Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 79

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 79

4 minuten leestijd

PERSONEELS PAGINA 3

'Halfslachtige wetenschap' in het nadeel van de universiteit

Het Aspasia­programma ­ druppel op een gloeiende plaat of stap in de goede richting? ^an de Nederlandse universiteiten stu­ deren evenveel vrouwen als mannen af, en het wetenschappelijk talent is eerlijk onder hen verdeeld. Een mooie basis voor een evenwichtige opbouw van het wetenschappelijk personeel, zou je zeg­ gen. De realiteit is echter anders. Het Aspasia*­programma probeert hier ver­ andering in te brengen. Het percentage vrouwen in weten­ schappelijke functies loopt terug naar­ mate hun positie hoger wordt. Deze tendens is in heel Europa zichtbaar, maar wat aantallen betreft bevinden de Nederlandse universiteiten zich in de achterhoede. Naar de reden hiervoor zijn de laatste tijd diverse onderzoeken gedaan. Uit deze onderzoeken blijkt met alleen dat de situatie zich niet van­ zelf op zal lossen, maar bovendien dat de universiteiten zich in de nabije toe­ komst flink in de vingers zullen snijden als ze nu geen actie ondernemen. De huidige situatie is namelijk niet alleen slecht voor vrouwen, maar ook voor de universiteit zelf, concludeert de Adviesraad voor het Wetenschaps­ en Technologiebeleid in het onderzoek Halfslachtige wetenschap (2000). Een grotere diversiteit van de wetenschap­ pelijke staf zou volgens dit onderzoek bijdragen aan de kwaliteit van de wetenschap. Een bijkomend probleem IS het forse tekort aan wetenschappelijk personeel dat in de nabije toekomst, bij het naderende vertrek van de oude garde hoogleraren en universitair hoofddocenten (uhd's) zal ontstaan. Als de universiteiten nu niets doen om vrouwelijk toptalent aan zich te binden, zullen zij In de toekomst genoegen moeten nemen met relatief minder goede wetenschappers en daarmee doen zij zichzelf tekort. Het Aspasia­programma dat in oktober 1999 door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is ingesteld, voorziet in de behoefte talentvolle vrouwen te binden

GEWOON BIJZONDER

ustratie Len Munnik

aan de universiteit. Zij maakt het moge­ lijk dat vrouwelijke universitair docen­ ten (ud's) een tijdelijke aanstelling krij­ gen als uhd. Het NWO, dat de aanvra­ gen beoordeelt, financiert de bij het onderzoek noodzakelijke postdoc. De universiteit verplicht zich door het steu­ nen van het voorstel om het inkomens­ verschil, gedurende de vijfjaar dat de subsidie van het Aspasia­programma loopt, aan te vullen. De VU betaalt dit uit het VU­Stimuleringsfonds. Daarna worden de faculteiten geacht de aan­ stelling voort te zetten. Het College van Bestuur van de Vü ver­ leende eind 1999 haar steun aan veer­ tien aanvragen voor de eerste ronde van Aspasia. Daarvan werd er één daadwerkelijk ingewilligd. Vijf andere voorstellen noemde het NWO 'subsidia­ bel', waarmee ze de VU vroeg om zelf zorg te dragen voor de realisatie ervan. Jan Thomas Cremer, beleidsmedewer­ ker Personeel en Organisatie, noemt

deze score 'redelijk'. "Het is onrealis­ tisch om te denken dat de situatie van de ene op de andere dag veranderd kan worden. Het Aspasia­programma is slechts een bijdrage in het wegwerken van de achterstand. De VU probeert zoveel mogelijk mee te doen aan stimu­ leringsprogramma's die de positie van vrouwen moeten bevorderen." Zo mag het VU­Stimuleringsfonds ook gebruikt worden voor het vroegtijdig bevorderen van vrouwelijke ud's tot uhd en van uhd's tot hoogleraar in een zogenaamde 'dakpanconstructie'. Dat wil zeggen dat de bevordering alvast plaatsvindt met het oog op een vacatu­ re die binnen een aantal jaar vrij zal komen. Toch blijft het de vraag of dit soort maatregelen ook voldoende helpt. Het rapport Talent voor de toekomst dat in 2000 in opdracht van OCenW gemaakt werd, spreekt in verband met Aspasia van 'een druppel op een gloeiende

D.ii i\ ilo Vil .lis wfili(H­vfr v o o r nuMiuj im'dewcilviM o p do C d i i p u s . Do Icini in'ivooii l)i|/oii>i>­i' vciivijsl hiiiiioii <lo Vil n.i.tl <lc ilii istolijkc will u­K, iii.i.ii <i<ili ïii ,<l<|oiiifiio /lil kan het wcrUeii Aatx (Ie Vtij(< Uiiivfi siii­u ei'ii s|H­.i,ilf ()flit>ui'teiii» zijn. Ecu s e r i e o v e r g e w o o n lnj/ondtsie persom­olsUHli'ii.

De rimboe in voor uitstervende woorden Gedurende het onderwijsgedeelte van zijn takenpakket doceert Leo Wetzels f rans, maar tijdens het onderzoek lapt hij uit een ander vat. Deze zomer reisde hij per terreinwagen door Brazilië, op zoek naar variatie in Indianentalen. "Ik ken eigenlijk geen collega's bij wie het onderwijs in onderzoek zo ver uit elkaar gegroeid zijn. Toch zou ik het niet anders willen", aldus Wetzels. Een bal kan raar rollen, juist in de wetenschap. Nadat hij een aantal malen door de universiteit van Sao Paulo (UNICAMP) was uitgenodigd om een gastcollege theoretische taal­ kunde te geven, was in Brazilië zijn naam als specialist gevestigd. In '990 en 1991 werd hij benaderd door het Museu Nacional, een insti­ tuut voor 'tropische wetenschappen', waaronder taalkundige antropologie valt. Op die manier kwam hij in con­ tact met de inheemse talen van Zuid­ ^nierika, die hem sindsdien boeien. gelopen zomer is Wetzels gestart "iM een groot onderzoek naar de talen die door Nambikwara worden 9esproken. De Nambikwara zijn een '"dianenvolk, dat leeft in het noord­

westen van Brazilië. Er leven nog ongeveer 1.180 Nambikwara, taal­ kundig verdeeld in dertien talen. "We onderscheiden op basis van antropologisch onderzoek tenminste drie taalgroepen. Deze zomer ben ik tot de conclusie gekomen, dat de dialecten binnen die afzonderlijke groepen zo afwijkend zijn, dat we die driedeling misschien moeten her­ zien", zo legt Wetzels uit. Het onderzoek komt net op tijd. Onderzoek naar inheemse talen wordt door Brazilianen al langer uit­ gevoerd, maar Wetzels' aanpak is pragmatischer: hij richt zich met zijn team vooral op bedreigde talen. "Talen sterven in een moordend tempo uit. Het heeft iets wrangs: als de reuzenpanda het loodje legt, staat de wereld op z'n kop, maar als een volk verdwijnt lijkt niemand erom te malen." Binnen de Nambikwaratalen is met het oog op het uitsterven van talen gekozen voor representanten van de tot nu toe onderscheiden drie groe­ pen. De bestudeerde talen zijn het Latundê, het Sararé en het Sabanê. Het aantal native speakers bedraagt respectievelijk 20, 81 en 15. Gebaseerd op deze studies wil de

vierde onderzoeker een soort proto­ Nambikwara samenstellen, een

plaat'. Ondanks het feit dat het NWO het Aspasia­budget al tijdens de eerste ronde verdubbelde, bedroeg het aantal voorstellen dat ingewilligd kon worden slechts dertig. De tweede en laatste ronde, die in januari 2002 van start zal gaan, zal het aantal extra vrouwelijke uhd's vergroten tot zestig. Of deze zestig uhd's daadwerkelijk extra zijn, betwijfelt Heidi Dahles, de enige uhd aan de VU wiens voorstel in de eerste ronde van Aspasia werd gehonoreerd. De cultureel antropologe aan de afdeling Cultuur, organisatie en management van de faculteit der Sociaal Culturele Wetenschappen, haalt haar schouders op over de betekenis van het Aspasia­programma voor haar eigen benoeming. "Als deze mogelijk­ heid er niet was geweest, had ik die uhd­plaats wel op een andere manier gekregen. Daarover had ik met mijn afdeling al afspraken gemaakt." "Ik denk dat het NWO niet alleen geke­ ken heeft naar mijn onderzoeksvoor­ stel, dat slechts drie A4'tjes mocht bedragen, maar vooral naar mijn cv en publicatielijst. Ik was gewoon gekwali­ ficeerd voor een uhd­aanstelling, en ik denk dat dat bij alle Aspasia­aanstel­ lingen eigenlijk het geval was." Dahles denkt wel dat Aspasia een sti­ mulans kan zijn in de trage besluitvor­ mingsprocessen over het emancipatie­ beleid aan wetenschappelijke instellin­ gen. Zij is van mening dat emancipatie­ beleid er moet zijn, maar dat vrouwen niet mogen worden voorgetrokken bij sollicitaties. Ook de aio en postdoc die Dahles binnenkort in het kader van haar eigen project aan mag nemen, zullen niet zonder meer vrouwen zijn. "Als een vrouw ergens wordt aange­ steld, moet dat zijn omdat ze op dat moment de beste is." (EvdP)

KATERN

Dubbel­ zijdig kopiëren wordt standaard De nieuwe kopieerapparaten van Ricoh zijn in september standaard ingesteld op dubbel­ zijdig kopieren, of dit gebeurt de komende weken. Wie énkel­ zijdig wil kopieren, moet bewust op een knop drukken. Bij de keuze van de nieuwe machines is uitgegaan van een dubbelzijdige standaardinstel­ ling. Bij de aflevering van de apparaten is echter gekozen voor een enkelzijdige stan­ daard, omdat het wisselen tus­ sen dubbel­ en enkelzijdig omslachtig leek. In de praktijk blijkt er toch slechts één knop voor nodig te zijn. Welke knop dit is, hangt af van het type kopieerapparaat. Standaard dubbelzijdig kopiëren levert een milieubesparing van naar schatting duizend bomen per jaar bij dertig procent minder papierverbruik. Naast de machines hangen instructie­ platen op A3­formaat en hierop wordt onder meer vermeld hoe enkelzijdig kopiëren moet worden ingesteld. (RR)

Het volgende Personeelskatern verschijnt op

* De naam van het programma Aspasia is ontleend aan de retorica die in de vijfde eeuw voor Christus, ten tijde van Pericles, Plato en Socrates, in Athene grote invloed uitoefende op het intellectuele en politieke debat.

Nambikwara­oertaal. De vijfde ten slotte is een antropoloog. Hij bestu­ deert de relatie tussen het verdwij­ nen van talen en het opgeven van de eigen cultuur. "Van de Sabanê­ sprekers zijn er maar twee, die hun taal dagelijks gebruiken. De anderen drukken zich uit in een belabberd soort Portugees." Verwesterlijking gebeurt soms onder dwang, maar vaker verruilen zij hun vrijheid vrij­ willig voor westerse levensmiddelen of voorwerpen. "Ik had een nogal romantisch idee van Indianen. Alsof zij in volledige harmonie met de natuur zouden leven. Daar ben ik sterk aan gaan twijfelen. Met een pijl en boog is jagen een delicate bezig­ heid. Natuurlijk schiet je dan op een volwassen varken. Dat is trager en een groter doelwit om te raken. Maar nu jagen de meesten met een geweer en schieten zij op de jonge biggen. Dat vlees is lekkerder, maar het leidt wel tot overbejaging." De 'harmonie' bestaat dus niet zozeer op basis van een overtuiging, maar eerder door hun beperkte technologi­ sche middelen.

Amunhajnlahsiawtan

Leo Wetzels maakte opnamen van verschillende Nambikwaratalen om de diversiteit in de taal te kunnen vastleggen, (eigen foto)

JAARGANG 9 NR. I

Taalkundig vindt Wetzels zijn onder­ zoek heel boeiend. De talen zijn wel omschreven als 'A system at which the mind boggles'. Met recht. Om te beginnen is de morfologie (woord­ vorm) veel ingewikkelder dan het Nederlands. In onze taal is de volgor­ de van woorden essentieel voor de betekenis. In Nambikwaratalen is het woord het uitgangspunt. Door aller­ lei onderdelen ­'partikels' genoemd­

18 oktober 2001

aan het woord te plakken, krijgt het woord de betekenis van een zin. Een voorbeeld uit het Latundê: 'Amunhajnlahsiawtan'. Het hoofd­ woord in deze is hajn, wat zoveel betekent als zingen. De andere let­ tergrepen zijn aangehangen parti­ kels. De complexiteit ontstaat ener­ zijds, omdat de Nambikwara een aantal verplichte partikels kennen, die ons vreemd zijn. 'Siaw' is het zogenoemde 'evidentialiteitspartikel', waarin de spreker aangeeft hoe hij aan zijn informatie komt. In dit geval is het 'van horen zeggen'. De uitspraak maakt de talen ook ingewikkeld. In de Nambikwaratalen is de toonhoogte van belang voor de betekenis. Wetzels: "Wij vermoeden dat Nambikwara een pitchaccenttaal is. Hierbij wordt de beklemtoonde lettergreep in toon verhoogd." Latundê maakt bovendien onder­ scheid door middel van 'creaky voice', een kraakstemuitspraak. Het partikel 'Lah' in het voorbeeld is creaky en veroorzaakt daardoor een hoge toon. Het voorbeeldzinnetje kan verder worden vertaald: A?(Heel)­mun(mooi)­ hajn(zingen)­lahsiaw(het schijnt dat)­ tan(heeft staan). Omdat Latundê­zin­ nen standaard in de derde persoon enkelvoud staan wordt het dan: 'Het schijnt dat zij heel mooi heeft staan zingen'. Het onderzoek moet in 2003 worden afgerond. (RR) Is de VU, of uw werk aan de VU, ook 'gewoon bijzonder' en wilt u dat delen met de medewerkers van de VU, mail dan naar rrector@dienst.vu.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's

Ad Valvas 2001-2002 - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001

Ad Valvas | 596 Pagina's