Ad Valvas 2001-2002 - pagina 29
AD VALVAS 3 0 AUGUSTUS 2 0 0 1 PAGINA >
'Nederlandse Nobelprijs' voor VU-psycholoog Dorret Boomsma
In de genen van een tweeling Dinsdag wordt Dorret Boomsma nog net niet gek. Het is de dag voor de uitreiking van de Spinozaprijs. Onderzoeksorganisatie NWO heeft de hoogleraar psychologie weliswaar toegezegd dat het nieuws over de prijswinnaars onder embargo staat, maar ze wordt nu al overvallen door het mediacircus. Toch moet het vooral een aangename ervaring zijn om de 'Nederlandse Nobelprijs' te winnen, die behalve grote erkenning in de wetenschappelijke wereld ook nog eens 3,3 miljoen gulden oplevert. Yvette Ne en Dorret Boomsma (43), die haar wetenschappelijke carrière zevemien jaar geleden begon als onderzoeksassistent aan de vu, is hier sinds 1998 hoogleraar biologische psychologie. Ze heeft de Spinozaprijs gekregen voor wat gemakshalve ook wel het 'tweelingenonderzoek' genoemd wordt. Boomsma probeert te achterhalen in hoeverre verschillen in menselijk gedrag of menselijke eigenschappen genetisch bepaald zijn. Hoe komt het dat de ene persoon sneller depressief wordt dan de ander? Is dat een kwestie van erfelijke aanleg of komt dat door de omgeving waarin iemand leeft of is opgegroeid? Waarom krijgt de ene persoon sneller last van trombose dan de ander? Juist tweelingen vormen voor dit soort onderzoek een belangrijke bron. O m uit te vinden of gedrag of een afwijkmg is 'aangeleerd' of 'aangeboren', kunnen de gegevens van een-eiige tweelingen vergeleken worden met die van twee-eiige tweelingen. Een-eiige tweehngen lijken niet alleen op elkaar omdat zij broers of zussen zijn en meestal m hetzelfde gezin opgroeien, zij hebben ook nog eens precies eenzelfde DNA-structuur. Als zij meer overeenkomsten venonen in bepaald gedrag dan rwee-eiige tweelingen, is dat bijvoorbeeld een indicatie dat er erfelijke factoren in het spel zijn. Boomsma en haar medewerkers hebben de afgelopen vijftien jaar gegevens verzameld van zoveel mogelijk tweelingen in Nederland die bereid zijn om mee te werken aan wetenschappelijk onderzoek. Dat zijn er inmiddels meer dan 30.000. Daarmee behoon het bestand tot de grootste in de wereld. De tweelingen worden vanaf hun geboorte gevolgd. Ook familieleden krijgen lijsten opgestuurd met de meest uiteenlopende vragen. Op dit enorme bestand met gegevens kunnen allerlei statistische rekenmodellen worden losgelaten, die meer kunnen vertellen over erfelijke aanleg. Wat is er zo bijzonder aan uva onderzoek? "Wi) houden ons zowel bezig met de gedragsgenetica, die kijkt naar erfelijkheid van gedrag en igenschappen bij een 'gewone' reeks mensen, lis met de genetische epidemiologie, waarbij specifiek wordt gezocht naar de genetische oorzaken voor ziekten. Juist de combinatie van de twee terreinen is redelijk bijzonder. In de gewone psychiatrische genetica is men Itijd op zoek geweest naar de precieze genen die iet vóórkomen van een geestesziekte als depressie zouden verklaren. Dat was niet altijd even succesvol. Niet zelden heeft men gedacht dat nen de genen die verantwoordelijk zouden zijn oor een ziekte als depressie had gevonden en lat later weer moeten terugtrekken. Dat kwam nede omdat men weinig oog had voor het grijze gebied tussen wel of niet ziek zijn. Men kan aanleg hebben voor depressiviteit, zonder echt depressief te zijn. In ons onderzoek hebben we veel meer ruimte voor de subtielere verschillen tussen wel of niet ziek zijn. Dat levert meer resultaten op."
Zeer terecht Eco de G e u s , universitair hoofddocent van de afdeling biologisciie psychologie, die veel m e t B o o m s J^a samenwerkt: Het IS zeer terecht. Boomsma is een onljante onderzoeker, die zeer goed vooruit kan kijken. Ze is iemand met een langetermijnvisie. Prettig om mee samen te werken, omdat ze besluit op basis van rationele argumenten en je «aar ook altijd kunt overtuigen als je fflaar met goede argumenten komt. ar grootste verdienste op wetenschappelijk gebied is de koppeling Van de genetica aan menselijke eigenfchappen op verschillende niveaus, Di)voorbeeld het onderzoek of depres^'es en hart- en vaatziekten een gemeenschappelijke genetische ach-
De lijst van de onderzoeken die verricht zijn met het tweelingenbestand is erg gevarieerd. Zo is er gekeken naar mogelijke erfelijke aanleg voor roken, alcoholgebruik, linkshandigheid, hyperactiviteit of depressie. Waar liggen voor u de grenzen van de onderzoeksmogelijkheden? (Lacht) "Er zijn inderdaad oneindig veel mogelijkheden. Wij hebben ons toegelegd op drie soorten onderzoek. Zo is daar het onderzoeksgebied waarvoor we destijds het bestand zijn gaan aanleggen, namelijk het onderzoek naar de invloed van stress en van erfelijke factoren op het ontstaan van hart- en vaatziekten. We kijken naar niet alleen naar de bekende factoren, zoals hoge bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte, maar ook of risicovol gedrag, zoals roken of weinig bewegen, erfelijk bepaald is, en wat de invloed van stress daar dan weer op is. Dan is er het onderzoek naar de werking van de hersenen en het geheugen. In hoeverre is bijvoorbeeld intelligentie genetisch bepaald? En een derde gebied is de psychopathologie (de ziekteleer van psychische aandoeningen, YN) bij kinderen en volwassenen. Van jonge kinderen willen we weten in hoeverre gedrags- en emotionele problemen erfelijk zijn. Bij volwassenen wordt gezocht naar genen die betrokken zijn bij angsten en depressies, en bij nicotineverslaving." Wat zijn de opvallendste uitkomsten van de onderzoeken? "We hebben bijvoorbeeld ontdekt dat sommig gedrag dat de kans op hart- en vaatziekten vergroot, net zo goed erfelijk bepaald is als 'klassieke' factoren zoals een hoge bloeddruk of cholesterol. Dus hoeveel sigaretten iemand rookt die verslaafd is, wordt voor een groot deel bepaald door de genen. Ook kwamen we erachter dat gedragsproblemen bij kinderen van drie jaar vooral erfelijk bepaald zijn, maar dat de invloed die de omgeving uitoefent op de ontwikkeling van kinderen groter wordt naarmate ze ouder worden. Bij de intellectuele ontwikkeling van kinderen zie je precies een omgekeerde beweging. Hierbij blijkt dat de omgeving een grote invloed kan uitoefenen op het intellect als de kinderen jong zijn, maar dat naarmate iemand ouder wordt, toch vooral de erfelijke factor het IQ bepaalt." Waarom bent u zo gefascineerd door dit onderzoek? "Ik vind vooral de combinatie van de wiskundige statistiek met de biologie erg aantrekkelijk. Het toepassen van statistische modellen op onderzoek naar gedrag en hierbij gebruik maken van de genetica, heb ik vanaf het eerste college dat ik hierover volgde toen ik nog in de vs studeerde, een geweldig vak gevonden." Bent u een gedreven onderzoeker? "Ik kan alleen maar antwoorden dat ik wat ik doe heel erg leuk vind. En dat ik het leuk vind om anderen in mijn vak op te leiden. Natuurlijk gaat er veel van mijn tijd zinen in mijn werk. Ik heb veel extra werkzaamheden naast het onder-
tergrond hebben. Omdat er steeds meer van het menselijk genoom bekend wordt, zal dit de komende jaren een zeer interessant onderzoeksterrein blijven." (WV)
Trotse vader Emeritus hoogleraar Ko Orlebeke, bij wie B o o m s m a promoveerde: "Het is zonder meer terecht dat Dorret Boomsma de Spinozaprijs krijgt. Ik was betrokken bi) de aanvraag en ik heb weken lang mijn vingers gekruist gehouden voor haar. Ik voel me net een trotse vader! Ik herinner me haar nog als studente. Ze wilde per se een master's halen in de gedragsgenctica in de VS. Nederland was m die tijd een burgerlijk flutlandje op het gebied van het erfe-
Dorret Boomsma: 'Drie miljoen is veel, maar het is ook zó op'
zoek, bestuurlijke en redactionele taken. Het onderzoek wordt grotendeels extern gefinancierd en het kost veel tijd om subsidies aan te vragen. Ik hoop dat ik met deze prijs iets meer toekom aan het echte onderzoek." Wat gaat u met het geld doen? "Ik heb zoveel plannen! In ieder geval wil ik het tweelingenregister uitbreiden tot een tweelmgfamilieregister, waarbij ook gegevens van de ouders, broers en zussen en kinderen goed geregistreerd worden. Daarvoor zal vooral een goede infrastructuur op poten gezet moeten worden. Want wat zeker vermeld mag worden, is dat ondersteuning van het register nu voor een deel gebeurt door vrijwilligers. Moeders van tweelin-
lijkheidsonderzoek. De affaire Buikhuizen (de Leidse psychiater en criminoloog die ruim tien jaar geleden stelde dat de aanleg voor misdadig gedrag genetisch was bepaald, WV) lag nog vers in het geheugen. Er waren veel taboes en het vakgebied kreeg weinig aandacht. Toch had Boomsma haar zinnen gezet op erfelijkheidsonderzoek. Boomsma is een sterk mathematisch en biologisch gerichte onderzoeker. Ze behoon tot de wereldtop op het vakgebied van de tweelingstatistiek. Haar kracht is dat ze altijd onmiddellijk de reikwijdte van onderzoeksresultaten ziet. Zij heeft het overzicht om de wetenschappelijke problemen van de toekomst te zien en daarop aan te sturen. Het geld van de Spinozaprijs is zeer welkom, want hoewel Boomsma
Anje Kirsch
gen komen een dag in de week helpen om het adressenbestand bij te werken. Ik zou graag de banden aanhalen met de wiskunde en de informatica. En willen inspelen op de verdere ontwikkeling van de neurogenetica hier op de vu. Deze tak meehelpen met het opzetten van nieuwe laboratoria voor genetisch moleculair onderzoek. We weten nu bijvoorbeeld dat depressie bij de Nederlanders voor een belangrijk deel erfelijk is. Dan kunnen we op zoek gaan naar de precieze genen die hierbij een rol spelen. Ook wil ik graag meer student-assistentschappen, zodat goede studenten de kans krijgen om kennis te maken met onderzoek doen. Drie miljoen is veel, maar het is ook zó op!"
wetenschappelijk gezien veel succes heeft, krijgt ze weinig ondersteunmg vanuit de imiversiteit. Slechts twee van haar vijftien medewerkers worden door de vu betaald. De universiteit redeneert een beetje 'wie een grote derde geldstroom binnenhaalt, heeft weinig geld van ons nodig', maar dat legt een zware druk op Boomsma. En ook binnen de faculteit krijgt haar onderzoek niet de prioriteit die het verdient: zo heeft Boomsma's onderzoeksgroep de grootste moeite om een masteropleiding te krijgen, terwijl het wel het succesvolste onderzoek is van de hele faculteit." (WV)
Snelle denker Frank Verhidst, hoogleraar kinderen jeugdpsychiatrie aan de Eras-
m u s Universiteit en werkzaam in het Sophia Kinderziekenhuis: "Fantastisch, de prijs komt haar volledig toe! Zij heeft zoveel potentieel. Dorret behoort zeker tot de wereldtop van haar vakgebied. Zelf doe ik al sinds 1989 met haar onderzoek naar de genetische oorzaken van probleemgedrag bij kinderen. Zij is een expert in het meten en doen van bevolkingsonderzoek. Dorret is een harde werker, die kan doorzetten, en naast al haar dagelijkse zorgen om geld en mensen te vinden voor haar onderzoek, ruimte overhoudt om nieuwe methoden te ontwikkelen, bij te blijven en kennis over te dragen. Ze is slim en vaak zó snel in haar denken dat mensen om haar heen haar niet bij kunnen houden. Bovenal is ze een plezierig persoon om mee samen te werken." (YN)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's