Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 56

8 minuten leestijd

PAGINA 8

AD VALVAS 12 SEPTEMBER 2 0 0 2

VU-politica Jet Bussemaker twijfelt aan de 'gezinsmentaliteit' van premier Balkenende

'Al die pakken hebben nauwelijks affiniteit met vrouwenzaken'

Het aantal vrouwelijke hoogleraren gaat door het beleid van het huidige kabinet niet stijgen. En CDA, WD en LPF gaan zich ook niet inzetten voor een betere balans tussen mannen en vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Dat vreest Jet Bussemaker, politicologe aan de VU en Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Emancipatie is uit. Lang leve het macho-denken.

maal afgeschaft. En het kabinet doet niets aan kinderopvang." Wat betreft maatregelen om het aantal vrouwen in de top van de universiteiten en het bedrijfsleven te bevorderen, heeft Bussemaker dan ook weinig vertrouwen in CDA, WD en LPF. "Onder het vorige kabinet hadden Annemarie Jorritsma en Annelies Verstand, de toenmalige staatssecretaris voor emancipatie, een soort ambassadeursnetwerk opgezet van mannen en vrouwen die hoog in het bedrijfsleven zaten, om bedrijven aan te sporen meer vrouwen tot de top te laten doordringen. Op dat gebied heeft het huidige kabinet geen enkele overtuigingskracht. Hoe moeten ze bedrijven en universiteiten daarop aanspreken, als ze het zelf niet eens kunnen? En wie moeten dat dan doen? Twee mannen?"

Martine Postma

Extra duwtje

Natuurlijk moet ze behoedzaam formuleren. Want voor je het weet krijgt haar partij anders weer het verwijt arrogant te zijn, beter te weten hoe het moet. En dat is wel het laatste wat de PvdA na de schrikbarende verkiezingsnederlaag van 15 mei kan gebruiken. Maar, hoe voorzichtig ze het ook zegt, de boodschap van Jet Bussemaker is duidelijk: het emancipatiebeleid van het nieuwe kabinet slaat nergens op. We zijn terug bij af, verzucht de politicologe in het keukentje naast haar werkkamer op de faculteit Sociaal-Culturele Wetenschappen. Dat komt volgens haar door de eenzijdige samenstelling van het kabinet. "Als mannen niet worden omringd door een zekere hoeveelheid vrouwen, dan neemt de neiging om op een 'vrouwelijke' manier te denken vanzelf af."

Spierballenpolitiek Want er bestaat wel degelijk een mannelijke en een vrouwelijke manier van politiek bedrijven. Polderen, verduidelijkt Bussemaker, die een dag per week op de VU werkt, was een typisch vrouwelijke manier. "Goed naar eikaars argumenten luisteren. En net zo lang praten tot je eruit bent." Mannen hebben volgens Bussemaker van zichzelf veel minder de neiging om naar een ander te luisteren. "Die zijn in staat om tijdens een debat precies hetzelfde te zeggen als de drie sprekers daarvoor, en zich dat dan toe te eigenen." Vrouwelijke politici zijn ook doorgaans beter voorbereid, meent de politicologe. "Omdat ze onzekerder zijn, denk ik. Een vrouw leest eerst alle stukken en gaat daarna pas iets zeggen, terwijl een man nog wel eens gewoon begint te praten. Dat zie je nu bijvoorbeeld aan zo'n Nawijn (LPF-minister van Vreemdelingenbeleid en Integratie, red.). Die roept maar wat, beweert dingen die helemaal niet kunnen. Typische mannelijke spierballenpolitiek." Dat het poldermodel tot zulke grote bloei kon komen, kwam volgens Bussemaker mede doordat er ten tijde van de paarse kabinetten relatief veel vrouwen in de regering en de Kamer zaten. De kritieke hoeveelheid vrouwen die nodig is om

Volgens Jet Bussemaker was polderen een vrouwelijke manier van politiek bedrijven de cultuur in een organisatie te veranderen, ligt bij dertig procent, weet Bussemaker, en dat aantal werd onder Paars gehaald. "Zolang het aantal daaronder zit, blijft de mannencultuur in stand. Dan blijft het jongens onder elkaar." Dat ziet ze momenteel gebeuren in politiek Den Haag. "Het macho-denken is terug. Kijk maar: asfalt is in, huizenbezit is in, de auto is het grote

speeltje. Zaken als milieu en emancipatie zijn uit." Het verbaast haar niet. "Al die grijze pakken die nu in de Kamer zitten, hebben nauwelijks affiniteit met de thematiek van vrouwen." En dat heeft zijn weerslag op het beleid. Bussemaker somt op: "De fiscale stimulering van het ouderschapsverlof, het langer durend zorgverlof, het verlofsparen, het spaarloon... het wordt alle-

Als het aantal vrouwelijke hoogleraren gaat stijgen, zal dat dus niet te danken zijn aan het kabinetsbeleid. Dat vindt Bussemaker een kwalijke zaak. "Binnenkort gaan veel hoogleraren met pensioen, en daar zullen vanzelf voor een deel vrouwen voor terugkomen, gewoon omdat er op de universiteiten momenteel meer vrouwen zijn dan vroeger. Maar emancipatiebeleid houdt nu juist in dat je die zaken niet aan demografische wetten overlaat, maar dat je een extra duwtje geeft." Bussemaker maakt zich ook zorgen over de positie van Onderwijsminister Maria van der Hoeven, de enige vrouwelijke minister. "Zij heeft veel ervaring en kwaliteiten, maar ze blijft een eenling en dat kan vervelend zijn." Van der Hoeven, bedoelt Bussemaker, zal zich hoe dan ook moeten aanpassen aan de 'mannelijke' manier van met elkaar omgaan die in het kabinet heerst. Daardoor heeft ze vanaf het begin een achterstand, waardoor haar positie, nuchter beschouwd, nu al minder solide is dan die van de mannelijke ministers. N u de LPF na ruim een maand met een (mannelijke) kandidaat voor het staatssecretariaat Emancipatie en Gezinszaken is gekomen, heeft Bussemaker eindelijk een serie Kamervragen kunnen indienen. Wat vindt de staatssecretaris van de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke ministers in het kabinet (dertien tegen één)? En hoe verhoudt zich die ene vrouw tot de doelstelling in de Meerjarennota Emancipatiebeleid om in 2004 veertig procent vrouwen in de regering te hebben? Daarnaast heeft Bussemaker premier Jan Peter Balkenende om opheldering gevraagd over de lange voorgeschiedenis van de benoeming. Het CDA, vindt Bussemaker, had als grote voorstander van het gezin namelijk best even kunnen helpen om sneller iemand te vinden. "Maar in plaats daarvan zei Balkenende: 'Sorry, ik ga met vakantie.' N o u begrijp ik best dat die man ook even rust wilde, maar hoe belangrijk vind je die onderwerpen dan werkelijk?"

Cijferwoede onder Ket Franse gezag Weimoed Visser Een staat die controle wil hebben over zijn burgers, moet iets van die mensen weten. Als je weet hoeveel mensen verdienen, kun je daarop een belastingstelsel maken en als je weet hoe het zit met analfabetisme, weet je waar er gaten zitten in het onderwijssysteem. Vanaf 1795 werd Nederland voor het eerst een centraal bestuurde staat, de zogeheten Bataafse Republiek. Niet meer de steden en de gewesten hadden het voor het zeggen, maar een landelijke overheid die intensief samenwerkte met de Fransen. De lijnen tussen bestuur en burgers werden daardoor langer. Wetenschapshistoricus Ida Stamhuis: "In een stad of provincie weet je als bestuur wel ongeveer hoe allerlei zaken liggen, maar deze nationale overheid had een enorme behoefte aan informatie." Samen met econo-

De Franse tijd heeft niet alleen de meter en de hoepelrok naar Nederland gebracht, maar ook de statistiek. De overheid onder Frans gezag had informatie nodig over haar inwoners: hoeveel geld verdienden ze, wat was hun beroep, wat voor gewassen verbouwden ze? Twee VU-historici publiceerden vorige week een bundel over statistiek als onderdeel van de staatkunde. misch-sociaal historicus Paul Klep publiceerde Stamhuis afgelopen week de bundel The statistical mind in a prestatistical era: the Netherlands 17501850, waarin zij stellen dat de Bataafse Republiek erg belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de statistiek in Nederland. Klep ontdekte in de archieven van de Bataafse republiek dat de overheid in die tijd begon met het registreren van geboorte- en sterftedata, rechtszaken en veesterfte. Rechtenstudenten kregen vanaf die tijd het vak staatshuishoudkunde, waarin al dit soort gegevens over de samenleving aan de orde kwamen, opdat zij later goede beleids-

makers zouden worden. Echt wiskundig was deze vorm van statistiek niet, zelfs lang niet altijd kwantitatief. Zo gaf Adriaan Kluit, vanaf 1806 de eerste statistiekprofessor in Nederland, ook college over het karakter van de Nederlanders, dat volgens hem uiteraard veel beter was dan dat van omringende volken.

Rampjaar Al voor de Franse tijd bestond er in Nederland een vroege vorm van statistiek: de politieke rekenkunde, die ertoe diende om de staatsuitgaven te financieren. O m aan geld te komen.

schreef de zeventiende-eeuwse republiek leningen uit met lijfrente; de persoon die de staat het geld leende, kreeg een hogere rente dan normaal, maar deze rente hield op wanneer iemand doodging. O m ervoor te zorgen dat de staat er niet te veel geld bij inschoot, werd berekend hoe lang mensen gemiddeld leefden en hoeveel rente dat de staat dus zou kosten. "In het rampjaar 1672 hield Johan de Witt een verhandeling voor de Staten Generaal over het uitschrijven van extra lijfrentes, omdat hij geld nodig had voor de oorlog tegen de Fransen en de Engelsen", vertelt Stamhuis. "Later in de

negentiende eeuw gingen verzekeringsmaatschappijen lijfrentes aanbieden. Dat is het systeem dat wij nu nog steeds kennen." Een van de dingen die Stamhuis opvielen aan de periode vanaf het eind van de achttiende eeuw, is dat de overheid als een razende allerlei gegevens begon te verzamelen, maar dat heel vaak nog niet goed duidelijk was wat je met die gegevens moest en kon. Dat leidde ook onder statistici in die tijd tot heftige discussies: wat is de waarde van het gemiddelde, als de bijdrage van een arbeider evenveel weegt als die van een fabrieksdirecteur, vroegen statistici zich af. Stamhuis: "In dat opzicht druist statistiek in tegen de klassenmaatschappij en daar moest men erg aan wennen." Paul M. M. Klep en Ida H. Stamhuis (red ), The statistical mirid in a pre-stalistical era: the Netherlands 1750-1850. Uitgeverij Aksant, €27,20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 2002-2003 - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002

Ad Valvas | 588 Pagina's