Ad Valvas 2001-2002 - pagina 492
AD VALVAS 13 MEI 2002
PAGINA 8
Tophistoricus ontmaskert protestanten als verre van nuchter
Liever lastige vragen dan goedkope antwoorden
Christiaan Krouwels
up dit landweggetje tussen Putten en Nijkerk zouden engelen meerdere verkrachtingen hebben voorkomen
Historicus Fred van Lieburg deelde onbedoeld klappen uit in zijn eigen, protestantse milieu. De zo geroemde nuchterheid en redelijkheid van protestanten zijn niet meer dan een illusie, ontdekte de toponderzoeker. Ook protestanten geloven in beschermengelen, miraculeuze genezingen en visioenen. 'Het is een ontmaskering, die veel mensen pijn doet.' Wendy Traa Als kind smulde Fred van Lieburg (34) van verhalen over spontane genezingen en spectaculaire reddingen door God. Eén verhaal bleef hem bij. Het gaat over dominee Smijtegelt, een bekende gereformeerde 'oudvader' uit de achttiende eeuw. De man was erg populair in zijn gemeente, maar had ook vijanden. Twee haatdragende kerels wilden hem verdrinken bij een bruggetje in Middelburg. Op het moment suprème durfden ze niet toe te slaan, omdat naast de predikant twee witte gestalten liepen. Bewaarengelen, zo gaat het verhaal. De boeven bekeerden zich en biechtten in grote spijt hun dwaling op. Van Lieburg groeide op tot een van de 'toptalenten' die van de wetenschapsorganisatie NWO anderhalf miljoen gulden kregen voor 'vernieuwend' onderzoek. En hij ging aan de haal met zijn 'eigen' wonderbaarlijke geschiedenis. Het verhaal over Smijtegelt onderwierp hij aan een kritisch onderzoek en vergelijkende analyse in zijn boek De engelenwacht. Conclusie: in de laatste honderd jaar circuleerden in protestantse kringen minstens veertig varianten op hetzelfde verhaal. Van Lieburg: "Het verhaal moet in de negentiende eeuw zijn ontstaan, zonder dat Smijtegelt er ooit van heeft geweten. Het was een legende die in de mondelmge overlevering werd toegepast op talloze charismatische figuren. Kortom: het was een broodjeaapverhaal."
Daar bleef het niet bij. Van Lieburg spitte verder en schreef in 2001 een studie over het boek Spiegel van Gods merkwaardige voorzienigheit uit 1737 (zie kader). Het is een vrije vertaling van het Angelsaksische exempelenboek van William Turner, dat in 1697 verscheen. Vraag was of de invloed van Turners wonderbaarlijke verhalen en legendes traceerbaar was in de protestantse religieuze literatuur in Nederland.
Goede landing Een interessante vraag, want protestanten moeten officieel niets hebben van visioenen, dromen en engelenverschijningen. Sinds de Reformatie is de kerkelijke leer gericht op de bijbel en een persoonlijke, rationele benadering daarvan. Die gaat ervan uit dat de openbaring van God is afgesloten met de bijbel en dat het in de geloofsbeleving alleen gaat om God, zijn Woord en om de ziel. De praktijk bleek weerbarstiger. Van Lieburg ontdekte dat de protestanten een rijke traditie hebben als het gaat om geloof in bovennatuurlijke ingrepen en zelfs magische praktijken. De verhalen van Turner maakten daarom een goede landing in de Nederlandse protestantse cultuur. Maar Van Lieburg ging nog een stap verder: veel van de vertaalde legendes
bleken verzinsels, achteloos doorverteld door vrome gelovigen. Daar hadden ze een goede reden voor: de verhalen waren belangrijke bondgenoten in tijden van vervolging, persoonlijke ontreddering. Revolutionaire en onthullende conclusies, zowel voor het algemene historische beeld van protestanten als voor diverse groepen binnen het protestantisme vandaag de dag. Van Lieburg: "Het is een ontmaskering. Sinds de Reformatie hebben de protestanten, en dan vooral de calvinisten, wonderen en engelenverschijningen afgedaan als 'paapse superstitiën'. Dominees zwegen de wonderlijke verhalen van gemeenteleden dood, om dit beeld staande te houden." De klap van het onderzoek kwam dus dubbel hard aan: aan de ene kant bleken veel wonderverhalen die men voor waar hield, verzinsels te zijn, en tegerlijkertijd viel het masker van de nuchterheid aan diggelen. Kreeg Van Lieburg veel reacties? "Ja, het raakt mensen, het doet ze pijn en zet ze ook aan het denken. Ik heb vooral veel bewuste zwijgzaamheid ontmoet, met name in de reformatorische en evangelische hoek. Ik had dat niet verwacht, vooral omdat het voor mijzelf niet zo'n grote schok was. Het onderwerp ligt veel gevoeliger dan ik dacht." Daar zijn een paar redenen voor.
Allereerst: als eigentijdse wonderen niet echt blijken te zi)n, hoe kunnen de protestanten dan nog in de bijbelverhalen geloven? Ook vrezen velen de volgende stappen van Van Lieburg. "Ze denken: deze man begeeft zich op een hellend vlak. Ze zijn doodsbang voor bijbelkritiek. Maar dat is mijn bedoeling niet. Ik heb gewoon historisch onderzoek gedaan, omdat het onderwerp me fascineert door zijn ongrijpbaarheid." T e n derde keert Van Lieburg zich tegen de tijdgeest. "Sommige christenen zijn blij dat religie 'weer mag' en wonderen weer 'in' zijn. De EO was net bezig met een engelenoffensief via de serie Touched by an angel." Werd de onderzoeker beticht van afvalligheid? "Soms wel, maar dat ligt aan de simplistische kijk op geloofszaken. RechtHjnigen denken dat je ieder wonder moet geloven, anders kun je het geloof in de bijbel niet staande houden. Dat is een heel letterlijke interpretatie van de bijbel, die ik te rationeel vindt.' De bijbel is voor Van Lieburg vooral in religieuze zin waardevol, niet in historisch opzicht. 'Ik zie de bijbel niet als een wonderenboek. Het gaat om de heilsgeschiedenis. God maakt zich met de bijbel bekend aan de mensheid. Of elk bijbelverhaal historisch waar is, kan ik niet altijd beoordelen.
Hoe gruwelijker de vervolging, hoe wonderlijker de verhalen God grijpt in waar nodig, stuurt reddende engelen naar de aarde en laat zich zien door dromen en visioenen. Verhalen over dit soort belevenissen blijken in de afgelopen eeuwen, tot op heden, wijd verspreid te zijn geweest onder protestanten in Nederland. Een revolutionaire ontdekking, want protestanten zouden zich volgens de leer verre moeten houden van deze 'paapse' toestanden. Godsdientshistoricus Fred van Lieburg schreef er twee boeken over: De engelenwacht en het recentere Merkwaardige voorzienigheden. Wonderverhalen in de geschiedenis van het protestantisme. Voor dat laatste werk onderzocht Van Lieburg het exempelenboek Spiegel van Gods merkwaardige voorzienigheit, een vertaling van een boek van de Engelse theloog William Turner. Eind zeventiende eeuw verzamelde deze op wetenschappelijke wijze verhalen over wonderbare bekeringen, waarschuwingen door dromen en zeldzame reddingen door engelen. Hij presenteerde het geheel als hard historisch bewijsmateriaal voor het bestaan van de bovennatuurlijke werkelijkheid. In een tijd van groeiende scepsis achtte Turner dat brood-
nodig. Bovendien waren de anekdotes handig, want zij vormden pedagogisch materiaal om als predikant de gelovigen mee om de oren te slaan, of moed in te spreken. Wonderen functioneerden ook als wapens in de strijd om de toe-eigening van God. Een verhaal illustreerde ófwel de uitverkorenheid van de eigen groep, ófwel het ongelijk van anderen en ongelovigen. Bijzonder illustratief in dit opzicht zijn de wonderverhalen van Hugenoten. Hoe gruwelijker hun vervolging, des te meer wonderverhalen kwamen er in omloop. Deze verhalen gaven de vervolgden hoop en vertrouwen voor de toekomst. Van Lieburg herschrijft met zijn boek de protestantse (cultuur-)geschiedenis. Daarnaast legt hij ook theologische onregelmatigheden bloot, en dat alles in een vlotte, soms zelfs humoristische stijl. Fred van Lieburg, Merkwaardige voorzienigheden. Wonderverhalen in de geschiedenis van hel protestantisme. Uitgeven) Meinema, Zoetermeer. € 11,40. Fred van Lieburg, De engelenwacht. Geschiedenis van een wonderverhaal. Uitgeverij Kok, Kampen. € 16,20.
Voor de nabijbelse verhalen geldt hetzelfde. Dat heb ik ook niet proberen te doen in de natuurwetenschappelijke zin. Ik heb alleen gekeken hoe verhalen de wereld in komen, en welke functie ze hebben."
Nuances Zelf heeft Van Lieburg nooit een mirakel meegemaakt. "Wel geloof ik dat God soms de hand heeft gehad m mijn concrete leven. Maar dat is persoonlijk en niets bijzonders." Begaf de historicus zich op een glibberig pad om als gelovige de verhalen waarmee hij als kind opgroeide, aan een kritisch onderzoek te onderwerpen? "Ja. Maar ik kan mijn geloof en mijn professie als historicus goed scheiden. Het is niet zo dat mijn geloof afhangt van het waarheidsgehalte van deze verhalen." Toch is zijn geloof door het onderzoek beïnvloed. "Er zijn meer nuances in gekomen. Ik zie de bijbel veel meer in zijn historische context, met meer inzicht in ontstaan en functies van verhalen. Ik ga niet zover als Kuitert, die de bijbel toetste aan het moderne wereldbeeld, want dan houd je weinig over." Nu Van Lieburg in eigen kring bekend staat als 'wonderonderzoeker', schieten gelovigen hem regelmatig aan met wonderbaarlijke verhalen. Zoals over de meisjes die in Delft en tussen Putten en Nijkerk werden gered van hun verkrachter door tussenkomst van een engel. "Het is een moderne versie van het Smijtegeltverhaal. Het patroon is steeds hetzelfde, maar iedereen heeft het van een buurman, en die heeft het weer van zijn neef. Een broodje-aapverhaal dus." Toch heeft dit verhaal een belangrijke sociale functie. Het speelde bijvoorbeeld op toen het gereformeerde scholiertje Sybine Jansons in een bos werd verkracht en vermoord. Veel gereformeede meisjes fietsen ook op eenzame landweggetjes en in rok. "Voor hen is het een hele steun te geloven dat een engel hen kan beschermen", weet Van Lieburg. Hij begrijpt dat wel, maar blijft kritisch. "Ik vind het een schijngemak om dit soort verhalen voor waar aan te nemen. Ik leef hever met lastige vragen dan met goedkope antwoorden. Daarmee balanceer ik als gelovig historicus wel op het scherpst van de snede."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's