Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 496

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 496

8 minuten leestijd

AD VALVAS 15 MEI 2003

PAGINA 8

Dichtgetrapte deuren openen denken over wat 'vaagheid' nou pre­ cies is, wat het verschil is tussen de lexicale en de pragmatische betekenis van een woord, en nog veel meer. N a elk hoofdstuk lijkt Van Wouden­ berg dichter bij een alomvattende conclusie te komen. Het wordt steeds spannender. Maar dan gaat het (een beetje) fout, want die ontknoping komt niet. Tegen het einde van het boek maakt Van Woudenberg name­ lijk opeens een grote ommezwaai en gaat hij het over de betekenis, de 'zin' van het leven hebben. Vlak daarvoor bekijkt hij eerst nog de vraag of een taal een teken is van iets anders, zoals rook een teken is van vuur, of zoals een karrespoor leidt naar de kar die dat spoor heeft getrok­ ken. Zijn conclusie luidt dat taal géén teken is.

In zijn boek 'Filosofie van taal en teken' rekent filosoof René van Woudenberg af met een aantal hardnekkige misvattingen. Toch heeft hij ongelijk. Peter Breedveld "Wat kun jij goed open deuren intrap­ pen", had iemand tegen filosoof René van Woudenberg gezegd nadat hij een deel had gelezen van het manuscript van diens boek Filosofie van taal en tekst. En inderdaad, wie Van Woudenbergs stellingen beziet, is misschien geneigd die conclusie te onderschrijven. Een paar van Van Woudenbergs observa­ ties: Woorden zijn lettersequenties met betekenis; woorden kunnen niet naar iets verwijzen, alleen personen kunnen dat; waarheid is niet per­ soonsrelatief; betekenissen zijn zaken die bestaan. Open deuren, inderdaad. Maar waar­ om zijn er dan hordes mensen die dis­ cussies doodslaan met de constatering dat "dit is jouw waarheid, ik heb mijn eigen waarheid"?

W a a r is Chomsky? N u haalt Van Woudenberg er in zijn boek allerlei filosofen bij, zoals Jac­ ques Derrida en Ludwig Wittgenstein, maar in dit specifieke hoofdstuk ont­ breekt N o a m Chomsky. Hoe kun je eigenlijk een boek over taal schrijven zonder Chomsky ­ misschien wel de belangrijkste linguïst aller tijden ­ ook maar één keer te noemen? Zeker in het hoofdstuk over taal als teken had hij moeten figureren. Volgens Chomsky namelijk is taal, de taal die wij gebruiken bij het spreken en schrijven, een product van een soort mysterieus orgaan in onze herse­ nen, waar grammaticale regels en der­ gelijke al van nature aanwezig zijn. Chomsky onderbouwt dit met het argument dat kinderen hun taal leren volgens een vast stramien, waarin ze allemaal dezelfde fasen doorlopen. Bovendien zijn talen niet zo onvoor­ spelbaar en gevarieerd als mensen misschien geneigd zijn te denken van­ wege de vele onderlinge oppervlakki­ ge verschillen. A an alle talen over de hele wereld ligt een universele gram­ maticale structuur ten grondslag. Om te spreken in de terminologie van een andere linguïst, Ferdinand de Saus­ sure: Taal bestaat uit een abstract systeem dat wordt gevormd in onze hersenen: de langue. D e uiting van die langue, met alle grammaticale fou­ ten, versprekingen en andere storende ruis, is het parole. Taal, het parole, is volgens Chomsky dus wel degelijk een teken van iets, namelijk van de langue die in dat geheimzinnige orgaan in onze hersenen wordt gevormd.

Wurgende greep Van Woudenberg stelt in het voor­ woord van zijn boek dat zijn conclu­ sies inderdaad logisch zijn voor men­ sen die hun boerenverstand gebrui­ ken. In bepaalde, brede kringen heer­ sen echter bepaalde opvattingen die dwars tegen dat boerenverstand in gaan. "Ik open juist deuren die zijn dichtgetrapt", zegt Van Woudenberg. En zo is het maar net. Filosofen als Van Woudenberg zijn bevrijders. Ze helpen ons onszelf te bevrijden van het afschuwelijke, ver­ stikkende relativisme dat ons de afge­ lopen tientallen jaren in haar wurgen­ de greep heeft gehouden. Die houding van: "Dé Waarheid bestaat niet", "Anything goes", "Over smaak valt niet te twisten" en "Wie ben jij wel, arrogante westerling, om een oordeel uit te spreken over deze of gene prak­ tijken in een andere cultuur. Mis­ schien wil de Irakese bevolking wel helemaal geen vrijheid!" Het is dus helemaal niet zo raar en zeker niet overbodig om in een boek over de betekenis van woorden, zin­ nen en teksten erop te wijzen dat er maar één waarheid is, en dat je van mening kunt verschillen over wat die waarheid is, en dat je het allebei bij het verkeerde eind kunt hebben, en dat er één gelijk kan hebben en de ander ongelijk, maar je kunt nooit van mening verschillen en allebei gelijk hebben. Evenmin is het overbodig te stellen dat een auteur natuurlijk bepaalde intenties heeft als hij een tekst schrijft, en dat hij zich zelf misschien niet bewust is van al zijn motieven om die tekst te schrijven, maar dat dit niet wil zeggen dat je dan maar de hele vraag naar wat zijn bedoelingen kunnen zijn geweest, van tafel kunt vegen.

Grote ommezwaai Gelukkig lijken steeds meer mensen tegenwoordig genoeg te hebben van relativisme. Het boerenverstand, de common sense, is weer helemaal terug.

René van Woudenbei^ Van Woudenberg is een filosoof van deze tijd. In Filosofie van taal en tekst begint Van Woudenberg met het uiteenzetten van de verschillende betekenissen van het begrip betekenis, dan filosofeert hij over de betekenis van woorden, van daar gaat hij naar zinnen en uiteinde­

lijk behandelt hij de betekenis van tek­ sten. Doordat Van Woudenberg voor een breed publiek schrijft, dus ook voor niet­filosofen (hij is een van de weini­ ge filosofen die dat de moeite waard lijken te vinden), komt er nauwelijks vaktaal aan te pas en als er eens een

moeilijk woord wordt gebruikt, legt Van Woudenberg dat geduldig aan ons uit. Zo leren we over de illocutio­ naire handelingen die een auteur ver­ richt bij het schrijven (hij probeert ons te overtuigen van iets, of hij wil ons vermaken, of deelgenoot maken van iets, of alledrie). En we leren na te

Plusprogramma's succesvol als proeftuin Plusprogramma's hebben een positieve uitstraling o p h e t reguliere onderwijs. D i e conclusie presenteerden onderzoekers donderdag op de Onderwijs­ r e s e a r c h d a g e n in K e r k r a d e . Het gaat om specifiek ontwikkeld onderwijs dat buiten het reguliere pro­ gramma wordt aangeboden aan gemo­ tiveerde en getalenteerde studenten.

I

Er zijn 26 zogenoemde pluspro­ gramma's onderzocht, verdeeld over tien universiteiten. Het eerste pro­ gramma startte tien jaar geleden, maar de meeste zijn van de laatste jaren, gestimuleerd door de invoe­ ring van het bachelor­masterstelsel. Dat leidt tot een concurrentieslag om de beste student. Studenten wil­ len zich met de plusprogramma's onderscheiden in de concurrentie­ strijd voor (internationale) master­ plaatsen. D e programma's worden

afgesloten met een testimonium, certificaat of aantekening op de bul of een extra diploma, zoals master in veterinary research. De onderzoekers van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen in Utrecht en het IVLOS (Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikke­ ling en Studievaardigheden) vroegen zich af in hoeverre de plusprogram­ ma's als proeftuin functioneren voor het reguliere onderwijs. Dat blijkt ruimschoots het geval. De uitstralings­

effecten liggen onder meer op het vlak van de programmaopzet, inhoud en didactiek. Zo kan een plusprogramma een modelfunctie vervullen voor een (nieuw) regulier programma. Het kan ook leiden tot andere of meer studen­ tenparticipatie, nieuwe vormen van toetsing, projectmatig werken en klei­ ne groepen. Voorwaarde is wel dat de programma's worden gerealiseerd door docenten die ook elders onder­ wijs geven.

Als Van Woudenberg dat nu had geaccepteerd, was de overgang naar het laatste, vreemde hoofdstuk van zijn boek logischer geweest. In dat hoofdstuk begint hij dan met het filo­ soferen over de 'zin' van het bestaan. Hij neemt een tekst van de 16de­ eeuwse predikant Guido de Bres, waarin de schepping wordt voorge­ steld als een boek en de schepselen als de letters die tezamen dat boek vor­ men, en hier komt het Van Wouden­ berg opeens wél uit om taal te zien als een teken van iets anders. Een teken, namelijk, van de auteur van dat boek der schepping, en dat is natuurlijk God. Tja, had dan ook N o a m Chomsky maar gebruikt om aan te tonen dat taal dus inderdaad een teken is. René van Woudenberg: Filosofie van taal en tekst, uitgeverij Damon, € 12,90

lieh Ded leidir hooft Inter aan i

D e plusprogramma's functioneren goed als proeftuin doordat de omstan­ digheden daarvoor ideaal zijn. De stu­ denten zijn geselecteerd op motivatie en/of studieresultaten. Docenten geven graag college aan gemotiveerde studenten, en zijn dan meer geneigd te experimenteren met vorm en inhoud. Bovendien maakt het besef 'noblesse oblige' dat de betrokkenen Op 28 erop gericht zijn mogelijke uitstra­ ^erpa lingseffecten te stimuleren. dA, (OvB/HOP)

B!@

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 496

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's