Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 585

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 585

8 minuten leestijd

AD VALVAS 27 JUNi 2002 PAGINA 5

Tweelingregister van psycholoog Boomsma kan onderzoek helpen

Weetjes

Op zoek naar depressieve muizen

Borstkankergen Vu-onderzoekers hebben, samen met Amerikaanse en Japanse onderzoekers, een nieuwe groep genen ontdekt die, als er defecten in optreden, de kans op borstkanker aanzienlijk zou kunnen verhogen. De genen spelen een belangrijke rol bij het krijgen van een zeldzame, erfelijke vorm van bloedarmoede (anemie van Fanconi), die vaak leidt tot leukemie. De onderzoekers ontdekten eigenlijk toevallig een verband met borstkanker. T o t nu toe waren tenminste zes 'Fanconi-genen' bekend. De onderzoekers vonden een zevende. T o t hun verrassing bleek dit het borstkanker-2-gen (BRCA-2) te zijn, dat bij mutaties een verhoogde kans geeft op borstkanker. Volgens vu-onderzoekers Hans Joenje en Gerard Pals is hiermee een belangrijke nieuwe stap gezet in het borstkankeronderzoek. "Nu we weten dat het borstkankergen familie is van de Fanconigenen, moeten we onderzoeken of de andere zes Fanconi-genen ook kandidaat-genen zijn voor borstkanker." De reeds bekende borstkankergenen 1 en 2 zijn maar verantwoordelijk voor een klem deel van de erfelijke borstkankergevallen. De nieuwe bevmdingen zijn onlangs gepubliceerd in Science. (YN)

Reuma

Peter Strelitski

Wetenschappers van de VU gaan proberen muizen te maken met een genetische aanleg voor depressie en ADHD. Het onderzoek, in het nieuwe centrum voor neurogenomics, moet over vijf jaar een geneesmiddel tegen depressie opleveren. Weimoed Visser "De genen van de muis verschillen maar enkele procenten van die van de mens", vertelt hoogleraar neurobiologie Wynand Geraerts, een van de directeuren van het nieuw op te richten centrum. Daarom zouden we een stuk verder zijn met het begrijpen van depressie en ADHD als we wisten welke genen bij muizen de aanleg voor deze aandoeningen bepalen. "Dat deze aandoeningen een erfelijke component hebben, kunnen we langzamerhand wel met zekerheid zeggen. Alleen is nog niet bekend welke combinaties van genen precies de erfelijke oorzaak van depressie of ADHD vormen." De biologen gaan proberen neerslachtige muizen te maken. Ze gaan de muizen genetisch manipuleren en dan met gedragstestjes bekijken welke exemplaren minder goed omgaan met angst en stressvolle situaties. "Muizen zijn van nature ontdekkende en nieuwsgierige beesten, maar we willen proberen de muizen te vinden die genetisch zo zijn uitgerust dat ze minder goed tegen angstige situaties kunnen. Angst is bij mensen namelijk een onderliggende factor bij depressie", vertelt Geraerts. Het zal ongetwijfeld nog veel muizen kosten, voordat de genen voor depressie gevonden zijn. Depressie en ADHD zijn ziekten die niet door één gen worden bepaald, maar door een combinatie van genen. Het vinden van deze combinatie is uiterst complex wetenschappelijk werk. Het neurogenomics centre richt zich puur en alleen op de biologische kant van ADHD en depressie. Natuurlijk zijn omgevingsfactoren ook van belang bij de verklaring waarom iemand wordt getroffen door deze psychische aandoeningen, maar volgens Geraerts zijn

er steeds meer aanwijzingen dat de genen de belangrijkste rol spelen. "Een persoon met een genetische aanleg voor depressie heeft meer kans om in bepaalde levenssituaties ook daadwerkelijk depressief te worden", aldus Geraerts.

Twee-eiige tweelingen Bij depressie zijn bepaalde genen gemuteerd, denken de vu-onderzoekers. Deze mutaties erven mensen van hun ouders. Welke genen of combinaties van genen dit precies zijn, moet nog worden ontdekt. De onderzoeks-

groep van psychologieprof Dorret Boomsma gaat voor deze vraag het register van twee-enge tweelingen gebruiken. In het tweelmgenregister van Boomsma zitten namelijk veel twee-eiige tweelingen van wie de ene helft depressief is en de andere niet. Twee-eiige tweelingen zijn genetisch even verwant als gewone broers en zussen. Ze hebben dus verschillende genen, maar zijn wel even oud en hebben tegelijkertijd in de baarmoeder gezeten. "Als deze mensen ook nog zijn opgegroeid in hetzelfde gezin, dan sluit je daarmee een heleboel omgevingsfactoren uit als oorzaak van de depressie en dan zou het dus goed kunnen dat de een bepaalde genmutaties wel heeft geërfd en de ander niet", verklaart Geraerts. Door de genen van beide tweelinghelften met elkaar te vergelijken, gaan de onderzoekers proberen achter de mutaties te komen die een aanleg voor depressie veroorzaken.

Mega-investering in neurocentrum De vu investeert ongeveer twaalf miljoen euro in het nieuwe Centre for neurogenomics and cognition research, dat onderzoek gaat doen naar genetische oorzaken van depressie en ADHD. Vierenhalf miljoen komt van het college van bestuur, de rest betalen de deelnemende faculteiten (Aard- en Levenswetenschappen, Psychologie en Pedagogiek, Exacte Wetenschappen) en het v u medisch centrum. Het is de grootste investering allertijden in de neurowetenschappen m Nederland en de op één na grootste investering in een onderzoeksgroep op de vu. Rector Taede Sminia heeft hoge verwachtingen van het nieuwe centrum. "Ik denk dat het het beste in Nederland wordt en een van de beste internationaal. De v u heeft al een vooraanstaande positie op het terrein van de neurowetenschappen. Bij alle deelnemende faculteiten zitten heel goede wetenschappers." Twaalf onderzoeksgroepen met in totaal negentig wetenschappers op het gebied van de biologie, medicijnen,biologische psychologie en bio-informatica gaan samenwerken in het nieuwe centrum, dat in september van start gaat. Bij biologie en medicijnen komen twee nieuwe leerstoelen voor de neurogenomics. Het centrum krijgt vier directeuren: biologiehoogleraar Wynand Geraerts, hoogleraar Dorret Boomsma van psychologie, geneeskundehoogleraar Menno Witter en een nog te benoemen psychiater. Het onderzoek past binnen de profilering van de vu, die zich in de nabije toekomst sterk op de levenswetenschappen wil gaan richten. Het centrum sluit aan bij de sterke positie van medische biologie binnen de afdeling biologie. "Maar het is ook wetenschappelijk erg interessant, omdat op dit terrein de komende tijd grote ontdekkingen gaan plaatsvinden", verwacht Sminia.

Bij geneeskunde, dat ook in het centrum meedoet, loopt al langer een onderzoek naar de biologische factoren die depressie bij mensen zouden kunnen verklaren, vertelt hoogleraar Menno Witter. "Wij volgen patiënten tijdens het verloop van hun depressie en laten hen af en toe bepaalde leertaken doen, waarbij we kijken naar hun hersenactiviteit."

Lusteloos Achterliggende gedachte is dat aandoeningen als depressie te maken hebben met veranderingen in de communicatie tussen hersendelen, veroorzaakt door veranderingen in het genetische systeem, legt Witter uit. De hersenactiviteit van depressieve mensen is dan ook anders dan die van gezonde mensen. "Het wordt dan natuurlijk interessant om de hersenactiviteit van deze mensen te vergelijken met die van de neerslachtige muizen en om dan te kijken naar overeenkomsten in hun genen", loopt Geraerts op het onderzoek vooruit. Het onderzoek naar ADHD komt i n grote lijnen overeen met dat naar depressie. Waar depressieve mensen vaak te lusteloos zijn om te reageren op prikkels uit hun omgeving, hebben mensen met ADHD een overreactie op prikkels van buiten. In het onderzoek gaan de biologen proberen hyperactieve muizen te maken. De medici doen onderzoek naar de hersenwerking van patiënten met ADHD en biologische psychologie onderzoekt de genetische verschillen tussen tweelingen waarvan de een wel en de ander niet aan ADHD lijdt. Het nieuwe onderzoekscentrum kan jaren vooruit met alle plannen. "Het interessante is dat we, door kennis van de verschillende faculteiten te combineren, het onderzoek heel breed kunnen maken, van genen en hersencellen tot het hele organisme", aldus Geraerts. Voorlopig is het nog niet zover. Toch zijn de doelen van de onderzoeksgroep ambitieus: over vijf jaar willen Geraerts en Witter een geneesmiddel tegen depressie hebben.

Vijfdejaars geneeskunde Joost van der Heijden ontdekte dat resistentie tegen anti-reumamiddelen op een vergelijkbare manier kan optreden als bij kanker. Op kankercellen kunnen namelijk zogenaamde pompen zitten die het geneesmiddel uit de cel pompen, waardoor het geen effect meer heeft. Van der Heijden kwam erachter dat een van die pompen ook werkt bij anti-reumamiddelen. Hij won met zijn ontdekking een aanmoedigingsprijs van 2000 euro van de Stichting Arthron, die het reumaonderzoek in Amsterdam wil samenbrengen. Een verslag van zijn onderzoek verschijnt deze maand in het Nederlands Tijdschrift voor Reumatologie. (YN)

Verdrinking Hoe kan het dat sommige mensen bijna een uur onder water kunnen blijven en toch volledig herstellen? Het is een van de vragen op het eerste wereldcongres over verdrinking, dat deze week aan de v u wordt gehouden. Geneeskundeprof Joost Bierens van het VUMC organiseert het congres, omdat hij vindt dat artsen niet goed weten hoe ze drenkelingen moeten behandelen. Sommigen lijken weliswaar dood, maar hebben nog een kans. Reanimatie vergt in gevallen waarin iemand lang onder water is geweest, echter wel de nodige daadkracht. Vaak braken drenkelingen en als mensen water in de longen hebben, moet iemand veel kracht zetten bij de mond-opmondbeademing. (WV)

EPO Het gebruik van het verboden middel EPO door sporters kan het best worden aangetoond door een combinatie van een bloed- en een urinetest. Dat concludeert bewegingswetenschapper Ivo Tiemessen, die onlangs op het onderwerp afstudeerde. Tot voor kort volstonden dopingcontroleurs, bijvoorbeeld bij de T o u r de France, met een bloedtest die de hematocrietwaarde in het bloed meet. "Die waarde wordt echter door allerlei factoren beïnvloed, zodat het niet zeker is dat iemand werkelijk EPO heeft gebruikt", legt Tiemessen uit. De urinetest, die pas onlangs is ontwikkeld, is veel nauwkeunger. Nadeel is echter dat de test ingewikkeld en tijdrovend is. Tiemessen adviseert om mensen bij wie op basis van de bloedtest EPO-gebruik wordt vermoed, een urinetest af te nemen. Die methode wordt in de komende Tour inderdaad gebruikt. (MP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 585

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's