Ad Valvas 2001-2002 - pagina 220
Geduld helpt Marokkaanse gezinnen uit problemen In Gouda w e r k e n sinds 1 9 8 7 h u l p v e r l e n e r s van Het Woonhuis nauw samen met de M a r o k k a a n s e moskee o m p r o b l e m e n in gezinnen op te lossen. De Wetenschapsw i n k e l hielp de in de praktijk o n t w i k k e l d e a a n p a k systematisch op papier te z e t t e n , zodat anderen er g e b r u i k van k u n n e n m a k e n . "Ik leef overal tussen In en ben in mezelf verdwaald", declameerde een Jonge Marokkaanse vrouw uit een zelfgeschreven gedicht. Ze las voor op een symposium over een bijzondere vorm van hulpverlening aan Marokkaanse gezinnen in Gouda. De bijeenkomst was belegd ter gelegenheid van het verschijnen van het rapport Ceduld doorboort marmer, dat Marga Beukers voor de Wetenschapswinkel schreef. Daarin staat de methode van Intensieve Begeleiding aan Allochtone Gezinnen uitvoerig beschreven. De methodiek is namelijk met vallen en opstaan in de praktijk ontstaan en niet uit allerlei leerboekjes bedacht. Dit rapport wil de opgedane ervaringen bruikbaar maken voor andere hulpverleners. Het bijzondere aan de Goudse aanpak is dat de hulpverleners van Stichting Het Woonhuis al vanaf 1 987 nauw samenwerken met het bestuur van de Moskee Nour in Gouda. Daar organiseren mensen van Het Woonhuis huiswerkklassen en algemene spreekuren voor bijvoorbeeld het
AVC YVONNE COMPIER
'In de Marokkaanse cultuur zijn juist de gezinsverbanden erg belangrijk.' invullen van belastingformulieren. Daardoor zijn de hulpverleners al bekend bij de Marokkaanse gezinnen voordat er aan daadwerkelijke problemen moet worden gewerkt. "Het winnen van vertrouwen is een van de belangrijkste aspecten van de aanpak van Het Woonhuis", legde de schrijfster van het rapport uit. Voor het winnen van dat vertrouwen is tijd
nodig en geduld. Een tweede belangrijk aspect van de Woonhuisbenadering is dat de hulpverlener een tijdlang min of meer onderdeel van het gezin uitmaakt en met alle gezinsleden contact onderhoudt. "In de Nederlandse hulpverlening staat vaak het individu voorop. In de Marokkaanse cultuur zijn juist de gezins- en familieverbanden erg
belangrijk. Je moet met elkaar een oplossing voor de problemen vinden", aldus Beukers. Het winnen van het vertrouwen van het hele gezin is volgens hulpverleenster Zineb Bouchama inderdaad heel belangrijk. "In Marokko probeert men binnen de familie zelf eventuele problemen op te lossen. Bijvoorbeeld door een kind een poosje bij een oom of tante laten wonen. In Nederland is dat moeilijker te regelen. Marokkaanse gezinnen zullen niet snel de vuile was buiten hangen. Dus ze zullen pas bij een hulpverlener te rade gaan als ze die vertrouwen en als een van hen beschouwen." De contacten met de hulpverleners ontstaan vaak door praktische vragen, bijvoorbeeld over huurschuld of problemen op school. Pas langzaam komen de achterliggende gezinsproblemen ter sprake. Volgens Bouchama bestaan onder Marokkaanse gezinnen relatief veel problemen. Dit komt volgens haar doordat de gezinnen vaak groot zijn en de ouders, zeker die van de eerste generatie, te weinig sociale vaardigheden hebben om zich goed in de Nederlandse samenleving te redden. Doordoor ontstaan regelmatig conflicten tussen ouders en de opgroeiende kinderen. Zo vertelde hulpverleenster Hielkje Dijk over een Marokkaans meisje dat van huis was weggelopen, wat voor de ouders natuurlijk een groot probleem, maar ook een schande was. Op dat moment bleek hoe belangrijk de samenwer-
king met de Moskee is. Samen met de voorzitter van het moskeebestuur wist ze het meisje over te halen weer contact met haar ouders te zoeken. Tegelijk wist de voorzitter van de moskee de ouders ervan te overtuigen dat het voor iedereen beter was dat het meisje een tijdje door de hulpverleners onderdak werd geboden. Omdat de zegen van de mos kee op dit besluit rustte, konden de ouders zonder gezichtsverlies ermee instemmen. De Goudse methode is tot nu toe redelijk succesvol. Maar nadelen zitten er ook aan. Zo is de betrokkenheid van de hulpverleners wel heel erg groot. Soms is ook professionele distantie nodig. Als een vader vanwege een drugs- of drankprobleem de kinderen slaat, moet de veiligheid van het kind voorop staan, en niet koste wat het kost de eenheid in het gezin, stelde maatschappelijk werker Ahmed El Haddaoui. Maar uit de discussie met de zaal bleek dat de problemen vooral voortkomen uit de bureaucratie van de Nederlandse hulpverlening. "We passen in geen enkel hokje, dus moeten we telkens voor onze subsidie en ons voortbestaan vechten," verzucht te een medewerker van Het Woonhuis. Door de invoering van een nieuwe wet dreigt het hele experiment in gevaar te komen, ondanks dat iedereen het succes van de aanpak onderstreept. Hopelijk doorboort geduld ook de bureaucratie.
Voorlichting brandweer staat nog in de kinderschoenen i^eel mensen denken bij de brandweer alleen aan het blussen waLti branden. Maar de brandweer doet veel meer. O m alle aspecten voor het voetlicht te brengen, moet de brandweer actiever aan communicatie en voorlichting doen, vindt Paul Frijters. Maar de meeste regiokorpsen hebben daar tot op heden nog geen f o r m e e l vastgesteld beleid voor o n t w i k k e l d .
Het gedrag van veel brandweerkorpsen is te intern gericht. "De brandweer lijkt vaak op een bunker. Als er brand uitbreekt rukken ze uit om te blussen en daarna gaan ze weer de bunker in. Ze maken nauwelijks zichtbaar wat ze verder allemaal doen", zegt Paul Frijters. Hij is preventiemedewerker bij de brandweer van de gemeente Noordwijk. Tijdens zijn opleiding aan het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding (Nibra) deed hij een onderzoek naar het bestaan van communicatieplannen bij de 37 brandweerregio's die Nederland kent. Wat hij al verwachtte, bleek te kloppen. Slechts enkele brandweerregio's hebben een formeel vastgesteld communicatiebeleid en getrainde voorlichters in dienst. Frijters vindt dat de brandweerkorpsen meer aan voorlichting moeten doen. "Mensen betalen belasting voor de brandweer. Dan willen ze ook weten wat er met die centjes gebeurt. Dat moetje laten zien." Frijters wijst erop dat bijvoorbeeld de politie, 3Vo en het openbaar ministerie de laatste jaren veel meer aan voorlichting en public relations doen. Niet zonder succes. "Zij komen regelmatig in beeld en aan het woord in de media. Iedereen kende de Amsterdamse politiewoordvoerder Klaas Wilting. Maar wie kent er nu een brandweerman bij naam en van gezicht? Niemand toch?" Zo zou de brandweer meer duidelijk moeten maken dat ze met alleen
branden blussen. Ze werken ook mee met het ontwerpen van nieuwe woonwijken en het geven voorlichting over brandpreventie o.a. bij diverse evenementen. De brandweer moet ook in staat zijn bij calamiteiten goed met de pers om te gaan. "Bij een grote brand is het vaak de politie die uitleg geeft wat er aan de hand is. In veel gevallen zou de brandweer dat zelf moeten doen. Maar dan moeten er wel opgeleide en getrainde voorlichters bij het korps werken", aldus Frijters. "Nu allerlei camerateams meelopen vanwege de opkomst van de reo/Zt/televisie werkt de brandweer steeds meer in een glazen hokje bij brandbestrijding. Daar is niks mis mee, maar brandweermensen moeten tijdens de opleiding wel getraind worden om daar mee om te gaan. En dat gebeurt nu nog niet of nauwelijks." Frijters vindt niet dat elk plaatselijk korps een eigen afdeling voor voorlichting en communicatie moet hebben. Daar zijn juist de regionale verbanden goed voor geschikt. Als die een professionele voorlichtingsafdeling hebben, kunnen die met maatwerk de plaatselijke brandweermensen ondersteunen. Frijters schreef zijn scriptie op eigen initiatief helemaal zelf. Maar hij wil wel graag iets met de resultaten doen en meer handvatten bieden voor het op poten zetten van een communicatiebeleid. Daarom stapte hij naar de Wetenschapswinkel met de vraag of er studenten waren die zich verder in
het onderwerp wilden verdiepen. Studente beleid, communicatie en organisatie Marjon de Vries pakte de uitdaging op en probeerde meer zicht te krijgen op de vraag waarom brandweerkorpsen zo weinig aan communicatie doen en hoe ze de voorlichting zouden kunnen verbeteren. "In veel gevallen komt de communicatie nu pas op gang na afloop van incidenten en rampen. Met het vastleggen van het communicatiebeleid kan dit worden voorkomen", is één van haar conclusies. Zij constateert ook dat de brandweer in een turbulente omgeving opereert, zodat plannen wel flexibel moeten zijn. Maar juist in onverwachte situaties werkt het heel goed als er vaste draaiboeken bestaan waarin staat hoe met communicatie en voorlichting moet worden omgegaan. Dat kan voorkomen dat er tegenstrijdige informatie naar buiten komt, of in alle chaos informatie verdwijnt. Frijters ziet de twee scripties als een eerste aanzet tot meer aandacht voor communicatie bij de brandweer. "Na de rampen in Enschede en Volendam heeft het imago van de brandweer een knauw gekregen. Daar willen veel corpsen wat aan doen. Dus de belangstelling voor communicatieplanning is sterk toegenomen." Uit reacties die Frijters heeft gekregen op de door hem uitgevoerde enquête heeft hij kunnen vaststellen dat een groot aantal regio's interesse hebben in een beleidsmatig opgezet communicatieplan. Daarnaast zijn er regio's die proefkonijn willen zijn voor het opzetten van een voorlichtingsbeleid. Misschien kan de Wetenschapswinkel daar weer een rol bij spelen door bijvoorbeeld een model voor een communicatiebeleid te maken en te kijken hoe dat in de praktijk werkt", suggereert Frijters.
Paul Frijters: "De brandweer moet actiever aan communicatie en voorlichting doen"
AVC YVONNE COMPIER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's