Ad Valvas 2002-2003 - pagina 242
AD VALVAS 12 DECEMBER 2002
PAGINA 6
Psychiater is op zoek naar oudere proefpersonen
Een elektroshock tegen depressie Een elektroshock lijkt thuis te horen in het rijtje barbaarse medische praktijken. Toch is het ai weer jaren een probaat middel tegen zware depressies, dat zelfs beter helpt dan medicijnen. Alleen hebben onderzoekers nog steeds moeite om vrijwilligers te vinden. Yvette Ne en Een elektroshock roept bij de meeste mensen huiveringwekkende beelden op. Geïnspireerd door de klassieker One flew over the cuckoo's nest krijgt men vaak het visioen van lastige psychiatrische patiënten die gedwongen tot rust worden gebracht met een flinke stroomstoot door hun lichaam. Toch wordt de therapie in Nederland in gemoderniseerde vorm al weer jaren met succes toegepast. Uit onderzoek naar volwassenen met een zware depressie blijkt dat een elektroshock krachtiger werkt dan medicijnen. "Tachtig tot negentig procent van de mensen is gebaat bij een elektroshock, terwijl met een behandeling met medicijnen hooguit zeventig procent wordt geholpen", vertelt psychiater-onderzoeker Frits van der Wurff, verbonden aan de Geestelijke Gezondheidszorg Buitenamstel en het vu Medisch Centrum. Van der Wurff doet onderzoek naar de effectiviteit van elektroshocktherapie (inmiddels omgedoopt tot elektroconvulsietherapie, ECT) bij depressieve ouderen. N u gaan de bevindingen van een elektroshock bij gewone volwassenen niet zonder meer op voor ouderen, benadrukt Van der Wurff. "Als de hersenen verouderd zijn, werken ze toch anders." Maar een elektroshock zou volgens hem juist bij depressieve ouderen een oplossing kunnen zijn, omdat de bestaande medicijnen nogal eens problemen geven. "De moderne anti-depressiva slaan niet altijd aan, terwijl de oudere medicijnen weer te veel bijwerkingen geven." Van der Wurff en zijn collega's willen kijken of een ECT inderdaad effectiever is dan een behandeling met medicijnen. Hiervoor zoeken zij minstens honderd mensen die ouder zijn dan zestig, zwaar depressief en nog geen medicijnen slikken. De patiënten krijgen eerst een behandeling aangeboden met een modem anti-depressivum. Als dat niet helpt, wordt er geloot: of de behandeling wordt voortgezet met andere medicijnen, of zij krijgen een elektroshocktherapie.
Afgrijselijk Er is echter één groot probleem bij het onderzoek: het is moeilijk om patiënten te vinden die willen meewerken. Na ruim een jaar werven zijn er nog maar twaalf vrijwilligers gevonden. De meeste ouderen die Van der Wurff spreekt schrikken enorm als ze het woord 'elektroshock' horen. " H u n reactie is meteen: 'Aan mijn lijf geen polonaise.'" Van der Wurff begrijpt wel waar de angst vandaan komt. "Dat de therapie in de jaren zeventig zo'n slechte naam kreeg, was destijds terecht. Een behandeling met elektroshocks - voor het eerst uitgevoerd in de jaren
dertig - was tot die tijd werkelijk barbaars. Ze vonden plaats zonder verdoving, met hoge voltages en zonder begeleiding van een anesthesist. Dat gaf afgrijselijke complicaties. Het schokken van het lichaam leidde tot botbreuken en het hart- en vaatstelsel raakte ontregeld. Ook werd de shocktherapie te pas en te onpas toegepast, zelfs ook om patiënten in het gareel te krijgen. Je had in die tijd nog geen anti-depressiva en anti-psychotica." Maar de tijden zijn veranderd en de therapie heeft zich verder ontwikkeld. De apparatuur is inmiddels veel veiliger. Zo zijn de gebruikte voltages veel lager. De patiënt krijgt een lichte narcose en spierverslappende middelen. Alleen het rechteronderbeen blijft actief, zodat het opgewekte epileptische insult nog wel gemeten kan worden. Een patiënt is niet langer dan drie minuten buiten bewustzijn en na de stroomstoot in de hersenen komt het lichaam na veertig seconden vanzelf weer tot rust. In het Slotervaartziekenhuis worden jaarlijks meer dan honderd depressieve patiënten behandeld met een elektroshock, en de resultaten zijn vaak verbluffend. Mensen knappen er zienderogen van op. Voordat patiënten een ECT krijgen, hebben ze er echter al een heel traject opzitten. Een ECT mag pas, als er vier tot vijf soorten medicijnen zijn uitgeprobeerd. Dat duurt vaak minstens een jaar.
Gemodder Hoe een ECT precies werkt, is niet helemaal duidelijk. Hersencellen geven signalen door via zogenaamde neurotransmitters, stoffen die door de ene cel worden afgegeven en door een andere cel opgenomen. Als iemand depressief is, is de prikkeloverdracht tussen cellen ontregeld. Van der Wurff: "We weten dat antidepressiva specifieke neurotransmittersystemen weer beter kunnen laten werken, maar we weten niet hoe. Een ECT doet hetzelfde als zo'n medicijn en is zelfs krachtiger. Het werkt in op meerdere neurotransmittersystemen." De onderzoekers zouden ook graag een preciezer verband vinden tussen depressiviteit bij ouderen en zogenaamde wittestofafwijkingen. Hersenen bestaan uit grijze stof, de hersencellen, en witte stof, de verbindingskanalen waarmee hersencellen met elkaar kunnen communiceren. Wittestofafwijkingen worden gemeten met een MRl-scan, een soort magnetische foto van de hersenen. Wat de afwijkingen precies veroorzaakt, is nog niet bekend, maar men vermoedt dat de witte stof beschadigd is geraakt door hele kleine doorbloedingsstoomissen. Ouderen met een depressie blijken meer wittestofafwijkingen te hebben dan ouderen zonder depressie. Het is jammer dat er geen proefpersonen te vinden zijn, aldus Van der Wurff. "Als ik soms het gemodder zie met medicijnen... Ik zou graag zien dat de therapie eerder kon worden voorgeschreven dan na een jaar." De onderzoekers geven de moed niet op. Ze hebben er drie jaar voor uitgetrokken om voldoende mensen te vinden. En anders? "Dan is dat wel een teleurstelling, maar ook een teken aan de wand. Ik zal er bij een patiënt nooit op aandringen een ECT te nemen." Meer informatie over het onderzoek: tel. 0650874998.
Psychiatei^onderzoeker Frits van der Wurff: 'De meeste ouderen schrikken enorm als ze het woord 'elektroshock' horen.
Klapspiegel moet zonnecellen beschermen tegen oververhitting Natuurkundigen van de VU gaan het ontwerp van zonnecollectoren verbeteren. Nu moet er vaak warmte worden weggegooid, omdat de collector anders te heet wordt. Schakelbare spiegels, een uitvinding van de VU, moeten dat veranderen. Weimoed Visser Een zonnecollector, die water verwarmt met zonne-energie, kan in de volle zon een temperatuur van 150 graden Celsius krijgen. Dit gebeurt als )e het water een poos)e niet gebruikt. De druk in de buizen wordt dan zo groot dat de lasnaden barsten en het systeem eraan gaat. Om dit soort sys-
temen te koelen, wordt nu warmte weggegooid. "Eigenlijk heel zonde. Het systeem moet eleganter kunnen", vindt hoogleraar vaste stoffysica Ronald Griessen. Het probleem is het grootst in gecombineerde sytemen, die naast warmte ook elektriciteit winnen uit de zon. Deze 'combinatiesystemen' zijn een stuk rendabeler dan losse zonnecellen, die alleen elektriciteit opwekken, of losse zonnecollectoren, die alleen water verwarmen. Nadeel is alleen dat de warmwaterbuisjes van de zonnecollector vlak achter de zonnecellen langslopen. En zonnecellen zijn erg kwetsbaar voor oververhitting; ze gaan stuk als ze te heet worden van de buisjes van de zonnecollector. Een warmtewerende laag tussen de zonnecel en de zonnecollector zou de oplossing zijn. Alleen moet deze laag de zonnewarmte pas tegenhouden als het water in de zonnecollector warm
genoeg is. Natuurkundigen van de vu gaan onderzoeken of de schakelbare spiegel, die zij vijf jaar geleden hebben uitgevonden, als zo'n filter zou kunnen dienen. "Eigenlijk zou je willen dat het water wordt verwarmd tot een bepaalde temperatuur en dan niet meer", vertelt Kier Heeck, onderzoeker bij natuurkunde. De schakelbare spiegels zijn in principe als warmtefilter geschikt omdat ze niet altijd spiegelen. De zogeheten klapspiegel bestaat uit een dun laagje metaal-legering, dat normaal gesproken spiegelt, totdat je waterstof toevoegt. Dan verandert het oppervlak van spiegelend in doorzichtig of matzwart. "Een matzwan oppervlak neemt veel warmte op, terwijl een spiegelend oppervlak warmte reflecteert. Als de zonnecollector warm moet worden, zet je de laag op zwart en als hij warm genoeg is op spiegelend", legt Heeck uit.
Het concept is er al. De klapspiegel werkt onder laboratoriumomstandigheden. De komende vier jaar gaan de natuurkundigen onderzoeken of het inderdaad haalbaar is om een werkende klapspiegel van een duizendste millimeter dik tussen de zonnecellen en de zonnecollector te zetten. Technologiestichting STW betaalt 750.000 euro voor het onderzoek, waarvan een postdoc, een aio en een twaio (tweejarige aio) worden aangesteld. Maar het grootste deel van het onderzoeksbudget wordt gebruikt om een apparaat te kopen waarmee heel dunne laagjes magnesium-nikkel op een oppervlak gesputterd kunnen worden. De vu doet het onderzoek samen met het ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland). De twaio gaat bij ECN onderzoeken welke materialen het geschiktst zijn voor de zonnecollector, hoeveel warmte deze materialen kunnen hebben en hoe heet een zonnecol-
lector precies wordt in de zon. De aio en de postdoc gaan aan de vu het wetenschappelijk onderzoek doen aan de schakelbare spiegels en onderzoeken hoe deze te gebruiken zijn voor de zonnecollectoren. "Tot nu toe hebben we schakelbare spiegels gemaakt onder ideale omstandigheden, in een container met waterstofgas", vertelt Griessen. "Je kunt die zonnepanelen niet in een container waterstofgas stoppen, die moeten buiten op het dak. Dus moeten we iets verzinnen waardoor kleine beetjes waterstof worden opgeslagen in het systeem zelf, zodat je de spiegel op zwart kan zetten." De onderzoekers moeten ook een schakelaar maken waarmee je de spiegel op zwart en weer op spiegelend kunt zetten. Griessen: "We hebben dat nog lang niet onder controle, maar we denken dat het in vier a vijf jaar te doen moet zijn."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's