Ad Valvas 2001-2002 - pagina 401
AD VALVAS 14 MAART 2002
PAGINA 5
Op de rand
OR wil meer aanzien verdienen
Christiaan Krouwels
Lijsttrekkers Dick Hermans, Janneke Eppinga en Kees van IVIontfort
Eind deze week ontvangen alle VU-medewerkers die langer dan een halfjaar in dienst zijn, een stembiljet voor de ondernemingsraadverkiezing. Ad Valvas legde de lijsttrekkers van de drie deelnemende vakbonden vier stellingen voor om de kiezer een handje te helpen bij de keuze. Wat vinden Janneke Eppinga (Abvakabo), Kees van Montfort (CFO) en Dick Hermans (CMHF-VAWO) van het VU-beleid? Dirk de Hoog Stelling 1: Het vu-bestuur is te zuinig. De financiële reserves zijn groot genoeg. Daarom moeten het college van bestuur en de faculteitsbesturen meer mensen aanstellen om iets aan de werkdruk te doen. Eppinga: "In het algemeen vind ik het bestuur niet te zuinig. Wel zijn er concrete knelpunten waar iets aan gedaan moet worden, bijvoorbeeld bij scw waar door de enorme toestroom van studenten echt meer personeel nodig is. Dat geldt ook voor sommige centrale diensten. Het college moet veel beter inventariseren waar de werkdruk echt een probleem is en daar dan ook werkelijk iets aan doen." Hermans: "Je moet alleen meer geld uitgeven als je ieder jaar structureel geld overhoudt. Ik weet niet of dat zo IS. Het heeft weinig zin meer mensen aan te stellen als je die twee, drie jaar later weer moet ontslaan wegens bezuinigingen. Werkdruk is niet alleen een kwestie van geld. Voor veel mensen aan de universiteit is hun werk ook hun hobby. Zij werken met plezier meer dan veertig uur. Werkdruk is pas een probleem als mensen niet tevreden zijn met hun werk. Als dat zo is, moet )e er iets aan doen, anders krijgen mensen last van stress en bum-out." Van Montfort: "De vu moet de komende jaren natuurlijk enorm veel geld uitgeven aan het onderhouden en vervangen van de gebouwen. In dat licht bezien is de financiële reserve niet absurd groot. Op een aantal terreinen is de vu wel te zuinig voor het personeel. Tal van functies zijn lager ingeschaald dan bij andere universiteiten. En het college moet meer geld uittrekken om vernieuwing mogelijk te maken zonder taakverzwaring voor individuele personeelsleden. De
invoering van de bachelor-masterstructuur kost gewoon extra menskracht, net als de fusie met Windesheim. Daar moet compensatie voor komen door, desnoods tijdelijk, extra mensen aan te stellen." Stelling 2: De fusie met Windesheim levert voor het personeel alleen meer werkdruk op. Daarom moet de fusie niet doorgaan. Van Montfort: "Dat de fusie voor veel mensen extra werkdruk oplevert Hjkt me duidelijk. Ik vraag me af of het college van bestuur zich dat voldoende realiseert. Om de samenwerking met Windesheim goed te laten verlopen, moet er extra geld komen. Voordat er sprake kan zijn van een volledige fusie, moeten dit soort zaken goed geregeld zijn, en dat is nog lang niet het geval. Voorlopig moeten mensen alleen op basis van vrijwilligheid in Zwolle werken. Ik ben niet tegen samenwerking met Windesheim en een fusie tussen de twee besturen lijkt me geen probleem. Aan een echte fusie van beide instellingen is de vu nog lang niet toe. Ik weet niet of zo'n volledige fusie wel nodig en wenselijk is." Eppinga: "Met een fusie tussen de besturen heb ik geen problemen, maar voor een volledige fusie tussen beide instellingen is het vee! te vroeg. De consequenties voor het personeel moeten veel duidelijker uitgezocht worden. We hebben slechte ervaringen met de fusie tussen de medische faculteit en het academisch ziekenhuis. Nog steeds zijn allerlei rechtspositionele gevolgen van die fusie niet opgelost. Zoiets willen we bij een eventuele fusie met Windesheim niet opnieuw meemaken. Neem er dus ruim de tijd voor." Hermans: "Een fusie met Windesheim lijkt me strategisch een goede
Verstandskiezen
zet, maar je moet niet overhaasten. Er komt over een paar maanden een nieuw kabinet en ik ben benieuwd wat de nieuwe minister van Onderwijs wil met onder meer de samenwerking tussen hbo en wo. We moeten nu geen stappen zetten die je over een jaar misschien weer terug moet draaien. En voorafgaand aan een eventuele fusie wil ik een degelijk accountantsonderzoek, zodat de vu geen onverwachte financiële risico's loopt." Stelling 3: De investering van anderhalf miljoen euro in de ontwikkeling van een digitale universiteit is weggegooid geld. Dat geld had beter besteed kunnen worden aan iCT-projecten binnen het vuonderwijs zelf. Hermans: "Universiteiten moeten experimenteren met en investeren in nieuwe vormen van onderwijs. Daar hoort iets als een digitale universiteit ook bij. Het risico van experimenteren is dat je op een gegeven moment concludeert dat het niet oplevert wat je ervan verwacht had. Dat hoort erbij. Ik weet niet wat dit uiteindelijk gaat opleveren. Wel dat een digitale universiteit nooit vervangend kan zijn voor het werkelijke contact tussen docent en student. Onderwijs is tenslotte ook, en misschien wel vooral, een sociaal proces dat nooit volledig via internet kan verlopen." Van Montfort: "De eerste presentaties van de plannen van de digitale universiteit vond ik veel te pretentieus. Het was toen echt de bedoeling bepaalde colleges helemaal via internet te gaan geven. N u zijn de plannen veel realistischer. Het gaat vooral om het ondersteunen van het reguliere onderwijs met iCT-toepassingen. Dat lijkt me een nuttige zaak." Eppinga: "In het begin had ik wel bedenkingen of je zoiets met andere universiteiten en hogescholen samen moet ontwikkelen. Maar dat is nu eenmaal een voorwaarde van de minister om subsidie te krijgen. Ik heb een aantal projecten gezien die daadwerkelijk in ontwikkeling zijn, en daar ben ik positief over. Momenteel heb ik weinig zicht op hoe het gaat, dus moeten we het college maar weer eens aan het jasje trekken. Voordat er opnieuw geld aan wordt uitgegeven, moet natuurlijk wel duidelijk zijn wat
het project concreet oplevert." Stelling 4: De ondernemingsraad is niet representatief en heeft weinig aanzien onder het personeel. Daarom moet de universiteitsraad terugkomen met eenderde van de zetels voor het wetenschappelijk personeel, eenderde voor het ondersteunend personeel en de rest voor studenten. Hermans: "De medezeggenschap is zeker na de invoering van de MUB onder de maat. Daar komen ook vanuit de faculteiten en diensten klachten over. Het verbeteren van de medezeggenschap is voor mij een van de belangrijkste onderwerpen voor de komende jaren. Mee kunnen praten over de inrichting van je werk is een voorwaarde om je prettig te voelen. Wat mij betreft komt de universiteitsraad niet terug. De ondernemingsraad hoeft ook geen exacte afspiegeling van het personeel te zijn, als men bij de besluitvorming maar met alle geledingen rekening houdt. Bij ons staan overigens voornamelijk wetenschappers op de lijst." Van Montfort: "Onze fractie is behoorlijk representatief. Op de lijst staan net zo veel wetenschappers als ondersteunend personeel en zelfs drie hoogleraren, hoewel niet op verkiesbare plaatsen. De ondernemingsraad moet meer bevoegdheden krijgen, waardoor hij ook echt zijn tanden kan laten zien. We moeten instemmingsrecht krijgen over de begroting, want dat is het belangrijkste beleidsinstrument van het college. Het is jammer dat de Abvakabo de afgelopen jaren zes van hun tien zetels niet heeft weten te bezetten. Dat verhoogt het aanzien van de raad natuurlijk niet."
Tot nu toe zal het weinig mensen opgevallen zijn dat er komende week verkiezingen zijn voor de centrale ondernemingsraad en de zogeheten onderdeelcommissies op de faculteiten. Nergens hangen affiches en voor de restaurants staan geen druk folderende activisten stemmen te werven voor de drie vakbondslijsten die om de 21 zetels van de universitaire ondernemingsraad strijden. Zelfs in het eigen huisorgaan van de ondernemingsraad, het Personeelskatem dat maandelijks als bijlage in Ad Valvas verschijnt, stond vorige week geen letter over de op handen zijnde verkiezingen. Blijkbaar was de opkomst in 1999 van dertig procent (tien procent minder dan de verkiezingen drie jaar daarvoor) geen reden om extra campagne te voeren. En dat terwijl men geen ingewijde hoeft te zijn om te weten dat de ondernemingsraad een flink imagoprobleem heeft. Er zijn nauwelijks medewerkers op de vu die drie namen kunnen noemen van huidige raadsleden, laat staan dat men zou weten welke standpunten de verschillende fracties innemen. Dat imagoprobleem is nog extra versterkt doordat de grootste fractie, die van de Abvakabo, na de vorige verkiezingen niet in staat bleek drie jaar lang tien raadsleden te leveren, terwijl er wel 28 namen op de kieslijst prijkten. Dat tussentijds mensen vertrekken door een andere baan of gezondheidsproblemen is nog voor te stellen, maar dat aan het einde van de rit zes van de tien zetels onbezet zijn, is ronduit een blamage voor de grootste vakbond aan de vu. Ook het feit dat de afgelopen jaren geen enkele hoogleraar in de OR zat, doet het imago van de raad geen goed. Deze keer staat er weer geen enkele professor op een verkiesbare plaats. Daarmee wordt duidelijk het signaal afgegeven dat men wel iets nuttigers heeft te doen dan in de OR mee te denken over het universitaire beleid. Wie wel eens de eer heeft gehad een vergadering van de raad bij te wonen, kan zich voorstellen dat het animo om m dat orgaan zitting te nemen niet bijster groot is. Een niet onaanzienlijk deel van de vergadertijd wordt besteed aan het vaststellen van de juiste tekst van de notulen zodat het nageslacht over twintig jaar precies kan teruglezen wat de diverse sprekers nu werkelijk gezegd hebben over pakweg de aanpassing van de koffieautomaten aan de invoering van de euro. Een tweede omvangrijk agendapunt is doorgaans het afvoeren van belangrijke onderwerpen omdat allerlei stukken om duistere redenen niet op tijd zijn aangekomen. En mocht uiteindelijk een werkelijk inhoudelijk punt aan de orde komen, dan blijkt menig raadslid de feiten niet voldoende te kermen of slechts wat algemeenheden te melden te hebben. Alom heerst binnen de universiteit onvrede over het functioneren van de medezeggenschap. Het is echter te simpel om met de beschuldigende vinger alleen maar naar het college van bestuur te wijzen. Zeker de ondernemingsraad moet het eigen functioneren kritisch onder de loep nemen. Het wordt tijd dat de melktandjes van de OR vervangen worden door heuse verstandskiezen. Of zijn we al te laat en moet de universitaire democratie voortaan met een kunstgebit door het leven? Dirk de Hoog
Eppinga: "Die zes vacatures zijn inderdaad een slechte zaak. Dit jaar hebben we met de mensen op verkiesbare plaatsen harde afspraken gemaakt dat ze ook echt in de raad gaan zitten, mocht dat nodig zijn. Wat mij betreft hoeft de universiteitsraad niet terug te komen. Wel moet de OR beter gaan functioneren, bijvoorbeeld doordat het college op tijd alle relevante informatie stuurt. N u kunnen we vaak geen standpunt formuleren omdat het college ons eenvoudigweg niet, of veel te laat, om een mening vraagt."
In Op de rand staan voon'allen in de marge van het universitaire nieuws. Wie vindt dat de redactie ergens aandacht aan moet besteden, kan suggesties mailen naar redactie(aadvalvas.vu.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's