Ad Valvas 2001-2002 - pagina 97
AD VALVAS 27 SEPTEMBER 2 0 0 1 I PAGINA 9
VUoprichter kon de grote problemen van zijn tijd niet oplossen
Abraham Kuyper was geen polderpremier Koningin Wilhelmina vond hem te dominant, zijn politieke tegenstanders haatten hem en sommige partijgenoten moesten er niet aan denken om met hem samen te werken. Toen VUoprichter en politicus Abraham Kuyper bijna hon derd jaar geleden zijn eerste kabinet erop had zitten, leken de verkiezingen maar om één thema te draaien: de contro versiële persoon Kuyper. Dat het poldermodel niet aan hem besteed was, blijkt weer eens uit drie onlangs verschenen boeken. Jan Buevink
I
Hen groter verschil dan tussen de tweede premier van de twintigste eeuw (A braham Kuyper) en de laatste (Kok) lijkt nauwelijks denkbaar. T o e n Kok enkele weken geleden zijn vertrek uit de vaderlandse politiek aankondig de, vond het hele land dat jammer. Journalisten van links tot rechts roem den hem als een kundig premier; een bruggenbouwer die de aloude kloof tussen socialisten en liberalen had weten te dichten. De antirevolutionaire politicus Kuyper was allesbehalve een bruggenbouwer. De filosofie van de liberalen, die decennialang de Nederlandse politiek hadden gedomineerd, vond hij ver werpelijk. De socialisten waren in zijn ogen zo mogelijk nog erger. De afkeer was wederzijds. Liberale Kamerleden enden de machtspoliticus Kuyper wel schieten nadat hij zijn eigen Vrije Universiteit meer rechten had gege ven. De socialisten haatten hem omdat hij na de spoorwegstaking van 1903 het stakingsrecht had ingeperkt. Kuyper was ook Koks tegenpool gezien de samenstelling van zijn kabi let. Kok leidde het eerste kabinet iinds 1918 zonder christendemocra ten. Kuyper startte in 1901 met louter hristelijke partijen (katholieken en Jrotestanten). Dat was in die tijd een edelijk nieuw verschijnsel. Het wan ouwen tegenover de katholieken zat liep bij de protestanten, zo laat histo icus Johan van Zuthem zien in zijn Jroefschrift Heelen en Halven, waarop lij eerder dit jaar aan de Katholieke Jniversiteit Nijmegen promoveerde. 3ok predikant A braham Kuyper, die overigens pas rond zijn dertigste van het vrijzinnige tot het ortodoxe prote yftantisme overging, was aanvankelijk e n papenhater. Wat de katholieken in ^ e Tachtigjarige Oorlog de protestan ten hadden aangedaan, zorgde bij hem nog steeds voor afkeer. Daar kwam hij openlijk voor uit. Welbewust liet hij het eerste nummer van het blad D e Standaard, dat al snel zijn spreekbuis zou worden, verschijnen op 1 april 1872. Toen herdacht Nederiand dat driehonderd jaar eer der de Spaanse h e n o g A lva Den Briel verloor. Een paar maanden later her dacht Kuyper in D e Standaard de loord op de Franse protestanten tij ens de beruchte Bartolomeüsnacht, eveneens drie eeuwen eerder. Van een toenadering zou wat hem betreft nooit sprake kurmen zijn. "Over een stroom van zoo kostelijk en zoo dierbaar bloed slaat zelfs de heugenis van een drietal eeuwen geen brug der gemeen schap."
i
i
25 Jaar later dacht Kuyper daar totaal anders over, zo toont Van Zuthem aan, die voor zijn onderzoek stapels Protestantschristelijke tijdschriften van 1872 tot 1925 doorploegde. Kuy Per was Nederiand op gaan delen in
ri.'^i
• p#
twee groepen: christelijken en paga nisten. Katholieken en protestanten behoorden samen tot dat eerste kamp, socialisten en liberalen tot het tweede. KujT^er was gaan inzien dat zijn idealen meer overeenkwamen met de katholie ken idealen dan met de liberale. Boven dien had hij de vele katholieke kiezers nodig om aan de macht te komen en een einde te maken aan de liberale overheersing van de landspolitiek. De 'nieuwe' Kuyper bagatelliseerde het gevaar van de katholieken en pleit te hen voor een groot deel vrij van hun historische schuld ten opzichte van het protestantse volksdeel.
^M
Wahnsinn Kuypers strategie wierp vruchten af Bij de verkiezingen van 1901 werd de ARP met een kwart van de zetels de grootste partij. Kuyper mocht een kabinet formeren. Maar eigenlijk was hij daar helemaal niet zo blij mee, zo schrijft Jan de Bruin in het jongste Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme. A ls hoogle raar aan de Vrije Universiteit, hoofd redacteur van D e Standaard en D e Heraut en lid van de Tweede Kamer verdiende hij jaarlijks zo'n 16.000 gul den. A ls minister zou hij het met een kwart minder moeten doen. Ook vreesde Kuyper dat er eigenlijk te weinig bestuurlijk talent in de prote stantschristelijke hoek was. Die vrees werd door hoge partijgenoten gedeeld. En wie wel ministeriabel was, voelde er vaak weinig voor om onder de lasti ge Kuyper te dienen. Kuypers forma tiepoging liep zelfs bijna vast toen hij geen geschikte protestant voor het ministerie van Binnenlandse Zaken kon vinden. T o e n hij een A msterdam se wethouder (zijn laatste hoop) de post aanbood, werd deze teruggeflo ten door zijn Poolse vrouw. "Kuyper ist ein Lügner", telegrafeerde ze hem van haar Zwitserse vakantieadres. "Die besten Manner laszen ihm im Stich und du milist dich dazu hergeben. Es ware ein Wahnsinn. Ich gehe unter die sen Umstanden nicht in D en Haag. " Kuyper restte niets anders dan zelf de portefeuille Binnenlandse Zaken te nemen. Wel maakte hij snel duidelijk dat hij meer was dan een gewone minister en promoveerde zichzelf in feite tot de eerste Nederlandse pre mier. T o t Kuypers aantreden in 1901 rouleerde het voorzitterschap van de ministerraad. ledere minister mocht drie maanden lang de vergaderingen leiden om daarna plaats te maken voor een ander. Kuyper maakt daar een einde aan. Kuyper had alle drie de grote thema's van het begin van de twintigste eeuw in zijn portefeuille: het christelijk onderwijs, het kiesrecht en de positie van de arbeiders. Hoewel hij de posi tie van 'zijn eigen' Vrije Universiteit wist te verbeteren (zie kader), was
Premier Kuyper en de VU 'wraham Kuyper heeft decennialang gevochten voor het 'Christelijk onderwijs. Dat was in Nederland wel toege daan, maar werd niet door de overheid gesubsidieerd. "i'n in 1878 de regering het onderwijs duurder maakte oor voorzieningen als klassenverkleining en hogere sala '''Sen voor onderwijzers, kregen de openbare scholen j'^tra geld. De bijzondere moesten alles uit eigen midde ^n betalen. Uit protest organiseerde Kuyper een volkspe 't'onnement waar honderdduizenden hun handtekening onder zetten. eerder had Kuyper zich verzet tegen het hogeronder >)'ibeleid dat ervoor zorgde dat het onderwijs op de zologische faculteiten minder dogmatisch werd. Voor hem Was dat de aanleiding om in 1880 de Vrije Universi teit op te richten: vrij van overheidsbemoeienis en kerk.
WÊ
^^Ë • 1
Jl7>.al!»:., mr'
m
m
^
^
^
^
^
^
'<*
7
r,..*^.,
f0^^^':V^ .^; 'WW^
Abraham Kuyper rond 1 9 0 7
Kuyper geen groot onderwijsminister, concludeert Peter Boekholt in het jaarboek. Hij bereikte weliswaar wat hij zich had voorgenomen, maar van een volledige gelijkstelling van bijzon der en openbaar onderwijs was bij zijn vertrek nog geen sprake. Een vergro ting van het aantal Nederlanders met kiesrecht (Kuyper wilde dat alle Nederlandse gezinshoofden stemrecht kregen) kwam niet van de grond. Sociale wetgeving bracht Kuyper nau welijks tot stand.
Potentaat Op één belangrijk p u n t was Kuyper duidelijk de mindere van Wim Kok, zo blijkt uit het boek D e Antirevolu
De vu had het aanvankelijk een stuk moeilijker dan de overige universiteiten. De overheid gaf geen geld en erkende de diploma's niet. Toen Kuyper premier werd, zat ook onderwijs in zijn portefeuille. Hij diende een wet in waarmee hij de finan ciering en de diplomaerkenning van de vu regelde. De liberale oppositie was fel tegen, maar kon in de Tweede Kamer weinig doen omdat ze in de minderheid was. In de Eerste Kamer lagen de verhoudingen echter omge keerd en Kuypers wetsvoorstel sneuvelde alsnog. A nders dan bij het tweede kabinetKok, dat de referendumwet niet door de Eerste Kamer kreeg (de 'Nacht van Wie gel'), betekende dit conflict niet het (tijdelijk) einde van het kabinet, maar het einde van de Eerste Kamer. Kuy per liet de volksvertegenwoordigers naar huis sturen. De daaropvolgende verkiezingen hielpen het kabinet weer aan een meerderheid en Kuyper wist zijn wet alsnog in het Staatsblad te krijgen. De liberalen waren razend.
tionaire Partij 18291980, dat deze maand gepresenteerd werd. Kuyper voelde absoluut niet aan wanneer het tijd werd om op te stappen. T o e n de kiezers zijn kabinet in 1905 de meer derheid in de Tweede Kamer afna men, was hij zo gedesillusioneerd dat hij tijdelijk de politiek verliet. Bijna een jaar reisde hij rond de Middel landse Zee. T e r u g in Nederland ondernam hij een nieuwe poging om aan de macht te komen. Hij leek het tij mee te hebben toen het liberale kabinet dat het zijne was opgevolgd voortijdig viel. Maar koningin Wil helmina zag Kuyper niet zitten. Ze vond hem een ijdele, eerzuchtige potentaat en verdacht hem ook nog eens van republikeinse sympathieën. T o e n er een nieuw kabinet gefor meerd moest worden, passeerde ze Kuyper en benaderde de antirevolu tionaire leider in de Tweede Kamer. Die leek aanvankelijk nog wel bereid om Kuyper een ministerpost te gun nen, maar Wilhelmina vond dat onaanvaardbaar. "Van alle kanten oordeelt men nu dat ik heb afgedaan", schrijft een teleurge stelde Kuyper dan aan een vertrouwe ling. "Dat hierin persoonlijk iets hards ligt, ontken ik niet. Na de wijze waar op ik in 1905 voor schelm ben wegge jaagd, had ik in stilte gehoopt op een rehabilitatie. Ik plaats hiervan krijg ik nu een duw temeer naar onderen." Als partijleider was Kuyper veel moei lijker weg te krijgen. De kritiek die Kok regelmatig kreeg omdat hij zich te weinig met zijn partij zou bemoei en, ging voor Kuyper absoluut niet
op. In de ongeveer honderd jaar dat de A ntirevolutionaire Partij bestond, was hij ruim 25 jaar voorzitter. Kuy per was de A RP, constateert George Harinck in het boek over de A RP. Maar de man die de partij in feite had opgericht en groot gemaakt (na de verkiezingen van 1901 had de A RP met een kwart van de Kamerzetels het beste resultaat aller tijden), werd een last. Door zijn dominantie kregen potentiële opvolgers niet de kans zich te ontwikkelen. Daardoor moest de ARP bij de verkiezingen van 1913 nog steeds terugvallen op 'lijstaanvoerder' Kuyper. Hij was inmiddels al 75 en had een jaar eerder het parlement ver laten omdat hij te doof werd. Pas in 1918 gaf Kuyper (81) de voorzitters hamer uit handen. Kleurrijk was Kuyper in ieder geval wel. Wie de recente boeken over hem leest, kan niet anders dan concluderen dat hij nog steeds in staat is om te fas cineren. Het is de vraag of dat Wim Kok tachtig jaar na zijn dood ook nog zal lukken. De Antirevolutionaire Partij 18291980. Onder redactie van George Hannck, Roel Kuiper en Peter Bak. Hilversum, Uitgeverij Verloren 2001, isbn 9065506640, ƒ 55,-. Het Kabmet-Kuyper (1901-1905). Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800, jaargang 9. Onder redactie van Dick Kuiper en Gemt Schutte. Meinema Zoetermeer, isbn 90-211-3837-9, ƒ 44,96. Heelen en Halven; orthodox-protestantse voormannen en het politiek anti-papisme in de periode 1872-1925. Johan van Zuthem, Uitgevenj Verloren 2001, isbn 90-6550-648-9. f 61,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's