Ad Valvas 2002-2003 - pagina 565
AD VALVAS 19 JUNI 2003
PAGINA 9
VU begeeft zich op verzadigde markt voor journalistieke opleidingen
'Er is altijd werli voor bèta's die Icunnen sdirijven' Terwijl de ene uitgeverij na de andere redacteuren op straat zet, biijft liet aantal journalisten-in-opleiding groeien. Ook de VU begeeft zich nu op die markt, met het Centrum voor Wetenschapscommunicatie. Wildgroei? "Nee, dit is niet te veel van het goede."
Jeroen Mirck Het gaat niet goed met de journalistieke arbeidsmarkt. D e teruglopende advertentie-inkomsten dwingen veel uitgeverijen tot reorganiseren; ontslagen blijven daarbij niet uit. Ondanks de belabberde vooruitzichten krimpt het aantal journalistieke opleidingen echter bepaald niet. Behalve aan de vier scholen voor de journalistiek (in Utrecht, Tilburg, Zwolle en Ede) kun je sinds een jaar of tien ook journalistiek studeren aan de universiteiten van Groningen en Rotterdam. Ook de UvA en Leiden bieden al enige tijd journalistieke opleidingen. De VU begeeft zich volgend collegejaar ook op deze markt. Er worden hier al langere tijd cursussen wetenschapsjoumalistiek gegeven, maar nu komt er een apart instituut voor: het Centrum voor Wetenschapscommunicatie. Het idee om zo'n centrum op te richten werd oktober vorig jaar gelanceerd door collegevoorzitter Wim Noomen, maar een definitief besluit viel pas op 22 mei. "Dat is kort dag, want het centrum moet in september van start", zegt coördinator Jaap Willems van de faculteit Aard- en Levenswetenschappen. "We gaan het meteen groots aanpakken. Zo organiseren we op 22 oktober aan de V U een nationale studiedag over wetenschapscommunicatie, die geopend zal worden door minister Van der Hoeven."
Speerpunt: bèta's Willems is ambitieus: "We hebben de intentie een nationaal centrum te worden. N u nog worden onze cursussen wetenschapsjoumalistiek hoofdzakelijk gevolgd door biologiestudenten. Wij willen ook andere bèta's binnenhalen. En alfa's en gamma's." Met deze doelstelling in gedachten heeft Willems samenwerking gezocht met andere VU-partijen: de opleidin-
Nico den Duik
gen communicatie- en informatiewetenschappen (CrW), onderdeel van de letterenfaculteit, en gezondheidscommunicatie, dat aan het VUmc wordt aangeboden. "Laat ik eerlijk zijn: we willen graag een alomvattende masteropleiding journalistiek aan de V U . " Samenwerken met Windesheim - dat een school voor de journalistiek heeft - ligt ook voor de hand, maar door alle drukte is Willems "daar nog niet aan toegekomen". T o c h ligt het speerpunt in de bètahoek. Willems hoorde het laatst nog tijdens een congres: er is een grote behoefte aan bèta's die kunnen communiceren. " D e praktijk is dat de journalistieke hbo-opleidingen vooral alfa's afleveren. T o t nu toe is de bètarichting onderbelicht gebleven." Dat daar nu verandering in komt, is het gevolg van overheidsbemoeienis: het enkele jaren geleden gesloten bètaconvenant. Wie bijvoorbeeld biologie of wis- en natuurkunde ging studeren, kreeg geen vier maar vijf jaar studiefinanciering. Willems: " D e overheid verklaarde zich bereid dat vijfde jaar te betalen, op voorwaarde dat de bètafaculteiten verschillende opleidingstypes gingen aanbieden, waaronder een variant die gericht is op communicatie en educatie. Deze specialisaties zijn dus geen vrije keuze." Mede door dit convenant is de markt van communicatieonderwijs in korte
tijd explosief gegroeid. Willems vindt echter niet dat het kersverse VU-centrum bijdraagt aan 'wildgroei'. "De praktijk leert dat veel studenten een baan vinden. Volgens mij is de aanwas van nieuwe journalisten nog niet te veel van het goede."
Doemscenario Wie in ieder geval uiterst negatief is over de overdaad aan afgestudeerde journalisten, is secretaris Hans Verploeg van journalistenvakbond NVJ. "De werkgelegenheid bij kranten, tijdschriften, radio én televisie staat onder druk. Toch komen steeds meer universiteiten met post-docs journalistiek, terwijl de hogescholen veel meer eerstejaarsstudenten toelaten. Straks zit-
hun baan te verliezen door reorganisaties bij met name de dagbladen. Eenzelfde aantal mensen studeert jaarlijks af aan de vele instellingen voor journalistiek in Nederland. Hoe kan een markt die zevenhonderd banen verliest evenzoveel nieuwkomers plaatsen? Verploeg: "In de jaren negentig was er nog een uitweg: toen konden veel afgestudeerden terecht bij de opkomende commerciële tv-zenders en amusementsbedrijven als Endemol. Maar nu is de toekomst weinig rooskleurig."
Gezonde concurrentie Verploeg zegt ook niet zo te geloven in "dat verhaal over die bèta-niche. Dat riep men dertig jaar geleden ook
"Hbo-instellingen hebben een groter probleem. De media willen immers academisch geschoolde journalisten" ten we opgescheept met een grote groep werkloze afgestudeerden." Met cijfers onderbouwt Verploeg zijn doemscenario: het beroepsveld omvat zo'n twaalfduizend joumaUsten. Alinstens zevenhonderd van hen dreigen
al. D e enige echt substantiële niche is de financiële journalistiek." Frank van Vree, die aan de UvA de opleiding journalistiek coördineert, is positiever over het VU-initiatief De hoogleraar: " D e V U bedient een rele-
vant segment van de markt. Er is sprake van gezonde concurrentie, waarbij we elkaar heus het licht in de ogen gunnen. Hbo-instellingen hebben een groter probleem. De media willen immers academisch geschoolde journalisten - dat geldt tegenwoordig ook voor radio en tv." Dat ook de universitaire opleidingen journalistiek geen onbegrensde mogelijkheden hebben, blijkt wel uit de postdoctorale opleiding economische journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze afsplitsing van de reguliere postdoctorale joumalistiekopleiding werd opgericht in 2001, toen de economie booming was. De huidige recessie raakt ook de Rotterdamse opleiding: op 16 juni zou een nieuwe cursus starten, maar die is "vanwege net niet voldoende gekwalificeerde deelnemers" voorlopig uitgesteld tot oktober. Na de zomer wordt duidelijk hoe het de andere opleidingen vergaat. Het Centrum voor Wetenschapscommunicatie heeft in ieder geval een buffer, want het wordt de eerste drie jaar gesponsord door het cvb. "Daarna moeten we onszelf bedruipen, maar dat ziet er kansrijk uit", voorspelt Willems. "Wel moeten de verschillende journalistieke opleidingen zich goed profileren. Doen ze dat niet, dan gaan ze elkaar wurgen. Daarom proberen we in landelijk overleg gezamenlijk een gentlemen's agreement te sluiten."
Een goedbetaalde luis In de pels W a a r o m legt e e n u n i v e r s i t e i t s b e stuur t o n n e n n e e r v o o r e e n w e e k blad w^aarover h e t i n h o u d e l i j k w e i nig te z e g g e n heeft? O v e r p e i n z i n gen n a a r a a n l e i d i n g v a n h e t zojuist verschenen b o e k over d e g e s c h i e denis v a n h e t U t r e c h t s e U - b l a d .
Frank Steenkamp (HOP) Het blijkt een typisch Hollands verschijnsel; een medium voor studenten en universitair personeel, dat redelijk kritisch over bestuurlijke zaken bericht en tegelijk boeiend leesvoer biedt over onderwijs en onderzoek. Dat het ooit anders is geweest, blijkt Wel uit de vorige week verschenen geschiedschrijving van het Utrechtse universiteitsblad (U-blad). In de woe-
lige jaren zestig moet Utrecht het nog stellen met een luchtig corporaal studentenblad en een timide blaadje voor het personeel. Maar in 1969 komt de omslag. Studentenprotesten, gevolgd door wettelijke democratisering van de universiteit, veranderen het klimaat. Zes jaar is er nodig voordat de strijd om een onafhankelijk blad gestreden is. Elders duurt het vaak nog langer. Veel hogescholen krijgen zelfs pas eind jaren negentig, na de grote fusiegolf, een volwaardig blad. Het verhaal is overal min of meer hetzelfde als dat van het U-blad: bestuurlijke twijfels over het tolereren van 'opinies', de instelling van een toezichthoudende redactieraad, gemillimeter over punten en komma's in een redactiestatuut, kleinmenselijke conflicten en - hoe kan het anders - een
hoofdredacteur die na verspeeld vertrouwen ontslagen wordt. In 1975 wordt een zelfstandige stichting opgericht om een veilige afstand tussen U-blad en bestuur te scheppen. "Een wijs besluit" noemt geschiedschrijver Kees Ribbens dit. Maar verderop in zijn boek leidt 'normalisering' van de verhouding met het bestuur weer tot opheffing van de stichting. Het blad wordt dienstonderdeel van de universiteit en krijgt goede werkrelaties met de voormalige aartsvijand - de voorlichters. H e t klimaat rond het blad is nu "eerder pragmatisch dan ideologisch". Toch blijft er bij zo'n happy end iets knagen. Is hier nu echt verklaard waarom Nederland zulke universiteitsen hogeschoolbladen heeft als we nu kennen? Is het pragmatische blad een
soort 'einde van de geschiedenis'? Op die laatste vraag rouleren uiteenlopende antwoorden. Het vakblad De Journalist maakt er een traditie van om bij elke rel over een columnist of een hoofdredacteur het einde van de onafhankelijke universiteits- en hogeschoolbladen aan te kondigen. Maar zulke conflicten zijn er altijd geweest. En tot nu toe zijn de bladen, met ups en downs, blijven bestaan. Ook de stelling dat de wording van het U-blad ondenkbaar was geweest "zonder de democratisering van het bestuur" roept vraagtekens op. Want volgens velen is die democratisering al jaren geleden ten grave gedragen. En veel hogescholen hebben nooit diezelfde bestuurscultuur gekend. Toch bestaan er nog steeds bladen met een onafhankelijke redactie.
Kermelijk zijn daar ook andere bestaansredenen voor. Dat blijkt ook als je naar ministeries en grote bedrijven kijkt. Daar krijgen professionele journalisten inmiddels eveneens behoorlijk de ruimte. Het moderne management kan blijkbaar leven met een 'eigen blad' waarin kritiek tot op zekere hoogte een plaats kan vinden. Zo konden de universiteits- en hogeschoolbladen dus van 'braaf blaadje' eerst luis in de pels worden en daarna gevestigd instituut. In de jaren zestig werd dat 'repressieve tolerantie' genoemd. Maar dat tijdperk is erg lang geleden. Kees Ribbens, Universitaire journalistiek tussen onafhankelijkheid en informatievoorziening: Een geschiedenis van het U-blad. Uitgeverij Matrijs, 224 biz., € 17,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's