Ad Valvas 2002-2003 - pagina 124
AD VALVAS 10 OKTOBER 2002
PAGINA 8
Dertigjarig Couperin-orgel moet de hele Zuidas naar de VU trekken
Van herderlijk fluitje tot donderend geweld
ii
m-
JMJ
-j^^J^^^ê^^Bj^^^f^^^kSif^^^^S^ièl^^^^^^^laÉa^^^^S^ê^Ê^
eÄSiäKli'
ÉÉlu
Peter Strelitski
Wie op het Couperin-orgel wil spelen, moet meer kunnen dan boei^daai^ligt-een-kip-in-'t-water
De VU moet vooral geen 'kerkje gaan spelen' met het Couperin-orgel in de aula van het hoofdgebouw, vindt universiteitsorganist Ewald Kooiman. Want het orgel is meer dan een 'exponent van groezelige religie'. Het komende jaar ondergaat het bijzondere instrument, inmiddels dertig jaar oud, een grondige opknapbeurt. Martine Postma
Als Js Johan
Vos in de lege, donkere aula een paar noten aanslaat op het Couperin-orgel, klinkt het alsof een schaapherder nonchalant op een zelfgesneden houten fluitje blaast: eenvoudig, bijna onopvallend. "Voor deze fluittoon heb ik het bourdonregister opengetrokken", vertelt Vos, docent bij de faculteit Godgeleerdheid en lid van de orgelcommissie van de VU. Een register opentrekken, dat betekent; een van de houten knoppen in de orgelkast naar je toe trekken, waardoor lucht uit de blaasbalg via bepaalde orgelpijpen naar buiten komt, in dit geval dus via de pijpen die bij het bourdonregister horen. "Als je meer registers opentrekt", legt Vos uit, "dan haal je er steeds meer pijpen bij. Welke je erbij neemt en welke je weglaat, dus de manier waarop je de klank mengt, dat heet registreren en is de taak van de organist. Goed registreren is een wetenschap op zich." Vos doet het voor aan de hand van Las Folias, variaties op een Spaans dansje. In plaats van de bourdon, trekt hij nu het cometregister open. Dat levert een iets scherper geluid op. In de volgende variaties voegt hij steeds nieuwe registers toe, waardoor de klanken steeds voller en statiger worden. Van de herderassociatie is al gauw niets meer over. In plaats daarvan galmt en dondert het orgel, overweldigend als in een kerk. Zelfs ongelovigen zouden er godvrezend van worden.
U i t orgel is een geschenk van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde grondslag.' De letters op het papier-achterglas zijn zorgvuldig gekalligrafeerd; de hoofdletters rood, de rest zwart. Met kleine schroefjes is het document, ter grootte van een A4-tje, bevestigd in de houten wand achter het organistenbankje. Ook het bouwjaar staat vermeld; 1972-1973, evenals de bouwers; J.G. Koenig uit Sarre-Union, Frankrijk, en Fonteyn Gaal uit Kampen. Een orgel is een machtig instrument, alleen al door zijn omvang. De organist zit er als het ware middenin, als een kapitein op de brug van een schip. Kijkt hij vanaf zijn bankje naar boven, dan ziet hij de metershoge orgelpijpen bij tientallen boven zich uittorenen. En dat is alleen nog maar de voorste rij; in totaal telt een orgel duizenden pijpen, van piepklein tot levensgroot. Ook achter het bankje staan nog honderden pijpen en pijpjes opgesteld, in een hoge kast met openslaande panelen die de organist onzichtbaar maakt voor de zaal. In de 'controlekamer' heeft de organist op de vu vier schuin boven elkaar geplaatste rijen toetsen (klavieren) tot zijn beschikking, en een serie voetpedalen (het pedaalklavier). Verder zijn er 35 registers. Met die uitrusting is het vu-orgel een behoorlijk groot instrument. Veel orgels hebben minder klavieren en bij een gemiddeld dorpsorgel, weet theoloog Vos, mag je al heel blij zijn met 25 registers.
Couperin (1668-1733), moet spelen. Dat gebeurt ook nu wel af en toe; huisorganist Ewald Kooiman geeft twee maal per jaar een serie lunchconcerten op woensdagmiddag. "Maar daarbij zitten dan maar een stuk of vijf mensen in de zaal, meestal senioren", vertelt Kaldewaij. Dat vindt hij gênant, want het bijzondere orgel is meer waard. Daarom is Kaldewaij bezig de orgelcommissie nieuw leven in te blazen. De commissie, die sinds jaar en dag bestaat uit Kooiman, emeritus hoogleraar informatica Reind van de Riet en de secretaris van de universiteit, telt inmiddels zes man, onder wie ook een aio en zelfs een student. Uiteindelijk streeft Kaldewaij naar een orgelcommissie van tien, met beduidend meer jonge mensen dan nu. De nieuwe commissie moet plannen bedenken om het orgel beter te promoten. "We moeten het zo aantrekkelijk maken dat we bekende organisten kunnen uitnodigen, die dan voor een volle zaal komen spelen." In dat kader staat in december de stadsorganist van Haarlem, Jos van der Kooij, twee keer geboekt voor een lunchpauzeconcert. Maar ook buiten de echte concerten om moet het orgel meer worden gebruikt, vindt Kaldewaij. "Bij promoties bijvoorbeeld. Als mensen goede organisten in de familie hebben..." Die moeten overigens wel eerst even komen voorspelen. "Boerdaar-ligt-een-kip-in-'t-water is niet genoeg", benadrukt de secretaris. "We willen wel kwaliteit."
LJ niversiteitssecretaris Anne Kaldewaij ziet het helemaal zitten; de vu als bruisend middelpunt van de Zuidas, waar niet alleen studenten en medewerkers, maar ook de zakenjongens van ABN Amro en ING in hun lunchpauze cultuur komen snuiven. "De aula moet volstromen met mensen die weten dat wij zulke leuke orgelconcerten geven", doceert de voorzitter van de orgelcommissie, terwijl hij in zijn werkkamer een shaggie rolt. Kaldewaij is een man met een missie; het Couperin-orgel, genoemd naar de Franse barokcomponist Francois
ü e n orgel aanschaffen doe je niet een-twee-drie. Daarom werden, toen de vu-vereniging de universiteit begin jaren zeventig een orgel wilde schenken voor het nieuwe pand aan de De Boelelaan, allereerst twee adviseurs aangesteld; Ewald Kooiman, inmiddels bijzonder hoogleraar orgelkunde, en orgelliefhebber Frans Stam, destijds hoogleraar bij de medische facul-
teit. Zij moesten bepalen wat voor orgel op de vu zou worden gebouwd. Door de grote verschillen tussen orgels onderling, kun je namelijk niet op elk instrument alle orgelmuziek spelen. Bach bijvoorbeeld componeerde stukken met uitgebreide pedaalpartijen. Die kun je niet spelen op een orgel dat maar een beperkt pedaalklavier heeft. Ook kun je op een orgel met twee klavieren niet uit de voeten met muziek die voor vier klavieren is geschreven. Elke muziekstijl vereist zo zijn eigen type orgel. Begin jaren zeventig werden de meeste orgels gebouwd volgens de stijl van de Duitse neobarok. Maar Stam en Kooiman wilden met het vu-orgel wezenlijk iets toevoegen aan het Nederlandse orgellandschap. Daarom adviseerden zij de universiteit om een orgel te bouwen in de stijl van de Franse barok, die duurde van circa 1630 tot aan de Franse Revolutie. Zulke orgels, die bekend staan om hun vriendelijke, wat mildere geluid, had je toen nauwelijks in Nederland. Het was een vooruitstrevende stap van de vu. Theologiedocent Vos: "Toen men hier begon te bouwen, stond de waardering voor de Franse barok nog in de kinderschoenen. Inmiddels heeft die muziekstijl een echte revival doorgemaakt. Maar destijds was het pionierswerk."
Or
'rgelmuziek is veel gelovigen met de paplepel ingegoten. Zoals universiteitssecretaris Kaldewaij. "Net als in zo veel gereformeerde gezinnen stond er bij ons thuis een harmonium in de kamer", vertelt hij glimlachend, "'s Avonds na het eten werd daar dan wat bij gezongen, bijvoorbeeld uit de bundel Scheepje onder Jezus' hoede." Ook de hervormde Johan Vos heeft de liefde voor het orgel in zijn jeugd opgedaan. "Als kind vond ik niets mooier dan dat." Vos begon zelf te spelen toen hij tien was. Voor hem zijn het orgel en het geloof altijd verbonden gebleven. "Tijdens mijn studie theologie had ik wel eens momenten dat ik me afvroeg waar ik het allemaal voor deed. Dan ging ik naar de kerk om even op het orgel te spelen.
en dan wist ik het weer." "Orgelspelen als therapie", noemt universiteitsorganist Ewald Kooiman dat, en dat is iets voor amateurs. "Als vakman doe je dat niet." Kooiman, die als professioneel organist vele elpees en cd's heeft volgespeeld, zul je dus niet overmand door emoties achter het orgel aantreffen. Hij waarschuwt er ook expliciet voor om het instrument zo rechtstreeks met het geloof te verbinden. "Veel mensen hebben juist door die associatie met de kerk de pest gekregen aan het orgel. Voor hen is het een exponent van groezelige religie geworden." O m de toekomst van het orgel veilig te stellen, moet de band met het geloof dan ook worden doorbroken, vindt Kooiman. "De mensen moeten het orgel herontdekken als een volwaardig muziekinstrument." Daarom moet de vu met haar orgel ook "vooral geen kerkje gaan spelen, alsjeblieft niet zeg". I V l o m e n t e e l wordt er groot onderhoud gepleegd aan het Couperinorgel. Dat is na dertig jaar wel nodig ook. "Technisch wordt er wat bijgeregeld", legt organist Kooiman de operatie uit. "Zo moeten de stelschroeven, die een verbinding maken tussen de toets en de pijp, zo langzamerhand wel eens worden bijgesteld." Verder wordt er iets aan de klank van het orgel gedaan en komt er een geavanceerdere geluidsinstallatie in de aula. Dat is noodzakelijk, want de aula is volgens Kooiman eigenlijk ongeschikt voor muziek. Daarom zi)n er bij de bouw beweegbare plafonds m gemaakt, die je kon instellen op spraak (laag) of muziek (hoog). "Maar dat is een mislukking gebleken", vertelt de organist. Gelukkig kunnen de mankementen van de zaal met de huidige techniek redelijk worden opgevangen. De opknapbeurt zal nog wel het hele studiejaar duren. Als het werk klaar is, viert het orgel juist zijn dertigjarig jubileum. Kooiman: "Dat lijkt me een mooie gelegenheid voor de VU om er wat extra aandacht aan te besteden." Universiteitsorganist Ewald Kooiman geeft op 13, 20 en 27 november lunchpauzeconcertcn in de aula. Op 11 en 18 december speelt Jos van der Kooij, de stadsorganist van Haarlem, tussen de middag op het Coupenn-orgel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's