Ad Valvas 2002-2003 - pagina 196
AD VALVAS 2 1 NOVEMBER 2002
PAGINA 4
Het Provisorium is weg. Dat werd tijd. Ruim dertig jaar stond het daar als een symbool van gereformeerde benepenheid en bestuurlijk onvermogen. Er komt iets heel groots en nieuws en duurs voor in de plaats. Maar pakken de Nieuwe Managers niet een beetje al te stevig door? Zijn we nog wel sober genoeg? Ruilen we misschien een principe van Calvijn in voor // Principe van Macchiavelli? In dezelfde polder waar eens degelijke mannenbroeders bedachtzaam bouwden, hanteren nu kittige dametjes in kekke mantelpakjes met kokette bouwhelmen, hoge hakken en dito ambitieniveau de slopershamer. En wij klappen. Want de bovenbazen willen dat we gedwee - maar natuurlijk ook vernieuwend, betrokken en inspirerend - braaf en kritiekloos achter onze lijnmanager aan lopen. Anders krijgen we een douw. Ook ik ga al meer dan dertig jaar mee aan de De Boelelaan, maar ik vind inderdaad dat er te voortvarend wordt gesloopt. "Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw", orakelde dr. Huub Oosterhuis reeds. Maar het gaat nu wel heel snel. We willen kennelijk steeds meer op de UVA lijken. Meer en meer worden meedogenloze LPFmethoden toegepast in plaats van het beproefde schikken en plooien naar CDA-trant. Luidkeels spreken heerszuchtige en lawaaiige managers over frisse wind (oudFries: kalde waai), transparantie, korte lijnen, bijpassende bevoegdheden en slagvaardigheid. Geen wonder dus dat overal medewerkers worden gedemoveerd en gedemotiveerd. Als ze al niet gewoonweg worden ontslagen, weggevut of tot ondememingsraadslid benoemd. Dit is niet anti-revolutionair. Ik zeg niet dat ik me van vroeger geen kinnesinne en miskenning herinner. Breek me de bek niet open. Maar dat ging op christelijke wijze. In het verborgene. Men hanteerde de roede getrouw, maar liet de linkerhand niet weten wat de rechterdeed. Tegenwoordig moet het open. Machtswellustelingen brallen van de daken dat zij toevallig wel effe de baas zijn. Want het gaat om ons aller benchmarking en marktpositie. Dus had je wat? Dan kun je beter meteen oprotten! Natuurlijk moeten wij elkaar op de vu voortdurend vermanen wanneer we dreigen te verslappen. Maar we hoeven toch niet volmaakt te zijn? Wanneer en hoe is dat heidense idee hier binnengeslopen dat we tot de toptien moeten behoren? Zijn we de lering van Calvijn vergeten dat we niet in staat zijn tot enig goed? Heeft het provisorium ons niet met alle gebreken in soberheid en stilte een kwart eeuw langer dan bij de schepping voorzien deemoedig gediend? Ik ben niet gerust op wat we ervoor in de plaats krijgen.
Ondertussen in de gebedsruimte...
Moslims in de gebedsruimte: 'Bidden geeft een gevoel van verlichting'
... in de kelder van het hoofdgebouw zit Leyla achter een zwaar oranje gordijn te bladeren in de koran. Vóór het gordijn zit een man geknield op het knalrode tapijt. Hij zingt zachtjes zijn gebed. Het is twaalf uur en eerstejaars sociale wetenschappen Leyla uit Bosnië geniet van de stilte vóór het middaggebed van half één. "Dadelijk wordt het veel drukker, zeker nu het ramadan is. Ik kom hier twee keer per dag, soms om te bidden, soms om de koran te lezen." Leyla heeft niets te veel gezegd. Een halfuur later zit de kelderruimte van hooguit twintig vierkante meter vol. Oudere medewerkers, maar vooral ook studenten komen binnen op kousenvoeten, bidden tien minuten en gaan weer. Een metalen pijl aan het plafond wijst de richting van Mekka aan. In het hoekje 'gereserveerd voor de vrouwen is het met z'n vijven al erg krap. Een meisje met lang krullend haar glipt naar binnen. "Het is vol", fluistert ze. Ze wringt zich in het hoekje, waar wat hoofddoeken en lange gewaden op de grond liggen, kleedt zich om en voegt zich in het gaande gebed.
"De ruimte mag wat groter", beaamt de Marokkaanse tweedejaars rechten N a i m a even later. "Maar ik vind het heerlijk dat hij er is. Op mijn vorige school kon ik niet bidden en moest ik aan het eind van de dag al mijn gemiste gebeden inhalen. Dat kon me de hele dag bezighouden. Het had zoveel minder betekenis als je ze snel achter elkaar afraffelde." Ook studiegenote Sara is blij met de ruimte. "Ik kom hier het hele jaar. Als ik gebeden heb, valt er een last van me af, ik krijg innerlijke rust." "Weet je wat zo mooi is?" vult Leyla aan. "Vorige week ontmoette ik hier een meisje uit Indonesië. We komen uit alle delen van de wereld en toch bidden we op dezelfde manier. Het geloof verbindt ons." Bestuurskunde- en sociologiestudent Aboe D o r d a a - e vindt de ruimte "hartstikke tof'. Zijn korte haar is nog nat van de rituele reiniging. Hiervoor gebruiken de mannen en vrouwen de toiletten aan de overkant. "Als ik op de vu ben, kom ik hier twee keer per dag. Ik vind het goed dat ik mijn studie kan combineren met mijn levenswijze. Ik wil graag de vijf zuilen van de koran nastreven."
De Turkse vierdejaars bedrijfswiskunde Yilmaz Aydogdu ontdekte de gebedsruimte pas in zijn tweede jaar. Hij vond het een mooie gelegenheid om af en toe stil te staan bij niet-materiële zaken. "Ik noem mezelf niet extreem gelovig. Ik vast nu, maar houd me niet contmu met het geloof bezig. Ik hoef ook niet elke dag alle gebeden uit te spreken. Toch geeft bidden me een gevoel van verlichting. Je bent de rest van het jaar met zoveel andere dingen bezig," B e c h a r Bachar uit Soedan, die het voorbereidend jaar op de universiteit volgt, is strikter. "Het eerste wat ik vroeg toen ik me hier aanmeldde, was; 'Waar kan ik bidden?' Het gebed is voor mij belangrijker dan mijn studie. Als ik drie uur in de trein zit van Assen naar Rotterdam, bid ik in de trein of op het station." Op de vraag waarom het zo belangrijk is om op gezette tijden te bidden, zoekt hij even naar de Nederlandse woorden. "Ik wil het graag honderd procent correct doen en er de tijd voor nemen. Ik krijg cijfers van God. Voor een echte moslim moet het zo." Yvette Nelen
Minisymposium over kunstkritiek en literatuur
De doodstraf en het Jeugdjournaal
Johan Sturm is interim-directeur van het Onderwijscentrum VU. Hij schrijft eens in de negen weken een column.
De kunstkritiek is in gevaar. Ze wordt bedreigd door 'liyperigheid', ondermijnd door oppervlakkiglieid, in het nauw gedreven door de oprukkende 'lijstjescultuur' en nu is het boekenkatern van Trouw ook nog met een halve pagina ingekort. Peter Breedveld Somberheid alom dus, op het minisymposium over kunstkritiek, dat afgelopen dinsdag-namiddag in een achterlokaaltje in de vu werd gehouden. De kunsthistorici Carel Blotkamp en Sven Lütticken en de neerlandici Maarten Doorman en Ad Zuiderent discussieerden er met elkaar over de functie en de tekortkomingen
van de kunstkritiek en de verschillen tussen literaire- en beeldende kunstkritiek. Het evenement trok veel publiek. Behalve letterenstudenten zaten er ook nogal wat middelbare vrouwen in het lokaal, van wie wel wordt gezegd dat zij het gros van lezend Nederland uitmaken. Alleen Doorman was redelijk positief gestemd. Tegen de lijstjescultuur lijkt hij niet zoveel te hebben. Hij vindt het wel prettig om aan het eind van een literair jaar te zien welke boeken er volgens toonaangevende critici de moeite waard geweest zijn. Bovendien ziet de 'consument' nu eenmaal graag in een oogopslag 'wat het is en wat het kost'. Ad Zuiderent zag de ontwikkelingen in de literaire kritiek echter hoofdschuddend aan. Er zit meestal kraak noch smaak aan en veel critici hebben alleen maar verstand van een bepaald genre, waardoor het moeilijk is om zicht te krijgen op wat er gaande is in
de literatuur in het algemeen. En wat doen de kranten raar, door bijvoorbeeld Maarten Doorman een hele voorpagina van het boekenkatern vol te laten schrijven over een dichtbundel waar hij niets aan vindt!
Kleutertoon Sven Lütticken was van mening dat de critici in de dagbladen tegenwoordig wel erg door de knieën gaan door boeken en bundels op jeugdjoumaalachtige manier te bespreken. Die kleutertoon, die heb je in een land als België helemaal niet! Dagbladcriticus Doorman sloeg terug door keihard te stellen dat de literaire kritiek er beter aan toe is dan de beeldendekunstkritiek. Bij critici van beeldende kunst heerst volgens hem een tendens om te volstaan met een uitleg van het besprokene, maar de criticus moet een oordeel vellen, vindt hij. Het grote verschil tussen literaire en
beeldendekunstkritiek is volgens Blot kamp hetzelfde verschil als tussen een f^ vlieg en een mug. Een vlieg kan wel vliegen maar een mug niet muggen en zo kan literaire kritiek wel zelf literatuur zijn, maar kritiek op beeldende kunst kan zelf geen beeldende kunst zijn. Al zijn er uitzonderingen als de dadaïst Marcel Duchamps, die commentaar op de kunst leverde door een snor op de Mona Lisa te schilderen. Toch behoort de toekomst toe aan de kritiek, sprak Lütticken Oscar Wilde na. De kunst moet zelf kritiek zijn. Doorman ging nog een stap verder: kunstkritiek moet volgens hem de debatten voeren die in de maatschappij en de politiek niet gevoerd worden Neem de discussie over de doodstraf die door minister Nawijn werd aangezwengeld en al binnen een dag tot taboe was verklaard. De literatuur is het gebied bij uitstek waar zulke discussies wél kunnen worden gevoerd, betoogde Doorman.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's