Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 309

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 309

9 minuten leestijd

AD VALVAS 24 JANUARI 2002

PAGINA 5

Wiskundige brengt de geschiedenis van de christelijke wiskunde in kaart

Op de rand

Rekenen in dienst van God Formules en cijfers hebben geen geloof, huidskleur of afkomst. Het zijn abstracties waarmee we redeneren. Wiskunde Is bij uitstek waardenvrij, zou je dus zeggen. Toch geloofden de eerste wiskundigen aan de VU in de jaren dertig in christelijke wiskunde. Prachtig, vindt wiskundige Hendrik Blauwendraat, die aanstaande dinsdag een lezing houdt over het ontstaan van de wiskundestudie aan de VU.

Pim Fortuyn als VU-student

Het genie Fortuyn

We moed Visser De nauwgezetheid waarmee de gereformeerde mannenbroeders de hele wetenschap in overeenstemmmg probeerden te brengen met hun geloof, fascineert Hendrik Blauwendraat (24). "Misschien ben ik zeventig jaar te laat geboren. Ik vind dat mooi." Zijn ogen twinkelen als hij vertelt over de wetenschappelijke en theologische discussies, die speelden bij oprichting van de exacte faculteit in 1930, waarover hij zijn scriptie schreef. Inmiddels is hij bezig met een proefschrift over een aanverwant onderwerp: waardenvrije wiskunde in de negentiende eeuw. Blauwendraat, zelf christen, wil de houding in gereformeerde knng in het begin van de twintigste eeuw zeker niet afdoen als naïviteit. "De manier waarop die mensen geloofden en hun geloof in alles lieten meewegen, daarvan heb ik veel geleerd." De exacte faculteit werd in 1930 opgericht als vierde faculteit aan de vu, na Theologie, Rechten en Letteren. Het was nog niet gemakkelijk om exacte wetenschappers te vinden die 'absoluut gereformeerde menschen in den normalen zin van 't woord' waren. Vooral in de natuurkunde was dat een probleem, omdat de professoren in spe moesten verklaren dat ze de bijbel van kaft tot kaft letterlijk geloofden en dit zouden laten meewegen in hun manier van wetenschap bedrijven. Uiteindelijk werden vier hoogleraren gevonden: J. Coops voor scheikunde, G. J. Sizoo voor Natuurkunde, Jurjen Koksma voor wiskunde en Marius van Haaften als bijzonder hoogleraar voor ver zekeringswiskunde. Vooral de keuze voor de destijds 26-jarige Koksma was een gouden greep. Hij ontwikkelde zich tot een wiskundige van internationale allure en zou zijn hele leven aan de vu blijven.

Goochelen Voor de chnstelijke wiskunde aan de vu was het proefschrift De wijsbegeerte der wiskunde van theïstisch standpunt van Dirk Hendrik Theodoor Vollenhoven uit 1918 de leidraad. Een van de kernproblemen in de wiskunde voor de gereformeerde gelovigen was het begrip oneindig. Immers, in de bijbel staat dat slechts God oneindig is. Hoe kun je dan voortdurend manipuleren en goochelen met het oneindige, zoals in de wiskunde veel gebeurt? Vollenhoven vond daarvoor een oplossing: hij geloofde, in navolging van de beroemde wiskundige Brouwer dat de wiskundige werkelijkheid alleen bestaat in het hoofd van mensen. Er bestaat volgens hem dus geen onafhankelijke wiskundige werkelijkheid, zoals de platonisten geloven. In de visie van Vollenhoven bestaat het oneindige dus ook niet echt, maar is het een constructie van de geest. "Die opvatting, het intuïtionisme, is al snel problematisch: als ik nu bijvoorbeeld een formule bewijs en de wiskunde bestaat alleen in mijn hoofd, rijst de vraag of dat bewijs dan gisteren ook al bestond", legt Blauwendraat uit. "Als de wiskundige werkelijkheid alleen bestaat m je hoofd, creëer )e wiskundige dingen op het moment dat je ze bedenkt. Als er een wiskundige werkelijkheid bestaat, dan ontdek

De vier hoogleraren waarmee de exacte faculteit in 1 9 3 0 van start ging (rechtsboven 'gouden greep' Jurjen Koksma)

je wiskundige dingen op het moment dat je ze bewijst, maar bestonden ze al buiten je hoofd." Blauwendraat heeft zelf nog niet besloten of hij zich tot de intuïtionisten of de platonisten rekent, maar door zijn onderzoek is hij wel voorzichtiger geworden met het begrip oneindig. "Door mijn scriptie ben ik kritischer gaan nadenken over de dingen waar je gewoonlijk zonder na te denken van uitgaat in de wiskunde. Ik twijfel aan de waarheid van sommige axioma's, maar ik heb geen andere sluitende theorie."

Mixer De reconstructie van de geschiedenis van de wiskundefaculteit mondde uit in een scriptie van driehonderd pagina's. Het was niet altijd even gemakkelijk voor Blauwendraat, want hij had geen ervaring als historicus en er bestaat geen keurig ontsloten archief. Een deel van de archiefstukken was verdwenen, andere stukken verkeren in erbarmelijke staat en soms had Blauwendraat het idee "dat ze met een mixer bezig waren geweest in het archief, zo lag alles door elkaar". "Het nieuwere archief, vanaf de jaren vijftig ligt in het hoofdgebouw opgeslagen. Dat IS goed geordend. Maar ik had juist oudere dingen nodig." Blauwendraat baseerde zich niet alleen op geschreven bronnen, maar interviewde ook gepensioneerde professoren en anderen die lang geleden aan de vu wiskunde hebben gestu-

deerd. Dat leverde mooie verhalen op, bijvoorbeeld van mevrouw F. M. MuUender-Eilander, de vrouw van hoogleraar Pieter Muilender. Zij vertelde hoe zij in 1945 als het enige meisje met wiskunde begon. Sommige hoogleraren moesten er helemaal niets van hebben, maar de grondlegger van de wiskundefaculteit aan de vu, hoogleraar Jurjen Koksma, hield na elk college heel beleefd de deur voor haar open, zodat de jongedame als eerste de zaal kon verlaten. Hoe ontzettend veel er is veranderd de afgelopen zeventig jaar, blijkt ook uit de voorvallen die Blauwendraat vond van studenten die voor de Senaat, het toenmalige universiteitsbestuur, moesten verschijnen. Meestal ging het om openbare dronkenschap, maar soms hadden de studenten ook het zevende gebod overtreden: gij zult niet echtbreken. Wanneer de Senaat er lucht van kreeg dat een student met een meisje naar bed was geweest voordat ze waren getrouwd, liep deze het risico om drie maanden te worden geschorst en eiste de Senaat dat het snel tot een huwelijk zou komen.

Bijzondere sfeer Wat wij ons nu ook moeilijk kunnen voorstellen, is dat promovendi hun proefschrift met aan de vu konden verdedigen, wanneer zij niet konden instemmen met de gereformeerde grondslag van de universiteit. Zo vertrok in de jaren dertig een doopsge-

zinde promovendus voor de verdediging naar Leiden en zijn promotor, hoogleraar aan de vu, ging voor een dag mee. Iedereen die Blauwendraat interviewde, noemt de bijzondere sfeer die er in die dagen aan de vu hing. "Die ontstond doordat mensen van elkaar wisten dat ze hetzelfde geloof aanhingen", aldus Blauwendraat. "En ook uit een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel: omdat de universiteit bij elkaar was gespaard van de centen van de 'kleine luyden', werd er altijd zuinig aan gedaan en hard gewerkt." De scherpe en principiële kantjes verdwenen na de jaren vijftig, maar nog steeds bestaat het vu-sfeertje, denkt Blauwendraat. Toch vindt hij het soms jammer dat op de vu, zoals overal, het geloof vrijwel helemaal is verbannen naar de privé-wereld van mensen. "Nu ga je aan het werk en laat je je geloof thuis. Maar eigenlijk is dat gek, want je bent niet alleen thuis christen, maar ook als je achter de computer zit. Ik vind het soms beschamend wanneer ik deze tijd vergelijk met zeventig jaar geleden. Een pasklare oplossing heb ik niet, want we kunnen niet meer zo leven als toen. Maar het principiële van die mensen inspireert me wel." Hendnk Blauwendraat geeft op dinsdag 29 januari om 15 45 uur zijn lezing, met de titel Pnncipieele chnstelijk-geloovige wetenschap, de vu zeventig jaar geleden, m zaal Q105 in het WNgebouw.

Geen zeepkist zo gammel of Pim Fortuyn is bereid erop te klimmen. De lijsttrekker van Leefbaar Nederland en oud-vu-student deelt graag zijn visionaire inzichten met de massa. Gratis zelfs, als dat moet. Zo schreef hij tot een jaar geleden ook een aantal columns in het VU-alumniblad Revue. Handenwrijvend doken wij de archieven in, op zoek naar controversiële uitspraken van onze minister-president in spe, maar het bleef erg lauwtjes. Geen pleidooien voor een hoofddoekenverbod in het hoger onderwijs, maar bespiegelingen over de teloorgang van het 'bildungsideaal' en de stammenstrijd binnen de sociologie. En dat alles op dezelfde weloverwogen toon waarmee dit soort blaadjes gewoonlijk wordt volgeschreven. Polderen we dan gewoon verder na de verkiezingen, met of zonder Fortuyn m de regering? De politicus zelf denkt ongetwijfeld van niet. Want vanaf de eerste stapjes die hij ais peuter zette, vindt hij zichzelf nieuw, geweldig en origineel. En dat meet hij breed uit in zijn biografie. Een vorm van bijziendheid waar wel meer babyboomers aan lijden, maar die bij Fortuyn een ziekelijke vorm aanneemt. Zijn autobiografie uit 1998, met de veelzeggende titel Babyboomers, autobiografie van een generatie, is een stuk informatiever dan zijn Revue-coXumns. Pim Fortuyn vond zichzelf als student sociologie aan de vu ronduit geweldig. "Gelukkig ben ik een bij tijden briljant student, dus dat is zeker meegenomen", schrijft hij. En over zijn tijd als studentenleider in 1969: "Ik kan uitstekend het woord doen, heb een redelijk vaardige pen en ben voor de autoriteiten alleszins aanvaardbaar, een geboren leider en voorzitter dus van de jonge beweging." Bladzijdenlang gaat het door over de fantastische successen van de vernieuwende studentenbeweging, met Fortuyn als glorieuze leider. Gert Jan Peelen, van het vu-podium en studiegenoot van Fortuyn, heeft een heel ander beeld van het jonge genie, zo vertelt hij desgevraagd. "Hij was heel eenzaam, had geen vrienden. Ik herinner me dat hij eens een college van de sociologieprofessor onderbrak. Hij geeft daar hoog van op in zijn biografie, maar het was eerder gênant. Hij viel op, omdat hij in driedelig pak liep." Het driedelige pak bleef, de denkbeelden veranderden, Fortuyn flirtte met links, met rechts en komt nu met een soort middenstanderspragmatisme waarschijnlijk m de Tweede Kamer. En pikt en passant ook de gemeenteraad van Rotterdam nog even mee. Iemand anders zou daar twee meer dan volle banen aan hebben. Fortuyn niet. Hij studeerde tenslotte ook af in drieenhalf jaar. Fortuyn is geweldig. Het lijkt alsof Nederland het eindelijk gaat inzien. Weimoed Visser In Op de rand staan voorvallen in de marge van het universitaire nieuws. Wie vindt dat Ad Valvas ergens aandacht aan moet besteden, kan suggesties mailen naar redacüe(a)advalvas vu.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 309

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's