het begin was het even wennen om elke avond je dossiers keurig op te ruimen, maar ik heb er nu veel profijt van." Minder enthousiast over de flexwerkplekken in de Filosofenhof is Saskia Groenewegen, in het college van bestuur verantwoordelijk voor huisvesting. De kamers zijn haar te krap en te donker. Toch vindt zij dat het systeem navolging verdient. "Bij de grote renovatie van de campus, die op handen is, zal deze manier van efficiënt met ruimte omgaan ongetwijfeld ook op andere afdelingen worden toegepast", aldus Groenewegen.

Psychologie, sociologie en bedrijfskunde hebben mogelijk genoeg aan één jaar

Cohen onderzoekt tweejarige masters Job C o h e n g a a t zich b u i g e n over het d i l e m m a v a n tweejarige m a s teropleidingen. D e b u r g e m e e s t e r van A m s t e r d a m en o u d - s t a a t s s e cretaris v a n O n d e r w i j s gaat e e n commissie leiden die twijfelgevallen o n d e r z o e k t , studies w a a r v a n nog niet duidelijk is of e e n tweejange m a s t e r noodzakelijk is.

oijna alle wetenschappelijke opleidingen krijgen tweejarige masters, denkt

universiteitenvereniging VSNU. Volgens de universiteiten is het bij de meeste studies namelijk onmogelijk om de vurig gewenste kwaliteitsverbetering te bereiken zonder een vijfde jaar. De extra aandacht voor algemene academische vaardigheden in de bachelorfase zou ten koste gaan van de disciplinaire verdieping als de studieduur niet wordt verlengd. Slechts bij enkele vakgebieden, zoals psychologie, sociologie en bedrijfskunde, is nog niet duidelijk of verlenging van de studieduur noodzakelijk is. De

commissie onder leiding van Cohen gaat dat onderzoeken. Onderwijsminister Hermans is bij zijn plannen voor de invoering van het bachelor/masterstelsel tot nu toe steeds uitgegaan van de huidige studieduur van vier jaar. Alleen als universiteiten in specifieke gevallen konden beargumenteren dat een tweede jaar nodig is, wilde Hermans daar naar kijken. "Ik financier geen verhalen, alleen concrete plannen", zei hij onlangs in een interview. De universiteiten lieten zich dat geen

twee keer zeggen. Volgens vsNU-voorzitter d'Hondt hebben de meeste discipline-overlegorganen inmiddels vijfjarige curricula ontwikkeld. Toen Hermans zijn uitnodiging bij de opening van het academisch jaar in Nijmegen vorige week nog eens nadrukkelijk herhaalde, kregen de universiteiten weer hoop. De commissie-Cohen, waarin ook voorzitter Reneman van de wetenschapsacademie KNAW zit, hoopt binnen twee maanden advies uit te brengen. (WvD/HOP)

De professorstoga van Herman Baartman (56) is eigenlijk "een heel klein tabberdje": hij is aangesteld voor slechts een halve dag per week. Maar dan heeft hij wel een unieke leerstoel, als enige hoogleraar kindermishandeling ter wereld. Baartman doet het er overigens niet 'bij'; de rest van de week doet hij eigenlijk hetzelfde werk, maar dan is hij officieel universitair hoofddocent. Toen hij in 1988 werd gevraagd voor de leerstoel, was er nog nauwelijks onderzoek gedaan naar kindermishandeling in Nederland. Het eerste en tevens laatste proefschrift over dit onderwerp stamde uit 1956. Ook Baartman zelf promoveerde op een ander onderwerp, psychoses bij kinderen, maar hij hield zich in zijn onderzoek met probleemgezinnen bezig en zodoende was hij vertrouwd met kindermishandeling. Zelf denkt hij dat hij als eenoog in het land der blinden professor is geworden. Inmiddels is de wetenschappelijke belangstelling voor kindermishandeling gegroeid. Sinds 1988 zijn er in Nederland ongeveer tien proefschriften over verschenen, waarvan Baartman een groot deel begeleidde. Maar nog steeds verdient het onderwerp meer aandacht, vindt de bijzonder hoogleraar. Hij ziet het als zijn taak om kindermishandeling op de agenda te zetten in het hulpverleningscircuit, in de politiek en op de universiteit. "Het overgrote deel van de studenten pedagogiek, psychologie, geneeskunde en rechten heeft nooit college gehad over kindermishandeling, terwijl zij er later in hun beroep allemaal mee te maken kuimen krijgen." Op de vu is er wel een keuzevak geweld in het gezin, dat Baartman coördineert. "Maar eigenlijk zou het verplicht moeten zijn", vindt hij. Ook de politieke aandacht voor kindermishandeling schiet volgens hem nogal tekort. Hij zou het liefst zien dat in er het burgelijk wetboek een bepaling komt over geweld van ouders tegen kinderen. "Een aantal Scandinavische landen heeft zo'n wetsartikel. In Schotland woedt er momenteel een discussie over zo'n wet, maar in Nederland zijn we daar kennelijk nog niet aan toe. Politici willen er liever hun vingers niet aan branden, omdat alles wat binnen het gezin gebeurt, in de privé-sfeer ligt. Terwijl het in mijn ogen een kwestie van beschaving is." Minder terughoudendheid zou ook in de hulpverlening veel ellende kimnen voorkomen, denkt Baartman. "Volwassenen zijn in weinig dingen zo kwetsbaar als in hun ouderschap. Andere volwassenen, zoals hulpverleners, maar ook politici, voelen dat en gaan daarom zo terughoudend om met vermoedens van kindermishandeling. Daardoor ontstaat een taboesfeer, die preventief ingrijpen en vroeg signaleren moeilijk maakt. Het gevolg is dat de falende ouder er alleen voor staat met zijn schuldgevoel en het kind alleen blijft met zijn ellende." Baartman mag nog tot 2006 op de leerstoel blijven zitten. Misschien dat hij daarna wordt opgevolgd door een jurist of een kinderpsychiater. "Maar ik ben er blij mee dat ik mij nu als pedagoog met dat onderwerp kan bezighouden, omdat meer pedagogische kennis de preventie van kindermishandeling zou kunnen vergroten, terwijl juristen zich bijvoorbeeld meer bezighouden met de gevolgen ervan. Bij kindermishandeling lopen er cruciale dingen mis in de relatie tussen ouder en kind. Door die relatie te verbeteren los je veel meer op dan door de gevolgen te behandelen." (WV)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 57

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's