Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 217

9 minuten leestijd

AD VALVAS 29 NOVEMBER 2001

PAGINA 5

Op de rand

God als een denkbeeldig vriendje

ehtski

Desiree Berendsen is er niet van overtuigd dat haar geloof >iet enige ware is

God kan alleen bestaan als er mensen zijn die in Hem geloven. En gelovigen die zeggen dat ze de kerk niet nodig hebben voor hun geloofservaring, verkondigen onzin, vindt Desiree Berendsen. De theologe promoveerde twee weken geleden op een onderzoek naar de vraag waarom mensen geloven. Het antwoord is even simpel als ontnuchterend: omdat ze daar behoefte aan hebben. Peter Breedveld Mensen die echt nergens in geloven, daarbij l^an Desiree Berendsen (32) ach niets voorstellen. "Zelfs atheïsten leven vanuit een soort menselijk ideaal van humaniteit en gerechtigheid." Berendsen is christen, maar ze is er niet van overtuigd dat haar geloof het enige ware is. "Alle andere geloven zijn even waar, zolang ze maar een soort ethisch appèl als basis hebben: dat je er niet omheen kunt als iemand )e om hulp vraagt", aldus Berendsen. "Maar dat zeg ik ook weer vanuit mijn eigen beleving", relativeert ze onmiddelijk. Waarom geloven mensen? "Omdat mensen behoefte hebben aan ordening en structuur in hun leven. Door die behoefte staan ze open voor iets, waardoor ze iets zouden kunnen ervaren. Aan die ervaring geven ze zich over en in die overgave ontstaat God. Ik zal een voorbeeld geven: een

jaar geleden overleed op vrij jonge leeftijd een lid van de kerk waarbij ik ben aangesloten. De dienst ter nagedachtenis van die man was heel erg emotioneel. Samen probeerden we troost te vinden. Voor zijn vrouw, maar ook voor onszelf. Er werd gezongen: 'Geest van hierboven, leer ons geloven'. En op een gegeven moment kwam er iets van boven of van buiten en dat gevoel, die ervaring, dat was God." God is dus eigenlijk een denkbeeldig vriendje, zoals eenzame kinderen verzinnen. "Het verschil tussen God en een denkbeeldig vriendje is dat een kind dat vriendje in zijn eentje verzint. In God geloof je samen met anderen. Gezamenlijk zorg je dat God blijft bestaan in een bepaalde geloofstraditie, door middel van een kerk en een liturgie. Het is zoals Jezus zegt: 'Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden'

(Mattheus 18:20 - PB). Over God kun je niets weten of zeggen, behalve binnen een bepaalde traditie van symbolen en rituelen." Geloven gaat dus niet zonder kerk? "Nee. Mensen die zeggen dat ze de kerk niet nodig hebben, dat ze het geloof puur persoonlijk ervaren, die verkondigen onzin. Want zelfs als je niet naar die kerk gaat, ervaar je het geloof toch nog binnen een gemeenschap. Zo'n geloofsgemeenschap hoeft niet per se religieus te zijn, maar mensen leven altijd in sociale gemeenschappen waarbinnen ze hun leven vorm geven en waaraan ze hun normen en waarden ontlenen." Christenen geloven toch in God omdat God bestaat? God bestaat toch niet omdat christenen geloven? "De vraag of God bestaat vind ik niet relevant. Misschien bestaat God pas nadat we ons aan hem hebben overgegeven, misschien bestaat hij al voordat we dat doen. Voor mij is belangrijk hoe we ons overgeven aan een geloofservaring en of dat geloof ook werkt, of het ons troost geeft en bemoediging." Dan maakt het dus niet uit ofje in God gelooft of in Allah of in Ajax, als je er maar troost aan hebt. "De protestantse godsdienstfilosoof John Hick zegt dat Allah en God een en dezelfde zijn, maar volgens mij kun

Doorzichtig

je dat als mens niet weten. Dat er in de moskee en in de kerk min of meer vergelijkbare dingen gebeuren - in beide heb je bijvoorbeeld een doopachtig ritueel - dat is zeker veelzeggend. Maar je kunt alleen iets zeggen over wat er gebéurt; wat dat inhoudelijk betekent, kan alleen vanuit een traditie worden gezegd. Een bepaalde waarheid is binnen bepaalde tradities waar. Dat God bestaat, betekent dus alleen iets binnen het christelijke geloof" Hebben mensen een aangeboren neiging om te geloven? "Volgens de katholieke denker Karl Rahner wel. Niet-geloven druist volgens hem in tegen de menselijke natuur, maar volgens mij is geloven aangeleerd. Een soort verlangen naar iets groters of beters is volgens mij wel aangeboren." Hoe kun je in iets geloven als je weet dat mensen het hebben verzonnen? "Dat is precies de spanning waaraan elke gelovige blootstaat. Ik weet dat ik in iets geloof dat verzonnen is, maar tegelijkertijd voel ik dat het ook waar is. En toch realiseer ik mij dat ik nooit kan weten of mijn geloof het enige ware geloof is. Andere christenen met wie ik daarover spreek, vertellen me dat ze dat ook zo voelen. Ik weet het, geloven is een beetje raar." Waarom geloven mensen?^ door Desiree Berendsen. Uitgeverij Kok, Kampen.

Arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden blijft goed S t u d e n t e n in h e t h o g e r onderwijs h o e v e n zich o o k d e k o m e n d e jaren weinig z o r g e n te m a k e n over h u n kans o p e e n b a a n . Alleen enkele m o d i e u z e s t u d i e s , zoals c o m m u nicatie e n t o e r i s m e , krijgen t e kampen met een slechtere arbeidsmarkt. Er blijft genoeg vraag naar hoger opgeleiden. Het aantal banen groeit wel niet zo sterk meer, maar door de pensioengolf blijven er vacatures ontstaan, waarvoor werkgevers steeds

vaker iemand met een hogere opleiding willen. Aangezien het aantal afgestudeerden van universiteiten daalt, lijkt het aannemelijk dat studenten van nu straks best aan de bak komen. Dat stelt het Maastrichtse onderzoeksinstituut ROA in zijn rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep. Ook in de vorige editie van dit rapport, die in november 1999 verscheen, werd geconcludeerd dat mensen met lager of middelbaar onderwijs steeds slechter aan de bak komen, maar dat de markt voor

hoger opgeleiden, ook bij economische teruggang, goed blijft. Bij de universiteiten is er volgens het ROA geen groep opleidingen met matige of slechte toekomstverwachtingen. Twee jaar geleden was er alleen bij wetenschappelijke kunstopleidingen nog sprake van pessimisme, maar hier geldt nu een prognose 'redelijk'. Dat betekent volgens onderzoeker Frank Cörvers niet dat alle muziek- en theaterwetenschappers werk in hun eigen vak zullen vinden. Maar de vraag naar academici blijft in het algemeen zo groot, dat

deze mensen genoeg werk kunnen vinden in andere vakken. In het hbo zijn de vooruitzichten op sommige plekken iets minder gunstig. Bij communicatie en journalistiek, die het ROA als een geheel behandelt, gaat de groei van het aantal studenten tot werkloosheid leiden. Was de arbeidsmarkt voor deze studies twee jaar geleden nog 'goed', nu is deze 'matig'. Ook voor de hbo-richtingen toerisme en recreatie en personeel en arbeid is het perspectief 'matig'. (FS/HOP)

Dat was een aangename verrassing: een telefoontje van Anne Kaldewaij. De nieuwe secretaris van het college van bestuur had, geheel uit zichzelf, het nummer van de redactie gedraaid om belangrijk nieuws te melden. Heel goed, dachten wij verheugd. Dat zouden er meer moeten doen. Kaldewaij belde over de kwestie van de boze aardwetenschappers, die Ad Valvas al enige tijd volgt. Om de zaak nog even kort samen te vatten: deze hardwerkende lieden zijn maandenlang geplaagd door overlast van een verbouwing en wilden compensatie van het college. De gesprekken hierover sleepten zich al weken voort, maar Kaldewaij kon melden dat ze nu "tot volle tevredenheid van beide partijen" waren afgerond. Ik pakte mijn opschrijfboekje om dan nu het nieuws te noteren. Eerste vraag: hadden de aardwetenschappers de 5000 gulden per persoon gekregen, die zij wilden? "Daar doe ik uiteraard geen uitspraak over", zei Kaldewaij licht verontwaardigd, alsof ik had hem had gevraagd wat voor kleur onderbroek hij droeg. Ook verder wilde hij inhoudelijk niets kwijt. Beide partijen waren tevreden ook hijzelf was blij - en dat was toch mooi nieuws voor Ad Valvas? De sympathieke secretaris begon nu toch wel in te leveren op de professionele indruk die hij zoeven nog had gemaakt. "U begrijpt toch wel dat wij hier zonder details niets mee kunnen?", zei ik verbaasd. Maar Kaldewaij was serieus. Het leek hem werkelijk een prachtig bericht. "U leest toch kranten?", checkte ik even. Kaldewaijs ogenschijnlijke opvatting van nieuws had me aan het twijfelen gezet. "Zeker", zei de kersverse vu-aanwinst. "De NRC en de Volkskrant." "En Ad Valvas", friste ik zijn geheugen op. "Die spelt u immers?" "Nou", deed Kaldewaij korzelig, "de meeste informatie m Ad Valvas klopt niet." "U vindt dat het meeste wat in Ad Valvas staat, niet klopt?", papegaaide ik, want zulke uitspraken mag je niet voor jezelf houden. Daar moet je je collega's op de redactie direct van op de hoogte stellen. Zeker als het de secretaris van het college van bestuur is, die de uitspraak doet. En al helemaal als die secretaris nog geen week eerder zo'n prettig kennismakingsgesprek heeft gehad met je hoofdredacteur, waarbij hij nog vol lof was over het lijfblad. Al snel werd duidelijk waar de bruuske ommezwaai in zijn appreciatie zijn oorsprong vond. Bij de boze aardwetenschappers namelijk, met wie Kaldewaij had gepraat. Een van hen had twee weken geleden in Ad Valvas gezegd dat hij het van weinig vertrouwen vond getuigen dat het college hem en zijn collega's 'vriendelijk had verzocht' niet meer met Ad Valvas te praten. Een logische uitspraak, want wie zou niet pissig worden als hij zo werd betutteld. Maar zodra de krant uit was, hing de aio aan de telefoon: hij had dit niet gezegd. De aardwetenschapper was duidelijk bang om problemen te krijgen met zijn 'pittige' uitspraak. Het is ergens wel begrijpelijk om in zo'n geval dan maar de journalist te beschuldigen. Begrijpelijk en doorzichtig. Maar toch niet doorzichtig genoeg voor de grote krantenlezer Kaldewaij, die, na een gesprekje met de aardwetenschappers, direct geloofde dat er niets over weinig vertrouwen was gezegd. Waarna hij botweg concludeerde dat Ad Valvas het dus zelf had verzonnen en dat de rest van de berichten in de krant dus ook wel onzin zou zijn. Aan de hand van het bovenstaande kan de wispelturige secretaris zijn opvatting opnieuw radicaal wijzigen. Zoals hij kan zien, zijn alle citaten tot op de letter cortect. Martine Postma In Op de rand staan voorvallen in de marge van het universitaire nieuws. Wie vindt dat Ad Valvas ergens aandacht aan moet besteden, kan suggesties mailen naar redaciicitv .ids'alvas.vu.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's