Ad Valvas 2001-2002 - pagina 178
PAGINA 6
AD VALVAS 8 NOVEMBER 2001
Oud-drugshandelaar Steve Brown schrijft in boek over Afghanistan-connectie
Moralist in spijlcerbroek
Steve Brown in Afghanistan (uit het fotoalbum van Steve Brown)
Steve Brown was tot voor kort een van de grootste drugshandelaars van Nederland. De huidige rechtenstudent aan de VU loog en bedroog, schuwde het geweld niet en deed zaken met de gevaarlijkste criminelen van de wereld, onder meer in Afghanistan. Over zijn avonturen schreef hij een boek, waarvan nu een herziene uitgave is verschenen. Peter Breedveld Derdejaars rechten Steve Brown (47) is er heel steUig over: "Alleen door drugs te legaliseren, kan het terrorisme worden bestreden. Want alle terroristische organisaties bestaan bij de gratie van de drugshandel: de Baskische ETA, de Noord-Ierse IRA en het Al Qaeda-netwerk van Osama Bin Laden. Als drugs gewoon legaal verkrijgbaar zijn, daalt de prijs gigantisch en verdienen al die drugsbaronnen er niks meer aan." Als voormalig hasjhandelaar kan Brown het weten. In 1991 was hij zelfs in wat nu Taliban-gebied is, in Afghanistan. Daar deed hij zaken met een van de belangrijkste en machtigste drugshandelaren uit de regio, een lid van de etnische Pathanen die de Taliban vertegenwoordigen. 'Hatchikatchikot' noemt Brown hem. Deze had zijn huis precies op de grens tussen Pakistan en Afghanistan staan. "In Afghanistan ging je door de voordeur naar binnen en als je de achterdeur naar buiten nam, was je in Pakistan.
Heel handig voor de drugssmokkel." Brown twijfelt er niet aan dat deze Hatchikatchikot, die indertijd de oorlog tegen de Russen hielp financieren, nu de strijd tegen Amerika steunt, zoals veel stamhoofden uit het Pakistaans-Afghaanse grensgebied doen.
Pyama Van al zijn reizen heeft die naar Afghanistan de meeste indruk op hem gemaakt. "Al had ik niks verdiend, dan was het me het nóg waard geweest." Brown ontmoette Hatchikatchikot op zijn landgoed, een soort ommuurde oase in de beruchte Khyberpas. "Midden in een maanlandschap had je opeens een hoge muur van tien meter met grote ijzeren deuren. Daar stonden van die gewapende mannetjes, een soort piraten. Achter die muur was een soort Vondelpark, met prachtige fonteinen, een marmeren privé-moskee en dan had je daar het Paleis op de Dam, echt waar. En van die paleizen, daar had die Hatchikatchikot er niet één van, nee, daar heb ik er wel tien van gezien. Die Hatchikatchikot is onmetelijk rijk. Ik heb kelders gezien waar de pakken duizenddollarbiljetten tot het plafond waren opgestapeld, want ze geloven daar niet in banken. Ik zweer het je: Escobar (Pablo Escobar, de Colombiaanse drugsbaron, PB) is vergeleken met die Hatchikatchikot een klein kind." Brown herinnert zich Hatchikatchikot als een uiterst vrome moslim die eenvoudig gekleed ging. "Hij had een pyjama aan, net als het gewone volk en vijf keer per dag ging hij de moskee in om te bidden. Niks geen Rolex of dure auto's. In die zin had ik wel respect voor die man." Op een receptie die Hatchikatchikot gaf, ontmoette Brown zakenmensen en diplomaten. Zelfs de Amerikaanse ambassadeur zou hij daar hebben
gezien. "Die had hem vier Stingrayraketten op zijn verjaardag gegeven, om tegen de Russen te vechten. Haha! Die krijgen ze nou mooi terug, die Amerikanen." Al te veel doorvragen durfde Brown niet. "Ik was bang dat ze dan zouden denken dat ik een geheim agent ofzo was. Ik heb dus wijselijk mijn mond gehouden."
Moordaanslag Zijn Afghaanse avontuur beschrijft Brown in het boek Drugsbaron in spijkerbroek, een soort autobiografische schelmenroman. Onlangs verscheen een herziene versie van het in 1994 voor het eerst verschenen boek, met een aantal nieuwe hoofdstukken, waarin Brown de verwikkelingen rond de moordaanslag beschrijft die twee jaar terug op hem werd gepleegd en die hij ternauwernood overleefde. Brown gaat in die hoofdstukken nogal tekeer tegen onder anderen de toenmalige officier van justitie Jeroen Steenbrink, die nu hoofd is van het Amsterdamse Bureau Integriteit. Steenbrink leidde het onderzoek naar de moordaanslag, maar schoot daarbij schromelijk tekort, meent Brown. Hij weigerde bijvoorbeeld om misdaadjournalist Bas van Hout te verhoren. Deze had niet lang voor de aanslag bij wijze van publiciteitsstunt een beloning uitgeloofd aan degene die Brown 'dood of levend' zou uitleveren. Brown noemt Steenbrink een 'kadi', een Marokkaanse dorpsoudste, die de wet interpreteert zoals hem dat zelf uitkomt. "In feite is Steenbrink, omdat hij de verantwoordelijke achter de moordaanslag niet oppakt, medeplichtig aan de moord op mij," betoogt Brown. Want dat iemand hem nog wel een keer te grazen zal nemen, daaraan twijfelt hij geen moment. "Rancuneus? Wat zou je ervan denken als ze een beloning op jouw hoofd zetten? Denk je dat ik
zoiets zou kunnen flikken? Natuurlijk niet. Neuh, alleen op mij mag iedereen blijkbaar ongestraft huurmoordenaars afsturen. En op die ene schrijver, hoe heet-ie ook al weer, Salman Rushdie. Nou, die Rushdie, die had me daar op het Boekenbal ook een lekker jong wijf bij zich, zeg. Dat vind ik dus echt niet normaal. Nee natuurlijk niet! Dat doe je toch niet, je vrouw en kinderen achterlaten en met zo'n jong ding ervandoor. Dat zou ik dus nóóit doen, met een meid van mijn dochter d'r leeftijd. Denk je echt dat die vrouw van Rushdie houdt? Ach kom nou toch, met dat hoofd van hem zeker. Het gaat haar toch alleen maar om zijn geld." Een moralist, dat is Brown wel. In zijn boek staan als afwisseling op de verhalen over zware jongens en drugsdeals cursief gedrukte intermezzo's waarin hij verontwaardigd commentaar levert. Bijvoorbeeld op de situatie in Marokko: 'Het is wat: in een land waar het merendeel van de bevolking nauwelijks te eten heeft en een kleine minderheid de geldstromen beheerst, gaat een van de zonen van de koning regelmatig met een privé-jet in Frankrijk naar school, 's Ochtends heen en 's avonds terug, net zoals een ander zijn fiets pakt om naar het werk te gaan.'
Ultieme norm Begonnen als hoofd van de jongerenorganisatie Happy Family, waar in de geest van de hippie-idealen uit de jaren zeventig ook softdrugs over de toonbank gingen, werd Brown een van de grootste hasjhandelaren van Nederland. Hij werd deel van de wereld van de grote misdadigers, met hun Mercedessen, Armani-pakken en Rolexen. "Ik werd besmet door het grote geld", zegt hij nu. "Ik raakte steeds meer ontmenselijkt. Mijn normen verwaterden. Dat begint bij de
eerste vijfduizend gulden. Dan raak jc bij wijze van spreken één norm kwijt En dan, als je je eerste miljoen binnen hebt, heb je acht normen laten varen." Maar de 'ultieme norm' heeft hij nooit geschonden, zegt Brown. "Ik heb nooit iemand gedood. Ik weigerde mee te gaan in die geweldsspiraal. Dat werd wel van je verlangd, hoor. Dat je jezelf bewees door iemand te liquideren." Hij besloot een streep onder zijn carrière te zetten toen zijn vnend op beestachtige wijze werd vermoord. "Toen dacht ik: nou hou ik ermee op." Hij staat niet achter de titel van zijn boek, zegt hij. "Ik ben nooit een drugsbaron geweest. Een drugsbaron is iemand die over lijken gaat. Zo ben ik niet." Maar zijn uitgever wilde die titel. "Dat verkoopt goed, zo'n SBS 6achtige kreet." Hij schreef het in 1994, "als afsluiting van een periode", zegt hij, en voor het "geldelijk gewin". Hij noemde man en paard in het boek omdat hij toch naar Amerika zou vertrekken en niet de intentie had om ooit nog naar Nederland terug te keren. Het liep anders. "Ik ben niet trots op wat ik heb gedaan", aldus Brown. Uit zijn hoofd citeert hij de filosoof Immanuel Kant: "Men mag de ander nooit behandelen als een middel. Ieder mens is een doel in zichzelf." Daar heeft hij dus veelvuldig tegen gezondigd. "De filosofische kant van mijn rechtenstudie vind ik het interessantst", zegt hij. "Al die technisch-juridische vakken liggen me minder." Jeroen Steenbrink, hoofd van het Amsterdamse Bureau Integriteit, heeft Ad Valvas laten weten dat hij "geen behoefte" heeft om te reageren op de uitlatingen die Brown over hem doet. Drugsbaron in Spijkerbroek, door Steve Brown. Herziene en uitgebreide editie. Uitgeverij Elmar, Rijswijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2001
Ad Valvas | 596 Pagina's