Ad Valvas 2002-2003 - pagina 169
AD VALVAS 7 NOVEMBER 2 0 0 2 I
PAGINA 5
Het protestantse kinderboek eindelijk gewaardeerd als literaire stroming
In de wereld van Jaap en Gerdientje Generaties protestanten zijn opgegroeid met de avonturen van Rozemarijntje, Bartje en Jaap Holm en z'n vrinden. Deze typisclie l<inderliteratuur is door wetenscliappers lange tijd afgedaan als moralistisch en prekerig. Maar daar komt verandering in. Volgende week woensdag komen onderzoekers van het protestantse kinderboek voor het eerst bijeen op de VU. Yvette Nelen Als hij de naam hoort van de kinderschrijver Willem Gerrit van de Hulst, lichten de ogen van de bejaarde man in de vu-boekhandel op. "Pardon, maar heeft u het over W.G. van de Hulst? Daar heb ik zulke goede herinneringen aan. Mijn vrouw heeft al zijn boeken, ze spaart de oude drukken." Er is een geliefd thema aangeboord. "Ik weet nog dat een gewaardeerde vriend van mij zelf ook jeugdboeken wilde gaan schrijven. Hij vroeg mij hem in contact te brengen met W.G. van de Hulst. Ze praatten een hele middag met elkaar. Daarna zei Van de Hulst tegen mijn vriend: 'Je zult nooit een goede schrijver van kinderboeken worden. Je bent als kind nooit stout geweest.'" De man uit de winkel is niet de enige bij wie de naam W.G. van de Hulst (1879-1963) nostalgische gevoelens oproept. Geen kind van protestantse huize dat niet is opgegroeid en opgevoed met de boekjes van het Nederlands-hervormde schoolhoofd uit Utrecht. Vele tientallen titels heeft hij op zijn naam staan, waarvan Jaap Holm en z 'n vrinden, Rozemanjntje en In de Soete Smkerbol slechts een kleine greep is. De meeste van zijn boekjes worden nog steeds herdrukt en gelezen. Van de Hulst zorgde aan het begin van de twintigste eeuw voor een kentering in wat zich in de voorafgaande decennia had ontwikkeld tot een apane strommg in de literatuur: die van het protestantse kinderboek. Waren de boekjes van de zondagsschool in de negentiende eeuw nog vaak zwaarmoedige verhalen over straatarme kindertjes die werden bekeerd tot het ware geloof. Van de Hulst kon tenminste een spannend verhaal vertellen. "Bij hem geen brave Hendriken of Marietjes, maar kinderen van vlees en bloed die kattekwaad uithaalden", zo typeert literatuurhistoricus Jacques Dane van de Rijksuniversiteit Groningen zijn verteltrant. "Hij kon beeldend schnjven en kende de kinderwereld. Van de Hulst noemde de boekjes uit de negentiende eeuw zouteloos. Die bekeringsgeschiedenissen konden volgens hem kinderen nauwelijks boeien " Toch bestond er volgens Dane nog wel een duidelijk verschil met boeken als Dik Trom en Pietje Bell uit de neutrale kinderliteratuur. "Hierin werd de ondeugd meer verheerlijkt. Van de Hulst ging er vanuit dat kattekwaad hoorde bij de kinderwereld, maar de kinderen hadden wel altijd berouw." Ze leefden in een beschermde en overzichtelijke wereld, waann vaders een pijp rookten en moeders een schort voor hadden.
Moraal Samen met kinderschrijver Anne de Vries (1904-1964), bekend van de verzetsroman Reis door de nacht, Bartje en Jaap en Gerdientje, zette Van de Hulst het protestantse kinderboek van de twintigste eeuw op de kaart. Het is daarom vreemd dat deze literatuur in onderzoekskringen
Uit: Kleine Zwerver van W. G. van de Hulst
tot voor kort weinig aandacht kreeg. Zeker als je in beschouwing neemt dat het protestantse kinderboek nog steeds een apart genre is, terwijl het katholieke of socialistische kinderboek allang van de markt is verdwenen. De protestantse boeken werden lang afgedaan als te moralistisch en expliciet christelijk. In De hele Bibelebontse berg (1989), het eerste overzichtswerk van kinderboeken, komen de boeken nauwelijks aan de orde. Dat Van de Hulst ook in niet-christelijke kringen werd gelezen, zou voornamelijk komen doordat hij zo goed schreef. De moraal die er volgens het overzichtswerk 'met bakken vol werd ingestopt' zou voor lief worden genomen. Maar de boeken moeten vooral gezien worden in het licht van hun eigen tijd, vindt Dane. Dat doen historici, neerlandici en pedagogen gelukkig steeds vaker. Zo is er wel degelijk waardering gekomen voor het werk van de protestantse schrijvers. Onderzoekers van het protestantse kinderboek komen woensdag 13 november voor het eerst samen op de vu voor het congres Bouwsel voor 't leven, georganiseerd door George Harinck van het Historisch Documentatiecentrum en Jacques Dane.
Kleine volwassenen Meestal wordt de opkomst van het protestantse kinderboek geplaatst in de negentiende eeuw, de periode waarin de Nederlandse samenleving langzaam maar zeker 'verzuilde'. Elke levensbeschouwelijke stroming kreeg haar eigen leescultuur. Die van de protestanten werd sterk beïnvloed door de Romantiek en het Réveil, een opwekkingsbeweging uit Zwitserland, die zich verzette tegen het vooruitgangsgeloof van de Verlichting en de ontkerkelijkmg van het open-
vaaft
J^. ONXe RLEINEN
Het huisje in de sneeuw"
'
DOOR., V / G i-'t!
PLAATJES \m
von U
UULSDT
W . S var. d. WULST JUNIOR
bare leven. Ze verzette zich ook tegen het burgerlijke beschavingsmodel van die tijd, dat weliswaar de nadruk legde op braaf zijn en deugdelijkheid, maar geen plaats inruimde voor 'een verzoening met God'. Het Réveil sloeg in Nederland vooral aan bij een kleine christelijke elite van adel en kooplieden. Zij wilde de lagere bevolkingsklassen opvoeden en bekeren. Hiertoe werden zogenaamde zondagsscholen opgericht. In kerken, zaaltjes en schooUokalen werden kinderen onderhouden met bijbelles, zang en gebed. De protestantse elite wilde voor dit onderricht ook haar eigen boekjes, en evangelisten als Jan de Liefde en Eduard Gerdes ontpopten zich tot fervente kinderboekenschrijvers . T o c h waren de boekjes van de zondagsschool niet de eerste christelijke kinderliteratuur, aldus Marjoke Rietveld-van Wingerden, historisch pedadoge aan de vu. "Al in de zeventiende en achttiende eeuw werden er kinderboekjes uitgegeven die bedoeld waren als vrijetijdsbesteding. Ik vermoed dat de oudste vorm van deze kinderboeken voortkwam uit protestants-christelijke kringen. Lange tijd heeft men gedacht dat kinderen voor de achttiende eeuw geen speciale plek hadden, zij waren kleine volwassenen. Maar ik geloof dat er in die tijd wel degelijk oog was voor een kinderwereld." Veel verhalen kwamen oorspronkelijk uit Engeland. Rietveld haalt het voorbeeld aan van de boekjes van Jacobus Koelman, die in 1679 twmtig verhalen optekende van kinderen die op hun sterfbed 'zaligh in de Heere ontsliepen'.
Koffie en broodjes Uiteindelijk nam het protestantse kinderboek de grootste vlucht in de tweede helft van de negentiende eeuw. In 1865 werd de Nederlandsche Zondagsschoolvereeniging (NZV) opgericht, een
paar jaar later gevolgd door een aparte vereniging van zondagsscholen voor de gereformeerden, Jachin genaamd. Volgens Dane groeide het aantal zondagsscholen enorm, rond de eeuwwisseling waren er zo'n vijftienhonderd bij de NZV aangesloten. Kerstmis was de grote gebeurtenis op de scholen, dan kregen de kinderen een traktatie én een boekje cadeau. Hiermee groeide dus ook de afzetmarkt voor het protestantste kinderboek. Dat ontdekte ook uitgever G.F. Callenbach uit Nijkerk op de Veluwe. HIJ specialiseerde zich in goedkope boekjes, die aan de zondagsscholen met kwantumkorting werden verkocht. Callenbach werd dé uitgever van het protestantse kinderboek. Zo had elk protestants gezin wel een exemplaar in huis van Jessica 's eerste ebed van de Engelse schrijfster Hesba jtretton. Het boekje gaat over een arm l^ondens meisje dat door haar aan alcohol verslaafde moeder wordt verwaarloosd en over straat zwerft. Jessica krijgt een bijzondere belangstelling voor de koster Daniël, die haar soms koffie en broodjes geeft. Ze volgt hem naar de kerk en raakt in de ban van de diensten, die ze stiekem bijwoont. Als ze wordt ontdekt door de kinderen van de dominee, krijgt ze kleren en mag ze vooraan zitten. Jessica gaat trouw naar de kerk, tot ze opeens wegblijft. De dominee gaat naar haar op zoek en treft haar doodziek aan in een krot, achtergelaten door haar moeder. Hij ontfermt zich over haar, en eind goed, al goed: Jessica kan weer elke week naar de kerk. Volgens Rietveld is het verhaal van Jessica exemplarisch voor het protestantse kinderboek van de negentiende eeuw; het romantische geloof in het pure en oprechte van het kind, de aandacht voor de lage sociale klasse, en natuurlijk, de bekering. "Maar je ziet bij veel protestantse schrijvers ook een grote belangstelling voor het verleden. Zo schreven De Liefde en Gerdes veel over de tachtigjarige oorlog. Voor Gerdes was dat een mooi thema om ook zijn afkeer voor katholieken ten toon te spreiden."
Gouwe ouwen Callenbach is dé uitgever van protestante kmderliteratuur gebleven. Ook al zijn de grootste successen voorbij, de kinderboeken worden nog steeds goed verkocht. De laatste jaren is er zelfs sprake van een nieuwe opleving, mede door de opkomst van de evangelische beweging. Dane: "De protestantse cultuur is een trouwe leescultuur, trouwer dan bijvoorbeeld de katholieke. Katholieke uitgevenjen zijn zich in de jaren zestig en zeventig gaan toeleggen op boekjes die niet zo'n sterke eigen signatuur hadden. Callenbach heeft dat wel geprobeerd, maar de boekjes voor het brede publiek stonden nooit langer dan een jaar in de catalogus. Ik denk dat het protestantse stempel te dominant was." Inmiddels legt de uitgeverij zich toe op mooie herdrukken van de klassiekers van Van de Hulst en De Vries. "Geen goedkope boekjes meer, maar alles pico bello in orde", aldus Dane. Ook zijn er nieuwe protestantse schrijvers, die zich toeleggen op moderne problemen als depressies, scheidingen en pesten. Al kan men nog steeds geen afscheid nemen van de 'gouwe ouwen'. In de laatste catalogus van Callenbach wordt een 'nieuw' prentenboek aangekondigd voor kinderen van zes tot acht jaar: Jessica 's eerste gebed. Bouwsel voor hel leven, congres over protestantse kinderliteratuur Woensdag 13 november, Auditonum vu, kosten 25,-, inclusief koffie, thee, lunch en receptie. Informatie: 020-4445270
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 2002
Ad Valvas | 588 Pagina's